Jasmina komt al jaren met veel plezier bij ons activiteitencentrum. Eerst aan het Linnaeushof, nu bij Centrum Robert Koch aan het Robert Kochplantsoen. Ze tekent en schildert daar en ze vindt er gezelligheid.
‘Op mijn vijfde ben ik naar Nederland gekomen, vertelt Jasmina. ‘Mijn moeder was Italiaans en mijn vader was Joegoslavisch, zo heette dat toen nog. Ik ben geboren in Pula, een mooie oude stad op het Kroatische schiereiland Istrië. In Nederland woonden we in de Bijlmer. Het was toen onveiliger dan nu, maar wel te doen. Mijn moeder is overleden in 1994. Na haar dood viel alles uit elkaar. Ik was 23, volwassen, maar nog vooral een kind van mijn ouders. Mijn vader is toen terug gegaan naar Joegoslavië en een paar jaar later overleden.’
Hoe is Jasmina bij HVO-Querido terechtgekomen?
Jasmina legt uit: ‘Als kind wilde ik altijd modeontwerper worden. Daar heb ik ook een opleiding voor gevolgd. Omdat ik mijn havo-diploma op één punt na niet had gehaald, probeerde ik dat toen tegelijkertijd met die opleiding nog te halen in de avonduren. Dat mislukte hopeloos. Ik had veel stress en werd ziek. Burn out, depressie, ik werd opgenomen in het AMC. Daar had ik een fijne psychiater die vroeg waar ik zou willen wonen. Zo ben ik bij HVO-Querido beschermd gaan wonen.’
Samenwonen
‘Ik heb 12 jaar beschermd gewoond bij HVO-Querido. Toen leerde ik de man kennen met wie ik nu getrouwd ben. Mijn woning heb ik vanwege de liefde opgegeven, zodat we konden samenwonen,’ legt Jasmina uit. ‘Dat doen we nog steeds, met twee lieve katten.’
Schilderen en meer
Jasmina: ‘Sinds 1999 kom ik op het activiteitencentrum. Eerst bij het Linnaeushof en sinds de verhuizing hier bij Centrum Robert Koch. Meestal kom ik hier op maandag om de tekenen en schilderen. Dat is gelukkig in de middag, ik ben namelijk een laatopstaander. We hebben nu les van een leuk iemand met frisse ideeën. Soms kom ik hier ook op vrijdag als er een film is. Dat vind ik gezellig. Op donderdag werk ik als afwasser in een buurthuis. Daar eet ik dan meteen lekker mee. En ik ga ook wel eens naar andere groepen om te kletsen.’
Portrettekenen, schilderen en bloemetjes maken
‘Tekenen deed ik als kind al graag,’ benoemt Jasmina. ‘Mijn moeder was goed in portrettekenen. Mijn vader was veel wilder, hij schilderde meer zoals Herman Brood, met veel spetters. Hij was op zijn manier toch ook heel gevoelig. Mijn ouders waren samen net kat en hond, ze konden niet met en niet zonder elkaar. Het was vechten en liefhebben. Op mijn zevende begon ik met het natekenen van stripfiguren. Zelf verhaaltjes maken. Mijn ouders vonden dat niks. Ze vonden dat ik beter bloemetjes kon tekenen. Dat begreep ik niet.’
‘Het kind in mij’
‘Misschien omdat ik er al vroeg mee ben begonnen, doet tekenen op de een of andere manier nog steeds een beroep op het kind in mij. En op het kinderlijke plezier dat je daaraan kunt beleven. Dat voelt heel prettig,’ legt Jasmina uit. ‘Soms komt iets helemaal uit mijn fantasie en soms teken ik dingen na. Meestal begin ik heel ontspannen, met een potlood. Dan ga ik dingen arceren, schaduwen aanbrengen. Het is ook leuk om samen dingen te maken. Dan kun je het erover hebben. Het is leuk om bijvoorbeeld te zien welke materialen andere mensen gebruiken, welke techniek.’
Jasmina: ‘Tekenen is voor mij in de eerste plaats een training in kijken. Als het dan eenmaal goed in je hoofd zit, is het de kunst hoe je dat op papier krijgt. Heldere en lichte kleuren, daar houd ik van. Daarom vind ik het voorjaar zo fijn. Het is licht, de zon begint weer te schijnen, de vogeltjes fluiten. Soms werk ik wekenlang aan een schilderij, soms is het in twee dagen klaar. Als ik geïnspireerd ben dan ga ik door, dan is het moeilijk om te stopen.’
Waardering krijgen
‘Tekenen en schilderen doe ik in de eerste plaats voor mezelf,’ zegt Jasmina. ‘Maar het is ook leuk om waardering te krijgen. Als iemand het graag wil hebben om thuis op te hangen bijvoorbeeld. Of als mensen zeggen dat ze het mooi vinden. Soms maak ik wel eens een tekening speciaal voor iemand. Dan vraag ik welke kleuren ze willen. Iemand die ik ken, heeft bijvoorbeeld heel weinig zon in haar huis. Voor haar heb ik een licht schilderij vol vlinders en bloemen gemaakt.’
Licht en donker
Jasmina: ‘In de kliniek tekende ik ook. Als je psychotisch bent is alles donker, ook je tekeningen. Ik de kliniek had ik maar twee kleuren, zwart en wit. Uiteindelijk mengde ik er steeds meer wit bij tot het heel licht werd. Bijna monochroom werk kan ook heel mooi zijn.’
Jasmina houdt van kunst met liefde erin
‘Vroeger ging ik vaak naar het museum,’ vertelt Jasmina. ‘De Hermitage vond ik leuk en het Rijks. Klassieke dingen vind ik ook mooi. In Pula heb je bijvoorbeeld een prachtige tempel met triomfboog van Augustus. Van Gogh vind ik heel goed. Het is mooi dat je bij hem zo goed de penseelstreken kunt zien, daardoor voel je bijna hoe het gemaakt is. Maar ik kan ook genieten van een schilder op straat die simpele zeegezichtjes schildert voor de toeristen. Als het maar met liefde is gemaakt, want dat zie je eraan af.’
Nooit af
Jasmina: ‘Momenteel werk ik vooral met stiften in combinatie met vetkrijt en ecoline. En soms ook met acryl voor de achtergrond. Maar ik ben niet eenkennig met materialen. Olieverf is bijvoorbeeld ook leuk, omdat het zo fijn mengt. Daar kun je hele mooie effecten mee maken.’
‘Wanneer een schilderij of tekening nu precies af is, is nogal een catch,’ benoemt Jasmina. ‘Het is vooral gevoel. Je kunt er altijd nog iets bijschilderen en nog iets. Maar voegt dat iets toe? Je kunt het daardoor ook verpesten. Meestal laat ik het even staan. Dan kijk ik er na een tijdje weer naar en dan beslis ik. Als ik psychotisch ben, dan ga ik maar door, steeds meer, steeds voller, dan verpruts ik vaak dingen. Je moet echt weten te stoppen. Less is more. Soms vraag ik het aan mijn man, hij heeft er kijk op.’
Hoe kijkt Jasmina naar de toekomst?
Jasmina: ‘Bij mij thuis hangt ook werk van anderen, van Menno Siegers bijvoorbeeld. Toen we verhuisden naar Robert Koch, waren daar een paar hele oude schilderijen over. Een daarvan, een heel leuk boerderijtje, hangt nu bij mij. Ik denk dat we nog heel veel veranderingen gaan meemaken. Toch zie ik de toekomst vooral positief en kleurrijk. Maar ook met alle tinten grijs daar tussenin.’
Meer verhalen over kunst lezen
Er zijn namelijk nog veel meer bewoners met kunstzinnige hobby’s, zoals Mandy die ook energie krijgt van schilderen. Kunst is voor Robert als therapie en het helpt ook Henk met zijn angststoornis en Hans om rust te vinden. Carel gebruikt tekenen en schilderen om zich te concentreren. Marlon maakt poëzie en Maaike combineert fotografie en schilderkunst. Talal is met zijn schilderijen de Syrische Bob Ross. Patrick houdt zo van mode ontwerpen, dat hij het in de studio én thuis doet.








