Hilda Natha Sewnundun (Paramaribo, 1951), groepsleider bij van De Vaart, kwam op 7 januari 1980 in dienst als huishoudelijke hulp. Toen heette haar werkplek nog de afdeling Walenburg van HVO aan de Montelbaanstraat in de buurt van de Nieuwmarkt. Drie maanden eerder was ze uit Suriname in Nederland aangekomen. Hoe kijkt ze terug op 30 jaar HVO-Querido?
‘Mijn schoonzus had me de tip gegeven om bij Walenburg te gaan werken,’ vertelt Hilda. ‘Zij had daar eerder al gewerkt. Later kwam mijn man Herrie ook in dienst. Hij heeft zeventien jaar voor Walenburg gewerkt. Wij waren het eerste echtpaar bij HVO.’
Hoe zag het werk er vroeger uit?
‘Ik deed alles in en rondom het huis, de kamers, de douches, de algemene ruimtes,’ vertelt Hilda. ‘Toen ik binnenkwam kon ik wel huilen. Het was oud, vuil en vies. Het waren piepkleine kamertjes, een bed, een kast, een stoel. We hebben dat behoorlijk op orde gekregen, schoongemaakt en bijgehouden. Het was heel gezamenlijk.’
Samenzijn deed meer voor bewoners dan therapie of pillen
‘Soms speelde het groot Walenburgs Vuilharmonisch Orkest. Dat was altijd een feest,’ gaat Hilda verder. ‘Dat deed meer voor bewoners dan therapie of pillen. Ik heb er ook nog wel eens in gezongen. Mijn man ook,. Die was muzikant en zanger. Hij deed bij het orkest de techniek en het geluid. Het orkest kwam op TV in Showroom, ik was erbij in de studio. En we aten natuurlijk altijd samen.’
Is er veel veranderd in 30 jaar HVO-Querido?
‘De bewoners bestaan uit alle soorten mensen eigenlijk, ook veel Surinaamse mensen,’ zegt Hilda. ‘Dat is hetzelfde gebleven. Wel hebben we nu veel meer te maken met drugsverslavingen en psychiatrie. Dat maakt het beroep wel zwaarder. Vroeger was het vooral alcohol en mensen die alleen maar gepensioneerd waren en niet voor zichzelf konden koken. Vroeger was de administratie ook een stuk eenvoudiger.’
‘Wat vooral anders is vergeleken met vroeger, is dat er nu veel meer personeel is,’ benoemt Hilda. ‘Er was toen nauwelijks subsidie. En het werk is serieuzer geworden. Vroeger hadden we een locatie met een bierpomp, de sfeer was huiselijk. Nu kan dat natuurlijk echt niet meer, al doen we ons best om die huiselijke sfeer te behouden.’
Hilda gaat verder: ‘We deden best veel leuke dingen met de mensen. We gingen dagjes varen, bewoners gingen ’s zomers naar Mallorca. Met de tijd werden bewoners meer losgelaten, zodat ze meer op zichzelf leerden wonen. In 30 jaar denk ik wel dat de bewoners erop vooruit zijn gegaan, alles bij elkaar genomen.’
Hilda vindt het werk nog steeds leuk
‘Ik werk hier nu al heel lang en de mensen zijn nog steeds heel leuk om me om te gaan,’ vertelt Hilda. ‘Er zijn ook moeilijke bewoners, maar de meesten zijn heel gezellig. Ik houd van ze allemaal. Ze luisteren naar mij, en ze vertellen gewoon dingen aan mij. Ik weet niet hoe dat komt. Ik heb alles meegemaakt en ben koelbloedig gebleven.’
Wil jij ook groepsleider worden?
Hilda geeft je een tip: ‘Ik zou dit werk aan mensen aanraden, als je tenminste met mensen om kunt gaan. Dat is het belangrijkste. Ik zie vaak bewoners terug, in de stad, op straat. Dan krijg je toch respect. Voorlopig blijf ik hier lekker werken. Ik heb leuke collega’s, echt een fijn team. Zolang ik het volhoud, wil ik doorgaan.’
Ben jij een mensenmens en wil je het verschil maken voor dak- en thuisloze Amsterdammers? Neem dan een kijkje tussen de vacatures. Ook als je geen ervaring hebt in de zorg, ben je als zij-instromer erg welkom. We gaan graag met je in gesprek.

