Tineke van de Krol is B-verpleegkundige en al acht jaar woonbegeleider in het Judith van Swethuis. Zij is van oorsprong schoonheidsspecialiste, heeft zelf een schoonheidssalon gehad en werkte geruime tijd voor de tv als visagiste en grimeur.
Hoe is Tineke in dit werk gerold? Ze vertelt: ‘Ik leerde iemand kennen die schizofreen was. Daar begreep ik helemaal niets van. Ik begon er over te lezen, me wat meer te verdiepen en besloot de opleiding te volgen. Het Judith van Swethuis heeft weliswaar minder pracht en praal dan de film en showbusiness, maar is wel veel minder oppervlakkig. Uiteindelijk verkies ik inhoud boven glamour.’
Het enige verschil is het alleen wonen
‘Mensen in “de flatjes” [aanleunwoningen bij het Judith van Swethuis, red.] zijn niet wezenlijk anders dan de overige bewoners,’ gaat Tineke verder. ‘Bij bewoners van een aanleunwoning wordt er een iets groter beroep gedaan op hun eigen inbreng. Ze blijven doorgaans erg verbonden aan dit huis. Men slaapt in de eigen woning en vertoeft er overdag. De meesten blijven hier dagelijks over de vloer komen, bijvoorbeeld om te eten. En dat is goed. Als bewoners behoefte hebben aan gezelschap en gezelligheid blijven ze hier natuurlijk altijd welkom. Ook al wonen ze dan aan de overkant. Alleen hoeft niet te ontaarden in eenzaam.’
Tineke legt uit: ‘Het wezenlijke verschil tussen de aanleunwoningen en het Van Swethuis is het alleen wonen. Zelf opstaan. Zelf je kamers op orde houden. Sommigen moesten deze basisvaardigheden nog leren. Met andere bewoners moet je die vaardigheden voortdurend herhalen.’
En het verschil voor de bewoners zelf? ‘De meeste bewoners van de flatjes ervaren de rust en de privacy als een weldaad,’ vertelt Tineke. ‘Er is in het Van Swethuis met 55 bewoners altijd leven in de brouwerij.’
Bewoners leren hulpvragen doseren
Tineke: ‘Voor veel mensen in het Van Swethuis is de stap naar buiten heel groot. Men vindt het eng, die zelfstandigheid. Hier in huis is altijd iemand aanwezig. Je kunt als bewoner altijd iemand aanspreken. Al is het maar om je even gerust te stellen. Als je meer zelfstandig woont, heb je niet de hele dag begeleiding om je heen. Dat dwingt bewoners hun hulpvragen te timen en te doseren.’
Ook in aanleunwoningen staan bewoners er niet alleen voor
‘Als je heel lang 24-uurs zorg hebt gehad, is het een behoorlijke stap om zelfstandig te gaan wonen,’ benoemt Tineke. ‘In het begin ondervond het plan weerstand bij collega’s. Zoals overal bij alle nieuwe ontwikkelingen, voorzien we eerst vaak meer problemen dan uitdagingen. Men vroeg zich bijvoorbeeld af of onze bewoners het wel aan zouden kunnen. Die bezorgdheid komt voort uit een verminderde beheersbaarheid. Het lijkt een beetje op het uitvliegen van degenen die je heel lang onder je hoede hebt gehad. Het “jongen-eet-je-wel-goed syndroom”. Dat loslaten is natuurlijk maar betrekkelijk. Bewoners worden niet in het diepe gegooid en staan er beslist niet alleen voor.’
Welke ondersteuning kan je als bewoner dan verwachten?
Tineke vertelt: ‘Als begeleider kom je langs bij de aanleunwoningen en vraag je wat een bewoner zoal van plan is. Hoe ze denken iets aan te pakken en of dat gaat lukken. Een beetje structuur in de dag aanbrengen.
Mensen wonen goed als ze zelf ervaren dat ze naar hun zin wonen. Daarnaast zijn er de eisen die je als begeleider stelt vanuit je professionele normen en waarden. Daarbij gaat het om praktische zaken als hygiëne, verzorging, overlast, een zinvolle dagbesteding. Het gaat om de combinatie waarbij de wens van de bewoner het zwaartepunt vormt. Het gaat er om wat ze als prettig ervaren. De een heeft daar maar een klein kamertje voor nodig. De ander wenst iets ruimer te wonen. De een wil een ruimte vol apparatuur, versiering en meubilair. De ander wil juist een sobere, kale aankleding met weinig prikkels. Dat is persoonlijk. Zolang iemand zichzelf en de omgeving niet verwaarloost en medicatie blijft innemen, respecteer ik zoveel mogelijk ieders eigen manier van wonen.’
Wat maakt het leuk om woonbegeleider te zijn bij het Judith van Swethuis?
‘Mijn werk is leuk door het team en de bewoners,’ antwoordt Tineke. ‘Mijn collega’s hebben gevoel voor humor, kunnen relativeren en zijn solidair met elkaar. Het is bijvoorbeeld nooit een probleem om een dienst te ruilen. Omdat bewoners hier vaak langere tijd verblijven, bouw je een band met ze op. Je hoeft niet voortdurend zo’n verpleegkundige houding te hebben. Dat spreekt me aan. Mensen zijn heel duidelijk en direct. Er is nauwelijks pose en façade. We gaan met bewoners op vakantie, winkelen, we organiseren dansavonden en barbecues. Je ondersteunt de organisatie van hun leven.’
Genieten van kleine successen
‘Je moet in dit werk geen grote en meeslepende resultaten verwachten,’ gaat Tineke verder. ‘Het zijn de kleine successen die de krenten in de pap vormen. Iemand wil bijvoorbeeld niet meer koken, zegt dat ie het niet meer kan. Als zo iemand mede door mijn bemoeienis weer aardappels gaat schillen, ze opzet en ook nog gaar weet te krijgen? Dan ben ik tevreden. Het Judith van Swethuis is voor bewoners een veilige, afgezonderde omgeving waar ze soms ook lekker “gek” kunnen zijn en hun rare fratsen tonen.’
‘Vakanties zijn daarom vaak bijzonder,’ benoemt Tineke. ‘Buiten in de maatschappij gedragen veel bewoners zich minder als cliënt. Ze zijn in een totaal andere omgeving. Er wordt niets van ze verwacht, behalve een beetje genieten van het uitzicht en het weer. Dan blijkt extra duidelijk dat het in eerste instantie hele leuke en gezellige mensen zijn.’
Wil jij ook voor leuke en gezellige mensen zorgen?
Neem dan eens een kijkje tussen onze vacatures. HVO-Querido biedt allerlei soorten ondersteuning voor mensen die meer of minder hulp nodig hebben. Van passantenhotels voor economisch dakloze mensen tot 24-uurs locaties zoals het Judith van Swethuis, en de jaarlijkse winteropvang. Uiteenlopende locaties én doelgroepen. Kunnen we op jouw inzet rekenen? We gaan graag met je in gesprek over de mogelijkheden.

