Geschiedenis

Geschiedenis 1940-1950

1940194119421943194419451946194719481949

 

1940

Op 3 januari 1940 organiseert de Amsterdamse Horecaf onder leiding van de heer Belinfante voor de tiende keer een feestmaaltijd voor de kinderen van Hulp voor Onbehuisden. Meer dan 200 gasten worden verwelkomd in de grote zaal van het AMVJ-gebouw. In de Vondeltraditie van het nieuwe jaar treden twee jonge bewoners van HvO, Rein en Tini, daarbij op als komische Thomasvaer en Pieternel. ‘Er was het orkest uit een van de beste restaurants hier te stede. Er was een schaar van uitmuntende kellners, in de keuken stonden voortreffelijke koks,’ schrijft De Telegraaf hierover.

In februari is er brand in het Observatiehuis. Er doet zich geen persoonlijk letsel voor, maar twee werkplaatsen branden uit en een groot deel van het dak raakt door het vuur gehavend.

Vrouwen en kinderen van de Roggeveenstraat maken in 1940 gebruik van schuilkelders in de pakhuizen (Wampoe, Begoemit) aan de Van Diemenstraat.

Vrouwen en kinderen van de Roggeveenstraat maken in 1940 gebruik van schuilkelders in de pakhuizen (Wampoe, Begoemit) aan de Van Diemenstraat.

HvO, Roggeveenstraat, 1940

Kinderen en leidsters van de Roggeveenstraat in de schuilkelder, 1940.

Als Duitse troepen op 10 mei 1940 ons land binnenvallen, zijn er direct gevolgen voor Hulp voor Onbehuisden. Zo is het Folmina-tehuis in Houten, in tegensteling tot de plannen, niet geëvacueerd en moet alsnog op stel en sprong worden ontruimd. Na een tocht per auto en fiets naar Vreeswijk worden het personeel en de meisjes per kolenschuit door het oorlogsgebied vervoerd naar Monster.
Mevrouw A. Akkerman, directrice van het tehuis Folmina van HvO, beschrijft een maand later haar belevenissen met de jonge bewoonsters in het tijdschrift van de vereniging:

Op dit geïmproviseerde reismiddel ontbrak natuurlijk alle comfort, doch dat kon ons weinig deren. Toen echter de luiken gesloten moesten worden als voorzorgsmaatregel tegen gevaar, werd het wel wat benauwd in ons tijdelijk verblijf. Maar toen we ergens door sluizen varend, kogels over ons heen hoorden fluiten, waren we blij met onze ijzeren beschutting. Dit voorval bracht heel wat opschudding in ons scheepsruim teweeg, doch onze meisjes, onvervaard, hieven een liedje aan en het was opmerkelijk hoe spoedig hierdoor de onrust tot bedaren kwam.

HvO, Roggeveenstraat, 1940

Kinderen en leidsters van HvO eten voor de schuilkelder in 1940.

Men keert vervolgens terug naar Utrecht. De trein die hen naar Voorburg moet brengen, wordt onder vuur genomen. Weer een dag later is de wapenstilstand getekend en kunnen ze terugkeren naar hun huis in Houten, waar niets is gebeurd, behalve dat het Nederlandse leger het pand zo vies heeft achtergelaten dat het met lysol moet worden gereinigd.

Alle afdeling hebben het in mei en juni extra druk door de stroom vluchtelingen en evacuees die het oorlogsgeweld voortbrengt. Zo wordt er bij de afdeling van Hulp voor Onbehuisden aan de Roggeveenstraat een groep vluchtelingen opgevangen uit Rotterdam, waar bijna 80.000 mensen door het Duitse bombardement van 14 mei dakloos zijn geworden.

HvO, mei 1940

Rotterdamse daklozen vinden tijdelijk onderdak bij Hulp voor Onbehuisden, mei 1940.

Het Observatiehuis krijgt een deel van de bevolking van het ontruimde Rijksopvoedingsgesticht uit Amersfoort ingekwartierd. Hierdoor moet het merendeel van de jongens van het Observatiehuis worden vrijgelaten.

Van alle tehuizen zijn de zolderverdiepingen volgens de voorschriften ontruimd met het oog op luchtaanvallen. Dit leidt tot een capaciteitsprobleem waarvoor HvO de hulp inroept van de wethouder voor maatschappelijke steun.

Daarnaast kampt men met personeelstekorten omdat een aantal medewerkers onder de wapens is geroepen. Een bijkomende kwestie in deze is de vraag of HvO het verschil tussen salaris en militaire vergoeding voor gemobiliseerd personeel moet betalen. Men besluit dit alleen bij gehuwden en kostwinners te doen.

Bij de gevechten tijdens de meidagen sneuvelt Van Beers, een pupil van de Gezinsverpleging van HvO en lid van de marechaussee.

HvO, Roggevenstraat, 1940

Amsterdammers helpen in mei 1940 met het inrichten van de schuilplaats voor de vrouwen- en kinderafdeling.

Mevrouw C.S. van Ouwenaller, directrice van de vrouwen- en kinderafdeling aan de Roggeveenstraat, doet verslag van haar belevenissen in de meidagen van 1940: “Op den dag dat de oorlog uitbrak kregen wij voor onze gestichtsafdeeling de beschikking over een grote schuilplaats, juist achter ons huis gelegen. Net op tijd. Het luchtalarm gaat in die tijd echter zo vaak dat het al snel onbegonnen werk is om met 130 kinderen, waarvan de meeste nog niet zelf lopen, telkens opnieuw de schuilkelder onder het Deli-pakhuis op te zoeken.
De Roggeveenstraat wordt extra gevaarlijk geacht vanwege de ligging bij de havens.
Het is dan eerste Pinksterdag en hoewel de buurtbewoners in hun zondagse pakken en met schone boorden lopen, is men bereid om met vereende krachten de ledikantjes van de kinderen over te brengen naar de schuilplaats, zodat de kinderen daar bij onheil veilig kunnen verblijven.”

HvO, Roggeveenstraat, 1940

Zusters van de vrouwen- en kinderafdeling van HvO aan de Roggeveenstraat aan de thee, 1940.

Van Ouwenaller is geraakt door het leed dat de oorlog brengt: “De vluchtelingen, wien wij onderdak boden, waren vol ellende en wee. Een enkele maal hadden zij wat beddegoed weten te redden of een hondje dat wij ook herbergden, maar merendeels hadden zij alles verloren.”

Een medewerker van de mannenafdeling aan de Weesperzijde beschrijft in het tijdschrift van HvO niet zonder fascinatie zijn indrukken van het krijgsgewoel:

Daar zien we op betrekkelijk geringe hoogte vliegmachines westwaarts trekken, terwijl om hen heen zich telkens in de lucht die kleine, witte wolkjes vormen, die ons vertellen, dat op die plek een granaat uiteenbarstte. Rustig vliegen de gevleugelde forten door en we zien ze in de verte in bijna loodrechte duikvlucht omlaag schieten, waarna steeds weer een ontploffing volgt.

HvO, 1940

Zuster en kinderen van Hulp voor Onbehuisden in het Westerpark, juli 1940.

Let op de beeldspraak van de “gevleugelde forten,” de schrijver doelt hier op de beruchte Duitse Stuka’s en niet op de latere viermotorige Amerikaanse B-17 bommenwerpers, beter bekend als Vliegende Forten.
Dezelfde auteur beklaagt zich over het feit dat er mensen bij ten onrechte HvO aankloppen om hulp en vertellen dat ze “vluchteling uit Rotterdam” zijn, terwijl dat duidelijk niet het geval is. “Zijn er zoo?” vraagt hij zich af. En hij weet het antwoord ook al: “Zoo zijn er.”

HvO doet moeite om een voorraad kaas, gecondenseerde melk en appels aan te leggen.

HvO, tekening, 1940

Zullen de 200 Onbehuisden-kinderen ook dit jaar naar het vacantiekamp in Nunspeet kunnen gaan? vraagt HvO in de zomer van 1940.

In augustus springt een bewoner uit de dakgoot van het Observatiehuis en vindt de dood. Deze “zwaarmoedige jongen vereischte speciale aandacht”, de toezichthoudende ambtenaar wordt geschorst.
Later in de maand wordt het Observatiehuis twee dagen ontruimd in verband met het opruimen van enkele niet ontplofte vliegtuigbommen in de buurt.

