Nieuws

Socrates leest

Bij het Hof van Socrates, een kleinschalige beschermende woonvorm van HVO-Querido in de filosofenbuurt in Amsterdam Nieuw-West, ontmoeten we vier bewoners: Helen, Kitty, Piet en Fokke. Ieder met een favoriet boek en een persoonlijke verhaal.

Helen van Kesteren (1940) leest graag Franse literatuur maar heeft deze keer een stapeltje poëzie meegebracht: Nel Benschop, Rob Schouten, Anna Enquist, C.O. Jellema, Judith Herzberg en Rutger Kopland. ‘Ik ben gek op Kopland,’ vertelt Helen, ‘een hele lieve, vriendelijke man en nog psychiater ook.’
Ze neemt de bundel Toen ik dit zag van Kopland ter hand. ‘Hier, dit is een serie over koeien, er staan ook prachtige plaatjes bij: “Je weet niet meer wat/je ziet – het is – het is misschien/wat overblijft van een koe.” Het is het ritme van de woorden dat me aanspreekt in poëzie. Ik lees ook Nederlands proza hoor, Guus Kuijer is mijn lievelingsschrijver, zowel zijn boeken voor kinderen als voor volwassenen vind ik heel mooi. Lezen is ontspannen voor mij en je kunt er zo heerlijk helemaal in opgaan. De krant lees ik niet meer, geef mij maar poëzie.’

Sprookjesprins

Piet van Gool (1948) houdt het meest van sprookjes. Hij vertelt in hoog tempo in het kort de geschiedenis van Aladin en de wonderlamp na. ‘Ik houd van toveren en van alles van met tovenarij te maken heeft. Toveren is echt geweldig. Op mijn kamer heb ik hele mooie sprookjesboeken. Het sprookje van de tondeldoos is ook mooi, met die soldaat. En de wolf en de zeven geitjes natuurlijk. Ze worden wel opgegeten, die geitjes, maar het komt toch weer goed. Ik houd van sprookjes om dat ik zelf een sprookjesprins ben. De Donald Duck lees ik ook veel, Dagobert is mijn favoriet.’

Piet op zijn kamer met een sprookjesboek

Oorlog en verzet

Fokke Meima (1960) heeft Reis door de nacht van Anne de Vries meegebracht. ‘Ik kom uit een tijd dat de oorlog nog maar vijftien jaar voorbij was. Duitsers werden in mijn jeugd nog moffen genoemd. Mijn ouders hadden heel veel boeken over de oorlog en het verzet, waaronder dit boek, de negende druk, zonder jaartal, een familie-exemplaar. Het gaat over een gewoon gezin uit het oosten van het land dat door de oorlog in het verzet terecht komt. Het verhaal heeft mij altijd erg aangesproken, toen ik het voor het eerst las zal ik een jaar of twaalf geweest zijn.
Toen ik een paar jaar geleden eens met vakantie op Texel was, kwam ik het tegen bij een christelijke boekhandel. Ik snuffelde laatst door mijn boekenkast en toen ontdekte ik dat ik opvallend veel boeken heb die van Callenbach vandaan komen, een christelijke uitgeverij, waaronder Reis door de nacht. Mijn opa zei altijd dat ik de bijbel moest lezen en maar veel moest bidden. Dat doe ik niet, maar misschien probeer ik dat via mijn boekenkast een beetje goed te maken.

De sfeer van poëzie

Kitty Vallee (1946) werd opgeleid tot fotograaf en werkte als assistente van de bekende fotograaf Cor van Weele. ‘Tien jaar geleden ben ik begonnen met het lezen van poëzie, voor die tijd snapte ik er helemaal niks van, maar ineens kreeg ik het door. Ik houd het meest van Wim Brands en Rutger Kopland. Bij poëzie wordt je vooral gepakt door de sfeer die er van uitgaat. Ik lees gewoon omdat ik het graag doe, verder niks.’
Om haar woorden kracht bij te zetten draagt Kitty uit haar hoofd een gedicht van Brands voor:

Ben je een bezoeker,
vroeg de hond.
Ja, antwoordde ik.
Slechts een bezoeker,
vroeg de hond.
Ja, antwoordde ik.
Neem me mee,
zei de hond.

‘Dat is toch prachtig en aangrijpend,’ vervolgt Kitty. ‘Ik schrijf zelf een beetje, niks bijzonders, ik zet mijn gedachten op papier. Het is puur voor mezelf en soms voor mijn familie. Er zijn perioden in mijn leven dat ik van alles tegelijk doe, dan moet ik schrijven, schilderen, fotograferen, naar heel veel muziek luisteren. Ik houd ook van boeken over kunst. Afke’s tiental was mijn eerste boek.’

Helen Fokke en Kitty

Voorlezen

Fokke: ‘Mijn eerste boek weer ik niet meer, het zal wel een stripboek zijn geweest. Ik las van alles als kind: Biggles, de Kameleon, Commissaris Achterberg, de Bijbel.’
Helen: ‘Mijn moeder las de kinderbijbel voor aan Mia, mijn zusje, en mij. Ik kan me vooral het verhaal herinneren van Jezus die de kreupele geneest, omdat dat zo’n mooi plaatje was. Dat paste helemaal bij de sprookjeswereld waar je als kind zo makkelijk in- en uitloopt, Jezus was ook een tovenaar.’
Kitty: ‘Ik kan me herinneren dat ik op latere leeftijd werd voorgelezen als ik ziek was, uit een heel dik boek, iedere keer een hoofdstuk.’
Fokke: ‘Verhaaltjes zoals Willem Tell en Wipneus en Pim werden ons vroeger wel voorgelezen, maar wij werden vooral “voorgelezen” door langspeelplaten met sprookjes erop, vier per elpee meen ik.’

Geraffineerd

Helen: ‘Gek genoeg kan ik me ook sommige boeken goed herinneren waar ik helemaal niks, maar dan ook niks aan vond. Waarom weet ik dat nog? Ik had een keer een examen op school en een van de kerels in de examencommissie deed me aan een pater denken. Dus ik pas me aan en begin meteen over De pastoor in bloeiende wijngaard te vertellen. Ik heb dat examen wel gehaald. Waarschijnlijk was ik toen al geraffineerd.’
Kitty: ‘In de kast van mijn ouders stond De kruisvaarders, dat vond ik een vreselijk boek. Als puber vond ik Het geslacht Bjørndal juist weer hartstikke mooi. Een trilogie uit Noorwegen.’

Kinderboeken

Fokke: ‘Wij hadden thuis ook kasten, vol met van alles. Mijn vader zei dat In de ban van de ring en De Hobbit hele moeilijke boeken waren, daarom ben ik nooit aan Tolkien begonnen. Ik ben nu net weer in De Engelandvaarders begonnen van K. Norel, ook over de oorlog. Ik heb gelukkig nog veel boeken uit mijn jeugd, waaronder een hele oude en mooie Ot en Sien, die is misschien wel geld waard, maak ik hou ‘m lekker.’
Helen: ‘Oude jongens- en meisjesboeken zien er vaak zo mooi uit. Ik wil boeken graag hebben, ik wordt er een beetje hebberig van, daarom kocht ik ze altijd.’
Kitty: ‘Ik heb ook altijd veel boeken uit de bibliotheek geleend.’
Fokke: ‘Met bibliotheken had ik altijd ruzie omdat ik de boeken niet op tijd terugbracht.’

Een brede kijk

Helen: ‘Naarmate je ouder wordt, krijg je meer te verwerken. Als je iets van die ervaringen terugleest, dan kan dat helpen, dan is het een steun.’
Kitty: ‘Je wordt beter van lezen omdat je ervan leert, het draagt bij aan je ontwikkeling.’
Fokke: ‘Ja, je woordenschat wordt groter en je algemene ontwikkeling. Het maakt niet uit of je literatuur leest of ook stripboeken, zoals ik, je krijgt er een bredere kijk op de wereld van en dat is nooit verkeerd.’

 

 

Reacties ( 0 )

    Geef een reactie

    Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *