Joop is niet alleen bewoner van een satellietwoning van Masira. Hij is ook bassist bij ons muziekproject KWIK (Kijk Wat Ik Kan). Muziek zit in de familie, want zijn broer is de bekende jazzgitarist Wim Overgaauw (1929-1995) die met tal van grote jazzmusici optrad en platen opnam. Ook zijn moeder leek geboren voor de muziek.
‘Mijn moeder speelde als kind echt heel goed piano en harmonium, tot ze op haar achtste een gevaarlijke oorontsteking kreeg. Ze is wel tien keer geopereerd, het was kantje boord, en toen hoorde ze niet goed meer. Ze heeft nooit meer gespeel,’ vertelt Joop. ‘We hadden altijd ruzie vanwege mijn muziek en pas op haar tachtigste heeft ze me dit verteld.’
Inmiddels woont Joop dus bij Masira. Hij vertelt: ‘Ik ben verslaafd geweest en vroeger heb ik in de Valerius en in de Veste gezeten. Nu ben ik druk met van alles. Kookles bij activiteitencentrum de Tour en basgitaarles bij Studio Underground van de Miranda. Ik speel in Step by Step, de band van de Miranda, en ik zit in KWIK.’
Spelen met The Guardians
Joop is opgegroeid in Hilversum en ging naar de handelsschool. Hij vertelt: ‘Op mijn vijftiende kwam ik in een bandje terecht, The Guardians, met vier jongens van die leeftijd. Ik was de ritmegitarist en een van de zangers. Op een zaterdag in december 1963 speelden we voor Radio Veronica een paar instrumentale nummers. Dat bracht zoveel teweeg dat we vervolgens drie jaar lang een paar keer per week overal konden optreden, ook in Duitsland. Meisjes van veertien schreeuwden: Jopie, Jopie! Ik verdiende toen meer dan mijn vader.’
‘The Guardians was een echte coverband,’ legt Joop uit. ‘We speelden nummers van de Shadows en de Beatles, later ook van de Rolling Stones, de Kinks en de Small Faces. We volgden alles wat in Engeland gebeurde.’
Spelen met Oliver’s Sinn
Joop: ‘Op een gegeven moment overleed de moeder van de drummer. Wij repeteerden altijd in haar huis, dus toen viel de groep uit elkaar. Daarna kwam de band Oliver’s Sinn. Waar de naam vandaan kwam, weet ik niet meer. Het klonk gewoon goed. Ook met die band hebben we unieke dingen meegemaakt. Muzikaal was het veel vrijer dan The Guardians, meer eigen werk ook.’1
Samen met de band Yaptah
‘Uit Oliver’s Sinn kwam na een fusie met een andere groep de band Yaptah voort,’ benoemt Joop. ‘Dat was meer psychedelisch, een echte hippieband, met lange nummers. Dat was onder meer met gitarist Lex Bolderdijk, ook een jongen uit Hilversum. Hij zit nu in het Metropole Orkest.’
‘Met Yaptah hebben we zeker vijftig keer, als het niet meer is, opgetreden in Sarasani,’ vertelt Joop. ‘Dat was eind jaren zestig, begin jaren zeventig een bekende beatboerderij op Texel. Daar heb ik nog opnames van. Het grappige is dat Rob Hoeke daar toen ook regelmatig speelde met zijn band en dat wij nu het optreden van KWIK in Paradiso beginnen met Margio, een nummer van Rob Hoeke uit die tijd. Echte Nederbeat. Zo is de cirkel weer rond.’ 2
KWIK is een project van veel zangers en muzikanten
Tegenwoordig speelt Joop dus in de band Step by Step en bij KWIK. Hij zegt: ‘Het mooie van KWIK is dat we het niet alleen hoeven te doen. Het is een project met heel veel zangers en muzikanten. Dat is sowieso het mooie van muziek maken: je doet het met mensen samen. Muziek is heel sociaal. Je helpt er mensen mee. Je begint een band en daardoor kruipen mensen uit hun schulp en werken zich op.’
‘Ik word nog steeds heel emotioneel als ik mooie muziek hoor,’ vertelt Joop. ‘Soms heb ik echt moeite om uit te zoeken hoe een akkoordenschema in elkaar zit, omdat ik zo door de muziek wordt geroerd. Je stompt nooit af, ik word nog steeds getroffen door sommige platen. Het blijft deels onverklaarbaar, soms val je gewoon voor het geluid van een bandje.’
‘Stoer, muziek maken met mijn oudere broer’
Joop: ‘Mijn broer was een van de beste gitaristen van Nederland. Hij speelde in de band van Pim Jacobs en Rita Reys en maakte platen met Amerikaanse jazzmusici zoals Cannonball Adderley, Hank Mobley, Lee Konitz, Sam Jones en vele, vele anderen.’
Joop gaat verder: ‘Wim was achttien jaar ouder dan ik. Op mijn zevende kreeg ik van hem mijn eerste basgitaar, die had ie overgehouden van een sessie. Een Framus, een Duits merk, degelijke middenklasse. Dat was omdat hij thuis ook iemand wilde hebben om gitaar mee te spelen. Dan zei hij: leer die en die loopjes, dan kon hij met mij oefenen. Ik vond dat hartstikke stoer, muziek maken met mijn oude broer.’
‘Door hem kwamen er altijd muzikanten bij ons over de vloer,’ vertelt Joop. ‘Joe Pass en Barney Kessel kwamen geregeld bij ons thuis. De drummer Philly Joe Jones woonde een paar maanden bij ons, dat was de drummer van Miles Davis. Dat werd wel een beetje stil gehouden. Hij was dan wel een werelddrummer, maar aan een zwart iemand waren de meesten nog niet toe in Hilversum in 1960.’
Inspirerend
Joop: ‘Al die jazzmensen om je heen, dat is heel inspirerend als beginnend muzikant. Die mensen waren zo vrij en ruimdenkend, die zaten nergens aan vast. Ze zeiden tegen mij: speel gewoon wat je wilt en wat je mooi vindt en ga daar mee door! Ik wilde als puber geen Frank Sinatra meer spelen, dat vond ik toen te ouwelijk. Ik kocht plaatjes van wat ik goed vond.’
Steun
‘Mijn broer was bescheiden. Hij speelde de sterren van de hemel,’ vertelt Joop. ‘Muziek was zijn werk en zijn liefde tegelijk, en toch had hij altijd hele gewone gitaren. Ik zei vaak tegen hem: man, je rijdt in een grote auto, je verdient genoeg, koop toch eens een mooie dure gitaar! Later zei hij tussen neus en lippen door tegen mij: ik ben kleiner gaan rijden. Hij had een hele mooie Gibson E350, een Levin en nog een paar andere gitaren.’
Joop: ‘Wim was een van de eersten die les gaf op de elektrische gitaar aan het conservatorium. Jesse van Ruller was een van zijn leerlingen, die heeft in Amerika als eerste Europeaan de Thelonious Monk Jazz Competition gewonnen. Wim is helaas veel te vroeg doodgegaan. Hij was een enorme steun voor mij en niet alleen muzikaal.’
Joop bij Radio de Verbinding
In 2019 is Joop te horen bij Radio de Verbinding (23 augustus). Hij laat een paar van zijn favoriete nummers horen, maar hij vertelt ook over zijn persoonlijke geschiedenis, die parallel loopt aan de maatschappelijke ontwikkeling van de flower powerperiode.
Wat betekent muziek voor bewoners van HVO-Querido?
Lees verder in deze muzikale verhalen:
- Wat maakt KWIK (Kijk Wat Ik Kan) leuk voor deelnemers?
- Wat maakt spelen in de band Step by step leuk voor deelnemers?
- Bewoner Marcel: ‘Muziek is voor mij als ontspanningstherapie’
- Muziek is het mooiste dat er is voor deelnemer Carla
- Bewoner Olaf: ‘Muziek is voor mij niet iets therapeutisch’
- Deelnemer Sharon: ‘Muziek brengt me in een andere wereld’
- Bewoner Koko: ‘Muziek haalt je verdriet weg’
_______
Met veel dank aan Geert Jan Westenbrink van het onvolprezen Gooisch Poparchief dat een schat aan informatie bevat over de vroegere bands van Joop Overgaauw en bovendien zo vriendelijk was enkele foto’s uit die tijd ter beschikking te stellen.

2 – De band Yaptah komt voor in de bestseller Het zwijgen van Maria Zachea van Judith Koelemeijer, waar Frans, een van de hoofdpersonen, rond 1970 bij de legendarische beatboerderij op Texel werkt: ‘Sarasani was een andere wereld. De boerderij lag net buiten Den Burg, midden in de weilanden. Discogangers durfden er niet te komen, die gingen dansen in De Koog. Er kwamen vooral hippe vogels; liefhebbers van lang haar, hasj, LSD en de blues, eindeloos de blues. Prachtige optredens had hij al gezien, van The Golden Earrings, Rob Hoeke en zijn band, The Motions en de huisband Yaptah.’
Deze hoofdpersoon draait voortdurend het nummer Margio van Rob Hoeke op de jukebox.







