‘Sinds mijn jeugd is Keith Haring een rolmodel voor me geweest,’ vertelt Menno. Hij komt al sinds jaar en dag schilderen bij Centrum Robert Koch en de voorloper daarvan. ‘Mijn stijl noem ik neutraal grafisch abstract. Dat lijkt me voor zich spreken. Ondanks dat ik blijf evolueren, heb ik een herkenbare stijl. Lekkere felle kleuren. Daar ben ik trots op. En ik ben nog lang niet uitgefantaseerd. Er is nog zoveel te doen.’

Schilderij van Menno Siegers
Schetsen uit de losse hand
Menno vertelt: ‘Ik werk altijd op basis van schetsen. Die maak ik uit de losse hand als ik in de kliniek zit. Daar heb ik geen rust om te schilderen. Er is daar ook geen goede verf, er zijn slechte kwasten. Thuis werk ik die schetsen uit. Want thuis ben ik weer te ongeduldig om te schetsen. Van een bepaald idee, maar ik soms vier of vijf varianten.’
‘Eerst werkte ik vooral op karton, in het formaat van 50 x 65. De laatste paar jaar schilder ik op linnen, acryl op canvas,’ legt Menno uit. ‘Linnen doeken zijn iets groter: 80 bij 60. Ik gebruik nooit een ezel en werk altijd plat op tafel. Daarom was ik altijd wat huiverig voor doek, maar daar ben ik overheen.’
Menno maakt al jaren kunst
Menno is in 1993 begonnen met schilderen, maar heeft zijn eerste collectie uit woede bij de vuilnis gezet. Hij exposeert regelmatig en verkoopt steeds meer werk. ‘Al vanaf mijn twaalfde ben ik bezig met graffiti. Het is iets wezenlijks van mijzelf. Kunst maken zit in mij. Ik kan niet anders. Een noodzakelijke vorm van expressie. Zo communiceer ik nu eenmaal. Wat ongetwijfeld meespeelt, is dat mijn vader fotograaf is en mijn broer op de kunstacademie heeft gezeten. Ik heb zelf ook een half jaar op de academie gezeten en nog een half jaar op de grafische school. Het beeldende zit blijkbaar in onze familie.
Waar haalt Menno inspiratie vandaan?
Menno: ‘Mensen vragen vaak: waar dacht je aan toen je dit maakte? Dat is blijkbaar iets wat bij de magie van de kunst hoort. Dat er iets achter zit wat de schilder vervolgens moet uitleggen. Maar ik weet nooit waar ik toen aan dacht. Tijdens het maken ben ik vooral bezig met welke kleuren het beste naast elkaar passen.’
‘Soms zie ik op straat of in het Stedelijk Museum iets dat me raakt. Nooit een geheel, altijd een aspect, een detail. Dat kan iets heel eenvoudigs zijn, een bepaalde schoen of zo,’ zegt Menno. ‘Daar maak ik dan een foto van en dat verwerk ik in een schilderij. Mijn inspiratie komt in ieder geval niet uit de natuur. Ik ben echt een stadsmens.’
‘Kunst zit tussen je oren,’ stelt Menno. ‘Van klassieke meesters tot kindertekeningen. Je vindt het mooi, het doet je wat, het raakt je, of niet. Het gaat er niet om hoe je het doet, maar dat je het doet.’
Menno’s kunst is net zo tegendraads als hijzelf
‘Mooi hè,’ lacht Menno, terwijl hij een flinke tatoeage op zijn arm laat zien. Hierin herkennen we in een regenboog het mannetje dat op veel van zijn schilderijen terugkeert. ‘Die heb ik op Bali laten zetten. Het was een beetje flets geworden, daarom heb ik hem onlangs opnieuw laten inkleuren. Eigenlijk zijn de gele en de rode baan omgewisseld, maar dat past wel bij mij. Een beetje eigenwijs en lekker koppig.’
Menno’s kunst is deels autobiografisch. Hij legt uit: ‘Op het moment dat ik het maak, ben ik er zelf sterk bij betrokken en weerspiegelt het werk mijn gemoedstoestand van dat ogenblik. Op bijna al mijn schilderijen staat een mannetje. En dat ben ik. Tegelijkertijd zijn mijn thema’s universeel. Mijn schilderijen gaan over mensen. Iedereen kan zich erin herkennen. Dus als jij iets koopt en aan de muur hangt, word jij dat mannetje.’
Terug in de flow komen
‘In 2005-2006 heb ik een schilders-block gehad,’ vertelt Menno. ‘Daarna heb ik een tijdje wat muurschilderingen gemaakt met spuitbussen. Later pas ben ik weer begonnen. Eerst met mandala’s als kleurplaten en daarna weer met eigen werk. Scheppen moet je onderhouden. Het vereist een bepaald ritme. Nu zit ik weer in de flow.’
Meer van Menno
Kijk voor meer informatie en een overzicht van zijn oeuvre op Menno’s website.
Meer verhalen over kunst lezen
Er zijn namelijk nog veel meer bewoners met kunstzinnige hobby’s, zoals Mandy die ook energie krijgt van schilderen. Kunst is voor Robert als therapie en het helpt ook Henk met zijn angststoornis en Hans om rust te vinden. Carel gebruikt tekenen en schilderen om zich te concentreren. Marlon maakt poëzie en Maaike combineert fotografie en schilderkunst. Talal is met zijn schilderijen de Syrische Bob Ross. Patrick houdt zo van mode ontwerpen, dat hij het in de studio én thuis doet.


