Persoonlijk begeleider Michael Waal weet uit eigen ervaring wat het is om dakloos en verslaafd te zijn. Hij heeft de bodem van het leven gezien en is daar sterker uit tevoorschijn gekomen. Hij volgde zijn hart en is nu zowel hulpverlener als schrijver. ‘Als een bewoner na een gesprek met mij weggaat met een glimlach, weet ik: daar doe ik het voor.’
Michael Jerrold Waal (1983) werkt bij het Martien Schaaperhuis van HVO-Querido, een woonvoorziening op IJburg die plaats biedt aan 60 bewoners met psychiatrische problemen. Hij werd geboren in Diemen en groeide op in Amsterdam Zuidoost.
‘Mijn moeder heeft mijn broertje, mijn zus en mij alleen opgevoed,’ vertelt Michael. ‘Mijn vader was er af en toe, als hij vrij was, maar hij was beslist geen steun. Als hij er was dan verstoorde hij vooral de boel. Wij waren thuis niet rijk, maar mijn moeder was heel creatief. We kwamen niks tekort. Mijn moeder heeft hard gewerkt, ze had altijd twee, drie banen tegelijk, en ze gaf ons veel liefde. Dat was heel erg voelbaar.’
Architect of toch verhalenverteller?
Michael: ‘Als kind wilde in architect worden, tenminste dat dacht ik. Dagenlang kon ik in mijn eentje spelen, hele steden en werelden bouwen van Lego. Dat was mijn ding. Eerst dacht ik dat het om het bouwen zelf ging, vandaar dat ik architect dacht te worden. Maar steeds meer kwam ik er achter dat het mij om de verhalen erachter ging. Het verzinnen van de werelden en wezens die mijn bouwwerken bewoonden maakten het waard om zoveel tijd te stoppen in het bouwen.’
Uit huis gezet
‘Op de lagere school was ik altijd heel ijverig, maar in mijn puberteit was ik gewoon niet te doen,’ vertelt Michael. ‘Ik kon kiezen: naar een lager niveau of blijven zitten. Toen heb ik het wel afgemaakt en heb ik van de vervolgopleiding detailhandel echt een zooitje gemaakt. Toen moest ik van school van de decaan.’
Michael: ‘Ik ging werken en thuis escaleerde de boel. Mijn moeder kon het er niet bij hebben en toen ben ik uit huis gezet. Achteraf kan ik het begrijpen en ik heb het er later met mijn moeder over gehad, maar ik ben daar wel lang boos om geweest. Mijn moeder is twee jaar terug overleden en ik mis haar nog elke dag.’
17 en dakloos
‘Toen stond ik op straat op mijn zeventiende,’ gaat Michael verder. ‘Ik logeerde bij vrienden, ik zat in een soort kraakhuis en op allerlei zolderkamers door heel Amsterdam. Ik heb zelfs nog even bij mijn vader gewoond, in Rotterdam, maar dat knalde meteen.’
‘Dus toen heb ik een tijdje op straat geleefd. Gelukkig leerde ik toen een meisje kennen met wie ik wat kreeg. Toen had haar moeder liever dat we allebei bij haar zouden slapen en zo had ik weer onderdak. Maar behalve dat we allebei in de shit hadden gezeten, matchten wij niet echt. Onze relatie was verre van stabiel,’ legt Michael uit.
Boos, depressief en de bodem raken
Michael: ‘Ik ben bij maatschappelijk werk terecht gekomen en heb uitgelegd wat ik wilde: werken en verder komen in het leven. Toen heb ik uiteindelijk een woning gekregen en dacht ik: nu gaat het leven beginnen. Dat liep totaal anders. Ik was boos op de hele wereld. Blowen, xtc, alcohol, heel veel seks, suïcidepogingen, ik ben echt tot de bodem geraakt. Pas achteraf besefte ik dat ik een depressie had.’
Positieve invloed
‘Gelukkig is mijn neef in me blijven geloven. Hij heeft me gesteund en een positieve invloed op me gehad,’ vertelt Michael. ‘Dankzij hem kreeg ik bijvoorbeeld een baantje, zodat ik de huur en eten kon betalen. En hij heeft me aan het denken gezet over wat ik eigenlijk wilde.’
‘Ik had toen een administratief baantje en collega’s moedigde me aan om iets te gaan doen met mijn leven,’ gaat Michael verder. ‘Opeens wist ik het! Ik ga iets met jongeren doen die net zo diep hadden gezeten als ik. Dus toen heb pedagogiek gestudeerd en daarna gin ik de master orthopedagogiek aan de Universiteit van Amsterdam doen. Dat werk was me te veel verslaglegging, dus tijdens mijn stage ben ik met die studie gestopt om hulpverlener te worden.’
‘Ik wil mensen helpen,’ benoemt Michael. ‘Coachende gesprekken vind ik heel interessant. Dat is voor mij een soort tweede natuur en dat krijg ik ook van anderen terug. Wat ik verder ook ga doen in mijn leven en mijn carrière, voor een deel zal ik altijd hulpverlener blijven.’
Hulpverlener en schrijver
Michael: ‘Schrijver ben ik ook van nature. Het creëren van personages en verhalen hoort van jongs af aan bij mij. Als ik schrijf, voel ik me vrij. Mijn werk is een mix van fantasy, sciencefiction en mythologie. Rick Riordan is mijn voorbeeld nummer één in het genre. Ik schrijf aan een saga over een toekomstige wereld waarin bij sommige mensen een vermenging met dierlijk DNA heeft plaatsgevonden. Zij worden humanimals genoemd, en zo heet ook de serie. Ik ben nu in de laatste fase van boek 1 van de 7.’
‘Het gaat mij niet alleen om de verhalen en avonturen, om plezier en ontspanning, maar ook om allerlei ethische en politieke kwesties,’ benoemt Michael. ‘Door je fantasie de vrije loop te laten, kom je tot de essentie van alle mogelijke menselijke gedragingen. Ik vind het spannend om essentiële vragen te stellen. Uiteindelijk zijn alle boeken een uiting van mijn gedachten en gevoelens, op het hier en nu en op de wereld om ons heen.’
Kijk op de website van Michael Waal voor meer informatie over zijn schrijverschap.
Starten als persoonlijk begeleider
‘In 2016 ben ik bij het Martien Schaaperhuis komen werken als persoonlijk begeleider,’ vertelt Michael. ‘Je moet natuurlijk enige theoretische bagage hebben en wat ervaring, maar empathie is écht belangrijk. Dat heb je of je hebt het niet. Het gaat erom dat je naast mensen kunt gaan staan en er samen voor kunt zorgen dat het steeds iets beter gaat met de klant. Dat gaat met kleine stappen. Laatst zei een bewoner tegen mij: als ik jou heb gesproken, ga ik altijd met een glimlach weg. Dat is een enorm compliment. Daar doe je het voor.’
Ervaring inzetten om anderen te helpen
Michael: ‘We maken allemaal dingen mee. Ik zeg: opstaan en verdergaan. Mijn eigen ervaring als dakloze en drugsgebruiker kan ik soms inzetten. Ik ben nu eenmaal best open, maar het is niet iets waar ik tijdens mijn werk voortdurend mee te koop loop. Het maakt mij niet per definitie een betere hulpverlener. Het helpt soms bij het creëren van een band met mensen, ik kan me misschien wat makkelijker verplaatsen in sommige mensen omdat ik zelf de bodem van het leven heb gezien. Hoe klote alles ook lijkt, het kan altijd beter worden. Dat weet ik uit ervaring en dat geeft troost.’
Meer verhalen lezen over ervaringsdeskundigheid
Michael is niet de enige collega die zijn ervaringskennis inzet om anderen te helpen. Lees bijvoorbeeld ook:
- Initiatiefnemer Linda vertelt je hoe HVO-Querido ooit is gestart met het inzetten van ervaringsdeskundigheid
- Bewoner Marjan vertelt je hoe het is om als bewoner ervaringskennis te hebben
- Friso is zorgmedewerker student van de opleiding Howie the Harp: een eenjarige opleiding tot ervaringsdeskundige. Hij vertelt je hoe het is om als ervaringsdeskundige te werken bij de GGZ
- Ook onze eigen collega’s hebben natuurlijk ervaringskennis. Hier vertellen collega Odette (die zelfs een boek over ervaringsdeskundigheid heeft geschreven) en teammanager Pamela je meer over


