Nieuws

Wij zijn vrij

Alles is anders dit jaar. Normaal gesproken is het op 1 juli een drukte van belang in het Amsterdamse Oosterpark, waar dan de afschaffing van de slavernij in Suriname en de Nederlandse Antillen wordt gevierd. Tijdens het bekende Keti Koti festival is het park één groot feest met veel muziek en dans, volop eten en drinken en talloze kraampjes met van alles en nog wat. Maar juist nu het onderwerp actueler lijkt dan ooit zijn de festiviteiten afgelast vanwege de coronamaatregelen.

De laatste jaren stond Marie Mielton met een kraam van HVO-Querido op het festival. Ze deed dat niet alleen, maar was er wel de organisator van. Marie Milton (1964) werkt al bijna acht jaar als persoonlijk begeleider met veel plezier bij onze afdeling Discus.
‘Dit jaar gaan de meeste festiviteiten niet door,’ vertelt Marie, ‘en we staan er dus ook niet met een kraam, maar Keti Koti gaat niet in stilte voorbij, daar is het te belangrijk voor. Het is nu allemaal wat rustiger en kleiner dankzij covid-19. Er is geen grote optocht, maar er wordt wel een bloemetje gelegd bij het huis van de burgemeester. En we brengen natuurlijk wel een plengoffer met een kalebas bij een van de monumenten, dat is de traditie. Op die manier praten we tegen onze voorouders, dat is belangrijk in de Surinaamse cultuur. We vragen zo om bescherming, gezondheid en steun en we geven onze energie een boost.

Vieren

Het lijkt misschien gek om zoiets serieus als de afschaffing van de slavernij zo uitbundig te vieren, maar het is een beetje als 4 en 5 mei. In de week voor 1 juli zijn er overal herdenkingen. Zeven dagen lang herdenken we de doden, vertellen we verhalen over onze voorouders en de geesten die ons dragen. De eerste juli zelf is de officiële afsluiting daarvan en dan is het feest. Het is bovendien typisch Surinaams om overal een feest van te maken, en eten en drinken horen daarbij. Wij maken zelfs een feest van een begrafenis, dat is bij uitstek een gelegenheid om het leven te vieren.
Je hebt trouwens niet één soort Surinamer. Er zijn verschillende groepen, bijvoorbeeld Stadscreolen en Boslandcreolen, maar ook Hindoestanen, Javanen en meer. Ik hoor bij de Boslandcreolen, ook wel Marrons genoemd. Wij stammen af van weggelopen slaven. En bij de Marrons heb je ook weer verschillende groepen, ik hoor bij de Sarramaccaaners.’

Marie Mielton

Moment om je uit te spreken – statement MT/Barbra Velthuizen
Barbra Velthuizen, directeur Zorg: ‘Belangrijk, vind ik het, om stil te staan bij herdenkingen als Keti Koti. Dit zijn dé momenten waarop we kunnen nadenken en kunnen praten over wat gebeurd is in onze geschiedenis. Dit is een moment van bezinning en een kans om je uit te spreken, want discriminatie op grond van huidskleur is nog altijd aan de orde van de dag.
Ik ben onder de indruk van de betrokkenheid van medewerkers van HVO-Querido bij de racismediscussie van dit moment, en dat geldt ook voor het MT. Hoe kleurrijk steden als Amsterdam, Haarlem of ‘mijn’ stad Utrecht ook zijn, helaas komt er ook nog altijd veel zwart-wit voor. In de manier waarop mensen over elkaar spreken, grapjes die niét kunnen, verkeerde commentaren in tv-programma’s, en de ongelijkheid in de bejegening door bijvoorbeeld de politie. Goed dus, dat er binnen HVO-Querido ruimte is om het onderwerp racisme te bespreken en er met elkaar op te letten dat we alles doen om discriminatie tegen te gaan.
Ik kan me daarbij niet vinden in de sussende woorden van mensen die aangeven ‘dat we in deze tijd wel doorslaan’, ‘dat het zo wel genoeg is’ of ‘dat je helemaal niks meer kan zeggen.’ Dat kun je namelijk wel en nog op een opbouwende manier ook! Ik zeg altijd waar ik voor sta, en dat doe ik op een niet-aanvallende manier. Ik merk dat mensen die duidelijkheid prettig vinden, en ik geloof dat door ons met z’n allen uit te spreken tegen racisme, en door elkaar gelijkwaardig te behandelen, we een stap verder komen. Een kwestie van denken en doen dus.’

Verhalen blijven vertellen

‘Wij leven nu gelukkig in een maatschappij waarin iedereen gelijkwaardig kan zijn,’ vervolgt Marie. ‘Juist daarom moeten we de afschaffing van de slavernij blijven vieren en de verhalen en de geschiedenis levend houden en de kennis doorgeven aan de jongeren. De slavernij doet sommige mensen nog pijn. Mensen hebben lang moeten vechten voor erkenning.
Voor mij gaat het erom dat we als afstammelingen samen onze vrijheid vieren. Dat stralen we naar buiten uit: wij zijn vrij.

Verdiepen

Natuurlijk wordt Keti Koti ook in Suriname gevierd. Ik kan het me nog goed herinneren. Mooie optochten in klederdracht op het Onafhankelijkheidsplein, de Palmentuin, het standbeeld van Kwakoe in Paramaribo met de verbroken ketenen, dat is echt een populair beeld. Later in Amsterdam was de viering eerst vooral op het Surinameplein.
Als je jong bent, ben je er minder mee bezig, dat zie ik nu ook bij jongeren om me heen. Naarmate ik ouder word, ga ik me meer in onze geschiedenis verdiepen. Als je bovendien zelf kinderen krijgt, wil je graag vertellen waar we vandaan komen. Elk jaar besef ik meer. En hoe meer ik over slavernij te weten kom, hoe onvoorstelbaarder het wordt. En toch is het echt gebeurd.
De aandacht die er nu is voor racisme en Black Lives Matter is heel goed, maar ik hoop dat de aandacht voor Keti Koti daardoor niet ondergesneeuwd raakt.

Iedereen welkom

Een kraam op Keti Koti past bij het multiculturele en open karakter van onze organisatie. Iedereen doet ertoe, iedereen mag er zijn. Onze klanten kunnen laten zien wie zij zijn en welke kwaliteiten zij hebben. We hadden bijvoorbeeld klanten die schilderden of muziek maakten. Mensen vinden het fijn om te laten zien wat ze waard zijn. Niet alleen klanten met een Surinaamse of Antilliaanse achtergrond.
Veel bezoekers van onze kraam reageerden heel leuk, met veel belangstelling. Hé, wie zijn jullie? Waarom staan jullie hier? Zo raak je in gesprek. HVO-Querido is een plek waar iedereen welkom is, wij sluiten niemand uit. Ik hoop dat we volgend jaar weer met veel klanten en collega’s een mooie kraam kunnen inrichten.

Anders

Op mijn 23e kwam ik naar Nederland. Eerst woonde ik in Hengelo. Op de opleiding tot ziekenverzorgende was ik de enige donkere persoon. Ik had het gevoel dat ik twee keer zo hard moest lopen om me te bewijzen, veel meer dan de anderen. Als ik patiënten waste, zeiden die rustig: o, dat kan jij toch, alsof dat een enorme meevaller was. Goed, dat waren demente bejaarden, maar toch. Het is discriminatie en dat heb je overal. Toen ik van Hengelo naar Amsterdam kwam zeiden ze: jij bent anders, want je praat anders. Als ik nu in Suriname ben zeggen ze: jij bent anders, want jullie Hollanders wonen hier niet. Stad en platteland, arm en rijk, zwart en wit, het gaat fout als mensen een stempel op een hele groep gaan zetten. Door Keti Koti te blijven vieren, maken we duidelijk dat vrijheid voor iedereen is.’

 

Reacties ( 0 )

    Geef een reactie

    Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *