Robert van Dijk is een schilder die zelfstandig in de Amsterdamse Indische Buurt woont, waar hij wordt begeleid door Team Oost van HVO-Querido. ‘Nadat ik drie jaar dakloos was, woon ik nu in Oost. Ik zit hier gunstig,’ vertelt hij. ‘De begeleiding komt langs. We praten over van alles. Ik ben hier wel tevreden en blijf graag op mezelf wonen. Een beschermde woonvorm hoeft voor mij niet zo nodig.’
‘Schilderen is een vorm van therapie,’ vertelt Robert. ‘Ik word er rustig van. Maar omdat ik al 5 jaar geen psychoses meer heb, heb ik geen therapie meer nodig. Mijn drang om te schilderen is dus weg, maar ik begin altijd weer als ik even stop. Het is iets wat bij mij hoort.’
Altijd al kunstenaar willen worden
Als klein kind wilde Robert van Dijk (1965) al niets anders dan kunstenaar worden. Gelukkig werd dat voornemen door zijn vader, een gemeenteambtenaar, en zijn moeder, een verpleegster, van harte gesteund. Hij komt uit een kunstzinnig nest. Regelmatige bezoeken aan musea en tentoonstellingen waren de gewoonste zaak van de wereld. Zijn vader was in zijn vrije tijd een enthousiast houtbewerker; zijn moeder maakte objecten van wol en klei. In Roberts woning staan onder meer scheepsmodellen en beelden van zijn beide ouders.
Meteen verkocht aan de schilderkunst
‘Eerst ging ik naar het gymnasium Pascal aan de Schipluidenlaan, later heb ik een opleiding tot huisschilder gevolgd aan de LTS. Ik heb ook een paar jaar als huisschilder gewerkt,’ vertelt Robert van Dijk. ‘Ik heb geprobeerd om op de Rietveld te komen, maar ze vonden dat ik teveel een eigen stijl had. Dat er met mij feitelijk niks meer te beginnen was op een academie. Ik schilder sinds 1980, vanaf mijn vijftiende. Toen ik voor het eerst een schilderij zag, was ik meteen verkocht: dat wil ik ook.’
Kunstwerken te kopen is te veel gedoe
Robert: ‘Verkopen doe ik niet, dat is me teveel gedoe. Schrijf dat maar op: mijn schilderijen zijn niet te koop. Ik leef van een Wajong-uitkering, als ik een schilderij zou verkopen voor een paar tientjes, dan is dat een enorme administratieve rompslomp. Dat wil je niet weten, zo ingewikkeld. Als ik geweldig in de markt zou liggen als schilder, zou het misschien een ander verhaal worden. Ik maak ook alleen vrij werk, nooit in opdracht.’
‘Mijn schilderijen geef ik nu vooral in bruikleen,’ legt Robert uit. ‘Ik kom het gratis ophangen, de ontvanger zorgt voor de lijsten. Natuurlijk vind ik het leuk dat andere mensen het kunnen zien. Ik ben ook wel gevoelig voor het oordeel van anderen. Zelf weet ik waar mijn werk hangt, dus als ik wil, kan ik even gaan kijken. Daarom ben ik constant op zoek naar plekken waar ik mijn schilderijen op kan hangen. Ik zie nog zoveel kale muren overal, dan is het toch veel leuker als ik daar hang, denk ik dan.’
Waar haalt Robert zijn inspiratie vandaan?
Robert: ‘Ik teken, ik schilder en ik hanteer allerlei mengvormen, maar toch beschouw ik mezelf vooral als schilder. Ook als ik met inkt werk, zie ik dat meer als schilderen, alleen het inkleuren is dan tekenen. Meestal werk ik met acryl op papier.’
‘Vaak heb ik al een bepaald idee in mijn hoofd, maar ik weet niet precies van tevoren wat er op het papier gaat gebeuren,’ gaat Robert verder. ‘Het speelt door mijn hoofd totdat ik begin. Ik weet vaak niet precies waar het idee vandaan komt. Ik wil gewoon iets uitbeelden, iets van mezelf, iets waar ik op dat moment mee bezig ben. Al mijn schilderijen zijn autobiografisch. Het gaat allemaal over mijzelf. Het zijn uiteindelijk zelfportretten. Ik maak een soort vloeibare puzzels.’
‘Het Stedelijk Museum prefereer ik boven het Rijks, maar invloed is een heel raar ding,’ legt Robert uit. ‘Vroeger zeiden mensen dat mijn werk leek op kunst van de Aboriginals. Maar dat kende ik helemaal niet, nooit gezien, nooit in Australië geweest. Alles moet blijkbaar ergens vandaan komen, alles moet in een hokje. Ik laat het maar zo. Gekleurde stippen gebruiken ze trouwens overal.’
‘Als ik schilder, vergeet ik de wereld om me heen’
Robert: ‘Kunsttheorie zegt me niet zoveel. Ik schilder gewoon, het gaat vanzelf. Schetsen doe ik niet. Ik ga meteen met de kwast. Spontaan, uit de losse hand. Als ik schilder, vergeet ik de rest van de wereld en alles om me heen. Ik denk niet na tijdens het schilderen, ik maak wat ik leuk vind. Ik zie het hele schilderij min of meer in mijn hoofd, op de details na. Je verandert hier en daar nog wat en op een gegeven moment is het af. Dat moment is best moeilijk te bepalen, dat voel je. Schilderen brengt me in een vorm van bewustzijn die ik prettig vind. In combinatie met koffie en cannabis.’
Eenling
‘Ik ben nogal een eenling,’ vertelt Robert. ‘Heel incidenteel kom ik op een activiteitencentrum of zo, maar ik werk liever thuis. Ik blijf liever binnen. Drie jaar lang heb ik op straat gewoond en in de bosjes geslapen, ik heb mijn portie buiten wel gehad. Vroeger was ik ook een fanatiekere kunstenaar. Ik schilderde bij wijze van spreken dag en nacht, ik exposeerde. Nu heb ik daar de energie niet meer voor.’
Hoe ziet Robert de toekomst?
‘Zelf hoop ik gezond te blijven en wens dat ook iedereen van harte toe,’ zegt Robert. ‘Verder hoop ik dat er nu eindelijk eens iets gaat gebeuren aan die vervuiling overal, de broeikasgassen en al dat plastic. Ik hoop echt op een groeiend collectief bewustzijn ten aanzien van het milieu.’
Meer verhalen over kunst lezen
Waar Klaas zijn kunst als business ziet, ziet Ernesto zijn schilderijen niet eens per se als kunst. En Charlotte maakt juist bewust kunst uit het hart. Carel gebruikt tekenen en schilderen om zich te concentreren. Kunst maken helpt bewoner Henk juist met zijn angststoornis. Marlon maakt poëzie en Maaike combineert fotografie en schilderkunst. Talal is met zijn schilderijen de Syrische Bob Ross. Patrick houdt zo van mode ontwerpen, dat hij het in de studio én thuis doet.







