Deze zomer stonden er bij het Centraal Bureau van HVO-Querido ineens twee doortastende Amsterdamse dames op de stoep. De zusters Wiedeman woonden als kind van 1947 tot 1952 in het Prinses Marijkehuis van Hulp voor Onbehuisden aan de Stadhouderskade. Ze hadden zichzelf herkend op twee foto’s uit 1950 op onze website. Of we nog meer hadden.
Het tehuis voor schoolgaande kinderen aan de Stadhouderskade 84, een voormalig Blindeninstituut, wordt in 1934 onderdeel van Hulp voor Onbehuisden. HvO moest het reusachtige Oud-Buitengasthuis namelijk verlaten. Dit voormalige 17e-eeuws pesthuis wordt namelijk gesloopt voor de uitbreiding van het Wilhelmina Gasthuis.
HvO is dan genoodzaakt voor de afzonderlijke doelgroepen aparte locaties te vinden. De mannen gaan naar de Weesperzijde. De vrouwen en kleine kinderen gaan naar de Roggeveenstraat. De schoolkinderen gaan naar de Stadhouderskade.
Hoewel het pand is bedoeld als tijdelijke huisvesting, verhuizen de kinderen uiteindelijk pas in 1973 naar een nieuw onderkomen in Duivendrecht. Het gebouw aan de Stadhouderskade wordt in 1986 gesloopt.
Hoe kwamen Annie en Joke bij het Marijkehuis terecht?
In 1947 wordt het tehuis voor schoolgaande kinderen omgedoopt tot het Prinses Marijkehuis. Er wonen dan gemiddeld 160 kinderen. In dat jaar komen ook de zusters Wiedeman in huis. Annemarie, nu Annie, is dan tien jaar oud, haar zus Joke, ook wel Jopie genoemd, is zeven. Vierenzestig jaar later leggen ze uit hoe dat kwam.
Annie: ‘Moeder ging naar het ziekenhuis. Voor onze veiligheid heeft ze Pro Juventute [voogdijinstelling, red.] ingeschakeld. Zo kwamen wij bij het Marijkehuis. Onze moeder had samen met haar zus zelf eind jaren twintig bij Hulp voor Onbehuisden gezeten, in het Oud-Buitengasthuis. Zij wist wat het was. Zij had er goeie ervaringen gehad en heeft alles voor ons geregeld. Pa hield het met een ander.’
‘De leidsters werden zusters genoemd, ook al waren het geen verplegers,’ gaat Annie verder. ‘In de gang stond een grote stol met een popje van een baby er op, dat moest Prinses Marijke voorstellen.’
Joke: ‘We droegen onze eigen kleren en een schort. Alleen met de vakanties droegen we uniformen. Het was een gebouw met hele hoge plafonds. In het Marijkehuis zaten kinderen die hun vader of moeder kwijt waren, of allebei, en kinderen die uit huis geplaatst waren. De zusters zorgden er wel voor dat je goed in de groep werd opgenomen.’
Niet leuk, maar het was geen grote overgang
Annie: ‘Je vind het natuurlijk niet leuk om naar een kindertehuis te moeten, maar voor ons was het niet zo’n hele grote overgang. Wij waren kort voor de oorlog ook al weggeweest, ik naar Zwitserland, mijn zus naar België en later nog naar een ander pleeggezin. In de oorlog hadden we met moeder al kort in de Roggeveenstraat gezeten. En thuis had er altijd ruzie geweest.’
Wat viel er bij het Marijkehuis te beleven?
‘De jongens en meisjes werden altijd strikt gescheiden,’ vertelt Annie verder. ‘Als wij bij de jongens kwamen, kregen we straf. Alleen de feestdagen vierden we samen. En het volksdansen. Ik weet nog goed dat we aan het volksdansen waren in 1949 in de oude RAI toen koningin Juliana langskwam. Ze danste zo met ons mee, de hele Zevensprong en ze ging tot op de grond hoor. Ik heb het altijd tegen mijn kinderen gezegd: ik heb met de koningin gedanst. Met het Marijkehuis ben ik ook bij de inhuldiging geweest in het Olympisch stadion, dat was het jaar daarvoor.’
Joke: ‘Sinterklaas weet ik ook nog, dat was vaak in het AMVJ-gebouw. Dan hoorde je de paarden op hol slaan op het Leidseplein. Wij hoefden niet bij Sinterklaas te komen, want wij waren braaf. Ik weet ook dat er een heel mooi en groot poppenhuis was en een mooi keukentje. Daar heb ik nog mee gespeeld. Met Nieuwjaar hadden we altijd diner in Bellevue, met een voorstelling erbij.’
Kermis en vakantie
Annie: ‘Ik weet nog dat er kermis was op de Middenweg. Die werd speciaal voor de kinderen van het Marijkehuis opengedaan. We gingen naar de ijsrevue, naar Carré, naar Circus Knie. We hadden het rijk.’
Joke: ‘De vakanties waren grandioos. We gingen meestal naar Lunteren en een keer naar Huizen. We hadden echte strooien bedden. Wie ging er nou vier weken met vakantie, net na de oorlog?’
Handwerken, normen en waarden leren
Annie: ‘Wij hebben het heel positief ervaren. Als je jarig was, kreeg je van de zuster de avond ervoor papillotten in je haar. Het eten was er goed. Elke zondag kreeg je een ei. Alleen als je zondags klaar zat om opgehaald te worden en pa kwam niet, dat was heel naar. Maar dan was er altijd een traktatie van de zuster, thee met een biscuitje. Het zijn vaak kleine dingen die het bijzonder voor je maken. Ik heb er heel goed handwerken geleerd.’
Joke: ‘Ook onze normen en waarden hebben we in het Marijkehuis geleerd. Dat het belangrijk is om dingen met elkaar te doen, bijvoorbeeld. Je mist als kind in een tehuis toch een familieband. En je leert worstelen en bovenkomen. Emoties hield je in bedwang. Je liet niet snel merken dat je ergens last van had. Je liet nooit het achterste van je tong zien. Even stampen en dan weer doorgaan.’
‘Snoepjes die je van thuis meekreeg, deden we in een grote trommel, zodat je ze deelde met kinderen die niks hadden,’ vult Annie aan. ‘Dat was heel normaal en daar zijn wij niet minder van geworden. Kinderen van deze tijd kunnen daar nog wat van leren. De zusters zorgen ook altijd dat iedereen aan de beurt kwam voor iets extra’s.’
Gevoel van samen
‘Als iemand zegt dat het logisch is dat iemand crimineel is geworden, omdat die in een kindertehuis heeft gezeten, erger ik me altijd. Zo simpel is het niet,’ legt Annie uit. ‘Ik heb juist veel geleerd in het Marijkehuis.’
‘In het Marijkehuis heb ik geleerd dat het belangrijk is om dingen met elkaar te doen,’ vult Joke aan. ‘
Alleen de levertraan en kousen vielen tegen
‘Het enige dat ik vreselijk vond, was de levertraan en de melktabletten,’ vertelt Joke. ‘Het was best wel eens niet leuk, maar dat heb je in een gezin ook. Ik heb een levenslange liefde aan zingen overgehouden aan mijn tijd in het Marijkehuis. We maakten samen wat je nu een musical noemt van sprookjes.’ Annie voegt toe: ‘Ik had ene hekel aan de lange wollen kousen. Ik rolde ze altijd naar beneden tot sportkousen. Maar verder, zou ik niks weten wat ik vervelend vond.’
Warme en menselijke sfeer in het Marijkehuis
Joke: ‘Wij vonden het heel vervelend om weg te gaan uit het Marijkehuis. Wij hebben het er fijn gehad. Het was geborgenheid voor ons. De sfeer was aangenaam, niet benepen, maar menselijk en warm. Voor die tijd was het behoorlijk vrij en ruim van begrip. Je was niet opgesloten, je mocht bijvoorbeeld bij een vriendinnetje gaan logeren. Er zal best wel eens gemopperd zijn, maar ik kan me niet herinneren dat ik ooit echt straf heb gehad. Dat was in andere tehuizen wel anders. Ik heb ergens gelezen over het Marijkehuis dat het voelde als een warme deken om je heen. En zo was het.’
Annie: ‘Laatst ben ik nog met mijn kleindochter langs de plaats gelopen waar het Marijkehuis stond. Je wilt altijd pas op latere leeftijd weten hoe iets in elkaar zit. Je denkt dat het zo is, maar is het ook echt zo?’
Meer lezen over de historie van het Marijkehuis?
Lees ook:
- Cor vertelt: Hoe was het om in 1940 in het Marijkehuis te wonen?
- Ans vertelt: Hoe was het om in 1957 in het Marijkehuis te wonen?
- Ben vertelt: Hoe was het om in 1960 in het Marijkehuis te wonen?
- Marion vertelt: Hoe was het om in 1962 in het Marijkehuis te wonen?
- Ellen vertelt: Hoe was het om in 1963 in het Marijkehuis te wonen?