HvO probeert allerlei reguliere zaken doorgang te laten vinden. Zo wordt er met de nodige schroom en omzichtigheid ‘gewoon’ gecollecteerd om de kinderen in de zomer ondanks de roerige tijden toch vakantie te kunnen laten vieren.
En met succes, de inzameling brengt zelfs meer op dan gewoonlijk. De eerste twee maanden van de oorlog komt er ruim ƒ12.000 meer aan giften binnen dan in overeenkomstige maanden in voorgaande jaren. Er wordt dit jaar niet gekampeerd, voor de kinderen worden wel diverse kleine uitjes georganiseerd, zoals een dagje naar Artis, naar zee en naar Valkeveen.

In oktober neemt HvO na 12½ jaar afscheid van zuster Privé, de verpleegster en hoofdleidster van de jongensafdeling aan de Stadhouderskade, die in het huwelijk treedt.

HvO, Roggeveenstraat, 1940

Kinderen en leidsters van HvO in de Roggeveenstraat, september 1940.

Tijdens de eerste maanden van de oorlog is er voor HvO nog niet zo veel te merken van de Duitse aanwezigheid. De bezetter laat aanvankelijk veel bij het oude. Toch zullen ook maatschappelijke organisaties als Hulp voor Onbehuisden uiteindelijk volgens nationaalsocialistische principes moeten gaan werken.
Eind 1940 begint het. In oktober moet iedereen die in overheidsdienst werkt, of in een door de overheid gesubsidieerde instelling, een zogeheten ariërverklaring ondertekenen.
Een week later komt de verordening dat alle joden uit (semi-)overheidsinstellingen moeten worden ontslagen.
Er is een joods bestuurslid en er zijn diverse joodse ambtenaren in dienst. De heer Mendes da Costa, voorzitter en – hoewel net geen founding father – bestuurslid sinds 1907, bedankt in november als lid der vereniging. De notaris mr. A.M. Blaisse volgt hem op.
Ook joodse leden en begunstigers van de vereniging zijn niet meer toegestaan. Een meisje van de Folmina-afdeling in Houten moet haar baan bij een joodse werkgever opzeggen.

HvO, uitje, Artis,1940

In 1940 gaan kinderen van Hulp voor Onbehuisden een dagje naar Artis.

In december ontvangt HvO een brief van het departement van Binnenlandse Zaken waarin wordt aangezegd “dat onverwijld alle Joodsche ambtenaren en ook zij, die eere-ambten bij de gesubsidieerde vereenigingen bekleeden, moeten worden ontheven.”

Dit jaar start HvO met het controleren op tuberculose van medewerkers die in direct contact staan met verpleegden.

HvO, Stadhouderskade, 1940

Kinderen van het internaat van HvO aan de Stadhouderskade in de zomer van 1940.

Hoytink stapt op als adjunct-directeur van het Observatiehuis. Op de personeelsadvertentie ter vervanging komen maar liefst 537 sollicitaties.

Op speciaal verzoek van dr. Querido van de Geneeskundige Dienst ontfermt de afdeling Gezinsverpleging van HvO zich over een meisje.

Eind december doet zich de vraag voor of Hulp voor Onbehuisden mensen moet opnemen die niet in Duitsland willen werken en daarom geen steun krijgen. De wethouder voor Maatschappelijke Steun heeft tegen opname van twee van zulke gevallen bezwaar gemaakt. Directeur Honing betoogt “dat onze vereeniging juist ervoor bedoeld is om in zulke gevallen van uiterste nood te helpen.”
Het bestuur van HvO steunt hem daarin. Een bijkomend voordeel is dat dit deels tegemoet komt aan het tekort aan arbeidskrachten van de ophaaldienst aan de Weesperzijde.

HvO, medewerkers, 1940

Bestuur, directie en medewerkers van HvO in 1940.

“Ondanks de tijdsomstandigheden” gaat de traditionele feestmaaltijd rond de jaarwisseling aangeboden door de Horecaf aan de kinderen van Hulp voor Onbehuisden in 1940 gewoon door. Het feest is dit jaar op 27 december in Bellevue.

Het aantal wegens bedelarij en landloperij in voorlopige hechtenis genomen personen vermindert gestaag. In de jaren 1936 t/m 1940 zijn de cijfers respectievelijk 339, 332, 326, 260 en 238.

In 1940 verstrekt HvO 252.692 nachtverblijven en verpleegdagen, dat is gemiddeld 690 per dag.

 

1941

HvO, logo, 1941

Beeldmerk van HvO in 1941.

In januari 1941 buigt het bestuur zich over de wens van enige bewoners van het Jongenshuis van Hulp voor Onbehuisden aan de Prins Hendrikkade om zich aan te sluiten bij een ‘jeugdorganisatie der NSDAP’. De directeur van dit huis, de heer J. Peereboom, wordt ontboden door de Duitse autoriteiten en overtuigt hen van het feit dat HvO dit niet toe kan laten. Blijkbaar is dit afdoende, er wordt niet meer op de kwestie teruggekomen.

Een terugkerend probleem tijdens de bezetting is de voedselsituatie. Al in september 1940 constateert het bestuur dat er een achteruitgang in calorieën ten opzichte van de vijf jaar daarvoor is van 26 tot 29%. De gemeentegedelegeerde Tuntler waarschuwt voor vitaminetekorten en adviseert om fruit in te slaan.

HvO, reclametekening, 1941

Reclame voor HvO in 1941.

In oktober wordt de toewijzing van levensmiddelen stopgezet en moet alles met distributiebonnen worden ingekocht. Hulp voor Onbehuisden neemt hiervoor speciaal een meisje in dienst om de maandelijkse 40.000 bonnen te plakken.

Andere voedselkwesties: in mei wordt de kok van de vrouwen- en kleuterafdeling ontslagen wegens diefstal en later dit jaar kan een beambte van het Jongenshuis zijn biezen pakken wegens herhaalde dronkenschap.

Een medewerkster van de Schoolkinderenafdeling aan de Stadhouderskade dreigt te worden ontslagen wegens homoseksualiteit. Zij zou zijn betrapt op haar kamer met een volontaire “in geheel ontkleeden toestand”. Ondanks de beroering onder het personeel van deze afdeling blijft het bestuur vasthouden aan zijn voorgenomen besluit en volgt ontslag wegens onbetamelijkheid.

HvO, Roggeveenstraat, 1941

De Roggeveenstraat van HvO in 1941.

De zusters van Hulp voor Onbehuisden die aan de Roggeveenstraat werken, beklagen zich bij de directie. Vanwege de luchtbeschermingsmaatregelen kunnen zij de nacht niet meer op hun eigen kamertjes op de bovenste verdieping doorbrengen, maar slapen zij noodgedwongen op zaal.
Het bestuur neemt ter plaatste polshoogte en acht de bezwaren van de zusters “overdreven” en bovendien: “Wij moeten ons richten naar de aanwijzingen der autoriteiten.”

Door een verordening van de bezetter mag de vereniging voorlopig geen leden meer werven. Ook de vergunning om oud papier en dergelijke op te halen, dreigt te worden ingetrokken.

HvO, blad, 1941

Omslag van het HvO-blad in december 1941. Vanaf november verschijnt het op A5-formaat.

In december koopt HvO een perceel naast het Jongenshuis aan de Prins Hendrikkade voor ƒ19.000.

Hulp voor Onbehuisden benoemt de heer Koenen, de vroegere propagandist van de vereniging en thans directeur van het Observatiehuis, tot plaatsvervanger van de hoofddirecteur.

In het maartnummer van het maandelijkse HvO-tijdschrift is de trotse regel op het omslag ‘Beschermvrouwe der Vereeniging: H.M. de Koningin’ verdwenen. Deze aanbeveling zal pas na de oorlog terugkeren.

Met ingang van november 1941 wordt het formaat van de maandelijkse publicatie van HvO wegens papierschaarste gehalveerd en ook het aantal pagina’s fors teruggebracht.
Vanaf april 1942 verschijnt het huisorgaan eenmaal per kwartaal en met ingang van mei 1943 nog slechts sporadisch.

 

1942

Hoofd-directeur Honing stelt in het januarinummer van het huisorgaan vast dat Hulp voor Onbehuisden het “strijdperk 1941” heeft overleefd. En hij tobt over de winter:

Nu de oorlog gevoerd wordt in den barren Russischen winter, komt telkens weer de gedachte op aan den oorlog in 1812. In de pers wordt gewezen op het grote verschil tusschen den Napoleontischen veldtocht en den huidigen; verschil o.a. in bewapening, uitrusting en vervoermiddelen van de moderne legers, waardoor die in staat zijn tot prestaties, die toen volstrekt onbereikbaar waren.

Honing is tenslotte een oud infanterist, uit een officiersgeslacht bovendien, en houdt wel van metaforen met wapengekletter. Zijn eigen boek heet niet voor niets De vreedzame strijd.

Als eerste vereniging in Nederland krijgt HvO op initiatief van de Winterhulp Nederland de vergunning terug om geld in te zamelen. De Winterhulp is echter een door de Duitsers in het leven geroepen en door de NSB bestuurde organisatie, liefdadigheid van nationaal-socialistische signatuur. Daar komen praatjes van. Het is HvO er dan ook veel aan gelegen om de onafhankelijkheid van deze Winterhulp te benadrukken.
In een artikel getiteld ‘Geruchten en feiten’ in het huisorgaan wijst directeur Honing er op dat Hulp voor Onbehuisden geen cent van het ingezamelde geld aan de Winterhulp hoeft af te staan, nog dat men aan enige andere eisen tegemoet heeft hoeven komen.

1942-winterOnder de titel ‘Een winter die ons zal heugen’ komt Honing in februari terug op de koude. Volgens het KNMI is de winter van ’41/’42 inderdaad extreem koud. Het Nederlands record stamt uit die tijd, op 27 januari 1942 wordt in Winterswijk 27,4 graden onder nul gemeten.
Onderkoeld stelt Honing: ‘Een winter die ons zal heugen, om den loodzwaren druk dien hij legde op de armen, niet het minst op de onbehuisden.’

Pas in maart wordt een al twee jaar spelende zaak van personeel aan de Roggeveenstraat opgelost. Op last van de luchtbescherming mogen de zusters niet in hun eigen kamers slapen op de bovenste verdieping van het pand, maar moeten zij de nacht op zal doorbrengen op de begane grond.
Dit leidt tot veel onrust, gemor en klachten over slapeloosheid en de kwestie wordt pas tot een goed einde gebracht als na uitvoerige bemiddeling van bestuurslid Hendrix de zusters weer boven mogen slapen.

HvO, overzicht, 1942

Een overzicht van de afdelingen van HvO in 1942.

Twintig medewerkers hebben eindexamen van de personeelscursus gedaan. Een zuster heeft zich teruggetrokken, een zuster is gezakt, de rest is geslaagd waarvan vijf met lof.

In maart ontvangt het bestuur een brief van het Gemeentelijk Bureau voor Sociale Zaken over “een nieuwe afdeling J. voor niet-arische inwoners van de Gemeente.” De wethouder verzoekt gemeentegedelegeerde Van Dam om inlichtingen over de joodse verpleegden bij HvO. De hoofddirecteur verstrekt deze inlichtingen.

Als HvO dreigt te worden overgenomen door de bezetter welgevallige organisaties treedt het bestuur op 19 juni 1942 af. Naar eigen zeggen, na de oorlog, omdat men ‘niet wilde dienen als vlag, die de lading moest dekken, na het ingrijpen der nationaal-socialistische instanties.’
Het bestuur geeft hoofddirecteur Honing als laatste opdracht om met zijn staf zo lang mogelijk te blijven en te redden wat er te redden valt.
En dat doet Honing.

In april stelt de bezetter een gemachtigde bij HvO aan. Deze gemachtigde legt verantwoording af aan de Commisaris voor niet-commercieele vereenigingen en stichtingen.
Tijdens een bespreking op het stadhuis op 11 augustus tussen de wethouder van Sociale Zaken, diens administrateur, de gemachtigde en directeur Honing staat het voortbestaan van HvO op het spel. Er wordt aanvankelijk besloten dat:

  • het Rijk het Observatiehuis overneemt,
  • de gemeente de volwassen mannen en vrouwen overneemt,
  • de Nederlandsche Volksdienst, een kopie van de Duitse, op nationaal-socialistische leest geschoeide ‘Volkswohlfahrt’, alle overige kindeen overneemt,
  • en de vereniging Hulp voor Onbehuisden wordt opgeheven.
HvO, tekening, 1941

Tekening uit het HvO-blad , 1941.

Hoofddirecteur Honing vecht voor zijn organisatie. Gelukkig maakt de administrateur bezwaar tegen overname door de gemeente van de nachtasielen, Amsterdam wil geen armlastigen van buiten de gemeente opvangen. Deze taak zal dan ook voorlopig voor HvO blijven. Evenals de zorg voor ongehuwde moeders en hun kindeen en jonge vrouwen zonder dak boven hun hoofd.
Honing merkt op dat de Volksdienst uiteraard alleen ‘biologisch volwaardige’ kinderen wil opnemen en biedt grootmoedig aan dat zijn vereniging dan wel voor alle andere kinderen wil zorgen.
Als tenslotte ook blijkt dat de overname door het Rijk van het Observatiehuis nog niet in kannen en kruiken is, kan het volgens de directeur tot die tijd nog wel even bij HvO blijven. Zo wordt in één vergadering Hulp voor Onbehuisden bijna opgeheven en tegelijkertijd vrijwel opnieuw opgericht.

Onder druk van de nieuwe machthebbers komt een aantal NSB-ers in dienst, waaronder L.W. Huizing, die tot mei 1940 portier is bij het Observatiehuis en later bij het Jongenshuis werkt als groepsleider, die in september directeur wordt van het internaat voor schoolkinderen.
Portier Adriaan van den Busken, die in 1984 zijn memoires noteert, oordeelt achteraf mild over Huizing: “Ik moet eerlijkheidshalve zeggen dat het geen fanaticus was, hij heeft niemand van ons aangebracht of verraden, maar hij was niet getapt bij het personeel, niemand van ons stond aan de verkeerde kant. Hij dacht natuurlijk in de toekomst goed te zitten, maar is direct na de bevrijding ontslagen en heeft, meen ik, maar een lichte straf gehad. De kinderen werden ook nooit opgestookt maar hadden toch een zekere antipathie tegen alles wat met de nieuwe orde te maken had.”

 

1943

HvO, Stadhouderskade, 1943

Internaat voor schoolkinderen van HvO, met beschermingsmaatregelen tegen luchtaanvallen in 1943.

Formeel gaat het manneninternaat op 1 januarui 1943 over naar de gemeente Amsterdam, maar HvO blijft de voorziening voorlopig besturen. In de praktijk verandert er voorlopig niets.

In februari maakt de gemeente bekend dat de statuten van Hulp voor Onbehuisden zijn veranderd. Er geen sprake meer van een gekozen bestuur, maar een bestuur van drie leden aangewezen door de burgemeester, de Commissaris voor niet-commercieele verenigingen en stichtingen en door de leider van de Nederlandsche Volksdienst.
De doelstelling van HvO wordt uitgebreid tot de zorg voor

diegenen, die tengevolge van familie- of andere omstandigheden hun huiselijken band verbroken zien, voor zover het niet biologisch volwaardigen betreft, hetgeen vast te stellen is door den dokter van de Nederlandschen Volksdienst.

HvO, Mendes da Costa, 1940

A.J. Mendes da Costa

In maart worden twee groepen moeilijke jongens en meisjes van de Schoolkinderen Afdeling overgeplaatst naar de Roggeveenstraat.

Op 11 mei overlijdt oud-bestuursvoorzitter Abraham Jacob Mendes da Costa op 72-jarige leeftijd thuis in Amsterdam. Twee van zijn kinderen worden in hetzefde jaar vermoord in Sobibor, zijn vrouw sterft in 1944 in Theresiënstadt, een derde kind overlijdt in 1944 in Dachau.

In het Joodsche Weekblad van 14 mei wordt Mendes da Costa niet alleen herdacht als de man die een halve eeuw secretaris van de Portugees-Israëlitische Gemeente is geweest, ook “op het gebied der weldadigheid was hij een groot aantal jaren in belangrijke functies werkzaam.”

HvO, Roggeveenstraat, 1943

Kinderen van Hulp voor Onbehuisden in de Hudsonschool aan de Roggeveenstraat in 1943.

HvO, brief, 1943

Brief uit 1943 waarin directeur Honing de politie op de hoogte stelt van het Sondrausweis van enkele medewerkes van HvO.

In december verhuist het hoofdkantoor van de Van Neckstraat (om de hoek bij de Roggeveenstraat) naar Westeinde 27-29 (dit gebouw bestaat thans niet meer, op deze plaats bevindt zich nu de Nederlandse Bank). De ruimte die vrijkomt is voor de zogeheten papkinderen, wier plaats tijdelijk wordt ingenomen door het nachtasiel voor mannen.
Deze mannen komen van de Weesperzijde en moeten op hun beurt tijdeljk plaatsmaken voor jongens uit het Observatiehuis, die geen volgende huisvesting hebben.

In 1943 wordt de uitgave van het blad van Hulp voor Onbehuisden nog verder teruggebracht tot een eenvoudig en kort overzicht van het aantal opgenomen mensen per vestiging.

Casper, een bewoner van het Jongenshuis aan de Prins Hendrikkade, probeert zich aan te melden bij de Waffen-SS. Kijk hier om dit verhaal te lezen, zoals een medewerker zich dit later herinnert.

Of lees uit hetzelfde Jongenshuis het verhaal van onhandelbare Gerrit, zoon van een NSB’er, die maar liefst vier keer uit de Jeugdstorm is verwijderd, maar zich tijdens het kerstdiner ontpopt als een geboren groepsleider.

 

1944

De vereniging bestaat in 1944 veertig jaar, maar er valt weinig te vieren.
Adriaan van den Busken werkt tijdens de oorlog als portier, conciërge en klusjesman bij het Internaat voor Schoolgaande Kinderen aan de Stadhouderskade. Daar verblijven gemiddeld zo’n 160 kinderen. Veertig jaar later haalt hij zijn herinneringen op aan 1944:

“In ons land was het al zo ver gekomen dat in het zuiden een deel was bevrijd. De schrik sloeg de Duitsers om het hart en ook de N.S.B. kneep ‘m voor de vergelding.
Vele van die helden vluchtten overal heen en zodoende, kwam het begrip ‘Dolle Dinsdag’ tot stand. De huizen van de organisaties werden verlaten en zo kreeg het bestuur van H.V.O. de mededeling dat het gebouw in de Lairessestraat, dat in gebruik was bij de vrouwenbond van de N.S.B. was verlaten en dat wij alles mochten weghalen.

Dat was me een feest, we gingen er met zoveel mogelijk handkarren naar toe om alles op te laden en voorlopig naar de Stadhouderskade te brengen. De kamers lagen opgestapeld met textiel, vaak gestolen van Joodse zaken. Een grote bibliotheek, veel meubelen enz. Er hingen grote portretten van Mussert en Geelkerken aan de muur, die werden al meteen aan gruzelementen getrapt om onze woede te koelen.
Die Dolle Dinsdag duurde echter maar een paar dagen, toen kwamen de moffen weer terug en in het westen zijn ze nog gebleven tot 5 Mei 1945, maar die twee dagen hebben we onze slag geslagen en alles kon prima gebruikt worden.

Het werd nog een zware winter, er is de laatste maanden veel geleden onder de bevolking, maar gelukkig zijn er geen slachtoffers bij de kinderen gevallen. In het voorjaar kwam de bevrijding in zicht en er was één dag die zullen we nooit vergeten, toen kwamen de vliegtuigen om brood af te werpen op diverse plaatsen. Dat brood werd dan gedistribueerd, het leek wel een wonder uit de hemel.

HvO, illustratie, 1959

Illustratie van Pim van Boxel bij het verhaal over Max D. uit het tijdschrift van HvO.

De moffen merkten wel dat het afliep en verzetten zich niet meer tegen deze hulpactie, het was voor hun een verloren zaak. Gelukkig kwam de bevrijding op 5 mei 1945.”

Lees het hele verhaal van het Internaat voor Schoolkinderen tijdens de oorlog.

Of lees het trieste verhaal van Max D die als zoon van een joodse diamantbewerker is gebroken door de Tweede Wereldoorlog en een goede bekende wordt van diverse dak- en thuislozenvoorzieningen, waaronder het internaat annex nachtasiel van HvO aan de Weesperzijde.
Dit verhaal wordt opgetekend door René Bink en verschijnt in 1959 in het blad van Hulp voor Onbehuisden.

 

1945

In januari 1945 worden alle jongens van het huis aan de Prins Hendrikkade opgeroepen voor de Arbeidseinsatz in Duitsland. Niemand gaat.

Op 6 mei treedt het bestuur weer in dienst, de eerste bestuursvergadering na de bevrijding is op 17 mei.
Werk aan de winkel: de financiën moeten op orde, NSB-ambtenaren worden ontslagen, nieuw personeel wordt gezocht en men probeert om nieuwe mensen te krijgen voor de Commissie van Toezicht die elke afdeling heeft.
HvO doet pogingen om het manneninternaat weer terug te krijgen van de gemeente. Ook de ophaaldienst, veboden tijdens de oorlog, wil men weer snel aan de gang krijgen, omdat dit geld oplevert.
De gemeente laat weten dat men wel wil maar dat het gebouw is afgestaan aan de Repatrieeringsdienst. In november neemt HvO de Mannenafdeling aan de Weesperzijde weer in gebruik.

HvO, brief, 1945

Brief van het bestuur van Hulp voor Onbehuisden, d.d. 30 mei 1945 over de opdracht aan Honing.

In de bestuursvergadering van 3 juli wordt melding gemaakt van een bijzondere gift van 200 gulden van Mevrouw Röder van bloemenhuis Godetia vergezeld van de opmerking dat “de eenige eerlijke en nette loopjongen die zij ooit had gehad bij Hulp voor Onbehuisden was opgevoed.”
Op 31 juli wordt de heer R. Bl. Smuling welkom geheten als nieuw bestuurslid. Hij volgt zijn vader op die is gefusilleerd door de Duitsers.
Men neemt zich voor om tevens een bestuurder “van Joodsen huize” aan te trekken.

HvO wil het Folmina-paviljoen, een tehuis voor meisjes van 15 tot 20 jaar, dat men te geïsoleerd acht in Houten, verplaatsen. Liefst naar de Van Neckstraat, om de hoek bij de Roggeveenstraat in Amsterdam. En dat gebeurt.
Zuster Akkerman wordt directrice van zowel de Vrouwen- en Kleuterafdeling als Folmina en krijgt daarvoor een toelage van 75 gulden per maand.

Er rijzen twijfels aan de integriteit van hoofddirecteur Honing. Het is onduidelijk hoe de vereniging de oorlog betrekkelijk ongeschonden doorstaat, terwijl zoveel instellingen waren verboden of opgeheven. Er gaan geruchten over Duits-vriendelijkheid en samenwerking met de Volksdienst.
Er worden klachten ingediend bij het Militair Gezag, dat dreigt de hoofddirecteur te schorsen.
Het bestuur besluit een Commissie van Onderzoek in te stellen. Honing wordt met vakantie gestuurd, Koenen, directeur van het Observatiehuis, neemt hem waar.

Het onderzoek leidt tot onrust onder het personeel dat grotendeels achter Honing staat. De directieleden stellen hun ervaringen op schrift en daaruit blijkt dat de hoofddirecteur soms het werk van de, door de bezetter aangestelde, gemachtigde saboteerde. Zij wisten zich ook door hem gesteund als men onderduikers opnam of mensen uit de gedwongen tewerkstelling hield.
Men verzamelt steunbetuigingen van voormalig onderduikers en mensen van het verzet.
Men voert aan dat Honing privé joodse onderduikers had.
Het bestuur blijft bang dat het beeld van HvO naar buiten toe door de affaire wordt aangestast.

In november veschijnt het rapport van de Commissie van Onderzoek over de rol van Honing tijdens de oorlog.

In het bijzonder neemt de Commissie het den Heer H. kwalijk, dat hij volkomen heeft nagelaten het personeel in vaderlandschen zin te steunen en te raden, en dat hij niet heeft getracht gezamenlijk met het personeel als vaderlanders de groote gevaren en moeijlijkheden het hoofd te bieden. Ook in zijn optreden naar buiten (…) heeft de Heer H. niet alleen zorgvuldig vermeden, wat hen en derhalve Hulp voor Onbehuisden in moeilijkheden zou kunnen brengen, doch hij is in zijn uitingen ten aanzien van ‘het nieuwe’ verder gegaan, dan noodig was en van hem werd gevraagd. (…) Op grond hiervan is de Commissie van oordeel dat de Heer H. geacht moet worden niet ten onrechte bij velen uit het publiek en ambtelijke kringen het vertrouwen te hebben verloren, dat vereischt is om daadwerkelijk te kunnen medewerken aan en leiding te geven bij den wederopbouw der vereeniging.

Het bestuur erkent haar eigen rol tijdens de bezetting, men had de directeur immers gevraagd ten aanzien van HvO “te redden wat er te redden valt”, maar vraagt de 69-jarige Honing desalniettemin ontslag te nemen. Honing stemt hiermee in, geeft toe fouten te hebben gemaakt en toont begrip voor het feit “dat er menschen zullen zijn, die mijn werk in den oorlog niet hebben kunnen doorzien.”

D. P. Rigter, die de geschiedenis van Hulp voor Onbehuisden in 1990 onder de titel Een dringende noodzakelijkheid te boek stelt, haalt voor de rol van het bestuur en de directie van HvO tijdens de oorlog het door de historicus Kossmann geijkte begrip accommodatie aan. Hiermee wordt bedoeld dat “van hoog tot laag de Nederlanders geprobeerd hebben hun leven door de bezetting zo min mogelijk in de war te laten brengen, dan wel getracht hebben zich zo goed mogelijk aan de nieuwe situatie aan te passen. In dit licht bezien ging het er de meeste Nederlanders om, zich zo goed mogelijk en met zo min mogelijk verlies, staande te houden.”

 

1946

HvO, vignet, 1947

Ondanks de papierschaarste verschijnt eind 1946 opnieuw het maandblad van Hulp voor Onbehuisden, nu onder de titel Levensstijd. en met een nieuw vignet

De gemachtigde van de bezetter, Tydeman, heeft voor HvO tijdens de bezetting twee panden gekocht aan de Tweede Jacob van Campenstraat van gedeporteerde joodse eigenaren. Na de oorlog is de vereniging enige tijd verwikkeld in een kwestie over wie de rechtmatige eigenaar is van deze panden.

Het Ministerie van Justitie verzoekt HvO om NSB-kinderen op te nemen; de vereniging reageert lauw hierop. Zowel in de Mannenafdeling als het Observatiehuis worden enige tijd later enkele “politieke delinquenten” opgenomen.
Later in het jaar rijst de vraag of voormalig politieke delinquenten (lees NSB-ers) kunnen solliciteren bij de vereniging. Het bestuur meent dat daartegen geen bezwaar is, mits het personeel wil meewerken (“eenigen hadden geen bezwaar, anderen vreesden een invasie van zulke lieden”) en het niet om al te verantwoordelijke plaatsen gaat.

De bestuursvoorzitter Mr. A.M. Blaisse schrijft onder de kop ‘Ons maandblad herrezen’ over het periodiek ‘der vereeniging Hulp voor Onbehuisden’ dat hij beschouwt als een onmisbare schakel met het publiek en over ‘dat machtige Amsterdamsche tooverwoord Onbehuisden.’

Geen Amsterdammer die dat niet kent, geen oudere Amsterdammer, die niet zou weten wat “Jonker” was. Geen die niet weet, dat op de historische Amsterdamsche bodem van het “Pesthuys” jarenlang de vereeniging haar zegenrijk werk verrichtte.
Maar weet gij, vrienden van “Hulp voor Onbehuisden”, waarin dat werk van onze vereeniging, dat zich niet heeft beperkt tot één bepaalde godsdienstige of politieke kring, maar algemeen onpartijdig en veelkleurig is, eigenlijk wel bestaat? Weet gij wel, dat het oorspronkelijke doel, de hulp voor onbehuisden, nog slechts een uitermate klein deel van onze werkzaamheden uitmaakt?

Blaisse somt alle afdelingen – naast de nachtopvang en de mannenafdeling – nog eens op: vrouwen en kleuters, schoolgaande kinderen, jongens- en observatiehuis en de voogdijkinderen van de gezinsverpleging.
En hij vraagt geld. ‘Wij vragen veel geld, maar we willen, dat men dan ook wete waarvoor dit geld besteed wordt.’

Gehhenwerk, boekomslag, 1946

Omslag van Gekkenwerk, 1946.

De heer Loeb van Zuylenburg komt in dienst als propagandist. De eerste circulaire van HvO levert meer op dan verwacht, wat volgens het bestuur betekent dat “de sympathie voor het werk onverflauwd is gebleven.”

In 1946 verschijnt onder het pseudoniem Frans Kok het boek Gekkenwerk, een detective-roman van Arie Querido, de latere naamgever en inspirator van de Queridostichting. Lees meer over Gekkenwerk.

A.A.H. Hoytink wordt de nieuwe hoofddirecteur van Hulp voor Onbehuisden. Hij werkte eerder als directeur van de Nederlandsche Mettray (een tehuis voor protestante jongens) en is geen onbekende van de vereniging; in de jaren dertig was hij enige tijd onderdirecteur van het Observatiehuis.

Het dak van het Observatiehuis aan de Vosmaerstraat moet nodig worden hersteld, volgens de offerte gaat dit ƒ17.000 kosten.

Er zijn drie medewerkers die 25 jaar in dienst zijn. Vroeger kreeg men in dat geval een gouden speld, maar “dat kan nu niet meer,” aldus het bestuur. De jubilarissen ontvangen een envelop met ƒ50. Aan het eind van het jaar neemt HvO afscheid van de heer J.K. Vergragt, inspecteur van de afdeling Gezinsverpleging en reclasseringsambtenaar van de vereniging. Hij was sinds 1906 in dienst. Zijn opvolger is de heer D. Steen.

Op kerstavond is er brand bij het Nachtasyl aan de Weesperzijde. Er zijn geen gewonden, maar veel mannen zijn hun hele garderobe kwijt.

Op 31 december 1946 bedraagt het totaal aantal verpleegden 772.

 

1947

HvO, kerst, 1947

Kerstmaaltijd bij HvO aan de Stadhouderskade in 1947.

Op 10 januari zijn 195 kinderen van HvO voor het eerst sinds de oorlog weer te gast bij de Amsterdamse Horecaf voor een feestmaaltijd, deze keer in Bellevue. Daarmee is een traditie die in 1930 is begonnen weer hersteld.

Op 31 januari zijn de jongens van het tehuis van HvO aan de Prins Hendrikkade te gast bij Circus Knie. In februari worden ook kinderen van andere afdelingen van Hulp voor Onbehuisden door Circus Knie getrakteerd op gratis voorstellingen.

Er zijn twee kwesties van financiële aard die bestuur en directie bezighouden. De salarissen die HvO betaalt, zijn over het algemeen zo laag, dat veel medewerkers er niet of nauwelijks van kunnen rondkomen. Daarnaast wordt in toenemende mate algemeen gevoeld dat er een goede pensioenregeling voor het personeel moet komen.
Men stelt voor gehuwde mannen die minder verdienen dan ƒ3.000 15% salarisverhoging te geven en overig personeel onder de ƒ3.000 10%. Voor hoger betaalden geldt een verhoging van 5,5% met het oog op de tegelijkertijd algemeen in te voeren 5% pensioenaftrek.
Hulp voor Onbehuisden stelt zich op het standpunt dat dit alleen mogelijk is als de gemeente deze bedragen subsidiabel stelt.
De gemeentelijke subsidie bedraagt dit jaar zo’n ƒ400.000.
De heer Marks komt in dienst als financiële rechterhand (bedrijfsdirecteur) van hoofddirecteur Hoytink.

HvO, Marijkehuis, 1947

Sinterklaas in het Prinses Marijkehuis van HvO in 1947.

Men besluit om het Internaat voor schoolgaande kinderen aan de Stadhouderskade om te dopen tot Prinses Marijkehuis. Ter gelegenheid van de doop van deze jongste Oranjetelg sturen de kinderen van het Marijkehuis een fotoalbum naar paleis Soestdijk over hun dagelijkse leven en werken in het tehuis. Prinses Juliana reageert allerhartelijkst.

Op 5 juli organiseert het Prinses Marijkehuis van Hulp voor Onbehuisden een tuinavond om geld in te zamelen voor het kampeerfonds. Behalve optredens van de kinderen zelf, onder leiding van Wout Meyer, wordt er medewerking verleend door het Amsterdams Harmoniegezelschap Sarphati, de gemende zangvereniging Amsterdam en dansgroep Movendo. De toegangsprijs is 75 cent.

‘Wat echter deze avond een bijzondere vermelding waard maakt,‘ aldus De Waarheid, ‘is het optreden van de kinderen van het huis, jongens en meisjes, die voor ons zongen en een aantal volksdansjes ten beste gaven. De stemming was zo geheel anders dan men helaas nog maar al te vaak in weeshuizen en soortgelijke instellingen aantreft, er heerste zon sfeer van vertrouwen tussen de kinderen en de leiding, dat wij gaarne dit wezenlijke onderscheid onder het oog onzer lezers brengen.’

De jonge bewoners van het Marijkehuis en het Jongenshuis gaan voor het eerst sinds de oorlog weer ’s zomers met vakantie, de tocht voert naar Putten en Lunteren.

De voorzitter van het bestuur, notaris A.M. Blaisse, overlijdt in augustus op 52-jarige leeftijd.
De gemeente-gedelegeerde, dr. J.H. Tuntler, directeur van de GG&GD, wordt hoogleraar in Groningen en verlaat derhalve het bestuur van HvO.

Onder de titel “Gij, jonge vrouwen” roept directeur Hoytink met name vrouwen op tot een carrière bij Hulp voor Onbehuisden.

Welk een schone taak ligt hier voor een jonge vrouw. Wie enige jaren van haar leven wil wijden aan het verzorgen en leiden en terechtbrengen van onze verkommerde, verlaten, geknauwde kinderlevens, kan niet alleen veel leren, maar kan haar eigen persoonlijkheid door een harmonische ontwikkeling van verstand en hart doen uitgroeien. (…) Stel ons en onze kinderen, die wachten, niet teleur!

HvO, tekening, 1947

Sinterklaas bij Hulp voor Onbehuisden, tekening uit het HvO-blad in 1947.

Er zijn plannen om een personeelsvereniging op te richten die de belangen van medewerkers behartigt en zich bezighoudt met ontwikkeling en ontspanning.

De Amsterdamse politie heeft een inwerkprogramma ontwikkeld om alle agenten van het korps de Mannenafdeling van HvO aan de Weesperzijde te laten bezoeken om hen ook met deze groep Amsterdammers enigzins vertrouwd te maken.

HvO ontvangt een zending gebreid ondergoed uit New York van voormalig Nederlanders die in Amerika wonen en zich hebben verenigd in de United Service to Holland.
De hoofddirecteur bezoekt het diamanten jubileum van het Leger des Heils.

De propaganda-actie in november en december levert ruim ƒ17.000 op. Er komt kritiek van enkele donateurs op de Duitse tekst in de circulaire, ontleent aan een lied van Schubert, ‘Die Welt wird schöner mit jeden Tag.’ In het maandblad komt de directie van HvO op deze kwestie terug en behoudt zich het recht voor vrijelijk te citeren uit de klassieke Duitse canon van dichters, denkers en componisten.

HvO, Weesperzijde, 1947

Avondeten in asiel voor daklozen, Hulp voor Onbehuisden, Weesperzijde 110, Amsterdam, 12 november 1947 Foto Ben van Meerendonk AHF, collectie IISG, Amsterdam.

Onder de titel ‘Voor een nacht een bed’ schrijft De Waarheid op 18 november over Hulp voor Onbehuisden, geïllustreerd met een prachtige foto (zie hierboven) van Ben van Meerendonk.

Er loopt een man op de Weesperzijde. Zijn handen diep in de zakken, zijn hoofd voorover. Hij draagt een oud tot op de draad versleten jasje, afgetrapte schoenen, een hemd, een vieze vette broek, verder niets. Hij loopt dicht langs het water, alsof hij daar iets zoekt. Maar hij heeft niets te zoeken, hij bezit immers niets: geen geld, geen goed, geen huis, alleen de vuile kleren, die hij aan heeft. Toch… hij zoekt wel iets. Hij zoekt onderdak voor de nacht. Maar wie verschaft zo’n zwerver zonder goed en geld een onderdak?

Op 20 november verschijnt er onder de titel ‘Liever een dak dan een hooiberg’ een artikel in De Waarheid over de papiersortering en -ophaaldienst van Hulp voor Onbehuisden aan de Weesperzijde, opnieuw voorzien van een foto (zie hieronder) van Ben van Meerendonk.
‘Ge begrijpt wel, dat ge in dit tehuis aan de Weesperzijde geen luxe aantreft, maar de bedden zijn schoon, de kleren weliswaar versteld, maar heel, de zalen sober, doch zindelijk en warm,’ aldus De Waarheid.

HvO, papiersortering, 1947Pa

Twee mannen met een, met oud papier volgeladen, handkar van de materiaaldienst van de Hulp voor Onbehuisden, Weesperzijde, Amsterdam, 18 november 1947, Foto Ben van Meerendonk, collectie IISG.

In december maakt HvO zich zorgen over ‘het groot tekort dat bestaat op het gebied van het psychologisch-psychotechnisch onderzoek’ ten behoeve van kinderen die langdurig door de vereniging worden verpleegd en de jongens van het Observatiehuis.

HvO, blad, 1947

Titelblad van het tijdschrift van HvO i 1947.

Hierover vinden besprekingen plaats met dr. van Dael (hoofd psychotechnisch laboratorium), dr. Hart de Ruyter (jeugdpsychiater) en dr. Querido (hoofd dienst geestelijke volksgezondheid), allen van de G.G.G.D. ‘Het meest wordt gevoeld voor het samenstellen van een psychologisch team, dat onderzoek doet, waarna de psychiater dieper op eventuele ziekteverschijnselen kan ingaan.’
In het bestuur ontspint zich hierover een discussie. ‘Enerzijds wordt gevreesd, dat de heren psychiaters de dingen te zwart zien, anderzijds moeten wij een open oog hebben voor een zeker streven bij sommige gemeentelijke diensten, om HvO voor hun wagen te spannen en een zekere eerzucht te bevredigen.’

Op kerstavond breekt er brand uit in de nachtopvang aan de Weesperzijde. Niemand raakt gewond, maar de passanten zijn hun toch al schamele bezittingen grotendeels kwijt. Gelukkig springt de Amsterdamse burgerij direct bij en kunnen de mannen de volgende dag tenminste weer nieuwe kleren en schoenen aantrekken.

 

1948

HvO, Marijkehuis, 1948

“Waar jongens zijn, daar wordt gevoetbald,” aldus het HvO-blad. Voetbalclub D.T.S. van het Prinses Marijkehuis in 1948.

Met ingang van 1 januari wordt de interne technische dienst opgeheven om kosten te besparen. Het timmer-, elektriciteits-, loodgieters- en schilderwerk besteedt men voorlopig uit.

Voor de kinderen van HvO begint het jaar goed met een feestmaal met vermaak en muziek op woensdag 7 januari.
‘Wij waren gistermiddag getuige van een ongekend feest: 170 kinderen van het Prinses Marijkehuis van Hulp voor Onbehuisden aan een maaltijd in Bellevue, aangeboden door de vereniging Horecaf, die sedert 1932 tot gewoonte heeft kinderen van H.v.O. jaarlijks aan de dis te noden,’ schrijft De Waarheid. ‘U had het moeten zien, al die keurig gekamde hoofden, met of zonder strik, al die Zondagse jurken en pakken, al die blijde ogen. Wat een belevenis! Lange tafels, kaarslicht uit grote kandelaars, echte servetten, echt bediend worden.’

De heer U.W.H. (Ubbo) Stheeman, in het dagelijks leven president van de Amsterdamse rechtbank, tevens een pionier op het gebied van monumentenzorg in de stad, wordt gekozen tot nieuwe voorzitter van het bestuur, de heer Flesseman wordt penningmeester. Mevrouw Heldring treedt na 24 jaar af als bestuurslid.

De bezetting van de Mannenafdeling is inmiddels weer zoals deze zou moeten zijn en de papierophaaldienst aldaar begint goed te lopen, alleen al in februari wordt voor ƒ13.000 aan oud papier opgehaald en in het eerste halfjaar van 1948 voor ruim ƒ60.000.
De heer Reekers, directeur van de Mannenafdeling, spreekt zijn bezorgdheid uit over het feit dat ‘zijn’ bewoners steeds ouder worden; het werk “lijdt onder de hoge leeftijd der verpleegden.”.

De afdeling Gezinsverpleging beloont een pleegmoeder die “reeds meer dan 10 kinderen van ons heeft grootgebracht en moeilijke gevallen in het juiste spoor wist te brengen” met een geschenk.

Op 28 januari wordt Zuster Akkerman, directrice van de Vrouwen- en Kleuterafdeling, ontboden ten paleize van H.M. de Koningin om een indruk te geven van het dagelijks werk bij de vereniging.
Met ingang van 6 juli gaat zuster Akkerman zich weer volledig wijden aan de Folmina-afdeling en wordt zuster Dekker directrice van de Vrouwen- en Kleuterafdeling.

HvO, Marijkehuis, 1948

Het Prinses Marijkehuis van Hulp voor Onbehuisden aan de Stadhouderskade in feesttooi vanwege de kroning van koningin Juliana in 1948.

HvO, Lunteren, 193=48

Kinderen van HvO met vakantie in Lunteren in 1948.

Op 12 juni geeft HvO een benefiet tuinfeest voor 700 mensen op de binnenplaats van het internaat aan de Stadhouderskade om de kinderen met vakantie te kunnen laten gaan. En dat lukt, precies een maand later reizen de kinderen van Hulp voor Onbehuisden af naar Lunteren voor enkele weken bos en heide.

Hoytink vindt dat er voor de kinderen die langdurig door HvO worden verpleegd en voor de jongens van het Observatiehuis een groot tekort bestaat op het gebied van het psychologisch en psychotechnisch onderzoek.
Men wenst de samenstelling van een psychologisch team dat onderzoekswerk doet, waarna de psychiater dieper op eventuele ziekteverschijnselen kan ingaan.

HvO, Roggeveenstraat, 1948

Kleuters in de zanbak bij HvO aan de Roggeveenstraat in 1948.

Een bestuurslid waarschuwt, de vereniging moet “een open oog hebben voor een zeker streven bij sommige gemeentelijke diensten, om HvO voor hun wagen te spannen en een zekere eerzucht te bevredigen.”
Anderen voelen het meest voor het aanstellen van een eigen psychiater.
De hoofddirecteur krijgt de opdracht om uit te zoeken wat een en ander kost.

Hulp voor Onbehuisden ontvangt een brief van H.K.H. prinses Wilhelmina waarin zij tegelijk met haar troonsafstand de functie van beschermvrouwe der vereniging neerlegt.
Het bestuur besluit om H.M. Koningin Juliana te vragen beschermvrouwe te worden.

In 1948 worden in totaal 238.655 nachtverblijven en verpleegdagen genoteerd, wat neerkomt op een gemiddelde bezetting van 652 personen per dag.

 

1949

Dat er na de oorlog nieuwe problemen zijn gerezen, blijkt onder meer uit de nieuwjaarsrede van 1949, waarin de leiding van HvO beschouwend kijkt naar ‘de toestand in de wereld, in Indonesië, in ons goede vaderland, in ons werk en misschien in ons eigen leven.’

HvO, reclame, 1949

Fondsenwerving anno 1949 voor de vakantie van de kinderen van HvO.

Op 13 januari wordt in Bellevue voor zo’n 1000 mensen onder de titel ‘Amsterdamse Straatatmosfeer’ een revue met liedjes, cabaret en toneel georganiseerd met het doel tenminste 1000 luiers aan te kunnen schaffen voor de baby’s van Hulp voor Onbehuisden.
Bestuursvoorzitter U.W.H. Steehman zegt in zijn inleiding bij de revue in Bellevue dat HvO hier vooral de lichte zijde van de straat vertoont. ‘Deze straat kent ook een donkere kant, en deze is naar onze vereniging toegewend,’ waarschuwt de voorzitter.

HvO, tijdschrift, 1949

Het HvO-blad in 1949.

Burgemeester d’Ailly woont het feest bij en verklaart in Het Vrije Volk: “Er is maar één maar, dat is dat slechts duizend mensen in die zaal konden. Dit hadden allen moeten zien.” Hoewel het doel reeds de eerste avond wordt bereikt, neemt HvO deze raad ter harte, het festijn wordt nog viermaal herhaald in een uitverkocht Bellevue.
De revue wordt in maart door de KRO op de radio uitgezonden.

Over de revue van HvO schrijft het Algemeen Handelsblad: “Hulp voor Onbehuisden presenteert … Zijne Majesteit de Straatmuzikant.” En in Het Parool schrijft de dagboekanier (= Henri Knap): “Als Jan le Cler dan nog eens terug wil komen zingen van ‘Valerisie, Valerisa, Valerisom’ dan zult u er niets aan te kort komen en meneer Hoytink van Hulp voor Onbehuisden ook niet, want daar is het tenslotte om begonnen.”

HvO zoekt opnieuw geschikte ruimte voor het Folmina-paviljoen, waar ‘grote meisjes’ verblijven en een vak leren. Men acht de Zeeheldenbuurt van de Roggeveenstraat minder geschikt voor de doelgroep en kijkt rond in het Gooi (’s Graveland en Bussum).

Zuster Akkerman bij het Folmina-tehuis in Houten.

Zuster Akkerman bij het Folmina-tehuis in Houten.

Ondanks deze huisvestingsperikelen is het dit jaar dubbel feest bij Folmina, de afdeling bestaat 30 jaar en de directrice, Zuster Akkerman, is 25 jaar in dienst van HvO. Een foto van zuster Akkerman, buiten aan het werk bij Folmina in Houten, siert het omslag van huisorgaan van de vereniging met als bijschrift een aardige variatie op Die Jahreszeiten van Joseph Haydn: “Schon eilet froh ‘die Ackerman(n)’ zur Arbeit auf das Feld”

Het beschermvrouweloze tijdperk duurt voor Hulp voor Onbehuisden gelukkig niet lang. In september ontvangt de vereniging het bericht dat Koningin Juliana het patronaat van haar moeder overneemt.

Tijdens de opening van de tentoonstelling Jeugd van Nederland, op 19 augustus in de RAI, is een twintigtal kinderen van het Marijkehuis juist onder leiding van Wout Meyer aan het volksdansen als Koningin Juliana voorbijkomt. De koningin en haar gevolg doen spontaan mee aan een oud-Hollandse rondedans. ‘Een ogenblik later zagen wij Hare Majesteit de hand grijpen van Rietje Dekker en van Joop Stroop, en danste Zij de hele Zevensprong met het groot gezelschap uit,’ aldus het huisorgaan van HvO in september 1949. ‘Het applaus en het gejuich, dat weerklonk, toen dit alleraardigste tafereel zich in het R.A.I.-gebouw afspeelde, was een noodzakelijke  uiting, eerst van verbluftheid van de ouderen en kinderen, dat de Koningin persoonlijk mee deed, maar dan toch ook van zo grote blijdschap, dat wij onze jonge Landsmoeder even op deze wijze in ons midden mochten zien.’

B&W van Amsterdam benoemt A. Brand jr, arts en directeur van de GG&GD, tot tweede gemeentegedelegeerde van HvO.

In de Mannenafdeling aan de Weesperzijde worden bij wijze van experiment vijf alcoholisten opgenomen uit het gemeentelijke Verzorgingstehuis aan de Roeterstraat.

HvO, Marijkehuis, 1949

Schooljongens van het Marijkehuis brengen in 1949 het Begeijnhof in kaart.

Twaalf jongens van het Prinses Marijkehuis doen mee aan een nationale tentoonstelling van knutselarij op de Veluwe onder de noemer Gouden Handen. Onder de bezielende leiding van de conciërge van het Marijkehuis, A. van den Busken, hebben ze een maquette gemaakt van het Amsterdamse Begijnhof, wat leidt tot een eervolle vermelding van de jury.
Het Marijkehuis kampt overigens met personeelsproblemen, “de liefde voor ons werk schijnt zoek bij jonge mensen,” verzucht de directrice in haar jaarverslag.

Levensstrijd, het huisorgaan van HvO, dat in 1949 wordt verspreid in een oplage van 5.500 stuks, maakt melding van de instelling van een wetenschappelijke commissie rond het thema film en jeugd. Aan dit geleerde gezelschap neemt ook Dr. A. Querido deel.

HvO, Folmina, 1949

Handwerken bij Folmina in Houten in 1949.

In het aprilnummer van het HvO-blad wijst hoofddirecteur Hoytink op een nieuwe trend in de Verenigde Staten om nadrukkelijk naast de cliënt te gaan staan, het zogeheten case-work: “In Amerika is in het sociaal werk de leuze ‘helpt de hulpzoekende om zichzelf te helpen’ een soort slagzin geworden.”

In mei stemt de gemeente in met de aanstelling van een deskundige voor de kinderafdeling van HvO aan de Roggeveenstraat ‘nu ons gebleken is dat de kinderen, waarmee uw vereniging zich bezighoudt, nagenoeg allen kinderen uit slechte milieus zijn.’
Deze deskundige kan de kinderen zo nodig verwijzen naar het Consultatiebureau of het psychotechnisch laboratorium van de GG&GD.

HvO, Wesperzijde, 1949

Mannenafdeling van HvO aan de Weesperzijde in 1949.

In juni 1949 organiseert HvO een avond over geestelijke verzorging voor jongeren in het Observatiehuis waar verschillende zuilen zijn vertegenwoordigd, de katholieke latere studentenpastor Pater van Kilsdonk en Wika de Groot namens de hervormde jeugdraad.
Naar aanleiding hiervan betoogt directeur Hoytink dat wij de taal waarin we ons uitdrukken moeten aanpassen aan de jongeren: “Wij moeten de durf opbrengen om de dingen waarom het gaat grijpbaar, be-grijpelijk voor hen te maken.” Het Observatiehuis is volgens HvO zeer dringend toe aan onderhoud.

In het decembernummer van het blad blikt HvO terug in het verleden en citeert Vondel met diens strofen boven de poort van De Bayert, de eerste voorziening voor dak- en thuislozen in Amsterdam:

Drie nachten, langer niet, herbergh ick die ’t behoeft
De vierde jaegh ick uit, de schoyersters en ’t geboeft

Men heeft ook een bespreking van de film Rope van Hitchkock. De recensent van HvO is bang voor navolging van deze perfecte misdaad. Conclusie: ‘Deze film verlaat men niet met een verrijkt gevoel, maar met de angstige vraag: Wat kunnen hiervan de gevolgen zijn?’

HvO, tekening, 1949

Tekening van Carvalho voor HvO in 1949.

De zogeheten propagandadienst van HvO komt in 1949 met en nieuw initiatief: elke pasgeborene in Amsterdam krijgt van HvO een ansichtkaart met een welkomstgroet van de tekenaar Carvalho, waarin de nieuwe Amsterdammer wordt uitgenodigd tot het doen van een eerste goede daad, zoals het steunen van Hulp voor Onbehuisden.

In de najaarscirculaire maakt HvO, op instigatie van bedrijfsdirecteur Marks, ‘op bescheiden wijze’ reclame voor margarine van Blue Band. Unilever betaalt als tegenprestatie de kosten van het drukwerk.

In 1949 maakt HvO reclame voor haar werk met behulp van slogans, versjes (‘Als HvO niet zou bestaan, zou menig kind verloren gaan’) en zelfs limericks:

HvO, Westeinde, 1948

Hoofdkantoor van HvO aan het Westeinde 27-27 in 1948.

Een vrouw aan een onzer grachten
Deed iets wat wij allen verachten
Ze was zo koud als een steen
Liet d’r kinders alleen
HvO nam ze op met z’n achten

Een dakloze zwerft door de straten
Politie houdt hem in de gaten
HvO is paraat
Geeft hem eten … en raad
Want met ons valt er altijd te praten

Een prijsvraag onder lezers van Levensstrijd, het huisorgaan van HvO, levert de volgende slogan op: ‘De taak van HvO in daden en in woorden, is wegenwacht zijn voor maatschappelijk ontspoorden.’

HvO, briefpapier, 1949

Briefhoofd van HvO in 1949.

Bestuursvoorzitter Stheeman heeft een onderhoud met de burgemeester waarin hij een oude wens van de vereniging aankaart, namelijk een regeling waarbij legaten e.d. kunnen worden bestemd voor kapitaalvorming. Hoewel de burgemeester hier welwillend tegenover staat, zal het nog tot 1960 duren voordat een aparte Stichting tot Steun van HvO als bouwfonds wordt opgericht.

Op 3 november 1949 is mejuffrouw J.E. Sigterman 30 jaar in dienst bij HvO. Dezelfde maand zijn er nog meer jubilea bij het Marijkehuis, twee kinderverzorgsters, mejuffrouw M. de Groot en mejuffrouw C.H. Ossewaarde zijn 25 jaar in dienst. De Waarheid bericht hierover.

HvO, Folmina, 1949

Winterpret luidt het bijschrift bij deze plaat van Folmina in 1949.

In december krijgen de kinderen van het Marijkehuis een feestelijke middag aangeboden, onder meer met een optreden van Snip en Snap, en bovendien elk een kerstpakket van de winkeliersvereniging Jan Evertsenstraat en de vereniging Mercator. ‘Deze gaven zullen twee dagen voor Kerstmis door burgemeester d’Ailly onder de tien meter hoge kerstboom aan de kinderen van het Prinses Marijkehuis (het weeshuis van  Hulp voor Onbehuisden) in de Jan Evertsenstraat worden uitgereikt,’ aldus De Telegraaf. De kinderen gaan daarna ‘in optocht naar het feestgebouw West, voor een uurtje goochelen, operette, zang, spelletjes en versnaperingen,’ vult De Waarheid aan.

Op 22 december vieren meisjes die eerder in Folmina van HvO woonden gezamenlijk kerstfeest in gebouw De Arend in de Eerste Breeuwersstraat.

De vele kinderen in pleeggezinnen worden bezocht met het openbaar vervoer, wat behoorlijk tijdrovend is. Zowel huur als aanschaf van een auto is echter te duur, men koopt voor dit doel daarom een Solex, die kost maar ƒ450.
De begroting die HvO voor 1950 bij de gemeente indient, vertoont een tekort van ƒ460.000.

 


vorige <<              >> volgende

 

Reacties ( 5 )

  • annie wiedeman says:

    leuk om te lezen dat het dansen met koningin juliana op 19 aug: was en niet zo als ik in gedachten had op de huishoudbeurs

  • annie wiedeman says:

    nog even iets het kerstdiner in bellevu hebben joke en ik diverse keren mee gemaakt noem dat maar eens geen luxe voor ons we hebben er altijd van genoten

  • Theo Souer says:

    Dat was niet Joop Stroop waar Juliaantje de hand van greep maar dat was ik, is mij altijd bijgebleven. Ik was van 1940 t/m, ik dacht, 1949 of 1950 in, zoals wij het noemden, Het Huis. Eerst Roggeveenstraat en daarna Stadhouderskade. Ik ging op de Wilhelmina school in de 2e Jan v/d Heijdestraat en mijn zuster Johanna “Hanny” op de daarnaast gelegen Juliana school. Ik heb de mooiste herinneringen aan deze tijd van mijn leven en koester deze nog altijd in mijn gedachten. Liep bevroren handen en voeten op in de Honger winter maar werdt goed verpleegd door de onvermoeibare Zusters. Hulde aan deze Dames. Dank U allen.

  • Couveld Cornelis Johannes 02-05-1937 says:

    Ondergetekende is geplaatst op 2 en half jarige leeftijd in de Roggeveenstraat, vervolgens (tijdens de oorlog) op de Stadhouderskade en de laatste jaren tot mijn 17e (?) op de Prins Hendrikkade.
    Mijn vraag is zijn er meer foto’s uit die tijd van de kinderen en eventueel namen te vinden op internet, zo ja, gaarne een link waar te zoeken!
    Bij voorbaat bedankt Cornelis (Cor) Johannes Couveld 02-05-1937.

    • Leontien Kuip says:

      Beste Cornelis,
      Mijn collega die uw vraag kan beantwoorden, is na 15 augustus weer terug.

      Hartelijke groet,
      Leontien Kuip

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *