Verhalen

  1. HVO-Querido
  2. >
  3. Verhalen
  4. >
  5. Bewoner Marie: ‘Als mijn begeleider...

Bewoner Marie: ‘Als mijn begeleider Linda er is, dan lukt het wel’

Tags:
06 augustus, 2019

Marie (1959) is een geboren en getogen Amsterdamse. Ze groeide op in de Watergraafsmeer en na de nodige omzwervingen door de stad woont ze nu opnieuw in deze wijk in Amsterdam Oost, met ambulante begeleiding. Het bevalt haar goed. ‘Mijn begeleider komt twee keer per week een uurtje langs en daar heb ik enorm veel steun aan. Soms is alles me gewoon teveel: de post, douchen, stofzuigen, de afwas, boodschappen doen. Maar als Linda er is, dan lukt het net.’

‘Marie is een intelligente vrouw die veel kan,’ complimenteert begeleider Linda op haar beurt. ‘Ze heeft een goede opleiding gedaan, lang gewerkt en functioneert uitstekend. Alleen kan ze zich door haar ziekte soms moeilijk tot dingen zetten.’

‘Zo is het,’ beaamt Marie. ‘Mijn motor doet het niet meer. Dat is het probleem. Ik werkte in het onderwijs, maar sinds een jaar of tien heb ik psychische problemen en is mijn leven moeilijk geworden. Met Linda praat ik veel. We delen ook veel en kunnen gelukkig goed met elkaar opschieten. Dat is een grote steun voor mij.’

Linda en Marie (die liever niet op de foto wil)

Rust in je hoofd

Linda: ‘Het is overigens niet zo dat ik het werk van Marie overneem. Maar als zij bijvoorbeeld enorm tegen de afwas opziet, ik noem maar wat, dan beginnen we er gewoon samen aan. Tijdens het wassen en drogen kun je ook over van alles praten en vertellen hoe het met je gaat. We zijn niet altijd aan het werk. We drinken ook wel eens rustig een kop koffie samen.’

Marie: ‘We praten heel veel, echt over van alles. Over problemen en angsten, maar niet alleen over problemen, juist ook over gewone dingen. Linda zorgt ervoor dat ik weer wat rust in mijn hoofd krijg. En ze helpt me bijvoorbeeld aan vrijwilligerswerk in het onderwijs en op een zorgboerderij. Dankzij Linda kom ik nu ook in het buurthuis en heb ik een maatje om naar musea te gaan.’

Hoe vult Marie haar dagen?

Naast vrijwilligerswerk gaat Marie dus ook graag naar de Lage Vuursche of musea. Ze vertelt: ‘Laatst ben ik naar David Hockney geweest in het Van Goghmuseum. Ik zoek nog nieuwe vrienden en vriendinnen om samen leuke dingen te doen. Ik moet me natuurlijk wel prettig voelen bij mensen. Ik heb drie echt goede vrienden, maar die zijn ook druk met hun eigen leven. Eentje woont in Zwolle. Als ik daar ben, gaan we altijd naar zo’n leuk restaurant in het bos. Dat heeft een heel mooi terras.’

‘Vijf keer per week eet ik bij mijn moeder,’ gaat Marie verder. ‘Zij is 87 en woont ook in de Watergraafsmeer. Samen eten is gezellig, daar hebben we allebei baat bij. We hebben een vaste taakverdeling. Mijn moeder schilt de aardappels en snijdt de groente en ik kook.’

Vuur opnieuw aanwakkeren

‘Soms voel ik me zo depressief dat helemaal niks lukt,’ legt Marie uit. ‘Dan wil ik alleen maar in bed liggen en naar de radio luisteren. Maar zo’n leven wil ik niet, ik wil meer. Vroeger had ik een rijk leven, nu is dat weg. Ik las veel, ik schilderde, maar het zegt me allemaal niks meer. Het vuur is eruit. Daar gaat Linda me mee helpen.’

Het fijne aan de band tussen Linda en Marie is ook dat Linda mogelijkheden blijft zien wanneer Marie dat even niet meer ziet. ‘Door Linda voel ik me weer een beetje een gewoon mens,’ benoemt Marie.

Linda vult aan: ‘Marie heeft een goed streven en een stevige intellectuele basis waar ze op kan vertrouwen. Tegelijk is het extra pijnlijk dat ze vroeger zoveel kon en nu duidelijk ervaart dat dit niet meer zo is.’

Meer kunnen dan je denkt

‘Linda is als een soort moedertype voor me, heel fijn. Ze zorgt heel goed voor me en geeft me de juiste steuntjes in de rug. Zo houd ik de drive om door te gaan,’ zegt Marie. Daarop zegt Linda meteen: ‘Het meeste doet Marie gewoon zelf hoor. Ze kan veel meer dan ze denkt. Ze is veel te bescheiden.’

‘Weet niet hoe ik het zonder wijkzorg heb volgehouden’

Marie: ‘Ik heb nu ongeveer een jaar wijkzorg. Daarvoor had ik niks. Ik weet niet meer hoe ik dat heb volgehouden. Mijn motor doet het niet meer, zo voel ik het.’

Linda: ‘Als ik bij Marie kom is ze soms wel een beetje stilletjes. We praten wat, we zijn bezig met iets en na een uurtje zie ik je toch meestal opleven. Dan draait het motortje toch weer een beetje. Wijkzorg past heel goed bij Marie omdat ze zo zelfstandig is en de buurt goed kent. Met ons als steuntje in de rug moet Marie vooral haar eigen dingen blijven doen. Dat gaat hartstikke goed. Zo kan ze zo lang mogelijk een gewone leuke buurtbewoner blijven.’

Deel dit verhaal:

Meer lezen?

Bekijk dan al onze verhalen.