Verhalen

  1. HVO-Querido
  2. >
  3. Verhalen
  4. >
  5. Oud-bewoner Rob: ‘Het Passantenhotel was...

Oud-bewoner Rob: ‘Het Passantenhotel was mijn redding’

10 oktober, 2023

Dakloos is Rob al een tijdje niet meer. Hij woont in een mooie, lichte flat in Amsterdam Oost. Maar hij weet waarover hij praat en het onderwerp laat hem nog niet los. Rob is onder meer actief als vrijwilliger bij Het Daklozenkantoor van de Straatalliantie en is in die hoedanigheid wekelijks in het Passantenhotel van HVO-Querido.

Zijn keuze voor werken in het Passantenhotel Boerhaave, is niet toevallig. Rob verbleef er zelf vier maanden en is positief over de manier waarop hij daar is begeleid en bejegend. ‘Het is mijn redding geweest,’ aldus Rob. ‘Zoals die mensen dat doen, dat is van een ongelofelijke klasse. Het Passantenhotel is een oase van rust en discipline. Als je door pech in een labiele situatie terechtkomt, dan zoek je niet meer naar stabiliteit. Zo wordt het erger en erger. Pas op het moment dat de rust komt, ben je in staat om je leven weer goed te organiseren.’

Hoe is Rob bij HVO-Querido terechtgekomen?

Zijn loopbaan begon Rob Geurtsen als boekhouder. Hij bekleedde vervolgens diverse managementfuncties bij de landelijke overheid en werkte als financieel consultant, organisatieadviseur en manager in de communicatie en reclame.

‘De vraag waarom je dakloos bent geworden is een verkeerde vraag,’ aldus Rob. ‘Er bestaat geen oorzaak. Er zijn hoogstens aanleidingen, zoals te weinig woningen of een scheiding. Feit blijft: de één kan het wel oplossen, de ander niet.’

Rob legt uit: ‘Bij mij was dakloosheid het gevolg van een serie beslissingen die achteraf gezien niet slim waren. Ik heb bijvoorbeeld altijd voor het avontuur gekozen. Ik heb in vier landen gewoond en gewerkt, ik koos altijd voor het leuke, stabiliteit vond ik niet belangrijk. Zolang je werkt en goed verdient, kom je daarmee weg. In de liefde ging ik altijd meteen samenwonen en trok bij haar in. Ik vergat mijn individuele belang.’

Rob Geurtsen vond rust bij het Passantenhotel

Rob Geurtsen vond rust bij het Passantenhotel

Oud worden

‘In mijn familie kunnen ze heel oud worden,’ zegt Rob. ‘Wel tegen de honderd. Maar oud en op straat gaat niet samen. Gelukkig heb ik een zus op wie ik kan bouwen. Ik belde haar op en zei: Josine, ik wil stabiel en emotioneel veilig oud worden. Dat vind ik zelf wel een sterke propositie.’

‘Mijn zus vond dat prima, maar ze had goed en slecht nieuws voor me,’ gaat rob verder. ‘Ze zou me helpen als ik het systeem in ging. Openheid, inschrijven, schulden boven water, de hele rataplan. En ik moest het vooral zelf doen.’

Rob: ‘HVO-Querido? Daar moet je niet zijn als dakloze, dacht ik. Die voeren alleen maar beleid uit net als al die andere organisaties. Dat zijn verraders, een soort NSB’ers. Vooroordelen natuurlijk. En ik geef het toe, bij het Passantenhotel ben ik aangenaam verrast.’

‘Deze graffiti geeft in beeld en symbolen prima weer wat het Passantenhotel van HVO-Querido voor mij betekende,’ aldus Rob Geurtsen. De foto is gemaakt door Jurjen Fontein, docent bij het Straat Museum.

‘Deze graffiti geeft in beeld en symbolen prima weer wat het Passantenhotel van HVO-Querido voor mij betekende,’ aldus Rob Geurtsen. De foto is gemaakt door Jurjen Fontein, docent bij het Straat Museum.

10 jaar op straat

Rob: ‘Ik stond op de wachtlijst voor het Passantenhotel. Toen kreeg ik te horen dat er plek voor me was, maar wel op een kamer van 4 personen. Ik schoot helemaal in de stress en ging totaal over de rooie. Voor het eerst van mijn leven heb ik toen een slaappil gekregen de huisarts. Kom gewoon even langs om te kijken, zeiden ze.’

’10 jaar was ik inmiddels dakloos, maar niet tussen de shit. Ik sliep overal en nergens, bij kennissen en veel buiten. Verder afzakken dan een opvang voor daklozen kon volgens mij niet,’ legt Rob uit. ‘Als dakloze ben je totaal niet veranderingsgezind, maar ik heb de stoute schoenen aangetrokken en na 4 weken zat ik al in een ruime, paradijselijke tweepersoonskamer. Als je een beetje oké partner hebt, is dat beter dan een kamer voor jezelf, want die zijn heel klein.’

Rust voor iedereen

‘Met mijn eerste kamergenoot heb ik problemen gehad,’ gaat Rob verder. ‘Op een gegeven moment stond die vent briesend aan mijn bed. Toen kwam de begeleiding naar boven om de orde te handhaven en dat deden ze heel goed en krachtig. Op dat moment was ik echt ongelofelijk boos, maar later begreep ik het. De volgende dag hadden we een rustig gesprek, direct gericht op oplossingen. Ik vind dat een briljante aanpak.’

Rob legt uit: ‘De rust voor iedereen gaat boven die van het individu. Mensen zijn in het Passantenhotel om te ontsnappen aan de stress van de dakloosheid. Rust is het belangrijkste, want door de stress is er geen ruimte in je hoofd om aan iets anders te denken en daardoor worden de problemen nooit opgelost.’

De entree van het Passentenhotel

De entree van het Passentenhotel

Stress viel weg

‘Na een week of 7 veranderde er iets in mij,’ vertelt Rob. ‘De stress viel weg. Ik voelde een verademing. Dat merkte ik aan mijn lichaam, aan mijn manier van doen. Het normale denken kwam weer terug. Het normale voelen. Dat kwam door de rust, door de sfeer in huis.’

Rob vult aan: ‘Het kwam niet door het gebouw, maar door de professionele houding van de medewerkers. Door de manier waarop de voorziening zich aanbiedt. De kracht van die medewerkers, hun oprechte aandacht. Hun liefde en empathie voor mensen zijn eigenlijk ouderschapskwaliteiten. Je bent er in alle opzichten mens. Het ontroert me nog altijd. Nou, je ziet het, ik krijg er tranen van in mijn ogen.’

Je weer mens voelen

‘Zelfredzaamheid, dat is echt onzin als het om dakloze mensen gaat,’ aldus Rob. ‘Een hele dubieuze term.. Een leugen. Door een beleidsbegrip als label op mensen te plakken, verlies je de mens. Een goede hulpverlener praat niet in dergelijke termen. Die weet haarfijn onderscheid te maken tussen het systeem en het individu. Die verbindt vanuit menselijke gelijkwaardigheid dat wat de klant beleeft met zijn professionele deskundigheid en ervaring.’

Rob: ‘Bij het Passantenhotel merk je dat er dus ook mensen zijn die snappen wat shit in je leven betekent. Dat voel je en daardoor schaam je jezelf daar niet langer voor. Je kan er zelfs soms om lachen. Je kwaliteiten worden gezien en daardoor word je weer volledig mens.’

Rust op de binnenplaats van het Passantenhotel

Rust op de binnenplaats van het Passantenhotel

Een dak hebben is wennen

‘Van dakloos naar een leven met een dak is wennen,’ aldus Rob. ‘Laat me een voorbeeld geven. Een paar dagen geleden werd ik op straat aangesproken door een jongen van een bekende loterij, een vlot studentikoos type. Door zonder verplichting mee te doen zou ik ook de kunst steunen. Nou, ik draag kunst en cultuur een warm hart toe, dus dat wilde ik wel. Eenmaal thuis bleek het toch net even anders te zijn. Er was ook al iets van mijn bankrekening afgeschreven. Dat heb ik eenvoudig teruggedraaid. Het ging niet om een groot bedrag, er was geen man overboord, maar daardoor werd ik toch even onzeker. Ben ik wel scherp genoeg voor de dagelijkse dingen? Snap ik de samenleving wel voldoende om volwaardig mee te doen?’

Knokken voor een ander

Rob: ‘Door mijn persoonlijke ervaring en door mijn werkervaring snap ik het veld, individueel en als systeem. Ik zou me best nog een paar jaar nuttig willen maken in de dak- en thuislozenzorg. Ik heb de kracht, ik ben gedreven, ik wil knokken. Zowel dakloze mensen als beleidsmakers kan ik laten zien wat de valkuilen en vooral wat de mogelijkheden zijn.’

Verder lezen en kijken

Zie ook Rob Geurtsen in Het Parool en Trouw bij de opening van het daklozenkantoor en in de rubriek Amsterdammer helpt Amsterdammer over het maatjesproject. Op de website Oost online vertelt hij over dakloosheid en op onze eigen website staat een verslag van een ontmoeting met wethouder Rutger Groot Wassink bij het Passantenhotel. Tijdens een debat in maart 2023 in De Balie tussen Eerste Kamerlijsttrekkers houdt Rob Geurtsen een inleiding over dakloosheid.

Deel dit verhaal:

Meer lezen?

Bekijk dan al onze verhalen.