Gerrit Kraal begon in 1972 in het manneninternaat van HVO aan de Weesperzijde. 34 jaar later werkt hij nog altijd bij de stichting, inmiddels bij De Veste. In mei wordt hij 60 en gaat hij met vervroegd pensioen. Tegelijkertijd gaat hij iets nieuws opzetten voor bewoners van De Veste: een zogeheten extramuraal spreekuur. Hoe zit dat?
Gerrit Kraal: ‘Ik ben geen man om niks te doen. We hebben wel een bootje, maar zeven dagen per week varen is me wat te gek. Ik ben hier natuurlijk ook niet voor niets al zoveel jaren. Ik heb iets met HVO-Querido en vooral met onze doelgroep. Ik ga dus door met veel plezier, maar wel op een relaxte manier. Twee dagen per week (16 uur) en nooit meer in het weekend. Dat geeft toch een behoorlijk gevoel van vrijheid. Ik weet nog niet voor hoelang, omdat we geen einddatum hebben gesteld. Over zes jaar ben ik 40 jaar in dienst, maar ja dan ben ik 66. Dat zien we dan wel weer.’
Extramuraal spreekuur om tijdens het wachten papierwerk te regelen
‘Ik ga me onder de noemer ‘extramuraal spreekuur’ richten op nieuwe opnamen,’ legt Gerrit uit. ‘Mensen die hier komen wonen staan vaak lang op een wachtlijst. Ik ga nu zorgen dat die wachttijd vast een beetje nuttig wordt doorgebracht door van tevoren wat zaken te regelen, zoals een uitkering, een ziektekostenverzekering en ander papierwerk. Zo zij er vaak verborgen schulden die pas later boven water komen. Als een bewoner dan echt in De Veste komt verblijven, zijn er vast wat hindernissen genomen. Zo voorkom je irritatie en onrust. Als bij binnenkomst de geldzaken goed zijn geregeld, kan een klant als ie weg gaat bovendien vaak wat geld meenemen. Dat vindt iedereen prettig en zorgt elders weer voor een makkelijkere start.’
‘We gaan ook speciale in- en uitstroomkamers opzetten,’ gaat Gerrit verder. ‘Daarin kunnen mensen wennen aan De Veste en aan meer zelfstandigheid, zoals bij begeleid wonen. In zo’n uitstroomkamer leren bewoners bijvoorbeeld koken.’
Jongere bewoners met complexere problematiek
Als Gerrit terugkijkt op zijn werk, vallen hem een paar dingen op. ‘Bewoners zijn wat jonger geworden. De meesten zijn nu tussen de 25 en 45 jaar oud. En het is al jaren vooral drank en drugs wat de klok slaat, de ‘gewone dakloze’, waar is hij gebleven? Verder verandert er wezenlijk niet zoveel. Niet in de bewoners, niet in de organisatie en niet in het werk. Het gaat er nog steeds om zo goed mogelijk met een vaak lastige groep mensen om te gaan. Ik heb daar mijn manier wel in gevonden.’
Gerrit legt uit: ‘Je hoeft geen dikke vrienden te worden met bewoners, maar je moet respect voor elkaar hebben. Dat bepaalt de grondhouding. Ik zeg nooit tegen een bewoner: jij moet dit of dat. Dat is niet mijn stijl. Ik vraag het ze eenvoudig en beleefd, want ze moeten al van alles. Net nog maakte iemand hier geweldig veel herrie en problemen. Dan kan ik de politie bellen, wordt de bewoner uitgezet en heb je minstens een dag lang een schreeuwer voor de deur. Ik praat dan liever een uurtje met zo’n man en leg ik het nog eens uit, zodat hij uiteindelijk niet tevreden maar met enig begrip en een opgeheven hoofd vertrekt. Daar doe ik het voor.’
Meer coachen dan de rust bewaken
Wat is er dan wél veranderd in de werkwijze? Gerrit: ‘De nadruk ligt nu meer op coachen, dan op het bewaren van de rust in huis. Bewoners doen nu minder dingen in huis, onder andere omdat we moeten voldoen aan strengere regels wat betreft hygiëne. Het was altijd een heel gedoe om steeds overal voldoende werkende bewoners voor te regelen. Het gaf wel een sfeer van saamhorigheid en solidariteit. Bewoners hadden meer dan nu het gevoel dat ze verantwoordelijk waren voor het draaien van de hele tent.’
Genieten van kleine successen
‘Toen ik net begon was ik echt een broekie,’ vertelt Gerrit. ‘Ik er toen wel eens over gedacht om in de jeugdzorg of het jongerenwerk te gaan. Dan kun je mensen meer kneden en omvormen. Alsof je werk dan meer verschil kan maken. Maar, al vrij snel kwam ik erachter dat veel van onze dak- en thuislozen in een vicieuze cirkel bewegen. Als je niks doet, belanden ze namelijk weer in de goot. Het gaat mij er sindsdien om de lussen van die cirkel zo groot mogelijk te maken, zodat het zo lang mogelijk duurt voordat die goot weer in beeld komt. Dat zijn bescheiden doelen met soms hele kleine successen.’
Gerrit legt uit: ‘Het gaat erom dat je met mensen aan de gang blijft. Van niks doen wordt bijna niemand gelukkig. Het mooie van werken in een team is dat iedereen zijn eigen tolerantie heeft. Ook al is een bewoner nog zo irritant, er is altijd wel iemand in het team die dat op dat moment goed kan hebben, zodat je altijd in gesprek blijft.’
Wil jij ook samen met een team gaan voor kleine successen?
Neem dan een kijkje tussen onze vacatures. De Veste is bijvoorbeeld een locatie waar bewoners in een huiselijke sfeer verblijven in hun eigen kamer. De bewoners zijn veelal mensen met een combinatie van psychische en verslavingsproblematiek, soms een achtergrond van dakloosheid of een forensische maatregel. Ze hebben een BW- of Wlz-indicatie nodig om hier te kunnen wonen. Kunnen ze op jouw ondersteuning rekenen?

