Tineke Breukel (1957) wordt geboren in Gouda en groeit op in Alphen aan de Rijn. ‘Ik kom uit een vrij streng katholiek gezin, in alle opzichten behoudend,’ vertelt Tineke op de bank in haar gezellige woning in de Amsterdamse Czaar Peterbuurt.
‘Mijn vader was woninginrichter van beroep. Als kind was ik eerst heel verlegen en ging ik overal in mee. Ik was niet gelukkig en had weinig vriendinnetjes. Mijn moeder omhelsde me nooit, pas later heb ik begrepen dat zij ook depressief was. In mijn puberteit ben ik in opstand gekomen, soms een beetje extreem,’ vult Tineke aan. ‘Volgens mijn vader deugde niemand van mijn vrienden. Dat hoor je niet graag, maar de tijd van ‘ja en amen’ was voorbij.’
Toch studeren
Tineke: ‘Ik zat op het atheneum en ben twee keer blijven zitten. Als kind heb ik nooit geweten wat ik wilde worden. Ik was er niet mee bezig en waaide met alle winden mee. Hoewel ik niet zo’n studiebol was, heb ik na de middelbare school toch mijn aversie tegen studeren opgegeven en ben ik naar de sociale academie gegaan in Amsterdam, De Aemstelhorn. Daar heb ik een hele leuke tijd gehad. De nadruk lag er niet op dingen uit je hoofd leren. Je kon er lekker je eigen gang gaan.’
‘In diezelfde tijd kreeg ik met de psychiatrische praktijk te maken,’ gaat Tineke verder. ‘De stage voor mijn studie vond ik al heel erg druk, dus meteen gaan werken zag ik niet zitten. Het was vreselijk druk in mijn hoofd. Dat ik ADD had wist ik toen nog niet, wel dat het mijn functioneren in de weg zat. Ik wilde vooral rust en in die tijd kon je van een uitkering ruim leven. Schuldig hoefde ik me daarover niet te voelen, want er was toen heel veel werkeloosheid.’
Werkeloos, maar genoeg te doen
Tineke: ‘Bovendien hoefde ik me niet te vervelen, want ik zat in de kraakscene. We hebben bijvoorbeeld een voormalige drukkerij bezet en omgetoverd tot een theater. De trappen kwamen uit de oude Victoriabioscoop. Dat theater heeft nog heel lang bestaan. Ik had niet speciaal iets met toneel en ik ben ook niet heel handig, maar ik vond het wel belangrijk om samen met mensen dingen te doen waar anderen iets aan hebben. Op de opening hebben we met ons clubje een toneelstuk van Dario Fo gespeeld.’
‘Ook leefde ik met oude bewoners die niet weg wilden uit huizen waar de gemeente nieuwbouw wilde plaatsen (zonder plannen). Leegstand? No way!’ legt Tineke uit. ‘We organiseerden acties en vergaderingen. Ik was een van de initiatiefnemers. Ik bleef liever een beetje op de achtergrond, maar als het nodig was, stond ik op de barricade. De wereld moest worden verbeterd! En dat is nog steeds zo.’
Eenzaamheid en depressie
‘De mensen uit de kraakscene zie ik nu niet meer,’ legt Tineke uit. ‘Ik heb veel vrienden verloren in de loop van de tijd. Er zijn veel onrustige perioden geweest in mijn leven. Een paar keer ben ik lange tijd depressief geweest, ongeveer een kwart van mijn leven in totaal. Dan blijf ik in bed liggen en vermijd ik contact. Het kan heel snel gaan, zo’n neerwaartse spiraal. Vaak ben ik bang dat dat weer terugkomt, maar ik vind het fijn dat ik nu kan zeggen dat het goed gaat.’
Tineke benoemt: ‘Ik ben een manisch depressieve borderliner. Dat gaat nooit over, maar het wordt wel milder als je ouder wordt. Vroeger dronk ik veel en dan maakte ik met iedereen ruzie. Ik was lastig voor mezelf en voor anderen. Drinken doe ik nu bijna niet meer, het is allemaal vanzelf goed gekomen. Ik ben nog wel aan de coke, dat is een worsteling, ik hoop dat dat ook vanzelf overgaat. Ik gebruik niet veel, want het kost gewoon veel te veel geld. Als ik geld heb spreken we af: eerst boodschappen doen. Maar ik laat me makkelijk ompraten. Het werkt voor mij als een antidepressivum.’
Bij HVO-Querido zien we vaker dat mensen die van de straat of uit de opvang in een eigen woning komen, ineens grotendeels op zichzelf zijn aangewezen en daardoor eenzaam worden. Tineke ondervond dit aan den lijve en meldde zich daarom aan bij een groepje van HVO-Querido dat het onderwerp eenzaamheid op de agenda heeft gezet.
Tineke legt uit: ‘Bij die bijeenkomsten kom je mensen tegen die ook met eenzaamheid zitten. Je maakt eens een praatje. Wat ook helpt zijn uitjes, gewoon gezellige dingen met andere mensen. Die worden gelukkig regelmatig georganiseerd.’
‘Gelukkig ben ik dus zelden alleen,’ vertelt Tineke. ‘Vrienden staan me bij en er komen vaak mensen bij mij op bezoek. Toch vind ik dat ik ook moet leren meer dingen alleen te doen, wat onafhankelijker worden.’
Tineke’s tips tegen eenzaamheid
‘Als kind heb ik grote tegenzin tegen dwang ontwikkeld. Mensen zeggen zo makkelijk: ga dan klaverjassen! Maar je moet wel willen en kunnen klaverjassen. Ik schaak liever. Maar het gaat erom dat je het lef moet hebben om je aan te sluiten bij een groep. Je moet eropaf durven stappen. Dat is vaak een drempel. Ik vind het daarom fijn om met iemand van de begeleiding door de buurt te gaan en bijvoorbeeld een buurthuis te bezoeken. Samen voel ik me toch meer op mijn gemak,’ benoemt Tineke. ‘Ik ben best goed in het creëren van een gezellige sfeer, als ik dat over mezelf mag zeggen. Ik kan mensen goed met elkaar verbinden.’
Tineke voegt toe dat een huisdier ook zou kunnen helpen: ‘Vroeger had ik poezen, ontzettend leuk. Dat zou ik in principe wel weer willen, maar ik ben ook bang voor de verantwoordelijkheid.’
Hoe is Tineke bij HVO-Querido terechtgekomen?
Tineke heeft op veel verschillende plekken gewoond en voelt zich nu eindelijk thuis bij HVO-Querido in de Czaar Peterbuurt. Ze vertelt: ‘Bijna al mijn woningen waren in De Pijp. In de Govert Flinck, de Ferdinand Bol, in de Willibrordusstraat, bij elkaar zo’n dertig jaar. Zelfs als ik dakloos was, bleef ik in De Pijp. Dan zat ik in het Sarphatipark of bij Makom.’
‘Ik ben nu hier, omdat ze op mij afstapten toen ik de laatste keer dakloos was,’ zegt Tineke. ‘Dat was in 2016, ik zat in een kliniek aan de Vlaardingenlaan en ik gebruikte ongetwijfeld in die periode. Ruim 10 jaar heb ik op straat gewoond. Dat lijkt heftig, maar thuis zitten met depressie was veel erger. Ik kwam in die tijd alleen even buiten om drank te kopen. Het klinkt gek, maar op straat ben ik toen echt opgeknapt, lekker buiten in het daglicht en tussen de mensen.’
‘Toen ik voor het eerst een sleutel kreeg, stond ik wel een beetje te bibberen. Ik was bang om alleen te zijn en vond het spannend. Maar ik ben heel goed begeleid hoor,’ voegt Tineke toe. ‘Ik heb veel hulp gekregen met verhuizend en inrichten. Ik was eerst bang dat het hier een beetje donker zou zijn, maar dat valt gelukkig mee.’

Tineke Breukel
Hoe bevalt de woning?
‘Het is hier lekker rustig,’ vertelt Tineke drie jaar later. ‘Ik heb het goed naar mijn zin. Ik ben nu gewend aan de donkerte door de grote bomen en hoge huizen hier tegenover. Ik denk hier nog lang te blijven. Het is echt mijn plek, een leuk huis. Je kunt de woning na verloop van tijd op je eigen naam krijgen. Maar ik voel me nog erg van zorg afhankelijk, dus ik weet niet of ik dat doe. Ik wil eerst weten hoe het een met het ander verband houdt.’
Hoe bevalt de begeleiding?
Tineke: ‘Ik heb al verschillende begeleiders gehad. Nu heb ik Matthew, van oorsprong een Amerikaan. Het was eerst even wennen, maar het is een goeie vent. Hij doet veel voor mij en ik ben blij met hem. We hebben echt een klik. Hij helpt me bij het regelen van praktische zaken, zoals mijn post. Verder praten we over van alles, niet alleen over problemen. Ik denk nu bijvoorbeeld over om een daglichtlamp te kopen. Matthew helpt me dan met het uitzoeken.’
‘Het fijne van HVO-Querido vind ik dat de mensen altijd heel eerlijk en open zijn,’ zegt Tineke. ‘Ik voel me op geen enkele manier afgewezen of minder geaccepteerd door de begeleiders. Je kan gewoon zijn wie je bent. Op de een of andere manier had ik vroeger altijd toestanden. Dan werd ik bijvoorbeeld geslagen door een vriend, rende gillend de straat op, zodat de buren de politie moesten bellen. Mensen worden dat zat, dat begrijp ik wel, en dan stond ik weer op straat. Ik ben blij dat het nu achter de rug is. Voor mensen als ik, die al zo vaak uit hun huis zijn gegooid, is een eigen huis alles. HVO-Querido heeft veel geduld met je, ik ben er echt blij mee.’

