Geschiedenis

Geschiedenis 1930-1940

1930193119321933193419351936193719381939

 

1930

HvO, nachtasiel, 1939

Nachtasiel van HvO, tekening in het Algemeen Handelsblad, 1930

In een artikel getiteld ‘In het nachtasyl van Hulp boor Onbehuisden’ met als onderkop ‘Waar geen daklooze tevergeefs om toegang vraagt’ zet de verslaggever van het Algemeen Handelsblad op 1 januari stemmig in met een motto uit de Kindertodtenlieder van Rückert en Mahler.

In diesem Wetter, in diesem Braus
Nie hätte ich gelassen die Kinder hinaus
Man hat sie hinaus getragen …

De sfeervolle, welwillende en met fraaie tekeningen geïllustreerde bijdrage, die dan ook prompt wordt overgenomen in het maandblad van HvO, geeft een overzicht van de verschillende afdelingen en doelgroepen van Hulp voor Onbehuisden.

HvO, maaltijd, 1930

Maaltijd bij HvO, Algemeen Handelsblad, 1930.

De journalist vindt het nachtasyl niet te vergelijken met het beeld dat de Russische schrijver Maxim Gorki hiervan schetst in zijn gelijknamige toneelstuk. In het asiel van Hulp voor Onbehuisden ontbreekt namelijk alle romantiek en daar hebben de Amsterdamse daklozen alleen maar baat bij.
Het artikel volgt de gang van een dakloze langs de politie, voor een bewijs van toegang voor HvO, langs het zwarte pad om het oude Pesthuis, waar het verplichte bad wacht, de kleren worden ingenomen en iedereen zich in een lang wit nachthemd hult. ’s Morgens om zeven uur is er ontbijt met warme koffie en dan weer naar buiten. ‘Maar om negen uur wordt hij, als hij weer voor ’t eerst in het asyl sliep, of indien hij nu al avond aan avond, een, twee weken lang, terugkwam, bij den directeur geroepen, die hem ontvangt in gezelschap van een ambtenaar voor de nazorg.’

Kinderen op de binnenplaats van het Oud Buitengasthuis van Hulp voor Onbehuisden, begin jaren '30

Kinderen op de binnenplaats van het Oud Buitengasthuis van Hulp voor Onbehuisden, begin jaren ’30

Een dag later vervolgt het Algemeen Handelsblad onder de kop ‘Een prachtig maatschappelijk werk’ de reportage over Hulp voor Onbehuisden. In het oude Pesthuis van HvO treft de verslaggever kerels van uiteenlopende pluimage:

De een kan geen Nederlandsch schrijven, de ander spreekt vloeiend vreemde talen. A. is drankzuchtig, B. al zoo lang als hij leeft geheelonthouder. C. zwierf alle provincies door, D. verliet nooit de stad. Gewezen orgeldraaiers, gewezen renteniers, kellners, kantoorbedienden, gestudeerden, venters en ambachtslieden… zij troffen elkaar in Hulp voor Onbehuisden voor langeren of korteren tijd.
D’een kwam nooit met de politie in aanraking, een tweede liep er de kantjes af, een derde kwam, neen, niet juist linea recta, laten we zeggen met een omweggetje uit het gevang naar het Pesthuis gewandeld.

Nachtasyl van Hulp voor Onbehuisden in 1930

Nachtasyl van Hulp voor Onbehuisden in 1930

HvO, tekening, 1930

Armoede en misdaad zijn de bedreigingen volgens het HvO-blad in 1930. Tekening: Joop van de Berg.

Op 3 januari waarschuwt Honing in het Algemeen Handelsblad, De Tijd en Het Volk voor valse collecteurs die zogenaamd namens Hulp voor Onbehuisden nieuwjaarswensen aanbieden.

Een belangrijk deel van de inkomsten van HvO bestaat in deze tijd nog altijd uit bijdragen van particulieren in de vorm van giften, erfenissen en legaten. Dit gebeurt door oproepen in de pers, via aansporingen met girobiljetten in het maandelijkse huisorgaan en via de zogeheten ‘doosjes’, een soort spaarpotten die bij particulieren en in winkels worden geplaatst en waar het publiek geld in kan doen.
Ook stuurt Hulp voor Onbehuisden collectanten de straat op. Tenslotte betalen de bewoners zelf een deel van hun verblijfskosten. Mensen met een baan betalen driekwart van hun inkomen aan Hulp voor Onbehuisden, van de rest is 1/8 zakgeld en 1/8 spaargeld.

HvO, Honing, 1930

Directeur Honing van HvO in 1930.

‘In den loop van 1931 zal de bijl gaan in het Pesthuys, voor de daarin tot nu toe gehuisveste zwervers dient een andere tijdelijke woonstee te worden aangewezen,’ schrijft het Algemeen Handelsblad op 10 januari.

De jeugdbond van de dierenbescherming houdt op 13 januari een lezing met lichtbeelden in het Observatiehuis, aldus het Algemeen Handelsblad. Op 10 november 1930 wordt dit programma herhaald.

‘Wie van onze stadgenooten kent niet de nuttige vereeniging, die zoo enorm veel mooi en weldadig werk verricht; de vereeniging, in de wandeling bekend als: Jonker?,’ aldus het Algemeen Handelsblad op 26 februari.
Het uitgestelde zilveren jubileum wordt dit jaar alsnog sober gevierd, want ‘wie gaat een luidruchtig feest vieren, die dag aan dag krom moet liggen?’ Het is wel een mooie gelegenheid om geld in te zamelen voor Hulp voor Onbehuisden en daarom is er een jubileumcomité gevormd, bestaande uit mr. J. Rutgers, oud-wethouder voor maatschappelijke steun, penningmeester mr. Jan H. Lieftinck en burgemeester W. de Vlugt als erevoorzitter.
Ook in Het Volk en De Tijd van 26 februari verschijnen oproepen voor een jubileumgift.

Pesthuys, Algemeen Handelsblad, 8 maart 1930

Pesthuys, Algemeen Handelsblad, 8 maart 1930

Op 8 maart verschijnt in het Algemeen Handelsblad onder de titel ‘Een huis vol menschen’ een overzicht van de geschiedenis en de verschillende activiteiten van Hulp voor Onbehuisden, ‘een instelling die zichzelf onmisbaar heeft gemaakt’ en is gegroeid ‘van nacht-asyl tot veel-omvattende maatschappelijke instelling.’ Het artikel gaat vergezeld van een foto van de zijgevel van het Oud Buitengasthuis.
‘Arbeid van groote beteekenis,’ kopt Het Volk op dezelfde dag over het werk van Hulp voor Onbehuisden.

De Tijd gaat op 9 maart in op de naam Jonker die nog altijd wordt gebruikt als synoniem van HvO. Het artikel bevat een foto van de binnenplaats van het Pesthuis.

De binnenplaats van het Pesthuis in De Tijd, 9 maart 1930

De binnenplaats van het Pesthuis in De Tijd, 9 maart 1930

Het gaat met sommige namen zoo, dat al verandert men ze in nog zulke officiëele betiteling, de oude en eerste naam in den volksmond behouden blijft. En zoo heet dan de vereeniging Hulp voor Onbehuisden nog altijd Jonker en worden de kleine beschermelingen, die aan de zorg van deze vereeniging zijn toevertrouwd, ‘de kinderen van Jonker’ genaamd. Een ander typisch verschijnsel is, dat, ondanks het vele goede werk van deze vereeniging, de naam Jonker bij het publiek een niet te besten klank had, hetgeen voornamelijk voortspruit uit de bij die instelling bestaande verplichting tot het nemen van een bad, alvorens men kan worden opgenomen. En aan een bad hebben zeer velen, juist degenen, die zulk een reiniging meestal het hardste noodig hebben, een broertje dood. Als dan ook bij een van de gezellige kibbelpartijtjes, waarmee het Amsterdamsche volk zich gaarne vermeit, aan de tegenpartij wordt toegevoegd: ‘Ga jij maar naar Jonker,’ dan wil dat zooveel zeggen, dat ’s mans toestand niet als erg rooskleurig wordt beschouwd.

Eind maart verschijnen advertenties met een oproep tot donatie van het jubileumcomité in het Algemeen Handelsblad, De Tijd en Het Centrum.

Advertentie voor Hulp voor Onbehuisden i het Algemeen Handelsblad, 30 maart 1930

Advertentie voor Hulp voor Onbehuisden in het Algemeen Handelsblad, 30 maart 1930

In Het Volk verschijnt op 25 maart een klacht van een lezer wiens kind niet alvast tijdelijk bij HvO kan worden opgenomen, terwijl hij als werkeloze diamantbewerker niet voor het kind kan zorgen als zijn vrouw binnenkort naar het ziekenhuis gaat. Een paar dagen later komt Het Volk op de kwestie terug. De briefschrijver is door directeur Honing ontvangen en alsnog in het gelijk gesteld, maar hij bedankt nu voor de eer, want door zijn ingezonden brief krant heeft hij al particuliere hulp gekregen.

Omdat het oude Pesthuis op de nominatie staat om te worden gesloopt, organiseert Hulp voor Onbehuisden samen met Liefdadigheid naar Vermogen in april voor 1 gulden een drietal rondleidingen door dit Amsterdamse erfgoed. De opbrengt komt uiteraard tegoed aan beide verenigingen, zo melden Het Volk en De Tijd.

Kinderen tijdens het jubileum, tekening Joop van de Berg, 1930

Het strijkensemble Tivoli geeft op maandag 7 april een avondconcert voor de mannelijke verpleegden in de Toevlucht voor Onbehuisden, meldt Het Volk.

Op 24 april maakt het Algemeen Handelsblad melding van nieuwe huisvesting voor Hulp voor Onbehuisden. De plannen met de marinewerf zijn definitief van de baan. ‘B. en W. willen nu het Stedelijk Armenhuis ter beschikking der Vereeniging stellen. In dit huis willen B. en W. ook onderbrengen de lieden die tot heden bij het Leger des Heils worden ondergebracht, althans voor zoover de menschen daar zelf de voorkeur aan geven. Voorts willen B. en W. een Kinderhuis voor H. v. O. bouwen; binnen 4½ jaar hopen zij het Verzorgingshuis en dit Kinderhuis gereed te hebben.’
Uit De Tijd van dezelfde dag blijkt het een fors kindertehuis te zullen worden, het moet plaats bieden aan maar liefst 500 kinderen. Nu woont het grootste deel van de bewoners van Hulp voor Onbehuisden bij elkaar in één huis, terwijl dit op pedagogische gronden voor de kinderen minder wenselijk wordt geacht.
Ook wil de gemeente de mannen uit het internaat van Hulp voor Onbehuisden tijdelijk elders onderbrengen.
Dat laatste gebeurt volgens Het Volk omdat vanwege de uitbreiding van het Wilhelmina Gasthuis een deel van het Pesthuis al moet worden gesloopt.

Folmina, lentefeest, 1930

Folmina, lentefeest, 1930

Naar aanleiding van de aanstaande verdwijning van het Pesthuis pakt De Tijd op 2 mei uit met een geïllustreerd artikel ‘Boeven en paupers in de hoofdstad,’ een historisch overzicht van het Oude Buitengasthuis, van Bredero tot HvO.

Op zondag 11 mei viert het paviljoen voor meisjes Folmina van Hulp voor Onbehuisden in Houten een lentefeest. De meisjes voeren het zangspel De schoone in het slapende bosch op, met zelfgemaakte kostuums in een eveneens zelfgemaakt decor.
De presidente van de commissie van toezicht van Folmina, mejuffrouw G. Hesselink, zegt in haar toespraak ‘Het is met een zucht van verlichting, dat het licht aangestoken wordt,’ en doelt daarbij op het feit dat bij Folmina dit jaar mede door haar toedoen elektrisch licht is aangelegd en dat tijdens het lentefeest wordt ingewijd.
Zuster Akkermans, de directrice van het tehuis, krijgt heel toepasselijk een elektrische schemerlamp aangeboden.

Julia Culp door Jan Rotgans, Algemeen Handelsblad 3 mei 1930

Julia Culp door Jan Rotgans, Algemeen Handelsblad 3 mei 1930

Op 11 mei houdt de zangeres Julia Culp, bijgenaamd ‘de Nederlandse nachtegaal’ en op dat moment een grote beroemdheid, een matinee in de Hollandse Schouwburg, waarvan de opbrengst geheel ten goede komt aan Hulp voor Onbehuisden, zo meldt het Algemeen Handelsblad. De zangeres is vooral beroemd om haar Schubert- en Brahmsrepertoire .
‘Ik vind het werk van Hulp voor Onbehuisden buitengewoon sympathiek,’ zegt Julia Culp op 3 mei in het Algemeen Handelsblad en zijn wijst op de vele mensen die allen ‘van Hulp voor Onbehuisden nog dat wachten, wat hun, misschien, weer tot mensch zal kunnen maken; tot een lid van de maatschappij, dat nog bruikbaar is.’
De recensie van het optreden in het Algemeen Handelsblad is lovend. ‘En ook Hulp voor Onbehuisden kan met voldoening terug zien op den welgeslaagden middag die de kas met duizend gulden verrijkte, waartoe ook de ijverige programmaverkoopsters en de Onbehuisden-kindertjes […] het hunne hebben bijgedragen.’

'Het bekende affiche van Hulp voor Onbehuiden' Algemeen Handelsblad 11 mei 1930

‘Het bekende affiche van Hulp voor Onbehuiden’ Algemeen Handelsblad 11 mei 1930

Op 11 mei besteedt het Algemeen Handelsblad aandacht aan het 25-jarige bestaan van Hulp voor Onbehuisden en siert dit artikel op met een gekleurde tekening, een bijzonderheid in die tijd. Dit is te danken aan bestuurslid mevrouw Heldring die beschikt over goede relaties bij deze krant.
De eveneens kleurige jubileumeditie in april van het tijdschrift van Hulp voor Onbehuisden wordt in elkaar gezet onder deskundige leiding van A.J. Boskamp, opdat moment redactiesecretaris en later directeur van het Algemeen Handelsblad. Dit feestnummer bevat onder meer het verhaal ‘Vader’ van de sociaal geëngageerde schrijfster Anna van Gogh-Kaulbach geïllustreerd door Wam Heskes.

Het Leeuwarder Nieuwsblad citeert burgemeester De Vlugt uit dit jubileumnummer: ‘Hier past niet alleen een woord van sympathie maar eerder een woord van dank, een woord van groote erkentelijkheid voor wat de vereeniging in de 25 jaren van haar bestaan op het gebied der naastenliefde tot stand heeft gebracht.’

Poppenkast, HvO, 1930

Poppenkast bij HvO in 1930

Tijdens het jubileumfeest wordt er naast een poppenkast voor de kinderen in het eigen Oud Buitengasthuis een gratis voorstelling gegeven voor verpleegden en personeel ‘met hunne familieleden’ in theater Tuschinsky. Voor de oudere jongens en meisjes organiseert een kindervriend ‘een boottocht door onze schilderachtige hoofdstad met versnaperingen en muziek aan boord’ waarbij rederij P. Kooy ‘zorgde voor een paar aardige booten,’ aldus het Algemeen Handelsblad op 17 mei.
‘Onnoodig te zeggen, dat dit alles bij het jonge volkje in goede aarde valt,’ weet De Tijd.

Naar aanleiding van het zilveren jubileum van Hulp voor Onbehuisden blikt de Sumatra Post terug op het verleden en schrijft ‘de ziel van deze organisatie was ontegenzeggelijk de penningmeester, Dr. C.W. Janssen. Het is niet algemeen bekend dat hij vele jaren niet alleen de geldmiddelen heeft beheerd, maar ze ook voor het grootste deel heeft verschaft en meer dan dat, ook het geld voor verschillende andere filiaal-inrichtingen.’
Het is volgens deze krant aan Hulp voor Onbehuisden ‘te danken dat in Amsterdam sedert jaar en dag geen afzichtelijke bedelaars meer langs de straten zwerven en dat ook de criminaliteit sterk is verminderd.’

Kinderen van Hulp voor Onbehuisden op de binnenplaats tijdens de uitgestelde viering van het 25-jarige bestaan van de vereniging.

Kinderen van Hulp voor Onbehuisden op de binnenplaats tijdens de viering van het 25-jarige bestaan van de vereniging.

Op 19 mei houdt HvO een jubileumreceptie in het Oud Buitengasthuis. Het Algemeen Handelsblad doet hier een dag later uitgebreid verslag van en vat de toespraken van de belangrijkste sprekers samen.
‘Heel de burgerij van Amsterdam is u dank verschuldigd,’ zegt burgemeester Willem de Vlugt, ‘voor hetgeen gij, in edelen, hoogstaande, en onbaatzuchtigen arbeid, voor duizenden onzer stadgenooten hebt gedaan. Dat uwe inrichting tot in lengte van dagen een zegen voor onze stad moge zijn, is mijn wensch, want ook ik geloof niet, dat een dergelijke instelling ooit overbodig zal worden.’

Kinderen van HvO kijken poppenkast, Algemeen Handelsblad 20 mei 1930

Kinderen van HvO kijken poppenkast, Algemeen Handelsblad 20 mei 1930

Bestuursvoorzitter Mendes da Costa is verheugd over het feit dat drie medewerkers van het eerste uur nog altijd bij HvO werken, te weten de heren Niemeyer, hoofdboekhouder, Bennink, verbonden aan de administratie, en Dinse, de hoofdopzichter van de mannenafdeling.
Honing stelt dat Hulp voor Onbehuisden bloeit omdat men zich altijd heeft weten aan te passen aan veranderende sociale omstandigheden. Hij is blij met de giften van de burgerij, want daaruit blijkt ‘dat ons werk weerklank vindt.’
Ook wethouder Douwes van maatschappelijke steun houdt een feestrede evenals mr. C. Scheltens, namens minister van justitie Donner.
In het fotokatern van het Algemeen Handelsblad verschijnt op 20 mei een plaat van enkele kinderen van Hulp voor Onbehuisden die naar de poppenkast kijken.
Ook De Tijd, Het Volk en De Telegraaf besteden aandacht aan het jubileum. De Gooi- en Eemlander noteert de belangrijkste gasten op de receptie. Het Volk wijdt in het fotokatern ook een afbeelding aan het jubilerende Hulp voor Onbehuisden. Hierop zien we dokter Loterijman, de vaste arts van HvO, aan het werk op de zuigelingenzaal. Deze foto is een uitsnede; op het hele beeld zien we de filmmaker Henk Kleinman in actie die het werk van Loterijman vastlegt.

Binnenplaats van het Pesthuis, door Coenraad Matthias Garms

De heer F.R. Numans, directeur van het Observatiehuis, overhandigt bij deze gelegenheid het bestuur een cadeau van het personeel: een schilderij ‘voorstellende de stemmige binnenplaats van het Pesthuis, een bezienswaardig stukje dat tot verdwijnen gedoemd is,’ gemaakt door de schilder Coenraad Matthias Garms (1863-1944).
Dit schilderij hangt heden ten dage nog altijd in het Centraal Bureau van HVO-Querido.

Uiteindelijk brengt de inzameling in het kader van het jubileum ƒ 47.079 op meldt het Algemeen Handelsblad. Het bestuur stelt daarop nuchter vast dat de propagandist van HvO, de heer Koenen, blijkbaar goed werk levert, want in dezelfde periode verleden jaar leverden zijn inspanningen, zonder de extra aandacht, de vereniging ƒ 33.000 op.

Dokter Loterijman wordt gefilmd op de zuigelingenzaal va Hulp voor Onbehuisden, 1930

Dokter Loterijman wordt gefilmd op de zuigelingenzaal van Hulp voor Onbehuisden, 1930

Door de contacten met Tuschinsky in het kader van het jubileum ontstaat in 1930 het idee om een film te laten maken over het werk van Hulp voor Onbehuisden. Men geeft in mei de filmfabriek Holland opdracht tot het vervaardigen van een propagandafilm over het werk van de vereniging. De film wordt maar liefst 1200 meter lang en draagt het karakter van een speelfilm. Directeur Honing schrijft zelf het scenario, Henk Kleinman is de regisseur.
‘In de film zullen geen acteurs of actrices optreden, doch de heer Kleinman zal verschillende typen uit het tehuis uitkiezen, die de respectievelijke rollen zullen vervullen,’ meldt De Tijd.
De communistische krant De Tribune spreekt onmiddellijk van schandelijke exploitatie. ‘De arme onderdrukte slaven zullen voor de film eenige gehuichelde en kunstmatig verfraaide scènes spelen in plaats van hun ellendig bestaan in zijn wreede werkelijkheid te toonen om de directie geld in zijn brandkast te bezorgen.’

Na de voltooiing van deze film treedt het bestuurslid mr. Wertheim in contact met de bioscoopbond om te bewerkstelligen dat Hulp voor Onbehuisden – in afwijking van de regels – mag collecteren in de theaters tijdens de vertoning van deze film.

Film, HvO, 1930

Cradus Hubertus Honing en Henk Kleinman voor de HvO-film Zelfkant in mei 1930.

HvO, film, 1931

Still uit de film ‘Zelfkant’ van Hulp voor Onbehuisden uit 1930.

Deze zwijgende film vertelt de fictieve geschiedenis van de berooide Amsterdamse familie Mulder. Doelloos zwervend langs de straten komen zij een politieagent tegen die hen aanraadt om toch vooral hun heil bij Hulp voor Onbehuisden te zoeken. Bij HvO is er in het script uiteraard voor iedereen plaats, zelfs voor de grootvader, en gelukkig trekt niemand er zich wat van aan dat de familieleden terstond van elkaar worden gescheiden en worden verdeeld over alle mogelijke afdelingen, meteen een handige manier om de hele organisatie te laten zien.
Iedereen gedijt uitstekend gedurende deze time-out, de familie Mulder is weer spoedig boven Jan, krijgt een nieuw huis toegewezen en vertrekt blijmoedig, genezen en gelouterd uit het Oud-Buitengasthuis om opnieuw zelfstandig hun plaats in de samenleving in te nemen.

Bestuur, HvO, 1930

Bestuur van HvO in 1930.

Naar aanleiding van een advies van prof. Van Leersum besluit Hulp voor Onbehuisden om bij de Mannenafdeling op het gebied van voeding meer vrijheid toe te staan voor het gebruik van wittebrood naast bruinbrood.
HvO stelt een zogeheten bezuinigingsinspecteur aan.

Mejuffrouw Muizenberg, directrice van de vrouwen- en kinderafdeling van HvO, moet in 1930 het veld ruimen wegens klachten over onheuse bejegening. ‘Onze partijgenoot’ P. C. Faber, zo schrijft het sociaaldemocratische dagblad Het Volk, volgt haar in mei op. Faber is op dat moment adjunct-directeur van het Observatiehuis van Hulp voor Onbehuisden.

Uit statistische gegevens blijkt dat het aantal nachtverblijven dat in Amsterdam in het eerste kwartaal is verstrekt door Hulp voor Onbehuisden en het Leger des Heils, groter is dan in dezelfde periode het jaar daarvoor, namelijk 76.815 tegen 70.480, zo meldt Het Volk op 28 mei.

Voetballen tijdens het vakantiekamp van HvO in Nunspeet, 1930

Voetballen tijdens het vakantiekamp van HvO in Nunspeet, 1930. ‘Warnaer, die eens Göbel en Van der Meulen zal beschaamd maken, stond al in ’t doel, terwijl onze Puck zijn naamgenoot Puck van Heel trachtte te evenaren,’ schrijft het HvO-blad bij deze foto.

De Telegraaf citeert op 5 juni uitgebreid uit een artikel in De Schakel, het gemeenschappelijk orgaan van de instellingen voor maatschappelijk hulpbetoon, waarin mr. J. Everts over Hulp voor Onbehuisden schrijft ‘deze instelling is misschien wel de krachtigste en oorspronkelijkste getuigenis van burgerzin en naastenliefde in onze stad.’

Een flink partijtje bloemkool voor de Toevlucht voor Onbehuisden

Een flink partijtje bloemkool voor de Toevlucht voor Onbehuisd, Het Volk, 26 juni 1930

Groente die eerst werd weggegooid, wordt nu door toedoen van de Amsterdamse Levensmiddelendienst onder de instellingen van liefdadigheid verdeeld, aldus Het Volk op  26 juni. De krant publiceert een foto van een handkar met als bijschrift ‘Een flink partijtje bloemkool voor Toevlucht voor Onbehuisden.’

Tijdens de bespreking in de gemeenteraad van de plannen om het voormalige Armenhuis in te richten voor volwassen bewoners van HvO, bepleit het communistische raadslid Hendrika van Zelm-van den Berg een ‘grootere controle op Hulp voor Onbehuisden, waar volgens haar een ontzettend leger van ambtenaren een ontzettend kapitaal aan salarissen opslorpt,’ aldus De Tijd op 13 juni. Zij doet een voorstel om de zorg voor daklozen en onverzorgde kinderen gemeentelijk te maken, maar dit wordt verworpen met 26 tegen 2 stemmen.
Het eveneens communistische raadslid Leen Seegers wil dat het Oude Armenhuis geheel wordt afgebroken ‘en een nieuw gebouw gezet voor Onbehuisden,’ volgens Het Vaderland.

‘De vrienden van het architectonisch schoon, de vijanden van stedenschennis, hebben vergeefs geijverd voor behoud van het fraaie gebouw, dat uit het midden van de 17e eeuw dateert,’ schrijft de Leeuwarder Courant op 5 juli over de aanstaande sloop van het Oud Buitengasthuis. Om deze reden beschrijft ook De Tijd nog eens de geschiedenis van het pand vanaf P.C. Hooft.

Deli 1886

Deli bierbrouwerij aan de Weesperzijde, 1886

Bij wijze van tijdelijke huisvesting voor de mannelijke bewoners van het Oud Buitengasthuis van Hulp voor Onbehuisden stelt Publieke Werken de gebouwen van de voormalige Deli bierbrouwerij voor aan de Weesperzijde 110, naast de mosterdfabriek van Luyckx, zo meldt het Algemeen Handelsblad. Op 27 juni vragen B. en W. de gemeenteraad om instemming met de ‘aankoop van het fabrieksgebouw met erf en portiersloge aan de Weesperzijde 110 – 112 en tot verbouwing van dit perceel tot tijdelijk manneninternaat voor HvO, zo meldt het Algemeen Handelsblad. Ondanks het feit dat aankoop en verbouwing samen ƒ243.000 kosten, wat bij het raadslid Seegers de vrees doet opkomen dat ‘het geen maatregel is van tijdelijken aard,’ wordt de voordracht met 27 tegen 4 stemmen aangenomen.
Leen Seegers toont hier een vooruitziende blik, want met de tijdelijkheid van Hulp voor Onbehuisden aan de Weesperzijde valt het reuze mee, HvO zal daar ruim vijftig jaar, tot en met 1983 dak- en thuislozen opvangen, alvorens te verhuizen naar de Poeldijkstraat.

HvO, jongenshuis, 1930

Het jongenshuis van HvO aan de Prins Hendrikkade in 1930. Foto uit Het Leven.

Begin 1930 probeert men de jongens van het Observatiehuis ook buiten de inrichting te laten spelen. In verband met vele pogingen tot ontvluchting tijdens de wandeling staakt HvO dit experiment al snel.
In april wordt Koos Vorrink, de latere voorzitter van de Partij van de Arbeid, lid van de Commissie van Toezicht van het Observatiehuis. Later zal hij zich ook met de ‘avondontspanning’ van de jeugdige bewoners van het jongenshuis aan de Prins Hendrikkade belasten.
In juli wordt de latere directeur van de kinderbescherming, Daniël Mulock Houwer, benoemd tot adjunct-directeur van het Observatiehuis aan de Vosmaerstraat. Hij werkt op dat moment bij de stichting Zandbergen in Amersfoort, aldus Het Vaderland. Mulock Houwer kent de materie van binnenuit, hij komt als veertienjarig weeskind zelf in een kinderbeschermingsinternaat te wonen.

Tekening van W. Heskes in het HvO-blad, 1930

Tekening van W. Heskes in het HvO-blad, 1930

‘Den Asylgasten, die des avonds bij Hulp voor Onbehuisden te Amsterdam aankomen, ontbreekt het doorgaans aan de meest noodige onderkleeding. Uit den voorraad ingekomen goed worden zulke stakkers dan weer eenigszins opgeknapt,’ zegt Honing op 26 juli in Het Volk. Omdat juli 1930 een zeer natte maand is, helpt HvO de mensen ook aan droge kleren.
Het uitreiken daarvan heeft ‘den toch reeds zwakken voorraad gaandeweg uitgeput,’ voegt Honing daar aan toe in De Telegraaf onder de kop ‘Regen is vaak een zegen, maar stakkers kunnen er niet tegen,’ en hij vraagt om steun voor Hulp voor Onbehuisden.

‘Naar het nachtasyl der vereeniging Hulp voor Onbehuisden is overgebracht een 45-jarige Zweedsche zeeman, die niet meer kon loopen tengevolge van verwondingen, hem in een café op den Nieuwendjjk door twee mannen toegebracht. Hij verkeerde onder den invloed van sterken drank en is in het café met een paar bezoekers aan ’t vechten geweest,’ meldt het Algemeen Handelsblad op 6 augustus. Ook Het Volk bericht over dit incident.

De zuigelingenzaal in het Oud Buiten Gasthuis, 1930

De zuigelingenzaal in het Oud Buiten Gasthuis, 1930

De gemeente Amsterdam stelt een commissie in om te komen tot de bouw van een kindertehuis waarin naast de wethouder voor maatschappelijke steun J. Douwes ook de stadsarchitect A.R. Hulshoff en HvO-directeur Honing zijn vertegenwoordigd.

P. C. Faber, directeur van de vrouwen- en kinderafdeling van Hulp voor Onbehuisden, is op 24 augustus een van de sprekers op een meeting voor geheelonthouders aan de Monnikendammerweg in Tuindorp Nieuwendam, aldus Het Volk. De bijeenkomst in de open lucht wordt georganiseerd door de Nederlandse Vereniging tot Afschaffing van Alcoholhoudende Dranken, ook wel de blauwe NV genoemd en haar leden ridders van de blauwe knoop.

Hulp voor Onbehuisden is een van de deelnemende verenigingen aan het jeugdfeest dat Amsterdamse Oranje Jeugdbond op 1 september organiseert ter gelegenheid van de viering van Koninginnedag, aldus het Algemeen Handelsblad.

In september treedt directeur Honing toe tot de redactie van het Tijdschrift voor het Armwezen.

Tweede Constantijn Huygensstraat met het Oud Buitengasthuis, tekening va Joop van de Berg in het HvO-blad, 1930

Tweede Constantijn Huygensstraat met het Oud Buitengasthuis, tekening van Joop van de Berg in het HvO-blad, 1930

Op 17 september bericht het Algemeen Handelsblad dat B. en W. de gemeenteraad voorstellen om Hulp voor Onbehuisden voor het jaar 1931 een subsidie toe te kennen van ten hoogste ƒ 150.000.

Dezelfde dag meldt het Algemeen Handelsblad dat de verbouwingswerkzaamheden ten behoeve van Hulp voor Onbehuisden aan de Weesperzijde zijn begonnen. Publieke Werken hoopt de gebouwen begin 1931 te kunnen opleveren. Vanaf oktober is de aanloop bij het nachtasiel zo groot dat regelmatig niet alle gegadigden kunnen worden opgenomen.

Vakantiekamp van HvO in Nunspeet, 1930

Vakantiekamp van HvO in Nunspeet, 1930

Honing is een van de deskundigen die een zogeheten preadvies uitbrengen ter gelegenheid van de 23e algemene vergadering van de Nederlandse Vereniging voor Armenzorg en Weldadigheid op 23 en 24 oktober in Amsterdam, waar het ‘Voorkomen en bestrijden van bedelarij en landlooperij’ centraal staat, zo meldt het Algemeen Handelsblad. Hulp voor Onbehuisden is ook een van de bestemmingen van de excursies tijdens deze vergadering.
Honing onderscheidt bedelaars en landlopers in drie groepen, te weten mensen ‘die hulp zoeken tot opheffing, die deze hulp niet zoeken, maar, wordt ze geboden, aanvaarden, en hen die deze hulp ontwijken of weigeren. In alle gevallen wenscht hij [Honing] hulp tot opheffing uit den toestand van paria, doch acht voor de onwelwillenden dwingende maatregelen gewenscht,’ aldus Het Volk.
Het Algemeen Handelsblad geeft op 24 oktober een samenvatting van het preadvies-Honing en plaatst daarbij een foto van de hoofddirecteur van Hulp voor Onbehuisden.
Ook Het Vaderland besteedt uitgebreid aandacht aan het betoog van Honing.

In een ingezonden stuk in De Tijd, Het Volk en het Algemeen Handelsblad op 5 november vraagt Honing de burgerij om steun voor Hulp voor Onbehuisden, de vereniging ‘wier budget, naar men weet, weinig buitengewoons kan verdragen. Zij heeft echter geen keuze en moet wel allen helpen, die dakloos zijn, omdat deze anders wellicht aan nijpend gebrek zouden ten prooi vallen.’

Advertentie Algemeen Handelsblad

Advertentie Algemeen Handelsblad

Op 29 november herdenken diverse kopstukken uit de kinderbescherming in de Haagse Ridderzaal het feit dat Nederland sinds een kwart eeuw over kinderwetten beschikt. ‘Sedert in het strafrecht bijzondere aandacht wordt gewijd aan het kind, zal het ontwikkelings- en beschavingsniveau van een samenleving nog beter aan het kinderrecht getoetst kunnen worden dan aan het strafrecht,’ betoogt Honing, een van de sprekers, zo meldt De Telegraaf.

De algemene ledenvergadering van Hulp voor Onbehuisden is op maandag 1 december.

Advertentie Algemeen Handelsblad

Advertentie Algemeen Handelsblad

De studentenvereniging Unitas Studiosorum Amstelodamensium nodigt op 5 december ter gelegenheid van het Sinterklaasfeest 75 kleuters van Hulp voor Onbehuisden en hun begeleiders uit in het sociëteitsgebouw aan de Vondelstraat. Uiteraard met Sint, Piet, lekkernijen en cadeautjes. ‘Een uitmuntende gedachte, waar de U. S. A. alle succes mee heeft gehad,’ aldus het Algemeen Handelsblad.

Op 15 december geven leden van het Amsterdamsch Studenten Corps in de Stadsschouwburg een voorstelling van Von Morgens bis Mitternachts van Georg Kaiser. In de pauze wordt thee verkocht ten bate van de kinderafdeling van Hulp voor Onbehuisden, meldt het Algemeen Handelsblad.

‘In onze drie-kwart-miljoen stad is het nachtasyl van Hulp voor Onbehuisden ontegenzeggelijk voor velen een uitkomst,’ schrijft De Telegraaf op 11 december in een artikel getiteld ‘Waar wanhoop gestuit wordt, hoe Hulp voor Onbehuisden tracht dakloozen een menschwaardig bestaan te verschaffen en verwording voorkomt.’ Het stuk wordt gesierd door een tekening van Jo Spier.

Jo Spier, De Telegraaf, 1930

Jo Spier, De Telegraaf, 1930

Het asyl herbergt soms menschen die vroeger zeker nooit gedacht zouden hebben er te belanden. Onder de wrakken van de levenszee worden wel eens zonen van hooggeplaatsten uit den lande aangetroffen. Kort geleden waren er een ingenieur en een candidaat in de philosofie! Men vindt er overigens sjouwerlieden, kantoorbedienden, varensgezellen, gewezen winkeliers, orgeldraaiers, ex-handelsreizigers, venters, kellners. renteniers die ‘op’ zijn, allerlei soorten ambachtslieden en menschen zelfs, die vloeiend vreemde talen spreken, maar ook lieden, die nauwelijks hun eigen taal kunnen schrijven.

Alles is weliswaar zeer proper en helder in het oude Pesthuys, volgens De Telegraaf, maar toch is HvO dringend aan iets nieuws toe ‘een flink gebouw van steen of beton, met alle gemakken, noodig voor de te bieden hulp.’

HvO, Horecaf, 1930

Feestmaaltijd voor kinderen van Hulp aan Onbehuisden in het A.M.V.J.-gebouw, aangeboden door de Horecaf, 1930

‘Een vroolijk kerstmaal voor 232 kinderen van Hulp voor Onbehuisden,’ kopt het Algemeen Handelsblad. De maaltijd op 29 december, in het gebouw van de A.M.V.J. (Amsterdamsche Maatschappij Voor Jongemannen) aan het Leidsebosje, is georganiseerd door Th. Meerman, namens de Horecaf, de federatie van Amsterdamse horecaondernemers. ‘Of de kinderen smulden! Soep, gehakte biefstuk met doperwten en aardappelen, kerstkrans! En dan ook nog een plak chocolade om mee te nemen.’
Het strijkje uit hotel Trianon verzorgt de muziek, Ben Ali-Libi goochelt en Bob Scholte zingt. Kelners van Trianon, Americain en het A.M.V.J.-gebouw bedienen de kinderen.
Ook in het fotokatern besteedt het Algemeen Handelsblad aandacht aan dit feestmaal. Foto’s van dit evenement verschijnen ook De Tijd, het Leeuwarder Nieuwsblad, in Hepkema’s Courant, de Graafschap bode, de Heldersche Courant en de Sumatra post.
Het is het begin van een lange traditie van samenwerking tussen de Horecaf en Hulp voor Onbehuisden.

HvO, horecaf, 1930

Feestmaaltijd voor kinderen van Hulp aan Onbehuisden in het A.M.V.J.-gebouw, aangeboden door de Horecaf, 1930

Het kerstfeest nadert, tekening HvO-blad 1930

Het kerstfeest nadert, tekening HvO-blad 1930

Eind december doet een winkelierster aan de Haarlemmerdijk aangifte bij de politie, aldus Het Volk, omdat twee mannen, die voorgaven namens de vereniging Hulp voor Onbehuisden oud papier te komen ophalen, drie dozen met dameskousen uit haar winkel hebben ontvreemd.

‘Spreek me niet van de malaise, maar laat uw hart spreken,’ schrijft Honing in Het Volk op 30 december in een oproep om geld, kleding en schoenen voor het nachtasiel van Hulp voor Onbehuisden. Deze oproep wordt een dag later herhaald in het Algemeen Handelsblad en De Tijd.

In 1930 verschijnt de roman Vrouwenkruistocht van Jo van Ammers-Küller, waarin HvO terloops wordt genoemd. ‘Verleden jaar nog had ze een groot legaat van tante Keejetje gekregen, dat ze, tot ergernis van de familie, meteen tusschen Armenzorg en Hulp voor Onbehuisden verdeeld had!’

In 1930 heeft HvO ongeveer 80 kinderen ondergebracht bij pleeggezinnen, voornamelijk in de Achterhoek.

Gedurende het jaar 1930 verstrekt Hulp voor Onbehuisden 272.917 nachtverblijven en verpleegdagen, gemiddeld 748 per dag.

 

1931

Oud Buitengasthuis van Hulp voor Onbehuisden, 1931

Oud Buitengasthuis van Hulp voor Onbehuisden, 1931

Voor de rechter staat een landloper die al voor de vierde keer een ruit heeft ingegooid. ‘Deze verdachte is een onmaatschappelijk man en volgens het reclasseeringsrapport der Vereeniging Hulp voor Onbehuisden kan te zijner opzichte van eenigen reclasseeringsmaatregel geen sprake zijn,’ aldus het Algemeen Handelsblad  op 9 januari. Zijn verdediger, mr. A. Zeldenrust, meent dat de man in een toestand van totale radeloosheid verkeerde.

Op zondag 10 januari speelt het orkest van Johan Strauss in het Concertgebouw. In de zaal bevinden zich, op uitnodiging van het Carlton Hotel, vele verpleegden van Amsterdamse instellingen, waaronder Hulp voor Onbehuisden. ‘Zelden zal Strauss een geestdriftiger gehoor hebben gehad. Vandaag nog was ’t de schone blauwe Donau, die in de tehuizen weerklonk,’ aldus het Algemeen Handelsblad. De concertbezoekers krijgen na afloop een presentje mee: chocolade voor de vrouwen, sigaren voor de mannen.

HvO, slaapzaal, 1931

Inrichting voor onbehuisden “Jonker” in Amsterdam, januari 1931. Foto uit weekblad Het Leven, rijen bedden met slapers.

'In het onverwarmde steenen wachtlokaal: half ontkleed wachten de stumpers op hun verplichte bad en ondergoed-inspectie,' tekening van Albert Funke Küpper in Het Volk 31 januari.

‘In het onverwarmde steenen wachtlokaal: half ontkleed wachten de stumpers op hun verplichte bad en ondergoed-inspectie,’ tekening van Albert Funke Küpper in Het Volk.

Onder de kop ‘Een nacht in het lange hemd van de zwervers,’ brengt Het Volk op zaterdag 31 januari een hele, door Albert Funke Küpper geïllustreerde, pagina over Hulp voor Onbehuisden. De verslaggever en de tekenaar gaan zelf eens een nacht slapen bij Jonker, ‘zooals het nog steeds in den volksmond heet.’ Ze gaan naar een politiebureau om een toegangsbewijs voor Hulp voor Onbehuisden te halen. Als schuchtere nieuwelingen worden zij in het Oude Buitengasthuis begroet door een ervaren dakloze met ‘schaam je er maar niet voor. Je zit er nu eenmaal in. En ’t is beter dan het Vondelpark.’
In het wachtlokaal komt de journalist allerlei mensen tegen, waaronder ‘een paar neger-jongens met lollig-zwarte snuiten’ die mismoedig voor zich uit kijken en rillen van de kou.

Kinderen en zusters in het Oud Buitengasthuis van Hulp voor Onbehuisden, begin jaren '30. Enkele kinderen dragen een witte zogeheten netenkap tegen hoofdluis.

Kinderen en zusters in het Oud Buitengasthuis van Hulp voor Onbehuisden, begin jaren ’30. Enkele kinderen dragen een witte zogeheten netenkap tegen hoofdluis.

Honing schrijft in het januarinummer van het HvO-blad opnieuw over het toenemend aantal kinderen dat in een huis van bewaring wordt opgenomen en staaft zijn artikel grondig met cijfers. ‘Hoe lang nog moet de Nederlandsche Kinderbescherming door deze donkere vlekken worden ontsierd,’ vraagt de directeur van Hulp voor Onbehuisden. De Tijd citeert op 30 januari uit dit artikel: ‘Het is een troostelooze reeks: in de jaren 1924 tot en met 1928 werden bijna 34 pCt. alle preventief gehechte kinderen in huizen van bewaring opgesloten.’
‘In het orgaan van Hulp voor Onbehuisden heeft de directeur de heer Honing, aldus vervolgende zijn campagne van enkele jaren geleden, een artikel gewijd aan “Het kind en het huis van bewaring.” De grondslag van dit artikel zijn geen beschouwingen, maar feiten, en wel de bij uitstek naakte feiten van de onlangs verschenen statistiek van de toepassing van de Kinderwetten over 1928. Daaruit blijkt, dat in 1928 niet minder dan 39 kinderen in huizen van bewaring preventieve hechtenis hebben ondergaan. Waarvan 14 beneden den leeftijd van 16 jaar, 6 beneden den leeftijd van 14 jaar! Denk eens even aan dat laatste zestal,’ schrijft het Nieuwsblad van het Noorden op 4 februari.
Naar aanleiding hiervan schrijft het communistische weekblad De Tribune ‘dat een dergelijke opsluiting in een gevangenis, zooals die in ons kapitalistisch landje is ingericht, op de verdere levensloop van zulke kinderen een brandmerk zet’ en dat dit uiteraard in Rusland veel beter is geregeld.

Meisjes stoppen sokken in het Oud Buitengasthuis van Hvo, 1931

Meisjes stoppen sokken in het Oud Buitengasthuis van Hvo, 1931

Het Algemeen Handelsblad meldt op 6 februari dat het aantal daklozen bij het Leger des Heils en Hulp voor Onbehuisden toeneemt door de weinig rooskleurige economische omstandigheden. ‘Typeerend voor de slechte tijdsomstandigheden is wel het feit, dat van de 109 mannen slechts 40 behooren tot de meer of minder geregelde bezoekers van de maatschappelijke inrichtingen,’ schrijft de krant. Het gaat vooral om werklozen.

Op 27 februari staat een dakloze voor de rechter die een winkelruit heeft ingegooid omdat er, ondanks het feit dat hij een bewijs voor Jonker had gehaald, geen plaats voor hem was bij Hulp voor Onbehuisden. Het is een ruit van 800 à 900 gulden. ‘Als u dat ooit weer doet, moet u een kleiner ruitje opzoeken,’ adviseert mr. Huysinga, de president van de rechtbank, de verdachte dan ook.
‘Het inslaan van een ruit bij Hirsch is geworden tot een droevige traditie van hen, die op een gegeven oogenblik geen raad meer weten,’ aldus Het Volk.

'Ik ben vervaardigd door de meidjes van Hulp voor Onbehuisden. Ik ben gedoopt met een, in ons land goed bekenden, vrouwennaam. Ik ben op de Beurs van de Dameskroniek in het R.A.I.-gebouw te Amsterdam. Hoe heet ik?' luidt het onderschrift bij de foto van een popje in het Algemeen Handelsblad op 5 maart.

‘Ik ben vervaardigd door de meisjes van Hulp voor Onbehuisden. Ik ben gedoopt met een, in ons land goed bekenden, vrouwennaam. Ik ben op de Beurs van de Dameskroniek in het R.A.I.-gebouw te Amsterdam. Hoe heet ik?’ Reclame voor de stand van HvO in het Algemeen Handelsblad 5 maart.

Het weekblad De Dameskroniek organiseert van 6 tot 15 maart voor de 29e keer een beurs, de voorloper van de Huishoudbeurs. in het R.A.I.-gebouw aan de Ferdinand Bolstraat. Hulp voor Onbehuisden krijgt hier belangeloos een stand om propaganda te maken voor het werk van de vereniging.
Op 6 maart is het Algemeen Handelsblad vol lof over de ‘keurige, fraai verzorgde stand van Hulp voor Onbehuisden. Deze sympathieke vereeniging, die zulk prachtig, nuttig werk in onze stad verricht, heeft een origineele methode bedacht om liefdes-gaven te verzamelen.’ Het is de bedoeling om in zo min mogelijk slagen een spijker in een houten balk te slaan. ‘Maar wie vaak de plank misslaat en zich toch verheugd gevoelt, omdat zijn misslagen immers een heilzame uitwerking hebben ten bate van vele armen en misdeelden, diegene slaat den spijker op den kop in een nog veel mooiere beteekenis!’

Oud Buitengasthuis, ets. H. Elzinga, 1931

Oud Buitengasthuis, ets. H. Elzinga, 1931

Hulp voor Onbehuisden verkoopt tijdens deze beurs ook veertig etsen van het Oud-Buitengasthuis van de hand van de Friese kunstschilder Hannes Elzinga – ‘een leerling van Prof. Van der Waay,’ zo prijst het huisorgaan – voor de prijs van ƒ15 per stuk. De kunstenaar staat welwillend 1/6 deel van de opbrengst af aan HvO.

Een prijsvraag waarbij Het Volk lezers in maart vraagt wat er moet gebeuren met het Panoramagebouw tegenover Artis aan de Plantage Middenlaan, levert uiteraard vele antwoorden op, waaronder de suggestie er een ‘dependance van Jonkers Toevlucht voor Onbehuisden’ van te maken. Geen van de plannen vindt overigens doorgang, het gebouw wordt in 1935 gesloopt en op die plaats is ook nu nog altijd een plantsoen.

HvO, papierpers Oud Buitengasthuis, 1931

Papierverwerking bij Hulp voor Onbehuisden in 1931

Onder de kop ‘Nieuw van Oud’ doet Hulp voor Onbehuisden in het maartnummer van het eigen tijdschrift in 1931 opnieuw een oproep oud papier aan de vereniging af te staan. ‘Het product oud papier is voor het oogenblik moeilijk aan den man te brengen. Toch draaien in onze mannenafdeling stevige kerels de hefbomen der papierpersen stevig vast. Ondanks den papierprijs, die kelderde, blijft er nog wel een klein winstje over voor de mannenafdeeling, die dat best kan gebruiken.’

Onder de kop ‘De hel van Jonker’ bericht het communistische weekblad De Tribune op 21 april over vermeende misstanden bij HvO waar sprake zou zijn van ‘schandelijke uitbuiting.’
‘Voor alle deze dingen is het “democratische” gemeentebestuur de Vlugt-Wibaut-de Miranda rechtstreeks verantwoordelijk,’ aldus het weekblad. ‘Zij immers steunen Jonker met rijkelijke subsidies voor de instandhouding van dit uitzuigersparadijs.’

Binnenplaats Oud Buitengasthuis van Hulp voor Onbehuisden, 1931

Binnenplaats Oud Buitengasthuis van Hulp voor Onbehuisden, 1931

De gemeente begint met de uitbreiding van het Wilhelmina Gasthuis en daarom moet een deel van de bevolking van het Oud Buitengasthuis van Hulp voor Onbehuisden alvast elders onderdak zoeken. De Mannenafdeling verhuist naar de Weesperzijde aan de Amstel en een deel van het oude Pesthuis wordt alvast afgebroken. Op 13 maart kan HvO het pand betrekken. Het is de bedoeling dat de huisvesting aan de Weesperzijde van tijdelijke aard is, de gemeente is van plan een aantal grote stedelijke armen- en weeshuizen op te richten. Van deze ambitieuze plannen van de gemeente – daarbij overigens van harte gesteund door het bestuur van Hulp voor Onbehuisden – om een aantal nette, grote voorzieningen in de stad te bouwen voor iedereen die opvang behoeft, komt niets terecht.

Begin mei vraagt Hulp voor Onbehuisden in diverse kranten (Algemeen Handelsblad, Het Vaderland, De Tijd) steun aan de burgerij, want ‘Tegenover deze sterke stijging van hulpzoekenden, staat – het werk hangt voor de helft van particuliere bijdragen af – geen evenredige stijging der inkomsten.’

HvO, tekening, 1931

Peuters van HvO, illustratie Greta Stein, 1931

Het Algemeen Handelsblad bericht op 2 mei uitgebreid over de kinderafdeling van Hulp van Onbehuisden. Het artikel gaat vergezeld van drie tekeningen van Greta Stein. HvO neemt het artikel over in het eigen tijdschrift.
De verslaggever gaat uitgebreid in op de geschiedenis van het oude Pesthuis, ‘bij Wagenaar [de stadshistoricus Jan Wagenaar] kan men onder meer lezen, dat er twee zalen waren voor “kranke, onnoozele en ongeregelde vrouwspersonen,” met bedsteden waarin deze vrouwen, als ze “moedwillig zijn of beginnen te razen,” veilig konden worden opgesloten. Hier waren ook de “dolhuyskens,” waarvan ik een beschrijving las; koude, vochtige, duistere hokken, waarin de krankzinnigen werden ondergebracht, deze krankzinnigen, die ook bij gelegenheid te kijk waren voor de bezoekers.’

Peuters van HvO, illustratie Greta Stein, 1931

Peuters van HvO, illustratie Greta Stein, 1931

Vergeleken met de huidige situatie bij Hulp voor Onbehuisden stelt het Algemeen Handelsblad ‘nooit heb ik zóó sterk gevoeld hoezeer wij, bij al wat er overigens nog verkeerd is in de wereld, vooruitgegaan zijn bij vroeger.’

‘Heel ’t huis, dat eens zoo vreeselijke Pesthuis, was van het lieflijke, dat van zooveel kinderen uitgaat, vervuld en overal trof de zorg, die hun gewijd werd, de lichte en blijde sfeer die het oude huis met zijn steenen vloeren, zwaren bouw en forsche gebinten vervulde.’

Advertentie in De Tijd 1931

Advertentie in De Tijd 1931

Op 22 mei adverteert Hulp voor Onbehuisden in De Tijd voor een huismeesteres ten behoeve van het Observatiehuis.

De Telegraaf vat begin juni het driemaandelijkse statistische overzicht samen waarin zich de economische toestand van Amsterdam weerspiegelt. Het aantal nachtverblijven dat Hulp voor Onbehuisden en het Leger des Heils verstrekken is groter dan het jaar daarvoor: 87.000 tegen 76.800.
Ook in het tweede kwartaal neemt dit aantal toe, 84.500 tegenover 77.200 in 1930, aldus het Algemeen Handelsblad. In het derde kwartaal is dit 87.760 ten opzichte van 79.680 in het vorige jaar, volgens het Algemeen Handelsblad.

Arie Querido in 1930 en 1931

Arie Querido in 1930 en 1931

Op 1 juni 1931 komt Arie Querido (1901-1983), de naamgever van de latere Queridostichting, in dienst als psychiater bij de afdeling Geestes- en Zenuwzieken van de  Gemeentelijke Geneeskundige en Gezondheidsdienst in Amsterdam. Het is een van zijn taken om uit oogpunt van bezuiniging het aantal opnamen uit Amsterdam in de psychiatrische ziekenhuizen, zoals Santpoort, te beperken. Querido doet dit onder meer door bij een crisis eerst te kijken of de leefomstandigheden van de patiënt direct kunnen worden verbeterd – hij beschikt hiervoor over een noodpotje van de gemeente – en of familie, vrienden of buren van de betrokkene daarbij een rol kunnen spelen. Hij vindt dat de psychiater de patiënt moest bezoeken en niet andersom en staat zo aan de wieg van de ambulante zorg. Arie Querido rijdt met een auto van de GG&GD door stad en land en wordt beroemd als de eerste rijdende psychiater.

HvO, Jongenshuis, 1932

Jongenshuis van HvO, jaren’30

Het Jongenshuis aan de Prins Hendrikkade viert in 1931 zijn twintigjarige bestaan. De directeur van dit huis, de heer De Winter, krijgt assistentie van een adjunct-directeur, de heer Peereboom. Het Algemeen Handelsblad noemt een tehuis van dit  type ‘een gesticht met halve vrijheid.’

G.H. Honing is inmiddels ook voorzitter geworden van de Vereniging van directeuren en directrices van rijks- en particuliere opvoedingsgestichten in Nederland.

Half juni vraagt Honing in het Algemeen Handelsblad en Het Vaderland om kleding voor de bewoners van HvO. ‘Een kleedingstuk kan een trouwe vriend zijn, van wien het zwaar valt te scheiden, doch vaak ook slechts een oppervlakkige kennis, dien men zonder spijt ziet vertrekken. In beide gevallen, wanneer een deel uwer garderobe met groot verlof zal gaan, denk dan eens aan Hulp voor Onbehuisden.’

Brand, HvO, 1931

‘Rookende puinhopen. Wat er van de beide loodsen op het terrein overbleef na den brand van einde Juni,’ tekening van Joop van de Berg in het HvO-blad.

Op 27 juni legt een brand bij Hulp voor Onbehuisden twee grote houten loosden op het terrein achter het Pesthuis in de as. De brand, die wordt ontdekt door J.C. Gestman, de directeur van de mannenafdeling van HvO, zorgt voor grote consternatie. ‘De zware rookwolken kon men zelfs tot zeer ver in de stad en hoog in de lucht zien, zoodat er in vele wijken der gemeente al spoedig bekend was, dat er in het stadscentrum een flinke brand woedde,’ aldus het Algemeen Handelsblad. Mede door een gunstige windrichting vallen er gelukkig geen gewonden, maar is wel een forse schadepost voor de vereniging omdat de verloren loodsen vol voorraden lagen, waaronder de kampeeruitrusting. Enkele honderden kinderen worden zonder incidenten in veiligheid gebracht.
Een dag later wordt een man aangehouden die ervan wordt verdacht de brand te hebben aangestoken. Volgens het Algemeen Handelsblad heeft de man weliswaar toegegeven ‘ongenoegen met den hoofddirecteur te hebben gehad,’ maar ontkent hij de brandstichting. Een paar dagen later wordt hij vrijgelaten wegens gebrek aan bewijs.
De brand is groot nieuws en haalt ook de Leeuwarder Courant, de Nieuwe Tilburgsche Courant, het Nieuwsblad van het Noorden, het Leeuwarder nieuwsblad, de Limburger koerier, de Schager Courant, De Sumatra post, het Bataviaasch nieuwsblad en het Soerabaijasch handelsblad.

De benedenkeuken in het Oud Buitengasthuis van HvO, begin jaren '30.

De benedenkeuken in het Oud Buitengasthuis van HvO, begin jaren ’30.

Kinderen van HvO in het Vondelpark

Kinderen van HvO in het Vondelpark

In het Algemeen Handelsblad van 7 juli staat een sfeerreportage over het Vondelpark. De verslaggeefster komt er allerlei verschillende mensen tegen die van het park weten te genieten. ‘Er was een groepje uit de Toevlucht voor Onbehuisden, die met een begeleidster hier elken mooien morgen komen; de ouderen hadden zich om een paar eenden verzameld, stilletjes lachend toeziend hoe die waggelend en kwakkend aankwamen om ’t aangeboden brood te halen.’
Het is juist deze scene die Greta Stein, de illustratrice van het artikel, vastlegt.

In juli wordt een 32-jarige werkman aangehouden, die met een stuk hout negen ruiten van Toevlucht voor Onbehuisden heeft ingeslagen, omdat hij daar niet werd toegelaten, meldt het Algemeen Handelsblad.

Begin juli plaatst Hulp voor Onbehuisden ingezonden mededelingen in onder meer Het Volk, het Algemeen Handelsblad, Voorwaarts en het Nieuw Israëlitisch weekblad, waarin men vreest dat de kinderen ten gevolge van deze brand niet met zomervakantie kunnen gaan, tenzij de burgerij bijspringt. ‘Kindervrienden! De daad is thans aan U,’ aldus Honing.
Twee weken later kunnen de kranten gelukkig al melden dat de oproep om hulp voldoende weerklank heeft gevonden en dat de kinderen van HvO alsnog op zomerkamp zullen gaan. Hiervoor is een bedrag van ƒ3292 binnengekomen, aldus het Algemeen Handelsblad. De 240 kinderen zijn inmiddels vertrokken naar Nunspeet.

Vakantiekamp van Hulp voor Onbehuisden in Nunspeet in 1931

Vakantiekamp van Hulp voor Onbehuisden in Nunspeet in 1931, zuster Ossewaarde knipt het haar van een kind

In weekblad De Tribune klaagt een joodse arbeider dat zijn dochter bij Jonker geen koosjer eten krijgt. Als lid van de SDAP schrijft hij hierover een brief naar Het Volk, maar de krant weigert deze te plaatsen wegens het gebruik van schuttingtaal. Ook bij wethouder Douwes vindt hij geen gehoor. De Tribune plaatst weliswaar zijn klacht, maar acht het verstrekken van ritueel voedsel een reactionair verlangen, ‘klassebewuste arbeiders moeten breken met godsdienstig bijgeloof.’

Bij HvO wordt hard gewerkt. Uit de notulen van het bestuur blijkt dat een assistent van de Economische en Huishoudelijke Dienst het zo druk te hebben dat hij ‘herhaaldelijk niet naar huis kan om zijn middagmaal te gebruiken.’ Er wordt besloten dat deze medewerker in voorkomende gevallen samen met de bewoners de lunch kan gebruiken.

Het gebouw der Kinderbescherming, HvO-blad, 1931

Het gebouw der Kinderbescherming, HvO-blad, 1931

‘De bladeren vallen, de herfst kondigt zich dit jaar wel vroeg aan. Velen denken reeds aan winterkleeding; zij kijken de kleerenkast na. Ja, er moet wat nieuws zijn! Sommigen laten de oude stukken hangen als voedsel voor de motten; anderen verkoopen het overschot voor een appel en een ei. Er is nog een derde weg,’ schrijft Honing op 10 september in het Algemeen Handelsblad, Het Volk en De Tijd, ‘en een goede! Hulp voor Onbehuisden moet 140 mannen en eenige tientallen vrouwen kleeden van gekregen goed.’

Het Vaderland neemt op 2 oktober een waarschuwing over uit het Maandblad voor Berechting en Reclassering. Omdat het Observatiehuis van Hulp voor Onbehuisden financieel te gronde dreigt te gaan, zullen kinderen weer in het huis van bewaring worden ingesloten. ‘De Minister van Justitie [Jan Donner] is tijdig gewaarschuwd, maar hij blijft afwachten,’ aldus Het Vaderland. ‘Het betreft een sluitpost van ƒ 10.000 à ƒ 15.000 waarmee jaarlijks ongeveer 150 kinderen gebaat zijn.’
Hulp voor Onbehuisden dekt het tekort ‘voor minstens 4/7 uit haar eigen middelen, verkregen uit giften en gaven.’ Het Vaderland wijst erop dat in het Observatiehuis een groot aantal kinderen van buiten Amsterdam wordt opgenomen en vindt het ook ‘niet goed te praten, dat het Rijk van de verpleegkosten van ieder kind, die ƒ 3.40 per dag bedragen, slechts ƒ 1.75 vergoedt.’

P.C. Faber met een pupil in 1930

P.C. Faber met een pupil in 1930

Ook de sociaal democratische krant Het Volk constateert dat het niet goed gaat met het  dwang-opvoedingswezen in ons land. “Wat is daarvan de oorzaak,” aldus de vraag, die wij voorlegden aan onzen partijgenoot P.C. Faber, directeur van de kinderafdeeling van Hulp voor Onbehuisden, en zeer wel bekend in de practijk der kinderbescherming hier te land. “Gebrek aan geld,” luidde het antwoord. “De directeuren van de inrichtingen zijn veelal vol goeden wil, maar zij hebben het geld niet, om behoorlijk opgeleide opvoeders aan te stellen, en om een voldoend aantal van hen aan te stellen.’

Oud Buitengasthuis, Algemeen Handelsblad, 15 oktober 1931

Oud Buitengasthuis, Algemeen Handelsblad, 15 oktober 1931

Het Algemeen Handelsblad bericht op 15 oktober stemmig over de sloop van de linkervleugel van het oude Pesthuis. Men zoekt hiertoe directeur G.H. Honing op in zijn sobere kantoor die ‘met zijn eeuwige optimisme’ vertelt dat Hulp voor Onbehuisden niet ontevreden is met de gang van zaken. De interne mannen zijn verhuisd naar de Weesperzijde en de kinderen verblijven nu op hun plek, wat voor hen een behoorlijke verbetering is, volgens Honing. Het is er lichter, ruimer en huiselijker. Architect Van Leeuwen heeft samen met Publieke Werken van de ‘kloosterachtige ruimten gemaakt, wat ervan te maken was.’ Bovendien is hierdoor de capaciteit vergroot met extra plaats voor dertig kinderen en twintig mannen.
‘Jammer, dat de slechte tijden zich nu ook gaan uiten in de giften, die kleiner en kleiner worden,’ aldus Honing, ‘juist nu méér dan ooit door de hulpbehoevende menschheid aan den bijstand van H. v. O. wordt geappelleerd.’

De afbraak van een deel van het Oud Buitengasthuis, oktober 1931

De afbraak van een deel van het Oud Buitengasthuis van Hulp voor Onbehuisden, oktober 1931

Op 19 november houdt P.C. Faber tijdens een ontwikkelingsavond van de SDAP een ‘uiteenzetting over Maatschappelijk Werk en Toevlucht voor Onbehuisden. Op schitterende wijze besprak hij de sociale taak der vereeniging en wekte de aanwezigen op haar te steunen,’ aldus Het Volk.

In een serie lezingen in Groningen door de Vereniging van Gezinsvoogden spreekt Faber op 24 november in het Concerthuis. Hij houdt een causerie over het onderwerp ‘Van de bestraffing van een crimineel kind tot de pedagogische behandeling van een moeite gevend kind,’ aldus een advertentie in het Nieuwsblad van het Noorden.

HvO, tekening, 1931

Illustraties van Herman Moerkerk bij een tweetal artikelen over HvO in De Tijd, 1931.

Onder de titel ‘Het logement der misdeelden’ wijdt De Tijd op 20 november een hele pagina aan Hulp voor Onbehuisden. Een week later verschijnt het tweede deel van deze reportage in De Tijd, opnieuw een hele pagina. Deze artikelen van Arthur Vagavi worden, inclusief de fraaie illustraties van Herman Moerkerk, overgenomen door het huisorgaan van HvO.
Het is geen feitelijk relaas, maar een dichterlijke sfeerreportage met een lange aanloop, waarbij de journalist het effectbejag niet schuwt. Het verhaal begint in een chique café-restaurant met een decadente ambiance, waar ‘men eet en danst en proeft verveeld den ouden wijn,’ en waar muziekklinkt, Mach rotes Licht, wir wollen Tango tanzen (een lied uit de film Ein Mädel von der Reeperbahn uit 1930). ‘Wij hadden de vooze symphonie der stemmen beluisterd in het café en van de straat en nu brak de leugen in een schrillen dissonant.’ De verslaggever moet aan Arthur Schnitzler denken: ‘Und wenn uns ein Zug von Bacchanten begleitet, den Weg hinab gehen wir alle allein’ (uit het toneelstuk Der einsame Weg uit 1904). Even later citeert hij Yvan Goll, Blaise Cendrars en Rilke.
De journalist en zijn metgezel raken gefascineerd door een gestalte op straat en volgen deze door de stad om aan te komen bij Hulp voor Onbehuisden, de ‘herberg der misère.’ Zij besluiten op onderzoek uit te gaan en melden zich aan voor het nachtasiel. ‘In een koperen plaatje, waarin een nummer is geprikt, ligt ons recht besloten op een bed en een bord eten. Wij zijn nu genummerden in de reeks der bedeelden.’
De reporter is goed te spreken over de bejegening en richt zich tot de medewerkers van HvO. ‘Zoo’n zorgzaam gebaar en de vriendelijke toon van jullie bedienden vindt in ieder zwervershart een dieper résonance dan jullie misschien vermoeden.’

Illustraties van Herman Moerkerk bij een tweetal artikelen over HvO in De Tijd, 1931.

Illustraties van Herman Moerkerk bij een tweetal artikelen over HvO in De Tijd, 1931.

De gasverlichting in het Oud Buitengasthuis is duur en ondoelmatig en wordt daarom in 1931 vervangen door elektrisch licht.
Brood wordt voortaan betrokken van een fabriek, HvO sluit de eigen bakkerij en ontslaat de bakker en de chef-bakker.

Afbraak van een deel van het Oud Buitengasthuis, oktober 1931

Afbraak van een deel van het Oud Buitengasthuis, oktober 1931

Tijdens de bespreking van de gemeentebegroting stellen B. en W. van Amsterdam voor om Hulp voor Onbehuisden in 1932 een subsidie toe te kennen van ƒ 160.000, meldt het Algemeen Handelsblad op 28 november.
Het raadslid Klaas Toornstra (SDAP) vraagt bij deze gelegenheid naar het lot van het Observatiehuis in de Vosmaerstraat en betoogt dat de stad hier niet moet bezuinigen, maar er juist voor moet zorgen dat dit tehuis behouden blijft.
Frida Katz (CHU) beschouwt het Observatiehuis als ‘particulier werk waarvoor het Rijk subsidie verleent,’ zij het te weinig. Er komen volgens Katz nog veel te veel kinderen in het Huis van Bewaring terecht en daarom moeten Rijk en gemeente er samen voor zorgen dat dit instituut in stand blijft. Mevrouw Katz treedt indien noodzakelijk overigens ook op als advocaat van het Observatiehuis.
B. en W. stellen het Observatiehuis in de gelegenheid het nog enkele maanden aan te zien, opdat men niet behoeft te liquideren.

Het Manneninternaat van Hulp voor Onbehuisden aan de Weesperzijde 109A in 1931 en hetzelfde pand in 2016

Bij deze gelegenheid is Liede Tilanus, raadslid voor de SDAP, vol lof over wat dan nog de tijdelijke Toevlucht voor Onbehuisden aan de Weesperzijde wordt genoemd. ‘Zij  waardeert de wijze waarop Publieke Werken een fabriek tot huis voor onbehuisden hebben verbouwd,’ aldus Het Volk, maar heeft vastgesteld dat op één slaapzaal aldaar nog oude meubels staan. Wethouder Douwes haast zich te verklaren dat deze worden vernieuwd zodra de middelen van HvO dit toelaten, schrijft het Algemeen Handelsblad.

Hulp voor Onbehuisden betrekt dit pand in augustus. In de voormalige brouwerij wonen in eerste instantie 140 mannen. De ophaaldienst voor oud papier en ‘brokkenwerk,’ de machinerie voor de verwerking daarvan en de werkplaatsen zijn meeverhuisd vanuit het Oud Buitengasthuis. In een artikel in het tijdschrift van HvO over de nieuwe behuizing wordt opgemerkt dat er de laatste tijd veel Keulse potten worden opgehaald. Hieruit leidt de auteur af dat eigen inmaak blijkbaar steeds minder populair wordt, want ‘vaak is hetgeen bij ons inkomt een soort gebruikswaarde-thermometer.’ Het internaat is grotendeels zelfvoorzienend, zo komen alle kleding en schoenen voor de bewoners van de eigen ophaaldienst en worden door bewoners die schoenmaker en kleermaker zijn in orde gemaakt. En als bewoners in hun zondagse tenue uitgaan, ‘zien ze er keurig uit,’ aldus het HvO-blad.

Tweemaal het interieur van het nieuwe pand van HvO aan de Weesperzijde in 1931

Tweemaal het interieur van het nieuwe pand van HvO aan de Weesperzijde in 1931

In het decembernummer van het eigen tijdschrift besteedt Hulp voor Onbehuisden aandacht aan Folmina, het tehuis van de vereniging in Houten, waar niet meer leerplichtige meisjes worden opgevangen. De meisjes krijgen er een ‘practische, huishoudelijke opvoeding.’ Men heeft recent op het terrein flink wat bomen gerooid om het in huis wat lichter te maken. Er is nog schaduw genoeg overgebleven, verzekert een zuster. Zo is er ook ruimte ontstaan voor een moestuin. De meisjes verzorgen ook konijnen en er is Flip, de waakse loopeend, ‘die kuiert overal met zijn verzorgsters mee, waar ze ook bezig zijn en laat zich aanhalen en beetpakken.’
De meisjes leren bij Folmina de handen uit de mouwen te steken, met het doel ‘van onze pupillen vrouwen te maken, die zich een weg door het leven kunnen banen en die wat waard zijn in eigen of anderer gezin.’

Folmina in Houten, 1931

Folmina in Houten, 1931

Omslag van het HvO-blad, december 1931

Omslag van het HvO-blad, december 1931

De gemeente verhoogt de huur van het Pesthuis van 1 gulden naar 12.000 gulden per jaar in verband met een wijziging in de administratieve regels van de gemeente. Gelukkig voor HvO wordt dit bedrag volledig gedekt door een hogere subsidie verstrekt door diezelfde gemeente. De huur van het pand aan de Weesperzijde bedraagt ƒ10.000 per jaar, aldus Het Volk.

Accountantskantoor Klynveld wordt eind 1931 verzocht op te treden als bedrijfsaccountant.

Hoewel er al langere tijd diverse plannen zijn om een eigen zomerkamp in te richten, besluit HvO de vakantiekampen voor de kinderen voorlopig voort te zetten in Saxenheim in Nunspeet.

Zuster Mylanus, die sinds 1906 in dienst is van de vereniging en in het HvO-blad warmhartig ‘Moeke Mylanus’ wordt genoemd, gaat in december met pensioen. Bij de mannenafdeling gaat de heer C. Dinse, die vanaf de oprichting in 1904 bij Hulp voor Onbehuisden in dienst is en daarvoor al heeft samengewerkt met de Jonkers in de Toevlucht voor Onbehuisden aan de Zwanenburgerstraat, met pensioen.

In het fotokatern van De Tijd van 4 december staat onder de kop ‘Hulp in behoeftige omstandigheden. In de woningen van liefdadigheid,’ een serie van vier foto’s uit Hulp voor Onbehuisden.

'De dakloozen vinden een welkom onthaal. Nuttige arbeid doodt den tijd. Een goed maal en een frisch bad verkwikt, en een gezonde slaap geeft krachten voor den komenden dag,' De Tijd 4 december 1931.

‘De dakloozen vinden een welkom onthaal. Nuttige arbeid doodt den tijd. Een goed maal en een frisch bad verkwikt, en een gezonde slaap geeft krachten voor den komenden dag,’ De Tijd 4 december 1931.

Feestmaal van de Horecaf voor de kinderen van HvO

Feestmaal van de Horecaf voor de kinderen van HvO

Op 21 december brengen 25 leden van de Sociaal-Democratische Vrouwenclub een bezoek aan Hulp voor Onbehuisden. ‘Aan het slot van den rondgang vertolkte partijgenoote Van Noorden-Pieters de gevoelens van allen, door er op te wijzen, dat deze excursie bij allen de overtuiging had gebracht, dat hier een sociaal en goed werk wordt verricht,’ aldus Het Volk.

De Horecaf, de federatie van Amsterdamse horecaondernemers, besluit op initiatief van voorzitter Meerman, directeur van hotel Trianon, om de circa 240 schoolgaande kinderen van Hulp voor Onbehuisden op 24 december, evenals het vorige jaar, een Kerstmaaltijd aan te bieden.

Horecafdiner, De Tijd, 28 december 1931

Horecafdiner, De Tijd, 28 december 1931

Onder de kop ‘Zonnige kindergezichtjes’ doet het Algemeen Handelsblad verslag van dit festijn. Op het menu staan gehakte biefstuk, aardappelen, doperwten, sinaasappelen en kerstkrans. De kinderen waarderen vooral de organist en de zangeres van het strijkje. Tot slot zorgt boekhandel/uitgever Allert de Lange ervoor ‘dat ieder kind met een prachtig prentenboek naar huis kon gaan.’
In diverse kranten, zoals het Algemeen Handelsblad, Nieuwsblad van het Noorden, De Tijd en het Limburgsch Dagblad, verschijnt hiervan een berichtje en een foto.

In 1931 verstrekt Hulp voor Onbehuisden 295.764 nachtverblijven en verpleegdagen, gemiddeld 810 per dag.

 

 

1932

Meisjesafdeling van HvO in het Oud Buitengasthuis in 1932.

Op 29 februari plaatst Hulp voor Onbehuisden een verzoek om steun in onder meer De Telegraaf en Het Volk, want er zijn heel veel mensen die de vereniging om hulp vragen. ‘Helpt, eer het te laat is. Want als Hulp voor Onbehuisden moet sluiten, wat dan?
HvO zet zijn campagne om geld op te halen voort in het Algemeen Handelsblad en opnieuw Het Volk. De toon is hoopvol, de gulle gevers worden uitvoerig bedankt, er is al bijna ƒ 5.600 van de dringend benodigde ƒ 30.000 binnengekomen.

In de statistische rubriek ‘Amsterdam in cijfers’ gaat het Algemeen Handelsblad begin maart in op de gevolgen van de crisis. Niet alleen is er veel meer uitgekeerd wegens werkeloosheid, ook verstrekten Hulp voor Onbehuisden en het Leger des Heils in meer gevallen nachtverblijf (349.800 in 1931 tegen 318.900 in 1930).

Bewoonsters van HvO in het Oude Buitengasthuis aan het handwerken

Bewoonsters van HvO in het Oude Buitengasthuis aan het handwerken

Samen met enkele andere ‘humanitaire instellingen’ staat Hulp voor Onbehuisden begin april opnieuw op de 34e editie van de beurs van het weekblad de Dameskroniek in de RAI, ‘om de aanwezigen gelegenheid te geven hun weldadigheidszin te uiten,’ meldt Het Vaderland.
‘Geen bezoekster of bezoeker zal verzuimen, even te toeven voor de stand, die de kinderen van Hulp voor Onbehuisden op alleraardigste wijze met guirlandes en prijzen hebben versierd, om aan het rad van avontuur een kansje te wagen of spijkers te slaan ten bate van deze sympathieke instelling,’ schrijft het Algemeen Handelsblad.
De Tijd is blij dat hierbij de ‘goede gewoonte getrouw gebleven werd om liefdadigheidsvereenigingen (…) belangeloos te doen exposeeren.’

Binnenplaats van het Oud Buitengasthuis van Hulp voor Onbehuisden in 1932

Binnenplaats van het Oud Buitengasthuis van Hulp voor Onbehuisden in 1932

Op de jaarvergadering van de Bond tot Kinderbescherming op 5 april in de Utrechtse Jaarbeurs is HvO-directeur Honing een van de sprekers. ‘Als de regeering ons het geld onthoudt, dat noodig is voor dezen kinderzorg, moet de regeering maar zeggen, hoe het dan wel moet,’ aldus Honing in dagblad Het Volk. ‘Maar wij kunnen ons niet laten dwingen tot het betrachten van kinderexploitatie in plaats van kinderbescherming,’ aldus Honing.
Ook P.C. Faber van HvO bestrijdt ‘met felheid’ de bezuinigingsdrift van het departement. ‘Waarop ook moet worden bezuinigd, niet op de kinderbescherming,’ volgens Faber. ‘Dit is kortzichtige politiek, ook uit economisch oogpunt!’

De Nieuwe Apeldoornsche courant vindt dat er in deze tijd overdreven veel aandacht en waardering uitgaat naar sportmensen, met name naar voetballers. ‘Zouden Rembrandt, Jan Steen en Frans Hals, gesteld, dat zij terug zouden kunnen keeren, evenals de voetballers worden ondergebracht en te slapen gelegd in Carlton, Doelen-, of American-Hotel? Neen, meneer, ze zouden een slaapplaats moeten zoeken in de Toevlucht voor Onbehuisden of bij het Leger des Heils.’

Daddy_Long_Legs_(1931)_Movie_Poster

Daklozen hoeven zich in 1932 niet langer eerst bij de politie te melden voor een overnachting bij Hulp voor Onbehuisden. ‘Het gaat voor de maatschappelijk gezakten wat menschelijker toe,’ schrijft de Leeuwarder Courant op 21 mei, ‘zij melden zich direct bij Hulp voor Onbehuisden, een nachtlijst wordt daar aangelegd en gedurende den nacht heeft het politieonderzoek langs administratieven weg dan plaats’.

Hulp voor Onbehuisden wordt tien jaar na het overlijden van de oprichter ‘in de wandeling’ nog altijd Jonker wordt genoemd. Volgens de krant is HvO ‘een der belangrijkste sociale instellingen, zonder welke Amsterdam het thans noode meer zou kunnen redden.’
De verslaggever van de Leeuwarder Courant vergelijkt de sfeer bij HvO met die van het kindertehuis in de zojuist verschenen film Daddy Long Legs. ‘Hoe wonderlijk wel is men er in geslaagd om met beperkte middelen en zonder hoog gesalarieerd personeel – immers ook de financiën baren hier veel hoofdbrekens – alle specifieke gestichtssfeer te mijden en het woelige kroost iets van het eigen huis te geven.’

Op zondag 29 mei geeft Kunst Verheft, de toneelvereniging van de politie, een feestavond met bal in Bellevue, waarvan de opbrengst ten goede komt aan Hulp voor Onbehuisden, meldt het Nieuw Israëlitisch weekblad. Men speelt het stuk ‘Mooie Juultje van Volendam,’ weet De Tijd.

‘Amsterdams “afleggers” kleeden doorloopend de onbehuisden,’ schrijft Honing in een oproep om kleding aan HvO te doneren, omdat de kasten van de vereniging weer eens leeg zijn. Het verzoek verschijnt in het Algemeen Handelsblad en Het Volk.

Als je een bolsjewiek bent, en het revolutionaire woord onder lotgenoten verbreidt, dan word je er bij Jonker, ‘toevlucht voor onbehuisden noemt de brave burgerij dat,’ zonder pardon uitgegooid, schampert het weekblad De Tribune op 29 juni.

HvO, vakantie, 1932

Kinderen van HvO aan boord van de Prinses Juliana, 1932

Begin juli roept Hulp voor Onbehuisden in het Algemeen Handelsblad, Het Vaderland, De Telegraaf en het Nieuw Israëlitisch weekblad op om geld te geven voor de zomervakantie van 250 kinderen. Drieduizend gulden bepaalt het verschil tussen kamperen of thuisblijven. ‘Kindervrienden! Helpt mede dezen gestichtskinderen, wier jonge leventjes vaak al heel wat leed kenden, die vreugde te bereiden.’
Binnen een week kan Hulp voor Onbehuisden gelukkig al melden dat de kinderen door vele gulle giften op 18 juli voor vier weken naar het vertrouwde kampeerterrein Saxenheim in Nunspeet zullen gaan. Ze vertrekken vanaf de De Ruyterkade per boot naar Elburg. Het Onderwijsfonds voor de Binnenvaart heeft hiervoor welwillend zijn beide opleidingsschepen beschikbaar gesteld, de Prinses Juliana en de Prins Hendrik.
Ook de terugkeer naar Amsterdam van de 250 kinderen en 20 begeleiders op 13 augustus vindt op deze manier plaats.

G.T.J. de Jongh, 1931

G.T.J. de Jongh, 1931

De Amsterdamse kinderrechter, mr. G.T.J. de Jongh, tevens bestuurslid van Hulp voor Onbehuisden, spreekt zich op 18 augustus in Het Volk fel uit tegen besnoeiing van de kinderbescherming. De Jongh wordt opgevoerd als een betrouwbare deskundige, want hij is volgens de krant ‘geen man van lange beschouwingen. Eerst de practijk, dan nog eens de practijk en dan nog eens de practijk. Feiten en cijfers. Maar vooral: de gevallen zelf.’ En dit is een van die treffende gevallen:

O ja, daar hebben wij dit meisje, dat met een paar vriendinnetjes had ‘ingebroken’ in school. Zij gingen er kalmweg chocola zetten. Inbraak? Och, eigenlijk beschouwen de kinderen de school als iets, dat bij hen hoort, dat eigenlijk van hen is. Maar goed: dit kind was toch wel in een heel verkeerde omgeving. Moeder is een knoeister en richt het kind er op af, lastige schuldeischers af te poeieren. Zij komt in een dienstje en, voortgaand in moeders richting, neemt zij iets weg. Wij wijzen een gezinsvoogd aan en sturen haar voor zes maanden naar een tehuis van de vereeniging Hulp voor Onbehuisden in Houten, Utrecht.
Zij komt terug, nieuwe dienst; alles gaat een poosje best tot mevrouw bedlegerig wordt en… zij weer steelt. Zij neemt een mooien mantel van mevrouw weg, niet om hem te verkoopen, maar om er ook eens echt sjiek uit te zien.
Wij kijken ernstig. Wat moeten wij met het kind doen? Terug naar Houten; verder werken aan haar opvoeding… Jawel, pang! Op grond van den toestand van ’s Rijks financiën kan het departement de uitgaven verbonden aan de plaatsing van Marietje Zoo en Zoo niet toestaan.

HvO, tekening, 1932

De oude en de nieuwe zaal van HvO in 1932. Tekening: Joop van de Berg.

Hulp voor Onbehuisden en het Leger des Heils verstrekken in het tweede kwartaal van 1932 88.100 nachtverblijven tegenover 84.500 in dezelfde periode het jaar daarvoor. ‘A propos,’ vraagt De Tijd, ‘wanneer krijgen we in Amsterdam een katholieke inrichting voor dit doel? Welke katholieke caritatieve vereeniging neemt hiervoor het initiatief?’

Naar aanleiding van een voordracht van B&W om HvO een subsidie van ƒ 69.000 te verlenen om tekorten te dekken, betoogt het communistische raadslid Leen Seegers dat de opvang van onbehuisden in handen van de gemeente moet komen, want ‘van de 431.000 gulden uitgaven gaan er 184.000 gulden weg aan salarissen!,’ aldus weekblad De Tribune.

Hulp voor Onbehuisden wil voor 1933 graag een andere vorm van subsidie van de gemeente Amsterdam. ‘Zij vraagt thans niet, zooals over vorige jaren, een bepaald bedrag, doch zou het subsidie berekend willen zien per verpleegdag op ten minste twee-derden van den werkelijken kostprijs,’ meldt Het Volk op 13 september.
De gemeente wil daar niet aan, maar stelt wel een hoger bedrag dan gebruikelijk voor, namelijk ƒ180.000.
De gemeente wil bovendien de banden nauwer aanhalen en stelt daarom twee gemeentegedelegeerden aan die worden toegevoegd aan het bestuur van Hulp voor Onbehuisden. Dit zijn J.W. Jurrema, de directeur van Maatschappelijke Steun, en Louis Heijermans, directeur van de Gemeentelijke Geneeskundige en Gezondheidsdienst.

De voorgevel van het Oud Buitengasthuis van HvO in de jaren dertig met op de voorgrond een zuster, het monument voor de Jonkers en een verhuisauto van de later beruchte firma Puls

De voorgevel van het Oud Buitengasthuis van HvO in de jaren dertig met op de voorgrond een zuster, het monument voor de Jonkers en een verhuisauto van firma Puls die in de oorlog berucht zou worden

Mr. Korthals Altes treedt in september toe tot het bestuur van HvO in de rol van secretaris. Hij zal deze functie maar liefst 37 jaar, tot 1969, vervullen.

HvO, collecte, 1932

Reclame voor straatcollecte van Hulp voor Onbehuisden in 1932.

Bestuursvoorzitter Mendes da Costa bezoekt burgemeester De Vlugt om toestemming te vragen voor een inzamelingsactie op straat. En dat lukt, HvO krijgt permissie om op 24 september een straatcollecte te houden. Het bestuur van HvO is bang dat er ‘minder giften van Israelieten binnenkomen’ omdat dit op een zaterdag valt. ‘Jonker slaat dezen veelbetreden weg voor het eerst in,’ aldus De Telegraaf, ‘en hoopt, dat de opbrengst het mogelijk zal maken de hulpverleening ook in den komenden winter te kunnen volhouden.’
HvO zoekt hiervoor vrijwilligers van zestien jaar en ouder als collectant en plaatst herhaaldelijk oproepen in diverse kranten. Amsterdamse bioscopen zeggen toe gratis reclame te zullen maken voor deze collecte. Het Rembrandttheater en Tuschinsky tonen de propagandafilm Zelfkant van Hulp voor Onbehuisden.
Voor de organisatie van de collecte is een uitvoerend comité gevormd van dames uit de gegoede burgerij en een heuse commissie van aanbeveling onder voorzitterschap van mevrouw Colina de Vlugt-Flentrop, de vrouw van de burgemeester.

Ja, als baby praten kon

Ja, als baby praten kon

Het communistische weekblad De Tribune moet er niets hebben. Men acht het een ‘schooipartij’, een ‘poppenkast-vertooning’ en spreekt laatdunkend van het ‘beruchte Tehuis voor Onbehuisden, bekend onder de naam Jonker.’ Het blad noemt HvO bovendien ‘Hulp aan de bourgeoisie, die de slachtoffers van de kapitalistische maatschappij overlevert aan de particuliere liefdadigheid.’

Om de collecte te steunen plaatst het Algemeen Handelsblad op 21 september onder de kop ‘Wat baby zou willen zeggen’ een foto van een zuster van Hulp voor Onbehuisden die een klein kind verzorgt.
‘Als het verhalen kon van het zwerversleven, van nooddruft, armoede, ontbering, waaraan zijn moedertje ten prooi was… totdat Hulp voor Onbehuisden de helpende hand strekte en het liefderijke werk verrichtte, toen de vrouw dreigde onder te gaan.’

Waar zij van droomen

Waar zij van droomen

Twee dagen later publiceert het Algemeen Handelsblad opnieuw een foto uit Hulp voor Onbehuisden, ditmaal slapende kinderen. De krant weet ook waar zijn van dromen, namelijk van ‘de goede verzorging, de humane behandeling, de zindelijke kleuren, het verfrisschende bad en de verkwikkende maaltijden, allemaal dingen, die zij in hun vroeger armzalig bestaan niet kenden, toen Hulp voor Onbehuisden nog niet in hun leven was gekomen.’

Op 24 september, de dag van de collecte, plaatst het Algemeen Handelsblad op de voorpagina een foto met als bijschrijft ‘De schipper van het Rokin brengt zijn tribuut aan de collecte voor Hulp voor Onbehuisden, die heden in Amsterdam wordt gehouden.’ Verderop in dezelfde krant volgt nog een klein artikel, ‘Toont thans uw goede wil, steunt de onbehuisden.’
‘Betaal een stukje van het onderdak van den zwerver. Het is menschenplicht!,’ schrijft Het Volk op 24 september. De krant plaatst ook een foto van de collecte.

Tekening van Louis Raemaekers in De Telegraaf

Tekening van Louis Raemaekers in De Telegraaf

De Telegraaf plaatst bij deze gelegenheid een tekening van de internationaal befaamde Louis Raemaekers met als onderschrift ‘Helpt den misdeelde onderdak verschaffen door heden de collecte van Hulp voor Onbehuisden te steunen.’
Volgens De Telegraaf zijn er op deze zonnige dag meer dan duizend collectanten op de been voor het ‘zoo noodige en zegenrijke werk van Hulp voor Onbehuisden.’ De krant drukt ook een foto af van een collectante die de havenmeester heeft gestrikt op weg naar zijn kantoor in de Schreierstoren. Zelfs de Sumatra Post plaatst een foto van de collecte.
De collecte brengt ƒ15.004 op. Een ‘aanzienlijk bedrag’ meent het Algemeen Handelsblad. Een ‘verrassend resultaat,’ vindt Het Volk.

Het Algemeen Handelsblad citeert in september uit het tijdschrift van HvO waarin directeur G.H. Honing de vloer aanveegt met het rapport Welter over de kinderbescherming dat hij een testimonium paupertatis noemt. ‘Want het moet toch wel heel ver met iemand zijn gekomen,’ aldus Honing, ‘vóór hij zal durven zeggen, dat het hem te duur is om voor in levensgevaar verkeerende kleine drenkelingen de voor hen noodige reddingsmiddelen in gebruik te stellen.’

HvO, tekening, 1932

‘Ik geloof dat de houding eener natie ten opzichte der Kinderbescherming spoedig het criterium harer beschaving zal worden,’ citeert het huisorgaan van HvO de Amerikaanse president Herbert Hoover. De thermometer van de inspanningen voor de bescherming van het kind vertoont volgens Hulp voor Onbehuisden bedenkelijke schommelingen.

Ook Het Volk citeert in september Honing die in het blad van Hulp voor Onbehuisden ageert tegen de voorgenomen bezuinigingen om de kinderbescherming. ‘Dat wil dus zeggen, dat kinderen, die de hulp, die er voor hen schuilt in de Kinderwetten, niet kunnen ontberen, van die hulp worden uitgesloten en dus aan hun lot worden overgelaten,’ aldus Honing.

Kinderen van HvO met vakantie, 1932

Vakantie voor de kinderen is een terugkerend thema in de fondsenwerving van Hulp voor Onbehuisden.

Als gevolg van de sloopwerkzaamheden aan het oude Pesthuis zijn enkele oude muren gaan werken waardoor 120 kinderen van Hulp voor Onbehuisden zijn ontruimd en tijdelijk onderdak hebben gevonden in een barak van het naastgelegen Wilhelmina Gasthuis, meldt het Algemeen Handelsblad op 27 september.
Het bestuur van HvO wil de ongehuwde moeders en kleine kinderen zo spoedig mogelijk naar elders verhuizen. De kwestie is echter in handen van de gemeentelijke dienst Publieke Werken, die de situatie ‘bedenkelijk maar niet gevaarlijk’ acht.

Achtergevel van het Oud Buitengasthuis van HvO in de jaren '30

Achtergevel van het Oud Buitengasthuis in de jaren ’30

Bij de bespreking van de gemeentebegroting maakt het raadslid Zeeger Gulden van de SDAP bezwaar tegen de samenstelling van het bestuur van Hulp voor Onbehuisden. ‘Thans zitten er vele dames en heeren in voor wier werk spreker respect heeft doch die allerminst geschikt zijn om de mentaliteit van de zwervers te leeren kennen,’ meldt Het Volk. Het raadslid Carels stelt dat het in ieder geval dames en heren ‘met kennis van zaken’ zijn die vorig jaar nog 2,7 ton uit eigen middelen bijeen hebben gebracht, aldus dezelfde Carels in De Telegraaf.
De communist Leen Seegers vindt opnieuw ‘dat het beter zou zijn als die inrichting onder het beheer der gemeente kwam,’ meldt het Algemeen Handelsblad. Bovendien moet de samenstelling van het bestuur volgens hem radicaal veranderen. ‘Het is meer dan belachelijk te meenen, dat de zaak in orde komt als er de een of andere sociaal-democratische meneer in net bestuur zitting neemt. Laten de verpleegden van Jonker zelf een leiding kiezen om de zaak te beheeren.’ aldus Seegers in De Tribune van 1 oktober 1932.

Wethouder Douwes belooft de samenstelling van het bestuur onder de aandacht te brengen van HvO. Als Heijermans als gedelegeerde van de gemeente in oktober zijn eerste bestuursvergadering bijwoont, kan hij Hulp voor Onbehuisden meteen geruststellen, het verzoek om een arbeiders-afgevaardigde heeft B&W alleen pro forma doen uitgaan en kan derhalve beleefd voor kennisgeving worden aangenomen.

De Vereeniging van Modern Georganiseerde Gezinsvoogden houdt begin november in Amsterdam een protestvergadering tegen de plannen van de regering om te bezuinigen op de kinderrechtspraak en kinderbescherming. P.C. Faber van Hulp voor Onbehuisden is voorzitter van deze vereniging. De vergadering wordt onder meer bijgewoond door kinderrechter en HvO-bestuurslid De Jongh en door HvO-directeur Honing. ‘Vele misdeelde kinderen zullen hierdoor geen hulp vinden en onze kinderbescherming wordt ontredderd,’ aldus Faber op 5 november in Het Vaderland.

Alex H. Wertheim, bestuurslid van HvO

Alex H. Wertheim, bestuurslid van HvO

Op 7 november overlijdt mr. Alex H. Wertheim op 68-jarige leeftijd. Hij was lid van het bestuur van Hulp voor Onbehuisden en voorzitter van de commissie van toezicht van de mannenafdeling. Volgens de necrologie in het Algemeen Handelsblad was Wertheim een bekende Amsterdamse figuur met ‘sterke sociale neigingen’ die lange tijd actief is geweest in het bestuur van veel maatschappelijke en filantropische instellingen.
Namens Hulp voor Onbehuisden wonen bestuurslid mevrouw B. Heldring-Cramerus en directeur Honing de crematie op Westerveld bij.

‘Er komt heel wat kijken om, dag in dag uit, een gezin van acht honderd menschen te voeden, te kleeden en te verzorgen.’ Met deze opening vraagt Hulp voor Onbehuisden in het Algemeen Handelsblad, Het Volk en De Telegraaf om steun van de burgerij.

Het voorstel van B. en W. om HvO voor het komende jaar ƒ180.000 subsidie te verstrekken wordt goedgekeurd.

De studentenvereniging Unitas Studiosorum Amstelodamensium geeft op 5 december een Sinterklaasfeest voor kinderen van Hulp voor Onbehuisden. ‘Een honderdtal kleuters is op de Sociëteit Salve gastvrij onthaald,’ aldus het Algemeen Handelsblad.

Diner van de Horecaf voor HvO, Het Volk 29 december 1932

Diner van de Horecaf voor HvO, Het Volk, 29 december 1932

De Amsterdamse leden van de Horecaf, de federatie van horecaondernemers, ‘die in Kersttijd fijne schotels bereiden voor hen, die het kunnen betalen, serveeren sinds een paar jaren ook een kerstmaal voor de allerarmste kinderen, n.l. de verpleegden van Hulp voor Onbehuisden,’ weet het Algemeen Handelsblad.
De kinderen ‘glunderden van plezier, toen zij zoo deftig door de kellners, die er hun vrijen middag aan gegeven hadden, bediend werden, het eene bord na het andere,’ schrijft De Telegraaf.
Het Volk plaatst een foto van het Kerstmaal op de voorpagina.
Dit jaar wordt dit feestmaal op 28 december aangericht, opnieuw in de grote zaal van het AMVJ-gebouw. Het menu bestaat uit ‘pouletsoep, gehakte biefstuk (want de gasten waren te klein, om een mes te hanteeren), doperwten, aardappelen en een Kerstkrans,’ zo weet De Telegraaf. ‘Aardig was het te zien, hoe keurig de kinderen aten, maar ook hoe vlug de borden weer leeg waren.’ Naast lekker eten krijgen de kinderen muziek en goochelkunsten voorgeschoteld en zijn er cadeautjes in de vorm van bonbons, chocolade, biscuit, koek en prentenboeken.
De allerkleinsten, de zogeheten papkinderen, die er nog op niet op uit kunnen gaan, kregen in het huis wat extra’s.

Door Hulp voor Onbehuisden en het Leger des Heils worden in 1932 iets minder nachtverblijven verstrekt dan in het jaar daarvoor (347.000 tegen 349.500), zo meldt De Telegraaf.
In 1932 verstrekt HvO 288.388 verpleegdagen en nachtverblijven, gemiddeld 790 per dag.

 

1933

Kinderen op de binnenplaats van het Oud Buitengasthuis van HvO in 1933.

Kinderen op de binnenplaats van het Oud Buitengasthuis van HvO in 1933.

Honing wordt de voorzitter van het comité voor het afscheid van mr. Th. M. G. Treussart ridder van Rappard, die na meer dan twintig jaar zijn functie van inspecteur van het Rijks Tucht- en Opvoedingswezen neerlegt, meldt De Tijd op 1 januari.
Honing is de eerste spreker tijdens de afscheidsreceptie, eind april, in het Amstelhotel.

De muziekvereniging Mandolinistica, onder leiding van dirigent Hill Gonkel, geeft op dinsdag 10 januari een concert voor de vrouwenafdeling van Hulp voor Onbehuisden aan de Tweede Constantijn Huygensstraat, meldt Het Volk.

De Tijd bericht over een 45-jarige werkman, die bij een bewoonster aan de Overtoom gedragen kleding in ontvangst had genomen, voorgevende van HvO te komen. Hulp voor Onbehuisden waarschuwt daarop eind januari in De Tijd, De Telegraaf en Het Volk voor onbevoegde personen die zich onaangekondigd aandienen en voorgeven namens de vereniging kleding te komen ophalen. HvO benadrukt dit soort dingen nooit te doen en alleen kleren of spullen af te halen bij wie daar zelf om vraagt.

Het Oud Buitengasthuis van HvO in 1933 gezien vanaf de Jacob van Lennepkade

Het Oud Buitengasthuis van HvO in 1933 gezien vanaf de Jacob van Lennepkade

Hulp voor Onbehuisden voelt ‘in haar gebouw, het halfgesloopte Pesthuys, de straffe hand van den strengen winter. Niet, dat ook maar één verpleegd kind er iets te kort zou komen aan warmte of koestering. Niet, dat ook maar één asylkachel er een schep kolen minder zou krijgen of dat de opgenomen mannen en vrouwen hongerig zouden rondloopen. De moeilijkheid schuilt elders! En daarvoor ontbreekt de nervus rerum: het geld!’, aldus een oproep in het Nieuw Israëlitisch weekblad en De Telegraaf.

Heijermans in de jaren '30

Heijermans in de jaren ’30

Gedelegeerd bestuurslid Heijermans brengt in februari een bezoek aan het meisjeshuis Folmina van Hulp voor Onbehuisden in Houten. Naar aanleiding daarvan pleit hij voor de opzet door HvO van een dergelijke voorziening in Amsterdam, liefst louter voor ‘psychopatische meisjes.’

Vanwege de sloop van het Pesthuis zullen nu langzaamaan alle resterende bewoners van Hulp voor Onbehuisden elders moeten worden ondergebracht. Het is niet mogelijk de gehele populatie van meer dan 500 zielen in één enkel vervangend pand onder te brengen en zo waaieren de bewoners van HvO uit over de stad.
Voor het nachtasiel voor mannen wil de gemeente aan de Weesperzijde, op het terrein van het manneninternaat van HvO, een pand inrichten. ‘Het internaat voor vrouwen, voor ongehuwde moeders en voor kleine kinderen willen B. en W. tijdelijk vestigen in twee leegstaande schoolgebouwen aan de Roggeveenstraat,’ meldt De Telegraaf op 11 maart.

Voor de schoolgaande kinderen van 6 tot 14 jaar oud heeft Hulp voor Onbehuisden de leegstaande Inrichting voor Volwassen Blinden aan de Stadhouderskade 84 op het oog, dat plaats biedt aan 225 kinderen. De gemeente kan dit gebouw voor ƒ150.000 kopen. Er moet nog wel worden verbouwd, de architect Lubbers maakt hiervoor de plannen, en centrale verwarming worden aangelegd. Tezamen wordt dit door Publieke Werken geraamd op ƒ77.000, aldus Het Volk.

Hulp voor Onbehuisden staat ook op de 38e editie van de Beurs van de Dameskroniek van 3 t/m 12 maart in de RAI. ‘Vergeet die hoekjes niet, want de liefdadigheid vraagt niet voor zichzelve,’ maant de Sumatra Post.

Roosje Donkersloot, pupil van Hulp voor Onbehuisden in 1933

Roosje Donkersloot, pupil van Hulp voor Onbehuisden in 1933

Tijdens de jaarvergadering van de Nederlandse Bond tot Kinderbescherming op 4 april in Utrecht dringt P.C. Faber namens HvO aan op eenvoudigere regels. ‘Van te veel bindende bepalingen voor voogdijkinderen ondervinden ook de niet-voogdijkinderen de nadeelen,’ aldus Faber in Het Volk.

Een groot aantal organisaties helpt in 1933 op enigerlei wijze mee aan de opvang van joodse vluchtelingen uit Duitsland. ‘Zelfs het Leger des Heils en de Vereen. Hulp voor Onbehuisden waren bereid te assisteeren, schrijft het Nieuw Israëlitisch weekblad op 7 april.

Op zaterdag 22 april geeft de Amsterdamsche Rij-Sociëteit een feestje met  krentenbroodjes en limonade in de manege aan de Vondelstraat voor alle kinderen van Hulp voor Onbehuisden, het Stadsbestedelingenhuis, uit woonwagenkampen en overige wezen van Amsterdam. ‘De kinderen stelden het gebodene zeer op prijs,’ aldus De Telegraaf.

Stadhouderskade 84, 1933

Stadhouderskade 84, in 1933 nog een instituut voor blinden.

Op 28 april debatteert de gemeenteraad over de voordracht van B&W om het perceel aan de Stadhouderskade aan te kopen ten behoeve van Hulp voor Onbehuisden.  Enkele raadsleden betreuren dat het hier om een tijdelijke oplossing gaat, meldt Het Volk.
Ook maken raadsleden zich druk om de veiligheid van de kinderen in het Oud Buitengasthuis. Wethouder Douwes verklaart dat de kinderen overdag op school zijn en dat aan Publieke Werken opdracht is gegeven om telkens te controleren of er gevaar dreigt, weet De Telegraaf.
De voordracht wordt goedgekeurd, de gemeente koopt het pand. De aanbestedingsstukken voor de verbouwing van het perceel Stadhouderskade 84 tot kinderhuis van de Vereeniging Hulp voor Onbehuisden komen in november gereed, wat betekent dat het gebouw omstreeks mei 1934 zal kunnen worden betrokken, volgens het Algemeen Handelsblad.

Op een advertentie waarin HvO een directeur zoekt voor het Observatiehuis komen maar liefst 300 brieven binnen. In mei wordt J. van Zijl, die eerder een gelijksoortige functie bekleedde in Groningen, benoemd tot directeur van dit tehuis.

Donderdag 28 mei viert meisjestehuis Folmina in Houten een meifeest. De genodigden gaan met een speciale bus van Utrecht naar Houten waar ze worden verwelkomd door de directrice van Folmina, zuster Akkerman, en een van de meisjes. Mejuffrouw G. Hesselink, als bestuurslid van HvO presidente van de commissie van toezicht van Folmina, houdt een toespraak over het ontwakende leven. De meisjes zingen en dansen en voeren een toneelstuk op.

Een zuster met twee kinderen van HvO in de zandbak bij het Oud Buitengasthuis, 1933. De knaap links is Japie Pruis

Een zuster met twee kinderen van HvO in de zandbak bij het Oud Buitengasthuis, 1933. De knaap links is Japie Pruis

Op 9 juni gooit een 56-jarige man twee ruiten in bij de woning van burgemeester De Vlugt aan de Herengracht omdat hij geen steun krijgt, meldt Het Volk. De dienst Maatschappelijke steun van de gemeente wil hem handgeld geven, mits hij zijn intrek neemt bij Hulp voor Onbehuisden of het Leger des Heils. Dat weigert de man en daarom krijgt hij geen steun. Volgens De Sumatra post heeft het aanbod om naar HvO te gaan de man ‘zeer gegriefd.’

Op 1 juli meldt Het Volk dat de zes- tot veertienjarige schoolgaande kinderen van Hulp voor Onbehuisden definitief zullen verhuizen naar de Stadhouderskade 84 nadat dit pand grondig is verbouwd.
Arts en raadslid Ben Sajet van de SDAP vraagt B&W begin juli of de verhuizing van de kinderen van HvO naar de Stadhouderskade zo spoedig mogelijk kan plaatsvinden, meldt het Algemeen Handelsblad.

Jongens van HvO op vakantiekamp in Nunspeet, jaren '30

Jongens van HvO op vakantiekamp in Nunspeet, jaren ’30

Zondag 16 juli geeft het mannenkoor Kunst en Broederschap van het Amsterdamse trampersoneel een concert in het openluchttheater Frankendael, waarvan de opbrengst ten goede komt aan het vakantiekamp van de kinderen van Hulp voor Onbehuisden. Ook het mannenkoor van het Rotterdamse trampersoneel en de Amsterdamse Postharmonie doen hier belangeloos aan mee, zo weet Het Volk. ‘Een sympathiek doel op practische wijze verwezenlijkt,’ aldus Anton ter Steege in De Tijd. Het concert brengt ƒ175 op, aldus Het Volk.

Kinderen van HvO met vakantie, foto uit het Algemeen Handelsblad, 17 juli 1933

Kinderen van HvO met vakantie, foto uit het Algemeen Handelsblad, 17 juli 1933

Ruim tweehonderd misdeelde kinderen zitten in spanning, schrijft van Hulp voor Onbehuisden in Het Volk, het Leeuwarder Nieuwsblad, het Algemeen Handelsblad en het Nieuw Israëlitisch weekblad. ‘Zullen ze weldra naar Nunspeet mogen om te kampeeren of zal het dit keer thuisblijven worden?’ De heenreis is al geregeld, het publiek wordt vriendelijk verzocht ‘om deze gestichtskinderen een viertal heerlijke weken van blij geluk te schenken.’
En dat lukt, op maandag 17 juli plaatst het Algemeen Handelsblad een foto van het vertrek per schip, de Prins Hendrik, van de kinderen van HvO naar hun vakantiebestemming in Nunspeet.

Op 12 augustus komen de kinderen van HvO weer terug uit Nunspeet, echter flink veel  later dan voorzien. ‘Groot was de verrassing van de kinderen en ook van de geleiders, die zich al zorgen maakten over het late uur, toen op de kade een lange rij huurauto’s stond te wachten om de kinderen geheel belangeloos naar huis te brengen.’ Volgens De Telegraaf past een woord van hulde voor dit spontane blijk van gemeenschapszin.

HvO, vakantie, 1933

De tocht naar het vakantiekamp op de Veluwe begint ook in 1933 met een boottocht naar Harderwijk. In het midden, voor de mast, P.C. Faber, directeur van de vrouwen- en kinderenafdeling.

Een aparte plaats binnen Hulp voor Onbehuisden bekleedt de Gezinsafdeling, de latere Voogdijafdeling. Directeur Honing vraagt al in 1923 een officiële voogdijbevoegdheid aan, maar pas in 1930 kan HvO de eerste 80 kinderen plaatsen bij gezinnen, vooral in de Achterhoek.
De regering verlaagt in 1933 de subsidie voor de opname van voogdijkinderen van 60 tot 55 cent per kind per dag. Hulp voor Onbehuisden blijft gezinnen zestig cent betalen en past dagelijks een stuiver uit eigen kas bij. Gedelegeerd bestuurslid Heijermans vindt dat Hulp voor Onbehuisden zich nodeloos veel moeilijkheden op de hals haalt. Volgens hem leert de ervaring dat pleeggezinnen dikwijls uitsluitend pleegkinderen opnemen uit financieel gewin, aldus de bestuursnotulen.

De pleegouders zijn vaak kleine boertjes en worden veelal uitsluitend geleid door verlangen naar contant geld. Overigens acht spreker het uitgesloten dat een goede gezinsverpleging voor 60 ct. per dag zou kunnen worden verleend.

De zogeheten papzaal voor kleine kinderen in het Oud Buitengasthuis van HvO jaren '30

De zogeheten papzaal voor kleine kinderen in het Oud Buitengasthuis van HvO jaren ’30

De rest van het bestuur van Hulp voor Onbehuisden steunt Heijermans niet in deze opvatting en handhaaft de Gezinsafdeling.

HvO ontvangt begin augustus een legaat van ƒ20.000 van mevrouw F. L. S. van Heekeren-Laurin, weet het Algemeen Handelsblad.

Er is een wijziging van de statuten noodzakelijk omdat de termijn waarvoor de vereniging in 1904 is aangegaan in juli 1933 verstrijkt. Hiervoor wordt een algemene ledenvergadering uitgeschreven. De vernieuwde statuten worden bij Koninklijk Besluit van 19 juli goedgekeurd en gepubliceerd in de Nederlandsche Staatscourant van 5 september.

In september krijgt HvO een brief van een oud-verpleegde die voorstelt om ter nagedachtenis aan dr. C.W. Janssen, een van de oprichters van Hulp voor Onbehuisden, een monumentaal beeld van een zwerver ‘ergens op een heide te doen plaatsen.’ Het bestuur besluit tot een eenvoudiger eerbetoon: een zaal in het nieuwe nachtasiel aan de Weesperzijde wordt naar deze stichter vernoemd.

Het tellen van de opbrengst van de jaarlijkse straatcollecte, jaren '30

Het tellen van de opbrengst van de jaarlijkse straatcollecte, jaren ’30

HvO, colecte, tekening, 1933

Tekeningen van Joop van de Berg in het HvO-blad ter promotie van de collecte in 1933.

Hulp voor Onbehuisden houdt op zaterdag 16 september opnieuw een straatcollecte. Hiervoor is een uitvoerend comité gevormd onder leiding van mevrouw B. Heldring-Cramerus en een commissie van aanbeveling onder het voorzitterschap van mevrouw C. de Vlugt-Flentrop, de echtgenote van de burgemeester van Amsterdam.
HvO plaatst in de aanloop naar de inzameling in verschillende kranten oproepen om collectanten te werven, zoals deze: ‘Ongetwijfeld zullen nog zeer velen uit sympathie voor het mooie werk van “Jonker” op Zaterdag 16 September hun medewerking willen verleenen, opdat voor vele ongelukkigen ook in den komenden winter kan worden gezorgd,’ in het Algemeen Handelsblad.

Tekening van Jo Spier in De Telegraaf, 14 september 1933

Tekening van Jo Spier in De Telegraaf, 14 september 1933

De Telegraaf publiceert met dit doel op 14 september een fraaie tekening van Jo Spier.
Op de dag van de collecte plaatst het Algemeen Handelsblad een foto van een collectant en een gulle gever die ‘beiden hun goede daad verrichten.’
De straatcollecte brengt ƒ10.617,76 op.

De gemeente Amsterdam laat op 19 september weten dat Hulp voor Onbehuisden voor 1934 ten hoogste ƒ180.000 subsidie krijgt, waarvan maximaal ƒ12.000 is bestemd voor de dekking van het exploitatietekort van het Observatiehuis aan de Vosmaerstraat.
Overleg tussen de gemeente en HvO heeft er bovendien toe geleid dat voor het Observatiehuis voortaan een geheel afzonderlijke financiële administratie wordt gevoerd, aldus het Algemeen Handelsblad.
B. en W. blijven van mening dat het Rijk grotendeels in de tekorten van het Observatiehuis behoort te voorzien, maar vind het voor de stad van groot belang dat deze inrichting blijft bestaan, zo meldt De Telegraaf.

Babyzaal van HvO in het Oud Buitengasthuis, jaren '30

Babyzaal van HvO in het Oud Buitengasthuis, jaren ’30

Tijdens de jaarlijkse conferentie van de Nederlandsche Vereniging tot Afschaffing van Alcoholhoudende Dranken op 23 en 24 september geeft ‘partijgenoot’ P. C. Faber een rondleiding bij de vrouwen- en kinderafdeling van Hulp voor Onbehuisden, aldus Het Volk.

Down and out in Paris and Londen, George Orwell, 1933

In Engeland verschijnt in 1933 Down and Out in Paris and London, het debuut van George Orwell en inmiddels een van de beroemdste boeken aller tijden over dakloosheid en het leven aan de zelfkant. Het is volgens Orwell vooral een kwestie van armoede. Zo schrijft hij over exentriekelingen in de Parijse krottenwijken: Poverty frees them from ordinary standards of behaviour, just as money frees people from work.

Over liefdadigheid – The fact is that the Salvation Army are so in the habit of thinking themselves a charitable body that they cannot even run a lodging-house without making it stink of charity.
A man receiving charity practically always hates his benefactor – it is a fixed characteristic of human nature; and, when he has fifty or a hundred others to back him, he will show it.
Over armoede – The evil of poverty is not so much that it makes a man suffer as that it rots him physically and spiritually. And there can be no doubt that sexual starvation contributes to this rotting process. Cut off from the whole race of women, a tramp feels himself degraded to the rank of a cripple or a lunatic. No humiliation could do more damage to a man’s self-respect.
Over opvanghuizen – If the authorities are going to concern themselves with lodging-houses at all, they ought to start by making them more comfortable, not by silly restrictions that would never be tolerated in a hotel.

Ook het slot van Down and Out is beroemd. ‘Still I can point to one or two things I have definitely learned by being hard up. I shall never again think that all tramps are drunken scoundrels, nor expect a beggar to be grateful when I give him a penny, nor be surprised if men out of work lack energy, nor subscribe to the Salvation Army, nor pawn my clothes, nor refuse a handbill, nor enjoy a meal at a smart restaurant. That is a beginning.’

Le Corbusier, Cité de Refuge, Parijs

Le Corbusier, Cité de Refuge, Parijs

Van de beroemde Franse architect Le Corbusier wordt eind 1933 een bijzonder gebouw geopend in Parijs, de Cité de Refuge, een toevlucht voor onbehuisden van het Leger des Heils. De Telegraaf is bezorgd ‘of het niet in deze glazen kast ’s winters ijzig koud en ’s zomers verstikkend warm zal zijn.’

Op 19 oktober meldt HvO dat verpleegden in hoofdzaak worden gekleed van ‘ingekomen stukken,’ en verzoekt in het Algemeen Handelsblad en Het Volk om de vereniging kleding te schenken. ‘Vooral is er allerdringendst behoefte aan mannen-onderkleeding, sokken en schoenen.’

Tot haar spijt moet HvO op 4 november in Het Volk en andere kranten melden ‘dat de najaarsgiften niet zóó zijn, dat de hulpverleening voor de komende wintermaanden er ook maar eenigszins door verzekerd wordt, terwijl ook de onlangs gehouden straatcollecte aanmerkelijk minder opbracht dan het vorige jaar.’

Muziekvereniging Mandolinistica geeft op dinsdag 14 november, onder leiding van haar directeur Hill Gonkel, opnieuw een concert in de vrouwenafdeling van Hulp voor Onbehuisden, aldus Het Volk.

Advertentie in het maandblad van Hulp voor Onbehuisden, 1933

Advertentie in het maandblad van Hulp voor Onbehuisden, 1933

Op 16 november, zo meldt het Algemeen Handelsblad, geeft P.C. Faber van Hulp voor Onbehuisden een lezing met lichtbeelden in de Coöperatiehof in Amsterdam over het oude Pesthuys ‘en het mooie moderne werk dat er gedaan wordt.’ Mevrouw J.H. Gerdes-Moriën declameert hier passende liederen bij.

In de rubriek ‘Wat gij moet weten’ geeft het Algemeen Handelsblad op 2 december antwoord op de vraag waar je in Amsterdam heen moet met kapot speelgoed, namelijk naar HvO. ‘Bij een bezoek, dat wij onlangs aan deze instelling van liefdadigheid brachten, konden wij tot onze verbazing constateeren, welke wonderen de “speelgoeddoktoren” in het eeuwenoude gebouw, dat zijn deuren zoo gastvrij openzet voor hen, die hulp noodig hebben, hadden verricht met poppen, keukentjes, winkels en pakhuizen, die in ontredderden staat waren ontvangen en die nu als fonkelnieuw in de speelkamers prijkten.’

De kleuterzaal van HvO in het Oud Buitengasthuis, jaren '30

De kleuterzaal van HvO in het Oud Buitengasthuis, jaren ’30

Begin december is het plotseling flink koud in ons land. In Amsterdam kan al op 4 december worden geschaatst. HvO vraagt in de landelijke pers, zoals de Arnhemse Courant, om extra steun van particulieren, want ‘als het kouder is geworden en volop winter, stijgt in den regel het aantal harer beschermelingen en moet er veel meer worden geholpen dan in mildere seizoenen.’
Het Algemeen Handelsblad roept de vaderlandse letterkunde te hulp om geld in te zamelen. ‘“Van buiten ijs, van binnen gloed,” zong J. P. Heye. Laten wij daaraan denken nu het zoo fel wintert. Dat wil zeggen, vergeet niet het werk van Liefdadigheid naar Vermogen, Hulp voor Onbehuisden en Leger des Heils, die voedsel en kleeding verschaffen aan hulpbehoevenden. Zij doen het – als zij kunnen, als zij beschikken over kleeding. Is er voldoende voorraad? Dat ligt aan u, geef. En van Heye, een citaat uit Tollens: Geeft burgerlui gij allen wat, en geeft wat veel, gij rijken.’

Diner van de Horecaf voor kinderen van HvO, 1933

Diner van de Horecaf voor kinderen van HvO, 1933

De studentenvereniging Unitas Studiosorum Amstelodamensium heeft weer een 90-tal kinderen van Hulp voor Onbehuisden op een St. Nicolaasfeest onthaald, schrijft Het Volk op 6 december.

Op woensdag 27 december verzorgt de Amsterdamse Horecaf opnieuw een feestmaaltijd in het AMVJ-gebouw voor ruim tweehonderd kinderen van Hulp voor Onbehuisden. De Telegraaf, het Algemeen Handelsblad en tal van andere kranten drukken een foto af van deze gelegenheid. ‘De kleine gasten lieten zich het gebodene uitstekend smaken,’ aldus De Tijd.

Gedurende 1933 verstrekt HvO 261.930 nachtverblijven en verpleegdagen, gemiddeld 718 per dag.

 

1934

Op 1 januari 1934 sluiten de Gemeentelijke Quarantaine Inrichtingen. Men vindt een tijdelijke oplossing in de Roggeveenscholen die dan juist voor Hulp voor Onbehuisden worden verbouwd. Een gepland kamertje moet voor het ‘veel grootere belang van een behoorlijke Quarantaine-Inrichting wijken,’ aldus Heijermans. Het bestuur geeft zich niet zomaar gewonnen. Gaat HvO nu onbezoldigd een taak van de gemeente doen? En hoe verhouden de bevoegdheden van dr. Jens van de GGD met zijn bacteriologisch laboratorium zich tot de HvO-arts, dr. Loterijman? Heijermans benadrukt dat de quarantaine op zichzelf staat en verwacht dat van conflicten tussen zijn dienst en HvO geen sprake zal zijn.

Een commissie onderzoekt in hoeverre de reorganisatie van het Rijkstucht- en Opvoedingswezen, die in 1933 is doorgevoerd, overeenkomt met het belang van de tuchtopvoeding, meldt Het Volk. P.C. Faber van Hulp voor Onbehuisden is een van de leden van deze commissie.

In januari benoemt het bestuur van Hulp voor Onbehuisden mejuffrouw D.G. van den Berg tot secretaresse van hoofddirecteur Honing.

In een artikel in het zaterdagsbijvoegsel van het Algemeen Handelsblad over mode beantwoordt de journalist Annelèn op 13 januari vragen van lezers waar zij met japonnen, hoeden en andere kleding terecht kunnen die niet meer worden gedragen.
‘Wij kunnen hierop antwoorden, dat voor degelijke kleeren zeker in aanmerking komen het Genootschap Liefdadigheid naar Vermogen en de vereeniging Hulp voor Onbehuisden. Wij hebben voor beide instellingen meermalen in ons blad om steun gevraagd en mogen dus den aard en het prachtige werken van alle twee bekend verondersteld achten.’

De gemeente Amsterdam besteedt op 5 februari in het openbaar de inrichting aan van perceel Stadhouderskade 84 tot internaat voor schoolgaande kinderen van Hulp voor Onbehuisden. Het bestek en voorwaarden met acht tekeningen zijn verkrijgbaar bij de stadsdrukkerij, aldus Het Volk.

Het Algemeen Handelsblad interviewt op 11 februari de schilder Martin Monnickendam naar aanleiding van diens zestigste verjaardag. Monnickendam vertelt onder meer over zijn tijd in Parijs en de lessen die hij volgde aan het Conservatoire des Arts et Métiers. ‘Ze gaven gratis colleges over alles en nog wat; de onderwerpen raakten ons weinig, maar, wij leerden Fransch praten. Nog een schilderij van gemaakt: maar – modellen genomen uit Hulp voor Onbehuisden,’ aldus de schilder.
Kijk hier voor een afbeelding van dit schilderij.

In februari ontvangt Hulp voor Onbehuisden een klacht: een artikel van hoofddirecteur Honing in het huisorgaan van de vereniging zou te politiek zijn getint, namelijk te zeer tegen het nationaal-socialisme gericht volgens de briefschrijver. En wat schrijft Honing dan in januari 1934?

Buiten onze landsgrenzen wordt hier en daar gepredikt: hardheid, stramheid, eenvormigheid. Wij achten dat een gevaar voor wie het doet en voor wie het ondergaat.
Dreigt dit gevaar ook ons? Ongetwijfeld, want landsgrenzen houden gedachtenstroomen niet tegen.

HvO, reclame, 1934

Reclametekening van Daniël de Vries voor Hulp voor Onbehuisden in 1934.

B&W van Amsterdam stellen de gemeenteraad voor om het nachtasiel van Hulp voor Onbehuisden, nu nog in het Oude Buitengasthuis, net als het manneninternaat aan de Weesperzijde te vestigen. Hiertoe zal op dit terrein een nachtopvang worden gebouwd die plaats biedt aan 45 mannen, een capaciteit die op drukke dagen met stapelbedden kan worden uitgebreid tot 80. Volgens een plan van Publieke Werken kost dit ƒ63.500, zo meldt het Algemeen Handelsblad op 21 februari. Meubilering en stoffering kosten niets, want deze worden uit het oude pand meegenomen. De verhuizing brengt ook nauwelijks kosten mee, want dat doet HvO zelf.
De gemeenteraad stemt in met deze voordracht, meldt De Tijd op 8 maart.

De gemeente stelt voor ook een vierde school aan de Roggeveenstraat ten behoeve van Hulp voor Onbehuisden in te richten. HvO juicht deze uitbreiding toe.

Men buigt zich over de naamgeving van deze nieuwe voorzieningen. Sommige bestuursleden vinden dit onnodig, alles zou uitsluitend onder de naam HvO moeten opereren, terwijl anderen er op wijzen ‘dat de naam Onbehuisden voor verschillende afdeelingen minder prettig klinkt.’

Op 29 maart overlijdt W.J. Carels, bestuurslid van Hulp voor Onbehuisden en gemeenteraadslid in Amsterdam voor Liberale Staatspartij De Vrijheidsbond.

A.J. Mendes da Costa, bestuursvoorzitter van Hulp voor Onbehuisden, viert op 16 april zijn vijftigjarige jubileum in dienst van de Portugees Israëlitische gemeente, met een huldiging in een buitengewone vergadering van de kerkenraad. Het is de eerste vergadering van deze raad in 33 jaar die niet door secretaris Mendes da Costa bijeen is geroepen, weet het Nieuw Israëlitisch weekblad.

Op 24 en 26 april geeft amateurtoneelvereniging De Vrije Club twee voorstellingen in Maison Boer waarvan de opbrengst ten goede komt aan Hulp voor Onbehuisden. Men speelt De erfgenamen van Rabourdin, een klucht van Emile Zola.

In het Jongenshuis aan de Prins Hendrikkade zijn badcellen geplaatst. Dit bevalt zo goed, dat men deze later dit jaar ook in het Observatiehuis laat bouwen.
Voor het op stapel staande nieuwe nachtasiel aan de Weesperzijde vindt de gemeente centrale verwarming te luxueus.

In een uitgebreide sfeerimpressie van de diverse markten in Amsterdam vroeger en nu, in De Tijd van 20 mei, komt ook de groente- en fruitmarkt aan de Marnixstraat ter sprake.

Er is wellicht geen grauwer vertrek in Amsterdam dan de koffietent op het veilingterrein. Het is grauwer dan het grauwste tooneel, dat Bouber ooit op de planken van den Plantage-Schouwburg bouwde, grauwer dan de wachtkamer van den politie-rechter, en grauwer dan de slaapzaal bij Hulp voor Onbehuisden. De dakloozen, die een groot deel van den nacht hebben doorgebracht op de banken van het Vondelpark, zijn met den dauw in hun kleren hierheen gekomen, knijpen hun wateroogen toe voor de hitte van ‘t potkacheltje, en snuiven begeerig den reuk van de koffie, die de handelaren smakkende drinken.

Deze markt sluit definitief in oktober 1934.

In juni maken de meisjes van het Folmina tehuis uit Houten een uitstapje naar Epe. De jongens van het Observatiehuis gaan een dagje naar Schiphol.

Tweehonderd kinderen van Hulp voor Onbehuisden vragen zich, volgens De Tijd en het Algemeen Handelsblad, begin juli vol verwachting af of zij dit jaar met vakantie kunnen gaan naar Nunspeet. Hiervoor is namelijk eerst nog drieduizend gulden nodig en er moet in augustus ook nog worden verhuisd naar de Stadhouderskade. ‘Het antwoord hierop is mede aan ieder, die dit leest!’

Op 12 juli brengt het Algemeen Handelsblad in deze het verlossende woord, er is al ƒ2500 binnen. ‘Tot groote blijdschap der 200 schoolkinderen is het vertrek naar Nunspeet bepaald op Maandag 16 dezer en wel om 8.30 v.m. van de De Ruyterkade, vanwaar een passagiersboot der Veluwe-lijn, belangeloos beschikbaar gesteld door Zwaag’s Reederij, de kinderen tot Harderwijk zal brengen.’
Dit blijkt later aan de Hardewijkerkade te zijn.

Het tijdschrift van Hulp voor Onbehuisden durft in 1934 te voorspellen dat ‘wanneer in het jaar 1954 bij het gouden jubileum van Hulp voor Onbehuisden een gedenkboek wordt uitgegeven, het jaar 1934 in dat gedenkboek zal worden genoemd een belangrijk jaar.’ De schrijver van dit artikel doelt hiermee op het afscheid van het oude Pesthuis of Oud Buitengasthuis voor ruim 200 schoolgaande kinderen, die na de vakantie elders huisvesting zullen vinden, namelijk aan de Stadhouderskade.

HvO, binnenplaats Oud Buitengasthiuis, 1934

Op 16 juli 1934 poseren de kinderen en het personeel voor de laatste maal op de binnenplaats van het Oud Buitengasthuis. Fotograaf Hofker legt het moment vast en er was volgend het blad van HvO ‘dat zelfde gevoel bij klein en bij groot, van te verlaten dat oude bekende en te gaan naar het onbestemde, naar het vreemde.’ Uiterst rechts op de foto staat Faber, naast hem dokter Henri Loterijman, vierde van rechts is hoofddirecteur Honing.

Een groot aantal Amsterdamse instellingen krijgt volgens de gemeentebegroting in 1935 fors minder subsidie, zo meldt De Tijd op 17 juli. Hulp voor Onbehuisden gaat van ƒ180.000 naar ƒ130.000, een afname van bijna 28%.
Op 21 augustus komt de kwestie opnieuw aan de orde in de gemeenteraad, zo meldt het Algemeen Handelsblad. De gemeente wil Hulp voor Onbehuisden als dat nodig is ƒ180.000 verstrekken, maar een rapport van de gemeenteaccountant wijst uit dat de vereniging dat niet nodig heeft. B. en W. houden daarom voorlopig vast aan een subsidie van ƒ130.000, maar vullen dit aan met de huur van de Stadhouderskade van ƒ10.000 en eventuele andere panden die HvO moet huren omdat het Oude Buitengasthuis/Pesthuys dit jaar volledig zal worden ontruimd.

Op 16 augustus betrekken de schoolgaande kinderen van Hulp voor Onbehuisden het pand aan de Stadhouderskade 84, de voormalige Inrichting voor Volwassen Blinden, een gebouw uit 1870 van de architect P.J. Hamer (1812-1887). Het blindeninstituut is inmiddels verhuisd naar Huizen. Het gebouw heeft vooralsnog geen naam. ‘Evenwel, we vertrouwen, dat de volksmond er wel voor zal zorgen. Laten wij zorg dragen, dat die naam een eervolle zij.’

HvO, opening Stadhouderskade, 1934

Bestuur en genodigden bij de officiële opening van het pand aan de Stadhouderskade in 1934.

Het pand aan de Stadhouderskade wordt voorlopig ‘internaat voor schoolgaande kinderen’ genoemd en zal enkele jaren later het Prinses Marijkehuis gaan heten. HvO betreurt dat op deze manier gezinnen gescheiden raken, liever had men een groot huis voor alle kinderen en gezinnen samen gehad, maar deze oplossing is, ‘het werd in den Gemeenteraad gezegd, een noodoplossing.’

Het Algemeen Handelsblad schrijft op 14 september onder de kop ‘In Jonker’s nieuwe woonstêe,’ over de verhuizingen van de clientèle van Hulp voor Onbehuisden naar Weesperzijde, Stadhouderskade en Roggeveenstraat. ‘In naam is het een tijdelijke maatregel, doch men weet, hoe het in deze dagen met dergelijke tijdelijke dingen gaat: nooit hebben zij méér neiging om een blijvend karakter aan te nemen, dan in malaisetijd.’
De krant spreekt met hoofddirecteur Honing en directeur Faber van de vrouwen- en kinderafdeling. Faber vertelt dat er aan de Stadhouderskade 194 kinderen in de leeftijd van 6 tot 14 jaar verblijven, 84 meisjes en 110 jongens. De capaciteit van dit pand is 100 meisjes en 115 jongens, het is al bijna vol. Jongens en meisjes zijn gescheiden en onderverdeeld naar leeftijd is vier tot vijf groepen.
Daarnaast wonen in het Oude Buitengasthuis nog altijd 106 kinderen onder de 6 jaar. Deze in totaal 300 kinderen zijn om verschillende redenen bij HvO opgenomen. Zo zijn er zogeheten gasthuiskinderen (91), van wie de moeder in het ziekenhuis ligt, halfwezen (125) van wie de moeder is overleden maar die niet naar een weeshuis gaan, kinderen van dakloze moeders (27), kinderen van moeders die door HvO in een betrekking zijn geplaatst (7), kinderen van wie de ouders gescheiden leven (30) of wettelijk gescheiden zijn (10), kinderen die zij geplaatst door de Voogdijraad (6) en kinderen die onder voogdij staan van Hulp voor Onbehuisden (4).
De vader moet bijdragen in de kosten van de verpleging en ’s zondags ‘met ze occupeeren’ en mag niet de indruk krijgen ‘dat hij zijn kroost op H.v.O. heeft afgeschoven.’
Het Handelsblad stelt vast dat de Stadhouderskade ‘in veel opzichten vrij wat beter bewoonbaar is dan het vorige verblijf, dat eerlijk gezegd (en wie sprak het tegen?) meer schilderachtig dan comfortabel moest heeten.’

Ook De Telegraaf spreekt van een ‘groote verbetering,’ want ‘de zalen zijn ruim en luchtig, zij missen gelukkig dat gestichtskarakter en alle krachten zijn ingespannen om er voor de kinderen gezelligheid en sfeer te brengen.’ De Telegraaf plaatst bij dit artikel maar liefst twee foto’s, een van directeur Honing en een van tandenpoetsende jongens.

‘Een bezwaar is wel,’ aldus De Tijd, ‘dat de tuin niet bovenmate groot is en eigenlijk onvoldoende van oppervlakte om tot speel- en ontspanningsterrein te dienen voor 194 kinderen. Maar daar zal wel wat op gevonden worden.’

De officiële opening van het internaat aan de Stadhouderskade is op 20 september. De burgemeester is verhinderd, wethouder Gerrit Baas Kzn. van maatschappelijke steun spreekt een ‘warm gestemd openingswoord’ en benadrukt nogmaals dat dit een tijdelijk tehuis is. Tijdelijk is een rekbaar begrip, HvO zal het pand uiteindelijk 39 jaar later, in 1973, verlaten.

Bestuursvoorzitter Mendes da Costa memoreert bij deze gelegenheid volgens het Algemeen Handelsblad dat ‘het bestuur van H. v. O. zich niet in den strijd om het Oud Buitengasthuis heeft gemengd, doch zich wèl, toen de nieuwe plannen opkwamen, met zorg heeft afgevraagd, waar de vereeniging nu heen moest en of zij wellicht zélve onbehuisd zou worden.’ Hij vertelt dat het bestuur graag opnieuw alles van de vereniging op één terrein had gehad, maar dat decentralisatie toch noodzakelijk bleek. Mendes da Costa verheugt zich in zijn toespraak over het feit dat Hulp voor Onbehuisden zich voortdurend verzekerd wist van de steun en medewerking van de gemeente. Gelukkig voor de vereniging heeft de burgemeester eens gezegd ‘dat Amsterdam het niet zonder Hulp voor Onbehuisden kon stellen,’ aldus Mendes da Costa in De Telegraaf.
Over het oude Pesthuys merkt de voorzitter op dat het aan geen enkele is meer voldoet. ‘Wat wij er achterlaten, is de prettige sfeer, de geest van liefde en toewijding, die het echtpaar Jonker er had gebracht en die er zijn blijven heerschen. Hopen wij, dat die geest ook hier zal worden ingevoerd.’
Wethouder Baas gaat de sloop van het oude Pesthuys weliswaar aan het hart, maar hij weet ook dat dit niet de ideale verblijfplaats voor de ‘Kinderen van Jonker’ was.

Tubantia plaatst een foto van de opening. Ook de Sumatra Post plaatst twee foto’s van de nieuwe voorziening van Hulp voor Onbehuisden aan de Stadhouderskade.

In september ontstaat er een algemeen secretariaat op het hoofdkantoor, onder leiding van mejuffrouw Van den Berg, secretaresse van de hoofddirecteur, dat onder meer de correspondentie gaat verzorgen.

HvO, collecte, 1934

Reclame voor de collecte van Hulp voor Onbehuisden in 1934.

Hulp voor Onbehuisden houdt ook dit jaar weer een straatcollecte en wel op zaterdag 15 september. In de dagbladen verschijnen diverse oproepen aan mensen vanaf 16 jaar om zich aan te melden als collectant, zoals deze in De Telegraaf.
Voor de organisatie van de collecte is een comité van aanbeveling gevormd van dames uit de gegoede burgerij.

‘Verhuizen kost bedstro,’ schrijft het Algemeen Handelsblad ter ondersteuning van de collecte. De krant doelt uiteraard op de verhuizing van de schoolgaande kinderen, die een extra kostenpost vormt. Daarnaast verminderen de inkomsten, nu ‘de drang der tijden velen heeft genoodzaakt voor het lidmaatschap te bedanken.’

Op 15 september publiceert het Algemeen Handelsblad op de voorpagina een foto van de straatcollectie van HvO, waarbij een paleiswacht op de Dam een duit in het zakje doet.
Ook de Haagse Courant plaats een foto van de collecte.

De opbrengst van deze collecte, ƒ5085, valt tegen. Voorzitter Mendes da Costa meldt op 8 oktober dat de collecte heeft geleden heeft ‘door het geschrijf in de kranten.’ Hij doelt daarmee op een interview met de secretaris van de Armenraad in De Telegraaf. Heijermans wil hiertegen ernstig protesteren bij de Armenraad.

In oktober laat HvO het Leger des Heils weten geen wagens uit te lenen voor de inzameling van de Nationale Bond van Barmhartigheid op 17 oktober, omdat deze bond, ondanks de naam, niet alle verenigingen omvat die goederen ophalen.

In de Rooms Katholieke leeszaal aan de Herengracht is op 20 oktober een jas ontvreemd. ‘De politie van bureau Singel heeft in het gebouw van de Toevlucht voor Onbehuisden een man gearresteerd die in het bezit bleek te zijn van de jas,’ aldus De Tijd.

De Tribune bericht over een vrouw in de Houtrijkstaat in de Spaandammerbuurt die met twee kleine kinderen op een kale zolder ‘naast het duivenhok’ woont en geen onderstand krijgt van Maatschappelijke Steun, omdat zij weigert naar Hulp voor Onbehuisden te gaan. Een schandaal, vindt de communistische krant.

Op 5 november is de jaarlijkse ledenvergadering van de vereniging Hulp voor Onbehuisden, waarschijnlijk voor de laatste maal in het Oud Buitengasthuis.

Hulp voor Onbehuisden plaatst op 9 november een oproep in het Algemeen Handelsblad. ‘Vanouds heeft dit werk slechts uitersten eenvoud gekend. Te bezuinigen valt er dus niet en zeker niet op de verzorging der opgenomen menschen. Er is slechts één uitkomst! meer giften, opdat de allerarmsten hun toevlucht behouden, opdat mannen, vrouwen en kinderen in uitersten en vaak plotselingen nood, weten waarheen zich te wenden.’
‘Inkrimping van het aantal verpleegden? Waar zouden vele stakkers naar toe moeten?,’ vraagt HvO in het Nieuw Israëlitisch weekblad.

‘Wie geen woning heeft in den zin van gemeentelijk bouw- en woningtoezicht is dakloos. Een Hulp voor onbehuisden hebben wij, katholieken, jammerlijk niet,’ verzucht De Tijd op 19 november.

Het aantal nachtverblijven dat het Leger des Heils en Hulp voor Onbehuisden verstrekt is in het derde kwartaal van 1934 hoger dan verleden jaar (84.100 tegen 77.700), aldus de Gooi- en Eemlander op 23 november.

A J. Mendes da Costa, G.H. Honing en P.C. Faber wonen namens Hulp voor Onbehuisden op 26 november in het Parkhotel het tienjarige bestaan bij van de vereniging van joodse gezinsvoogden, zo meldt het Algemeen Handelsblad. Bestuurslid mr. G. T. J. de Jongh van HvO is een van de sprekers.
‘De heer G. H. Honing, directeur van Hulp voor Onbehuisden, zegt groote bewondering te hebben voor wat de vereeniging in korten tijd heeft weten te bereiken,’ aldus het Nieuw Israëlitisch weekblad. ‘Spr. heeft niet dan lof voor de wijze, waarop de Joodsche gezinsvoogden zich interesseeren voor hun pupillen, die in het Observatiehuis zijn opgenomen.’

Op zaterdag 1 december houdt Sinterklaas, voorgesteld door Eduard Verkade, zo weet het Algemeen Handelsblad, zijn intocht in Amsterdam. Om te voorkomen, ‘dat de kleintjes te lang in de open lucht moeten wachten,’ komt de goedheiligman bij deze gelegenheid ook langs bij onder meer Hulp voor Onbehuisden.
Op 4 december verzorgt de Amsterdamse studentenvereniging U.S.A. (Unitas) in haar sociëteitslokaal Salve aan de Stadhouderskade een groot Sint-Nicolaasfeest voor de kinderen van Hulp voor Onbehuisden. Het Algemeen Handelsblad publiceert er een dag later een foto van. ‘Onnoodig te zeggen, dat de kleintjes de chocolademelk en het speelgoed zeer op prijs stelden,’ aldus De Tijd.

Op 28 december neemt zuster Minderaa, na bijna 29 jaar in het Oud Buitengasthuis te hebben gewerkt en gewoond, afscheid van Hulp voor Onbehuisden. ‘Och, die statistiek van zooveel gevallen per jaar is wel heel mooi en heel nuttig, maar in elk nieuw geval moet je zien een mensch, die zoover is gekomen – door welke oorzaak dan ook – dat hij of zij een toevlucht moet zoeken in de Toevlucht voor Onbehuisden,’ aldus de zuster in het tijdschrift van HvO. De klanten van Hulp voor Onbehuisden zijn volgens haar ‘menschen die in degene die ze ontvangt, aanvoelen of de evenmensch of den Ambtenaar.’

Op 28 december organiseert de afdeling Amsterdam van de Horecaf voor de zesde keer een kerstmaal voor ruim 200 kinderen van Hulp voor Onbehuisden in de grote zaal van  het A.M.V.J.-gebouw en handhaaft daarmee een mooie traditie aldus het Algemeen Handelsblad. Volgens de krant is er bij de kinderen sprake van ‘een in den beginne stille en innerlijke, later ook van een levendiger gedemonstreerde blijdschap.’

Eind 1934 doet zich een kwestie voor met een jongen van HvO die in Beileroord wordt verpleegd. De zaak wordt besproken door Honing, Heijermans en dr. Querido (de naamgever van de latere Queridostichting) van de Geneeskundige Dienst.

HvO sluit het jaar af met een batig saldo van ƒ29.000. Men verstrekt 278.867 verpleegdagen, gemiddeld 764 per dag.

 

1935

‘Nu de eerste sneeuw gevallen is en de thermometer even beneden nul gedaald is, denkt men onwillekeurig meer dan anders aan de dakloozen,’ schrijft de Nieuwe Apeldoornsche courant, onder de kop ‘Waar zwervers rust vinden, over het veelzijdig werk van Hulp voor Onbehuisden’ op 21 januari. ‘De bedoeling van H. v. O. is niet de menschen voor goed te houden, maar hen weer in de maatschappij een plaats te verschaffen; pas wanneer men daarin slaagt laat men de menschen los.’
Het artikel wordt overgenomen in het maandblad van Hulp voor Onbehuisden.

HvO heeft zich in deze zware economische tijden met moeite staande weten te houden, maar juist ‘nu er teekenen zijn, dat de lucht gaat opklaren, dreigt het schipbreuk te lijden in de haven,’ zo luidt een ingezonden smeekbede om giften eind januari in onder meer het Leeuwarder nieuwsblad en het Nieuw Israëlitisch weekblad.

Onder de kop ‘Waar zwervend Amsterdam slaapt’ schetst de Sumatra Post op 30 januari een stemmig beeld van de Toevlucht voor Onbehuisden in Amsterdam. ‘In hun lange hemden trekken de dakloozen voorbij.’
‘Dertig mannen, de kragen opgezet, de handen diep in de zakken, staan zwijgend langs een schutting en laten weerloos koude en regen over zich heengaan. (…) Van zeven tot elf uur blijven de deuren van het asyl geopend. Dan sluiten zij en bestaat er geen gratis logies meer in Amsterdam, behalve de banken in het Vondelpark en de stoepen.’
Wat voor mensen maken gebruik van het nachtasiel? ‘Gij zult verbaasd zijn het te vernemen: de gasten van het asyl presenteeren zich voor het meerendeel niet in lompen. Dikwijls zijn het nog behoorlijk en zelfs zeer behoorlijk gekleede jongelieden, die op een of andere wijze invalide geslagen zijn door de maatschappij, wien alles tegenloopt en die hier ten slotte met een schouderophalen binnenwandelen.’
De heer Van Wageningen is op dat moment het hoofd van het nachtasiel, met een capaciteit van 53 bedden.
‘In het kantoortje zit een heer met een grijze puntbaard en een goedmoedig gelaat. Hij is hier de administrateur en de chef de réception. Het getuigt op zichzelf al van tact zoo iemand hier neer te zetten,’ aldus de Sumatra Post.

De regering verleent Amsterdam op advies van het Werkfonds 1934 goedkeuring voor de uitvoering van een zestal zogeheten arbeidsverruimingswerken, waaronder ‘het bouwen aan de Weesperzijde van een mannenasyl voor onbehuisden, kostenraming ƒ63.500,’ aldus het Twentsch dagblad Tubantia op 20 februari.
De openbare aanbesteding hiervoor is op 15 april, het bestek is vanaf 6 april verkrijgbaar bij de Stadsdrukkerij, aldus het Algemeen Handelsblad. Van de 46 inschrijvingen, is de firma J. B. P. Meyerink uit Amsterdam, met ƒ25.879 de laagste, meldt De Tijd.
Dit is het vierde werk, dat zal worden uitgevoerd als onderdeel van het werkverruimingsplan van zestig miljoen, weet De Tribune.

In het kader van de werkverruiming neemt Publieke Werken later ook de verbouwing van scholen aan de Roggeveenstraat ten behoeve van Hulp voor Onbehuisden ter hand, meldt het Algemeen Handelsblad. Deze verbouwing, een van de zeventien projecten die worden gerealiseerd met voorschotten uit het Werkfonds 1934, gaat ƒ126.900 kosten, aldus Het Vaderland.

HvO, kind en zuster, 1935

Verpleegde Freddy Wertheim en zuster Chardomans van HvO in 1935.

Een vast onderdeel op de jaarvergadering van de vereniging Maatschappelijk werk onder Joodsche Zieken te Amsterdam is de rapportage van zuster F. Furth, over het aantal behandelde personen en waar zij terecht zijn gekomen. Hieruit blijkt dat in 1934 slechts één kind via het Joods maatschappelijk werk bij Hulp voor Onbehuisden is opgenomen, zo meldt het Nieuw Israëlitisch weekblad op 8 maart.

Amsterdamse padvinders bieden honderd kinderen die bij Hulp voor Onbehuisden aan de Stadhouderskade wonen op 30 maart een gezellige avond aan, een goede daad, aldus het Algemeen Handelsblad.

Op 8 april geeft de Gemengde Zangvereniging Amsterdam een concert voor de kinderen van Hulp voor Onbehuisden. ‘We hadden ons afgevraagd of dit concert niet zou liggen ver boven de bevatting van onze kinderen,’ schrijft P.C. Faber in het HvO-blad, maar het jonge publiek vindt het prachtig. De liberale wethouder dr. I.H.J. Vos van Onderwijs en Openbare Gezondheid is ook van de partij.

Nood leert vragen. ‘Het wordt steeds moeilijker de uitgebreide maatschappelijke hulp in stand te houden en het is daarom, dat thans dit dringend beroep wordt gedaan op de algemeene belangstelling en milddadigheid,’ schrijft Hulp voor Onbehuisden op 7 mei in het Algemeen Handelsblad.

HvO, ophaaldienst, jaren dertig

Ophaaldienst van HvO aan de Weesperzijde in de jaren ’30.

In mei constateert het bestuur een te lage bezetting bij het Manneninternaat, 100 van de 135 plaatsen zijn bezet. Dit beïnvloedt de verpleegkosten per bewoner en drukt op het personeelsbestand van de ophaal- en sorteerdienst. Zou Maatschappelijke Steun werkloze mannen niet kunnen verplichten om in het internaat van HvO te gaan wonen?

In juni maakt directeur Honing in het maandblad van Hulp voor Onbehuisden met enige verbazing melding van een uitgave in Parijs, het Journal des Mendiants, oftewel de Bedelaarskrant. Hierin treft men onder meer advertenties voor plaatsen waar het goed bedelen is. ‘Gelukkig zijn de toestanden hier nog heel anders,’ aldus Honing die dit bericht, keurig met bronvermelding, overneemt uit De Telegraaf.
Overigens is hier niks nieuws onder de zon, het Algemeen Handelsblad maakt al in 1885 (!) melding van het bestaan van dit Franse vakblad.

Begin juni doet zich een incident voor bij HvO aan de Weesperzijde. Een bewoner, een 50-jarige ex-mijnwerker, beklaagt zich over een financiële aangelegenheid. ‘Toen hij te dien aanzien zijn zin niet kreeg, verscheen hij op de binnenplaats en smeet met een steen een ruit van de directeurskamer stuk. Hij vertoonde zich in de werkplaats en uitte daar bedreigingen jegens den directeur, roepende: “Ik snij hem aan riemen.” Vervolgens vernielde hij nog eenige ruiten, waarna de politie verscheen en hem arresteerde,’ aldus het Algemeen Handelsblad op 7 juni. Eenmaal in hechtenis blijft hij zijn dreigementen herhalen.
‘De politie beeft op de binnenplaats van het gebouw der Vereeniging voor Onbehuisden te Amsterdam een zeer gevaarlijk heerschap gearresteerd, dat met plannen rondliep om den directeur te dooden,’ schrijft De Volksvriend, een Nederlandstalige krant uit Orange City, Iowa, eind juni.
Begin september staat de man voor de rechtbank en bekent het hem ten laste gelegde. De officier van justitie eist negen maanden gevangenisstraf, noteert het Algemeen Handelsblad. De rechter vonnist conform de eis, aldus de Gooi- en Eemlander.
De heer Gestman, de bedreigde directeur, verzoekt het bestuur van de vereniging een revolver te mogen dragen. Het bestuur is echter principieel tegen bewapening van beambten. ‘Deze moet op zijn zelfvertrouwen, niet op een wapen steunen.’
HvO laat naar aanleiding hiervan de politie weten dat men bij dergelijke incidenten in het vervolg sneller op assistentie hoopt te kunnen rekenen.

De Tribune publiceert op 24 juli een verhaal over een arme drommel dat duidelijk maakt ‘hoe onder het kapitalisme met een arbeider wordt omgesprongen.’ Hulp voor Onbehuisden wil hem volgens de krant niet opnemen omdat hij een stijve arm heeft, en derhalve, zo wordt gesuggereerd, niet kan werken.

B. en W. stellen de gemeenteraad voor om Hulp voor Onbehuisden voor 1936 een subsidie toe te kennen van ƒ150.000, waarvan respectievelijk ƒ10.000 en ƒ11.800 dienen als huur voor de percelen Weesperzijde 110-112 en Stadhouderskade 84, aldus De Tijd op 24 augustus.
HvO had ruim ƒ15.000 meer subsidie aangevraagd, maar de gemeente wil ‘het tekort van het door de vereeniging beheerde Observatiehuis aan de Vosmaerstraat niet langer voor rekening te nemen. Immers, het meerendeel der verpleegdagen in deze inrichting betreft patiënten, opgenomen op verzoek van justitionele organen in en buiten Amsterdam,’ meldt de Gooi- en Eemlander.

De straatcollecte van HvO is dit jaar op zaterdag 14 september. Als altijd is de vereniging in de aanloop naar deze inzameling naarstig op zoek naar collectanten. Dit jaar heeft Hulp voor Onbehuisden van de KLM de beschikking gekregen over een vrije rondvlucht boven Amsterdam, bestemd voor degene ‘in wiens bus het hoogste bedrag wordt aangetroffen,’ aldus De Tijd.
Op 14 september plaatst het Algemeen Handelsblad een foto van de straatcollecte van HvO. ‘Een ijverige collectrice slaagt er in een kioskjuffrouw uit haar tent te lokken.’
De collecte brengt ƒ5001 op. ‘Zeker een niet te versmaden bedrag,’ aldus Honing in het HvO-blad, ‘maar toch helaas heel wat minder dan een paar jaar geleden.’

In oktober vraagt HvO in een advertentie in het Algemeen Handelsblad om een tweedehands piano.

HvO, Observatiehiuis, jaren '30

Jongens met een begeleider op de binnenplaats van het Observatiehuis van HvO in de jaren dertig.

‘Het Observatiehuis in de Vosmaerstraat te Amsterdam wordt met stopzetting bedreigd: noodlottig samentreffen met het feit van het sterk toenemen van jeugddelicten in dezen tijd,’ aldus het Algemeen Handelsblad op 14 oktober.
‘Het is bestemd voor het tijdelijk opnemen van jongens, die zulke ernstige conflicten veroorzaken, dat ze, hetzij voor de omgeving thuis hetzij voor de maatschappij, of voor beide, zoo gevaarlijk te achten zijn, dat onmiddellijke verwijdering daaruit geboden is. De vraag of ze al dan niet in hun vroegere omgeving behooren terug te keeren, moet door deskundig oordeel beantwoord worden.’
Het voortbestaan van het Observatiehuis van HvO staat op de tocht door een al langer bestaand verschil van inzicht tussen de gemeente en het Rijk. Het Observatiehuis krijgt naast een vergoeding per verpleegde een basissubsidie van gemeente en Rijk. Amsterdam is van plan om zijn deel van de vaste subsidie (ƒ12.000) stop te zetten.
Volgens het Algemeen Handelsblad is het belangrijk dat er een modus vivendi wordt gevonden, want anders worden de jongens ‘weer aan de straat overgelaten met alle daaraan voor de maatschappij verbonden gevaren, die te ernstiger dreigen in dezen tijd van werkloosheid. De jongens zullen als ze blijven rondloopen van kwaad tot erger vervallen en opgroeien tot ernstige en onverbeterlijke misdadigers.’
De directeur van het Observatiehuis is Van der Zijl. Per jaar doorlopen z’n 175 jongens het tehuis. Er gaan ook intern stemmen op, onder meer van gemeente-gedelegeerde Heijermans, om het Observatiehuis te sluiten. De rest van het bestuur vindt juist dat de voorziening ‘op aetische gronden’ onlosmakelijk met het gedachtegoed van Hulp voor Onbehuisden is verbonden en derhalve beslist behouden dient te blijven.
Half november lijkt de impasse doorbroken. De Minister van Justitie, Josef van Schaik, vindt het belangrijk dat het Observatiehuis blijft voortbestaan en zegt hier extra geld voor toe, aldus De Banier. Daarmee is het tehuis voorlopig gered.

Half november zamelt Hulp voor Onbehuisden opnieuw geld in. Het gaat nu om precies ƒ4.000. Dat komt omdat de opbrengst van de straatcollecte tegenvalt. Werd er in 1932 nog ruim ƒ15.000 opgehaald, dit jaar is dat ƒ10.000 minder. Gelukkig is er alweer ƒ6.000 aan giften binnengekomen en daarom zoekt HvO nog precies ƒ4.000. Hiervoor verschijnen oproepen in diverse kranten, zoals Het Vaderland.

De Cineac nodigt half december alle kinderen van Hulp voor Onbehuisden uit om een bioscoopvoorstelling bij te wonen, meldt De Tijd, immers ‘de kinderen hunkeren naar een verzetje’ en voor hen is een middagje uit ‘het toppunt aller wenschen.’

Kerstfeest voor de kinderen van HvO, 1935, foto Sumatra Post

Kerstfeest voor de kinderen van HvO, 1935, foto Sumatra Post

De goede traditie getrouw heeft de afdeling Amsterdam van de Horecaf aan de kinderen van Hulp voor Onbehuisden een Kerstmaaltijd aangeboden in de grote feestzaal van het A.M.V.J. gebouw aan het Leidsebosje, zo meldt de Gooi- en Eemlander op 31 december.
‘De kellners van American, Trianon en het A.M.V.J. gebouw hadden handen vol werk, om al die grage monden en hongerige magen tevreden te stellen; meer dan een uur duurde deze feestmaaltijd, waaraan ze het geheele jaar een blijde herinnering zullen behouden.’
Impresario Max van Gelder zorgt voor de attracties.
De Sumatra Post plaatst er een foto van.

Uit het jaarverslag van Maatschappelijk werk onder Joodse zieken blijkt dat in 1935 drie kinderen bij HvO zijn geplaatst, die samen goed waren voor 36 verpleegdagen, aldus het Nieuw Israëlitisch weekblad.

HvO sluit het jaar af met een tekort van ƒ22.000.
In 1935 worden 278.520 nachtverblijven en verpleegdagen verstrekt, gemiddeld 763 per dag.

 

1936

De financiële situatie van Hulp voor Onbehuisden is opnieuw penibel. De vereniging komt ƒ35.000 te kort, een tekort ‘dat ongetwijfeld zal aangroeien, indien milde gevers dit niet helpen verhoeden,’ aldus Het Vaderland op 13 februari. ‘Schenkt daarom een wintergave aan Hulp voor Onbehuisden. Elke gift brengt verademing. Elke hulp van buiten telt mede.’

Directeur Honing van Hulp voor Onbehuisden houdt op 21 februari onder de titel ‘zwervers’ een causerie voor de Nederlands-Indische radio, zo meldt het Bataviaasch nieuwsblad.

Circus Kavaljos van de zakenman en filantroop Bernhard van Leer adverteert in het Algemeen Handelsblad voor zijn voorstelling aan de Vondelstraat in maart, april en mei, waarvan een deel van de opbrengst ten goede komt aan Hulp voor Onbehuisden.

Het Algemeen Handelsblad plaatst op 13 maart op de voorpagina een foto met als bijschrift: ‘Een slaapzaal in het nieuwe nachtasyl voor mannen van Hulp voor Onbehuisden aan de Weesperzijde te Amsterdam.’

Het Algemeen Handelsblad plaatst op 13 maart op de voorpagina deze foto met als bijschrift: ‘Een slaapzaal in het nieuwe nachtasyl voor mannen van Hulp voor Onbehuisden aan de Weesperzijde te Amsterdam.’

‘Langzaamaan krijgt “Onbehuisden” nu een goede behuizing, waar deze goed werkende vereeniging, de stichting van het echtpaar Jonker, alle recht op heeft,’ aldus De Telegraaf op 13 maart.
Op 14 maart wordt het nieuwe Nachtasyl voor mannen aan de Weesperzijde officieel geopend. Het is gebouwd onder leiding van stadsarchitect A.R. Hulshoff. Het pand, dat plaats biedt aan 45 mannen, is de jongste ‘emigrant’ van HvO vanuit het Peshuys, volgens het Algemeen Handelsblad. J.C. Gestman is de directeur, zowel van het internaat als het nachtasiel.
Frans van Meurs, wethouder Maatschappelijke Steun van Amsterdam, en voorzitter A.J. Mendes da Costa van HvO houden bij deze gelegenheid een toespraak. Wethouder Van Meurs vertrouwt erop dat HvO ‘erin zal slagen, ondanks de decentralisatie der afdeelingen haar volle zorgen aan dit mooie, helaas zoo noodige werk te blijven geven,’ noteert het Algemeen Handelsblad.
Het nieuwe asiel is sober, doelmatig en zakelijk van opzet, aldus het Algemeen Handelsblad. In vergelijking met het oude Pesthuys is er ‘minder romantiek en meer hygiëne.’
Volgens De Tijd is het nieuwe asiel ‘een belangrijke verbetering. Gangen, trappen en zalen zijn frisch en helder; overal hebben licht en lucht toegang. Reinheid en hygiëne, hier een eerste vereischte, zijn er als vanzelfsprekend.’
‘De tijd dat alle beschermelingen der Vereeniging tezaamen woonden onder de zware dakspanten van het Oud-Buitengasthuis is voorbij,’ merkt het huisorgaan van HvO op.
In de vestibule van het nieuwe nachtasiel is een gedenkplaat aangebracht ter ere van C.W. Janssen, een van de oprichters en eerste bestuursleden van Hulp voor Onbehuisden en een belangrijke geldschieter. Zo wordt, aldus Mendes da Costa, de herinnering levendig gehouden ‘aan het vele, dat deze groote menschenvriend voor de Amsterdamsche zwervers en kinderen heeft gedaan,’ zo meldt het Algemeen Handelsblad op 15 maart.

HvO, Weesperzijde, 1936

Bestuur, directie en genodigden bij de opening van het nachtasiel aan de Weesperzijde in 1936.

Het internaat is alleen voor Amsterdammers, maar iedereen is welkom in het nachtasiel. ‘Geweerd worden alleen dronken mannen en zij, die zich anderszins niet behoorlijk gedragen.’ De stelregel is dat men ongeveer veertien nachten per drie maanden in de nachtopvang mag slapen. ‘Het asyl mag niet ontaarden in een gratis logement voor straatslijpers.’
‘’s Ochtends te zeven uur wordt reveille geblazen; de dakloozen verlaten het asyl, gesterkt door een stevig ontbijt en met een pak brood op zak,’ volgens het Algemeen Handelsblad.

HvO, Observatiehuis, 1936

Koninginnedag bij het Observatiehuis van HvO in 1936.

Gemeente-gedelegeerde Heijermans beklaagt zich in de bestuursvergadering over de ‘overdreven inrichting’ van de nieuwe voorziening aan de Weesperzijde. Bestuurslid Hendrix valt hem bij en meent ‘dat het gebouw overdreven is ingericht en bij de zwervers daarom minder in den smaak valt.’
Dezelfde Heijermans vindt het ook overdreven dat bezoekers van het Nachtasyl bij hun vertrek ’s morgens brood mee krijgen. ‘De behandeling is overdreven. Zoo trekt men zwervers naar Amsterdam.’

HvO, Observatiehuis, 1936

Koninginnedag in het Observatiehuis van HvO in 1936.

Directeur Honing haast zich te verklaren dat Hulp voor Onbehuisden dit al ruim acht jaar doet, het is immers nog slechter als asylgasten de hele dag niets te eten hebben. Bestuursvoorzitter Mendes da Costa valt de directeur bij; brood meegeven is juist goed, anders zou HvO mensen dwingen tot bedelen.

De school voor maatschappelijk werk aan de Pieter de Hoochstraat 78 in Amsterdam organiseert in april voor studenten een vijfdaagse cursus over het onderwerp: Het maatschappelijk werk in verband met misdaad en misdadigheid. Hulp voor Onbehuisden is er drievoudig bij betrokken. Niet alleen is directeur Honing een van de sprekers, ook de Amsterdamse kinderrechter mr. W. P. C. Knuttel, bestuurslid van HvO, en de psychiater dr. F. S. Meyers, lid van de Commissie van Toezicht van het Observatiehuis en de Gezinsverpleging verzorgen hier inleidingen.

Oud-zuster N. Minderaa vraagt in een ingezonden mededeling in het Algemeen Handelsblad van 8 april om paaseieren voor Hulp voor Onbehuisden, ‘echter geen eieren van de kip, van suikergoed of chocolade, doch van zilver, van goud, ja van papier als ’t kan, eieren met een uitgesproken en gangbare geldswaarde.’

Draaimolen bij HvO, Algemeen Handelsblad

Draaimolen bij HvO, Algemeen Handelsblad

‘Vreugde op de binnenplaats van het Kindertehuis van Hulp voor Onbehuisden te Amsterdam,’ want op 18 april staat er een draaimolen, zo laat een foto in het Algemeen Handelsblad zien. ‘Geen gewone draaimolen met schuitjes, leeuwen, zeemeerminnen en paarden, doch in modernen stijl met fietsen en miniatuurauto’s,’ aldus het Handelsblad. Het is een aardigheidje van mevrouw Stadman, wier echtgenoot kermisexploitant is.

Kinderen van Hulp voor Onbehuisden doen volgens De Tijd op 30 april mee aan de viering van Prinsessedag in de Stadsschouwburg.

Kinderen van HvO bieden de vrouw van de burgemeester een taart aan

Kinderen van HvO bieden de vrouw van de burgemeester een taart aan

Namens de Nederlandse Banketbakkersvereniging, afdeling Amsterdam, bieden enkele kleuters van Hulp voor Onbehuisden op 5 mei mevrouw De Vlugt-Flentrop, de echtgenote van de burgemeester, een moederdagstaart aan, waarna alle kinderen en vrouwen in het tehuis op taart worden getrakteerd, meldt De Tijd.
Diverse kranten, zoals de Graafschapbode, de Nieuwe Tilburgsche Courant en de Leeuwarder Courant plaatsen hier een foto van.

Bij de aanbesteding voor het inrichten van schoolgebouwen aan de Roggeveenstraat 6, 8 en 10 en de Van Neckstraat 2 voor de huisvesting van Hulp voor Onbehuisden is de hoogste inschrijver IJ. Steenbeek voor ƒ79.000 en laagste inschrijver J.B.P. Meijerink voor ƒ48.376, aldus het Nieuwsblad van het Noorden.
Meijerink gaat de klus klaren, meldt De Tijd.

Op 27 mei houdt Hulp voor Onbehuisden een bazaar om geld in te zamelen. Het is voor de laatste maal in het oude Pesthuis.

Tijdens de sociale ontwikkelingsweek in juni in Hotel des Pays Bas in Utrecht spreekt HvO-directeur Honing over ‘het vraagstuk der onbehuisden in dezen tijd,’ aldus de Gooi- en Eemlander.
‘Naast de landloopers en bedelaars die in het algemeen de hulp ontwijken, vormen de onbehuisden – nu niet als verzamelnaam – een afzonderlijke categorie. Het zijn noch bedelaars, noch zwervers. Zij gaan slechts noode den landweg op, maar blijven bij voorkeur in de steden. Niet de lust tot zwerven maakt hen tot dakloozen, maar tegenspoed – al dan niet “eigen schuld” – ontwortelt hen.’
Honing merkt op dat het aantal onbehuisden in deze tijd van economische crisis min of meer gelijk blijft, terwijl het aantal werkelozen fors toeneemt.
’s Avonds spreekt hier ook mr. G. T. J. de Jongh, oud-kinderrechter en bestuurslid van HvO, over jeugdcriminaliteit, aldus Het Vaderland.

In juni vraagt directeur Honing in het tijdschrift van de vereniging  geld voor vakantie voor de kinderen van HvO.

De gewone middelen van ons werk veroorloven niet, de kinderen deze vreugde te schenken. Wij hopen dan ook, dat het beroep dat weldra op U gedaan zal worden ook ditmaal niet tevergeefs zal zijn, want slechts als vele vrienden van ons werk iets bijdragen kan het kinderkamp slagen.
Elk jaar weer opnieuw rijst de spannende vraag: Kunnen de kinderen naar buiten?
Stelt U eens voor van niet, welk een tegenslag zou dat zijn voor die meer dan 200 gestichtskinderen!

HvO, boot, 1936

Met stralende gezichten, bruin van de zon, zingend en wuivend, keerden Zaterdagmiddag 200 kinderen uit het tehuis der vereeniging H.v.O. na vier weken vacantie te Saxenheim per Veluwe in Amsterdam terug, aldus het fotobijschrift uit Het Volk van 17 augustus 1936.

Gelukkig komt er ruim ƒ4.000 aan giften binnen. Op maandag 20 juli gaan de kinderen van Hulp voor Onbehuisden naar Nunspeet. ‘Evenals vorige jaren is dit vacantiekamp uitsluitend tot stand gebracht door de milde bijdragen van tal van kindervrienden,’ aldus De Tijd.

Op 20 juli 1936 overlijdt zuster N. Minderaa die meer dan dertig jaar, dat wil zeggen vrijwel vanaf het begin, bij Hulp voor Onbehuisden heeft gewerkt, voornamelijk in het asiel voor vrouwen en kinderen.

Op 7 september schrijft iemand zich in bij het nachtasiel van Hulp voor Onbehuisden aan de Weesperzijde als prins Iwan Nicolaas Iwanoff en beweert een nazaat van de Russische tsaar te zijn, zo meldt De Telegraaf. Hij is zonder geldige reispapieren en wordt daarom ondervraagd door de politie. Al snel blijkt dat de man een oplichter is.

Op 19 september wordt in het Vondelpark een bloemencorso voor kinderen tot en met twaalf jaar georganiseerd. Hiervoor hebben zich 250 kinderen opgegeven, waaronder 185 van het internaat voor schoolgaande kinderen aan de Stadhouderskade van Hulp voor Onbehuisden. ‘Het belooft een aardige en dankbare middag te worden,’ aldus De Tijd.

Hulp voor Onbehuisden houdt op zaterdag 19 september de jaarlijkse straatcollecte. Ter voorbereiding hierop worden op 8 en 15 september in het clubgebouw Roothaan aan de Rozengracht, zo meldt de Gooi- en Eemlander, bijeenkomsten gehouden voor (aspirant)collectanten waarbij ook een film wordt vertoond over het werk van HvO.
De opbrengst is ƒ4300.

Het Jongenshuis van HvO aan de Prins Hendrikkade bestaat in 1936 25 jaar. De Tijd neemt een artikel over uit het tijdschrift van Hulp voor Onbehuisden over het overlijden op 19 september van J. van Deudekom van het Jongenshuis.

Op 7 oktober wordt dokter Henri Loterijman gehuldigd omdat hij 25 jaar als medicus is verbonden aan Hulp voor Onbehuisden. Directeur Honing prijst ‘de eenvoudige manier waarop dr. Loterijman zijn taak als het ware “geluidloos” verricht, waarbij hij altijd een goed humeur had en een humor bleek te bezitten die nooit de ernst in het gedrang liet komen en nooit ten koste van anderen ging,’ aldus De Tribune.

Uit de statistische gegevens van Amsterdam blijkt dat in het derde kwartaal van 1936 Hulp voor Onbehuisden en het Leger des Heils iets meer nachtverblijven verstrekken: 83.400 tegen 82.700 in 1935, noteert De Tribune.

Hoytink, die na de oorlog algemeen directeur van HvO zal worden, komt in dienst als ambtenaar bij het altijd roerige Observatiehuis. Bij dit huis speelt niet alleen een conflict tussen directeur Van der Zijl en psychiater Frits Grewel, men blijft ook heen en weer worden geslingerd tussen twee broodheren: de gemeente en het rijk.

HvO, Observatiehuis, 1936

Kerstmis bij het Observatiehuis van HvO in 1936.

De Tribune vertelt op 29 november het droevige verhaal van een barbier uit de Kinkerbuurt die na 36 jaar wonen en werken wordt ontruimd wegens een geringe huurschuld. ‘En Hulp voor Onbehuisden heeft een klant erbij. Een oude, gebroken man, die aan den lijve heeft ondervonden, hoe de moloch kapitaal de middenstand onteigent.’

De gemeente Amsterdam verstrekt HvO voor 1937 een subsidie van ƒ155 000.

Op 29 december verzorgt de Amsterdamse Horecaf een kerstmaaltijd voor de kinderen van Hulp voor Onbehuisden in het AMVJ-gebouw. Dit keer zijn er minder kinderen van de partij omdat er maar liefst 35 zijn geveld door de griep. ‘Dadelijk echter heeft men een regeling getroffen, dat de patiëntjes het eten thuis konden krijgen,’ stelt de Gooi- en Eemlander gerust.

HvO sluit het jaar af met een tekort van 8.000 gulden.
In 1936 verstrekt HvO in totaal 279.271 nachtverblijven en verpleegdagen, gemiddeld 763 per dag.

 

1937

Twee foto's van het oude Pesthuis van HvO uit de jaren '30, een doorkijkje vanuit de poort en de oude pomp op de binnenplaats

Twee foto’s van het oude Pesthuis van HvO uit de jaren ’30, een doorkijkje vanuit de poort en de oude pomp op de binnenplaats

Nu de sloop van het oude Pesthuis steeds naderbij komt – in maart zullen ook de laatste onderdelen van Hulp voor Onbehuisden het pand verlaten – verschijnen her en der stemmige herdenkingsartikelen over het gebouw. ‘Het Oude Pesthuis, een der schilderachtige overblijfselen van zeventiende-eeuwsche bouwkunst uit het historisch bezit van Amsterdam, is ten ondergang gedoemd,’ schrijft de Gooi- en Eemlander over dit ‘schouwtooneel van drie eeuwen ellende.’
‘De volksmond zegt nog: “Ga naar Jonker,”’ aldus de krant.

‘De volgende maand trekken de laatste bewoners weg: het nachtasyl voor vrouwen en kinderen, de internaten voor vrouwen en de afdeelingen voor zuigelingen, peuters en kleuters, zooals de vaktermen luiden. Deze inrichtingen trekken in een van gemeentewege beschikbaar gesteld en tot dit doel verbouwd scholencomplex aan de Roggeveenstraat. Ook de kantoren der vereeniging, die dertig jaar lang primitief behuisd was in een loods, gaan naar de Roggeveenstraat over. De directeur van het tehuis, de heer G. H. Honing, wiens patriarchale verschijning bij zijn groote en kleine gasten zoo geliefd is, verheugt zich over deze verhuizing, die in ieder geval een verbetering is, noteert De Tijd.

HvO, afscheidsdiner Oud Buitengasthuis, 1937

Bestuur en directie van HvO nemen symbolisch afscheid van het Oud Buitengasthuis met een laatste diner in het pand.

Tekening van het oude Pesthuis van HvO door Jo Spier in De Telegraaf, 1937

Tekening van het oude Pesthuis van HvO door Jo Spier in De Telegraaf, 1937

‘Laatste onbehuisden er uit en de sloopers komen het gebouw binnen,’ schrijft De Telegraaf over het Pesthuis. Het artikel is geïllustreerd met een fraaie tekening van de binnenplaats met de pomp door Jo Spier. Deze week verhuizen de laatste bewoners van Hulp voor Onbehuisden naar de voormalige scholen in de Roggeveenstraat.
‘Slooper staat voor de deur van het oude Pesthuis,’ kopt De Tijd, ‘mooi, kloek gebouw verdwijnt.’

De vereniging krijgt drie weken om te verhuizen. Directie, administratie en secretariaat gaan naar de Van Neckstraat, de bewoners betrekken een leegstaand scholencomplex daar net om de hoek aan de Roggeveenstraat.
Dit is hetzelfde gebouw waar momenteel nog altijd de Roggeveen, de vrouwen- en gezinsopvang van HVO-Querido, is gevestigd.
De eerste directrice van deze opvang voor vrouwen- en kleuters is mevrouw C.S. van Ouwenaller.

Via de quarantaineafdeling van de GGD, die op verzoek van de gemeente ook in het complex aan de Roggeveenstraat is ingericht, komt HvO soms op bizarre wijze aan nieuwe bewoners. Zo wordt er in juni 1937 een kind van drie dagen oud – opgegeven door prof. Brouwer – in de quarantaine gebracht om te sterven. Het kind blijft echter tegen alle verwachting in leven en wordt bij Hulp voor Onbehuisden opgenomen.

HvO besluit dat het monument, dat ter nagedachtenis aan de oprichters voor het Oud Buitengasthuis staat, niet onder de slopershamer mag vallen. Dit gedenkteken verplaatst men naar de binnenplaats van het internaat voor schoolgaande kinderen, het latere Prinses Marijkehuis aan de Stadhouderskade.

De communistische krant De Tribune, vaak zeer kritisch over Hulp voor Onbehuiden, richt de pijlen nu eens op het Leger des Heils, met name op de kwaliteit van het eten. ‘Bij Hulp voor Onbehuisden is de kost eveneens eenvoudig, maar daar is hij behoorlijk klaar gemaakt.’ In hetzelfde artikel steekt HvO ook al gunstig af op het gebied van de hygiëne. Het gaat over de controle op het douchen. ‘In het nachtasyl van de vereniging Hulp voor Onbehuisden – in de wandeling: Jonker – gebeurt dat wèl en terecht, want menig zwerver is waterschuw.’ En even later nog eens: ‘Bij Jonker is het tenminste zindelijk. De eerste keer, dat men er komt, krijgt men een kuipbad, daarna iedere avond ’n stortbad.’

Personeelsadvertentie van HvO in De Tijd van 10 april 1937

Personeelsadvertentie van HvO in De Tijd van 10 april 1937, hierop reageren 400 sollicitanten

Bestuurslid Hendrix in De Tijd, 1937

Bestuurslid Hendrix in De Tijd, 1937

Op 19 april komen de verenigingen Benedictus Jozef Labre [patroonheilige van onder meer bedelaars en daklozen] en Katholiek Amsterdam bijeen om de mogelijkheid te onderzoeken om in Amsterdam een Rooms Katholieke hulp voor onbehuisden op te richten, aldus de Maasbode.
Mr. A.J.M. Hendrix, voorzitter van Katholiek Amsterdam en bestuurslid van het neutrale Hulp voor Onbehuisden, raadt de oprichting van een dergelijke instelling in de hoofdstad om financiële redenen voorlopig af, zo meldt De Tijd en plaatst daarbij een foto van Hendrix.

Op 7 juli roept Hulp voor Onbehuisden de lezers van het Algemeen Handelsblad op tot het doen van een ‘kampgift,’ zodat de kinderen van de vereniging met vakantie kunnen gaan. ‘Want het Onbehuisden-kinderkamp is altijd iets onzekers. Het gewone budget der vereeniging kan de kampkosten niet dragen. Het geld ervoor moet van kampgiften bij elkaar komen,’ aldus het Handelsblad twee dagen later.
Het adres van het hoofdkantoor is inmiddels Van Neckstraat 2, telefoon 46011.
De oproep heeft succes, want korte tijd later laat HvO in het Algemeen Handelsblad weten dat de kinderen op 19 juli zullen vertrekken van de Harderwijkersteiger aan het Stationsplein. De salonboot Veluwe van rederij C. Zwaag brengt hen geheel belangeloos tot Harderwijk.

HvO, vakantiekamp, 1937

Vakantiekamp Saxenheim van Hulp voor Onbehuisden in 1937, er gaan dit jaar ook kinderen naar Epe en Putten

De gemeente Amsterdam geeft Hulp voor Onbehuisden over 1936 achteraf ƒ3.260 meer subsidie, zo meldt het Algemeen Handelsblad, een bedrag dat de gemeente overigens geheel zelf toekomt voor de huur van het pand aan de Weesperzijde.
Amsterdam is van plan om in 1938 Hulp voor Onbehuisden ƒ195.700 aan subsidie toe te kennen, aldus de Gooi- en Eemlander op 6 september.

Het bestuur is bang dat een teruglopende bezetting van de Weesperzijde een nadelige invloed zal hebben op de productie van onder meer de bekende bosjes kachelhout en de capaciteit van de vereniging om oud papier en lompen op te halen. Dit is niet alleen een serieuze bron van inkomsten voor HvO, maar ook een goede manier om contact te onderhouden met de Amsterdamse burgers.

HvO, Roggevenstraat, 1937

De vrouwen- en kinderopvang van HvO aan de Roggeveenstraat in 1937.

Het zijn toch al zware tijden voor de afdeling papiersortering van HvO. Niet alleen schommelt de papierprijs rond een historisch dieptepunt, men wordt ook getroffen door interne tegenslag. De Telegraaf heeft geen goed woord over voor drie bewoners van Hulp voor Onbehuisden die voor de politierechter staan omdat ze oud papier, dat ze namens de vereniging ophaalden, voor eigen gewin verkochten aan een opkoper. De ‘drie beroerde jongens, mislukkelingen, die zelfs de liefdadigheid nog bestelen,’ verdienen daar elk een gulden mee. Ze worden veroordeeld tot een maand gevangenisstraf.

De straatcollecte van HvO is op zaterdag 18 september. De vereniging zoekt hiervoor collectanten. Mevrouw C. de Vlugt-Flentrop is opnieuw de erevoorzitter van het organisatiecomité.

HvO, kleuterafdeling, 1937

In de Kleuterafdeling van Hulp voor Onbehuisden waren op 31 October j.l. 106 zuigelingen, papkinderen, kruipertjes, peuters en kleuters in verpleging. Al, helpt een luttel dragen, zo luidt het bijschrift bij deze foto in het huisorgaan van Hulp voor Onbehuisden in 1937.

In de nachtopvang aan de Weesperzijde plaatst de Geneeskundige en Gezondheidsdienst zogeheten desinfectiekasten, waarin de kleding van passanten kan worden gereinigd van luizen en ander ongedierte. Niet het feit dat maar de manier waarop leidt tot een conflict tussen de GGD en HvO. Het bestuur van HvO is niet te spreken over de ‘beveltrant’ waarin de brief van de GGD hierover is getoonzet, de GGD vindt de reactie van HvO hierop aanmatigend.

De wethouder voor Maatschappelijke Steun is op zijn beurt niet te spreken over de toon van een artikel door bestuurslid mr. G.T.J. de Jongh over het Observatiehuis in het huisorgaan van HvO.
Eind 1937 verlaat deze  oud-kinderrechter na veertien jaar het bestuur van HVO. Hij was, ook als voorzitter van de commissie van toezicht van het Observatiehuis, een onvermoeibaar behartiger van de belangen van jongeren in nood.

Op initiatief van het bestuur van Hulp voor Onbehuisden en leden van verschillende zangverenigingen is een ‘Comité van Vrijwillige Propagandisten voor de vereeniging Hulp voor Onbehuisden’ opgericht. Het doel is om rondleidingen bij HvO, bijeenkomsten en concerten ten bate van de vereniging te organiseren. Als eerste bereidt men een liefdadigheidsconcert in de grote zaal van het Concertgebouw voor met ‘vooraanstaande zangkoren, zoowel uit Amsterdam als uit het land,’ aldus De Tijd op 24 oktober.
Een van de deelnemers is het populaire mannenkoor ‘Stemmen uit de Mijnstreek,’ weet het Limburgsch dagblad.

Het Leeuwarder nieuwsblad neemt op 3 november een artikel over uit De Schakel, het gemeenschappelijk orgaan van de instellingen voor maatschappelijk hulpbetoon te Amsterdam. Een lezer vraagt wat te doen als mensen aan de deur komen bedelen om eten. ‘Voor de dakloozen en zwervers komt Hulp voor Onbehuisden op, die degenen, die zij in het nachtasyl opneemt, ook gratis van een stevige hap eten voorziet, Onze conclusie is dus: men geve niet aan de deur, óók niet voor warm eten.’

HvO vraagt in november in diverse kranten, zoals het Nieuw Israëlitisch weekblad, om particuliere steun voor het werk in verband met de naderende winter. ‘Wie zulk een gift zendt, helpt ver over de 700 volwassenen en kinderen van alle gezindten, die in nood verkeerden toen zij met het werk in aanraking kwamen en voor wie dat oogenblik vaak een lichtpunt werd in het ongeluk.’

Heijermans vertrekt op 31 december 1937 als directeur van de Amsterdamse GGD en daarmee ook als gemeentegedelegeerde uit het HvO-bestuur. Zijn plaats wordt ingenomen door dr. J.H.  Tuntler, de nieuwe directeur van de Gemeentelijke Geneeskundige en Gezondheidsdienst.

In 1937 verstrekt HvO 275.079 nachtverblijven en verpleegdagen, gemiddeld 753 per dag.

 

1938

HvO, bestuur, 1938

Het bestuur en directie van Hulp voor Onbehuisden in 1938. Tweede van rechts, de voorzitter A.J. Mendes da Costa, derde van links, met baard, hoofddirecteur Honing.

Het inmiddels traditionele feestmaal dat de Amsterdamse Horecaf de kinderen van Hulp van Onbehuisden aanbiedt rond de feestdagen wordt wegens organisatorische moeilijkheden even uitgesteld, maar op 19 januari is het dan toch zover, als 206 kinderen volgens hun buikjes rond eten in de grote zaal van hotel Krasnapolsky, zo meldt De Tijd.

Hulp voor Onbehuisden vraagt het publiek in januari om geld en kleding, want ‘de voorraad kleeren is thans zoo geslonken, dat het weldra niet meer mogelijk zal zijn, ook de asylgasten, die in dit koude seizoen vaak zeer onvoldoende beschut zijn, zoo noodig aan warmere kleeren te helpen,’ aldus de vereniging in onder meer De Tijd.

P.C. Faber, directeur van het schoolkinderen internaat, citeert in het HvO-blad van januari met instemming Theo Thijssen: ‘indien ik geen idealist was, ik zou geen opvoeder durven zijn.’

Op 15 februari wordt in de grote zaal van het Concertgebouw een liefdadigheidsconcert gegeven ten bate van Hulp voor Onbehuisden. Hiervoor een comité van aanbeveling ingesteld, onder voorzitterschap van mevrouw C de Vlugt-Flentrop en met wethouder F. van Meurs, enkele bestuursleden van het Concertgebouw en van HvO en andere vooraanstaande Amsterdammers.
Er zijn optredens van het mannenkoor G.E.W.A. (Gemeentelijke Electriciteitswerken A’dam), de gemengde zangvereniging Amsterdam, mannenkoor Stemmen uit de Mijnstreek uit Heerlen en het Matrozenkoor uit Den Haag, dat volgens De Tijd voor de eerste maal in het Concertgebouw zingt.
De toegangsbewijzen kosten ƒ2,50, ƒ1 en ƒ0,50.
Een dag later meldt het Algemeen Handelsblad dat het concert in grote getale is bezocht, dat de zang van de koren op ‘zeer goed peil’ stond en dat het programma met zorg was samengesteld.
‘De welbekende vereeniging Hulp voor Onbehuisden heeft vele nooden, maar zij heeft ook vele vrienden,’ aldus De Maasbode.

HvO, Honing, 1938

In 1938 wijdt het tijdschrift van Hulp voor Onbehuisden een speciaal nummer aan hoofddirecteur Honing. Honing ontvangt dat jaar ook een koninklijke onderscheiding.

In het nachtasiel van HvO wordt op 19 februari een man gearresteerd die enkele dagen eerder in Roermond een fiets heeft gestolen, aldus De Maasbode. De man loopt tegen de lamp omdat hij de politie in Roermond bij wijze van overmoedige grap een ansichtkaart stuurt met zijn voornemen om naar Amsterdam te gaan en daarbij een voor hem typische schrijffout maakt, waarmee hij zijn identiteit prijsgeeft.

In februari neemt de Commissie van Toezicht van het Observatiehuis collectief ontslag. Een onafhankelijke geschillencommissie heeft onder meer de kwestie tussen directeur Van der Zijl en psychiater dr. F. Grewel van dit huis onderzocht en vooral ten gunste van de eerste geoordeeld. Het bestuur van HvO besluit daarop om de directeur te handhaven en het ontslag te aanvaarden. Een klein clubje bestuursleden neemt het toezicht op het Observatiehuis voorlopig waar.
Volgens het Algemeen Handelsblad dat in februari over deze affaire bericht, smeult het conflict al lang en spitst zich toe op verschillen van inzicht over de werkwijze. Volgens de opgestapte deskundigen (naast Grewel de kinderrechters G.T.J. de Jongh en W.P.C. Knuttel en psychiater F.S. Meyers) verwordt het huis door het ontbreken van voldoende geschoold personeel tot een huis van bewaring voor de jeugd waar het nota bene dreigt te gaan ontbreken aan vakkundige observatie.

HvO, 1938, vakantie

Inzameling voor de zomervakantie, 1938.

 

HvO, Folmina, '30

Folmina van HvO in de jaren ’30.

Het Folmina-paviljoen in Houten krijgt in 1938 centrale verwarming.

Hoewel het tijdschrift ‘Hulp voor Onbehuisden’ zich primair richt op het werk van de vereniging en de armenzorg in Amsterdam, is de blik aanmerkelijk ruimer. Regelmatig maakt men melding van bijvoorbeeld bezoeken aan Europese congressen, vernieuwingen in het Amerikaanse gevangeniswezen, strafrechthervormingen in België of andere internationale ontwikkelingen op het terrein van zorg en welzijn.

HvO, tekening, 1938

Tekening van Joop van de Berg in het HvO-blad in 1938.

In 1937 en 1938 verschijnen er in het huisorgaan twee kleine artikelen onder de titel ‘Schrijnende armoede der Berlijnsche Joden.’ Hierin geen woord over politieke ontwikkelingen in Duitsland, geen spoor van ontsteltenis of kritiek, maar een zakelijk relaas waarin uitsluitend mededogen klinkt met de schamele materiële toestand van de getroffen burgers.

In juli 1938 komt de Europese realiteit dichterbij en wijdt directeur Honing een uitgebreide beschouwing aan ‘Kinderbescherming en luchtbescherming.’

Ook in Nederland begint men zich meer en meer rekenschap te geven van de noodzakelijkheid de luchtbescherming voor te bereiden en te organiseren.
Het ligt voor de hand, dat ook de besturen van gestichten van weldadigheid zich bezinnen over maatregelen om de aan hare zorg toevertrouwden zooveel mogelijk te beschermen tegen de gevaren van, in geval van oorlog te verwachten, luchtaanvallen.

Vervolgens geeft Honing – een oud infanterieofficier tenslotte – een breed militair-historisch exposé van de pogingen om de burgerbevolking voor de gruwelen van het krijgsbedrijf te behoeden en duikt daarbij diep in de 18e eeuw. Terwijl Honing dit schrijft, woedt de Spaanse Burgeroorlog nog in alle hevigheid en is Guernica al ruim een jaar geleden verwoest.

Honing stelt voor om instellingen als Hulp voor Onbehuisden in te delen in de categorie ‘onschendbare doelen’ zoals ambulances en ziekenhuizen, liefst met een groot rood kruis op een wit veld op het dak aangebracht.

HvO, bestuur, 1938.

Bestuursvoorzitter Mendes da Costa (staand) spreekt directeur Honing (derde van rechts) toe, 1938.

Het huisorgaan van Hulp voor Onbehuisden wijdt in juni een speciaal nummer aan zijn directeur die 25 jaar in dienst is met uiteenlopende feestelijke bijdragen van onder meer wethouder Van Meurs, oud-inspecteur T. van Rappard, GGD-directeur Tuntler, hoofdcommisaris van politie Versteeg, voorzitter van de Nederlandse Bond tot Kinderbescherming H. de Bie, bestuursleden en leidinggevenden van de vereniging.
HvO-directeur Honing krijgt op 31 augustus een koninklijke onderscheiding.

Op 29 juni organiseert HVO een liefdadigheidsconcert in de tuin van het huis voor schoolgaande kinderen aan de Stadhouderskade, met optredens van onder meer eigen HvO dames- en kinderkoren. Dagblad Het Volk bericht hier over de volgende dag dat het reuze gezellig was.

Poppenhuis, HvO, 1928

Het HvO-poppenhuis.

Tot vreugde van de kinderen neemt de afdeling aan de Stadhouderskade in de zomer hun grote poppenhuis ‘Zonnehuis’ mee naar hun vakantiekamp Saxenheim. Het poppenhuis kan weliswaar niet op de wagen met bagage, maar men besluit het voor 75 cent na te sturen.
Zuster J. E. Sigterman schrijft er een aardig artikel over in het maandblad van Hulp voor Onbehuisden, waarin ze ingaat op de herkomst van dit poppenhuis en ander speelgoed. Lees verder over dit poppenhuis..

JvO, Roggeveenstraat, 1938

Opening van de Roggeveenstraat in 1938.

In de notulen van de bestuursvergadering van 31 oktober 1938 lezen we: “De hoofddirecteur wijst erop, dat het gebouw aan de Roggeveenstraat uitermate gevaarlijk ligt uit een oogpunt van luchtaanvallen.”
Deze vrouwen- en kinderafdeling van HvO aan de Roggeveenstraat wordt in juni officieel door wethouder Van Meurs geopend. De Telegraaf wijdt er een artikel aan.

HvO, 1938, tekening, kerst

Kerstavond in onze Mannenafdeeling, heet deze tekening van Joop van de Berg uit 1938 in het blad van Hulp voor Onbehuisden.

In de mannenafdeling stijgt de productie van oud-papier van 20 tot maar liefst 35 ton per jaar. Ondanks deze groei wordt uit oogpunt van besparing de vrachtauto afgeschaft en valt men terug op het afhalen met behulp van handkarren.

Zowel directeur Honing, bestuurslid mevrouw Heldring als kinderen van het HvO-internaat aan de Stadhouderskade spreken op 12 september voor de VARA-radio ‘als propaganda voor de vereniging en ter opwekking voor de collecte’ aldus de bestuursnotulen.
Op 23 september verschijnt met hetzelfde doel een bijdrage over Hulp voor Onbehuisden in het tijdschrift Panorama met aardige foto’s van de schoolkinderen.

De jaarlijkse straatcollecte van HvO op zaterdag 24 september brengt ƒ4400 op, 300 gulden meer dan het voorgaande jaar.

HvO, Roggeveenstraat, 1938

Op deze foto uit mei 1938 zien we de 1-jarige Salomon Mok op de arm van zijn 37-jarige moeder Lea Mok in de Roggeveenstraat van Hulp voor Onbehuisden, waar zij dan tijdelijk wonen. Beiden zijn in 1943 door de Duitsers vermoord in Auschwitz. De foto is afkomstig uit de collectie van het Joods Historisch Museum in Amsterdam en is gemaakt door Bep Gonkel die in die tijd bij HvO werkt.

In 1938 verleent HvO 277.020 nachtverblijven en verpleegdagen, gemiddeld 758 per dag.

 

1939

HvO, nachtasiel, 1939

Nachtasiel van vereniging voor onbehuisden Amsterdam. Man is aan het eten van een bord in het asiel. Foto uit Het Leven, 1939.

Op 14 februari is er wederom een liefdadigheidsconcert ten bate van Hulp voor Onbehuisden in het Amsterdamse Concertgebouw.

HvO, nachtasiel, 1939

Nachtasiel van HvO. Man in nachthemd wandelt een trap op in het asiel. Foto uit Het Leven, 1939.

In februari is er een initiatief van mevrouw Wijsmuller om het brokken-ophalen te combineren met het leeghalen van zolders voor de luchtbescherming. Men zal informeren hoe dit in het buitenland is gedaan. “Het bijeenbrengen van Hulp voor Onbehuisden, Liefdewerk Oud Papier en Leger des Heils acht de hoofd-directeur onmogelijk wegens de uiteenlopende doelstellingen.”

Op 16 maart is er een verduistersproef waaraan ook de Mannenafdeling moet voldoen. Ook de mogelijkheid van een ontruiming moet worden voorbereid.

Het Observatiehuis bestaat op 20 mei 25 jaar. Mr. Herman Boasson rept enthousiast over het landelijk belang van deze voorziening. Er zijn veel meer aanvragen om plaatsing dan er ruimte beschikbaar is.  Zo zijn er op 1 januari 1938 74 jongens in verpleging en op 31 december van dat jaar 76. In de loop van 1938 worden 197 jongens opgenomen en verlaten 195 jongens het Observatiehuis. Het totaal aantal verpleegdagen bedraagt 26.842.

Toch zal het zilveren jubileum door bestuur en directie waarschijnlijk tandenknarsend zijn gevierd, want de organisatie en leiding van het Observatiehuis en de talloze interne strubbelingen daarover, beheersen in ’38 en ’39 geruime tijd de agenda.

HvO, Observatiehuis, 1939

De schoenmakerij van het Observatiehuis in 1939. Staand directeur J. van Zijl.

Op 3 mei schittert de pupil Theo B. van het Observatiehuis als een ware held op de voorpagina van De Telegraaf omdat hij als beginnend matroos tijdens een zeereis een jongetje van de verdrinkingsdood redt in de haven van het Schotse Aberdeen.

In het huisorgaan vraagt HvO om een nieuwe piano voor het Observatiehuis. De eisen zijn daarbij niet al te hoog gesteld, men mikt op een instrument “ook al is deze slechts eenigermate bespeelbaar.”

Met enige regelmaat verschijnen er in het huisorgaan boekbesprekingen. Meestal gaat het om studies op het gebied van reclassering, opvoeding of sociaal werk, een enkele maal worden boeken aangeraden die de jeugd tot voorbeeld kunnen dienen. Boys Town, movieposterIn het maartnummer van het tijdschrift van Hulp voor Onbehuisden in 1939 staat voor het eerst een recensie van een speelfilm, Boys Town, een film met Spencer Tracy, die als priester een aantal jonge boefjes onder zijn hoede neemt.
Recensent Sam Pach is laaiend enthousiast en raadt de film iedereen aan die sociaal werk doet:

Pater Flanagan – prachtig vertolkt door Spencer Tracy – is een monument, vergeef ons de beeldspraak, van naastenliefde. Hij is voor alle maatschappelijke werkers een voorbeeld van grooten stijl. Hoe vertrouwd klinkt het ons in de ooren, als hij te kennen geeft, dat met een dak boven het hoofd, en bord eten, een taak, menig jong leven te reden is… Is het niet of wij een bekend paedagoog hooren zeggen: Je kunt niet opvoeden als de voeding op is.

De recensent vindt het Observatiehuis ook een jongensstad. Beide leveren het bewijs dat de jeugd “door reclasseering gered kan worden van een parasitair bestaan en maatschappelijken ondergang.”
Al op 6 februari stelt het bestuurslid mejuffrouw Boelen voor om personeel dat met moeilijke jongens te maken heeft op de film Jongens-stad te trakteren. Het bestuur besluit om de staf van het Jongenshuis en het Observatiehuis – dat op 20 mei zijn 25-jarige jubileum viert – een vrijkaartje voor deze film te geven. Kijk hier voor de trailer.

HvO, Observatiehuis, 1939

Klaslokaal in het Observatiehuis in 1939.

In mei vraagt de Stichting Neerbosch of HvO in geval van oorlog alle kinderen uit die stichting op te nemen. Afgezien van de praktische bezwaren, vermoedt Honing dat de autoriteiten in dat geval niet zitten te wachten op 500 extra kinderen van buiten in de hoofdstad.

Hoe moet Hulp voor Onbehuisden omgaan met de vorming van voorraden in oorlogstijd? De overheid geeft het advies om in te slaan, het bestuur neemt dit over.

Uit de bestuursnotulen van 5 juni 1939 blijkt dat er kort daarvoor een verpleegde van HvO is vermoord op het Barentzplein. De Moordatlas van Amsterdam van Eric Slot uit 2014 geeft uitsluitsel over wat er is gebeurd. Het gaat om de 42-jarige Lena Babola uit Sumatra. ‘Zij woonde met een kind van zes maanden in het Tehuis voor Onbehuisden in de Roggeveenstraat, vlakbij,’ aldus Slot. De dader is haar echtgenoot, een oud-militair uit Indië, die haar in ‘affecttoestand’ neersteekt. Mejuffrouw Van Ouwenaller woont namens Hulp voor Onbehuisden de begrafenis bij.

Op 5 juli viert HvO het eerste lustrum van het internaat voor schoolgaande kinderen aan de Stadhouderskade. De Nieuwe Rotterdamsche Courant doet de volgende dag bericht van een geslaagd tuinfeest.

De genoodigden waren de ouders en verwanten der kinderen en verder veel vrienden van deze mooie instelling van wijlen het echtpaar Jonker, die onder de burgerij van Amsterdam nog steeds een zoo groote en algemeene waardering heeft.

HvO, bestuur, 1939

Bestuur en directie van HvO in 1939.

Op 28 juni is er een bazar ten gunste van de vrouwenafdeling. Zowel de opkomst als de opbrengst vallen tegen in verhouding tot de voorgaande jaren, aldus het HvO-blad.

Op 17 augustus overlijdt mr. J.A. van Sonsbeeck, die meer dan 25 jaar bestuurslid is geweest van HvO, het grootste deel van de tijd als penningmeester, en zich recent nog had ingezet voor de reorganisatie van het Observatiehuis.
Tijdens de viering van het jubileum van dit huis had hij de jongens nog verrast met “luid toegejuichte dozen cigaretten.”

HvO, reclame, 1939

In december treedt de jurist U.W. Stheeman toe tot het bestuur van Hulp voor Onbehuisden. Hij zal tot 1969 aanblijven en treedt jarenlang op als voorzitter.

Op 11 december wijst Honing er op dat Folmina in Houten in geval van oorlog of inundatie in ieder geval moet worden ontruimd.

In december verzoekt de Nederlandse regering HvO om vier vrouwelijke vluchtelingen, ‘niet Joodsch, maar linksch politiek georiënteerd’ uit Duitsland op te nemen. De vrouwen zijn aanvankelijk in Swalmen bij Roermond geïnterneerd, maar men acht dit te dicht bij de oostgrens.
De vereniging gaat schoorvoetend accoord.

In 1939 komt er ƒ66.000 aan giften binnen. De jaarlijkse straatcollecte van HvO ‘voor alle gezindten’ is op 16 september.

HvO verstrekt in 1939 in totaal 264.627 nachtverblijven en verpleegdagen, gemiddeld 725 per dag.

 


vorige <<              >> volgende

 

Reacties ( 0 )

    Geef een reactie

    Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *