Nieuws

‘Loslaten waar het kan’

In het Funenpark, een wijk op de Oostelijke Eilanden in Amsterdam, beheert HVO-Querido vier zogeheten satellietwoningen, waar elk drie mensen wonen. Satellietwoningen zijn zelfstandige woningen die weliswaar los staan, maar wel bij een grotere voorziening horen. Twee van deze woningen horen bij onze afdeling Indische buurt, de twee andere horen bij de Domselaerstraat. Beide zijn voorzieningen voor beschermd wonen van HVO-Querido.

‘Wij hebben het gebruik van deze satellietwoningen te danken aan De Heeren van Zorg, dat woonbegeleiding biedt aan volwassenen met autisme,’ vertelt Evert Bod (1960), teammanager van de beschermende woonvorm Domselaerstraat. ‘Zij kregen bij de oplevering van het complex aan het Funenpark eind 2014, begin 2015 veertig woningen toegewezen en hadden er een paar over. Wij waren rond die tijd net begonnen aan de Domselaerstraat. Toen zijn we de samenwerking aangegaan.

Elkaar helpen

We proberen elkaar te helpen waar dat mogelijk is. Zo hebben wij bijvoorbeeld een huishoudelijk medewerkster die de algemene ruimtes onderhoudt en zijn we momenteel bezig om te kijken of de onze rijdende nachtdienst ook voor De Heeren van Zorg kunnen gaan inzetten. Omgekeerd kunnen wij van hen leren over autisme bijvoorbeeld. We zijn samen betrokken bij de organisatie van het jaarlijkse Funenparkdiner.

Gespikkeld wonen

De Heeren van Zorg passen het zogenaamde gespikkelde wonen toe. Dat betekent dat tussen de bewoners met autisme studenten wonen die ook een kleine rol spelen bij de dagelijkse beslommeringen van het wonen. Een van de belangrijke dingen waar onze bewoners mee te maken krijgen als ze buiten de Domselaerstraat, buiten de 24-uursvoorziening gaan wonen, is omgaan met de buren. Dat gaat makkelijker als de buren, zoals in dit geval, er zelf al aan gewend zijn om naast zorgcliënten te wonen. Voor onze bewoner zijn dit een soort instapburen.

Deborah Peprah en Evert Bod

Tussenstap

Voor onze bewoners is wonen in het Funenpark een tussenstap op de weg naar meer zelfstandigheid. Een tussenstap die de uiteindelijke overgang naar begeleid zelfstanding wonen kleiner en beter te behappen maakt.
De meeste bewoners zien het als een soort promotie. We doen een groter beroep op hun vermogen om zelfstandig te opereren, en ze ervaren dat als prettig. Ze wonen er nog niet helemaal op zichzelf, ze wonen er met z’n drieën, en er is nog behoorlijk wat begeleiding. Niet zoveel als op de Domselaerstraat, maar toch, de begeleiding is er elke dag.

Snel schakelen

We kunnen ook heel snel schakelen. Mocht het niet goed gaan met een van onze bewoners op het Funenpark, dan kan hij of zij snel voor een tijdje terug naar de Domselaerstraat. De situatie kan breekbaar zijn, als iemand een terugval heeft, dan reageren wij meteen. Dat is beter voor onze relatie met de buurt en ook voor de persoon in kwestie. Het is aan ons om heel goed te kijken wie hier geschikt voor is, wie het aankan.
Onze bewoners van het Funenpark kunnen mee blijven doen aan de uitstapjes en andere leuke dingen die wij voor de mensen van de Domselaerstraat organiseren. Soms komen ze hier langs voor een praatje of om een hapje mee te eten.’

Funenpark

Pittig

Deborah Peprah (1997) werkt als verpleegkundige bij de Domselaerstraat, waar zij onder meer optreedt als contactpersoon voor het Funenpark. ‘Samen met mijn collega’s zorg ik dat de boel een beetje loopt,’ zegt zij met het nodige gevoel voor understatement, ‘Ik houd me bezig met de dagelijkse begeleiding, maar ben daarnaast ook de contactpersoon als er iets aan de hand is. In het begin is het vaak best heftig voor bewoners. Een 24-uursvoorziening als de Domselaerstraat draait gewoon goed en als bewoner draai je mee. En dan moet je plotseling zelf van alles regelen. Dat vergt de nodige aanpassingen. Soms missen bewoners ook de gezelligheid en de reuring van een grote voorziening.

Opbloeien

Het is best pittig om dingen alleen te moeten doen, maar de meesten zien het toch als een stap vooruit. Wij zien bewoners opbloeien.
Als begeleider moet je bij bewoners op een satellietwoning leren om die zelfstandigheid mogelijk te maken en te stimuleren, je moet loslaten waar het kan. Dat klinkt eenvoudiger dan het in de praktijk is. Als hulpverlener wil je helpen, zorgen, obstakels wegnemen. Maar als de basis goed is, kun je op een satellietwoning veel bereiken voor bewoners.’

Edwin Muhl met begeleider Joop Spits

Zelfstandigheid bevalt goed

Edwin Muhl (1969) is een van de bewoners van de satellietwoningen in het Funenpark. Hij is vlakbij geboren en getogen, in de Indische buurt, en dat is aan zijn onvervalst Amsterdamse tongval goed te horen. Zijn vader was elektricien bij Stork en Edwin gaat ook de technische kant op. Hij doet de LTS, de Don Bosco aan de Polderweg, om glaszetter te worden. Hij houdt vooral van het slijpwerk dat dit met zich meebrengt. Hij gaat in militaire dienst, want dat is nog verplicht in zijn tijd, en komt bij de artillerie in Assen. ‘Ik was lader/afvuurder op een M109, een joekel van een ding,’ vertelt Edwin. Na zijn diensttijd heeft hij nog verschillende banen via het uitzendbureau.

Wennen

‘Op een gegeven moment was ik dakloos,’ vervolgt Edwin. ‘Ik woonde ruim vijf jaar bij iemand in, maar dat ging niet meer. En toen ben ik weer later op de Domselaer terechtgekomen, dat is nu een maand of negen geleden. En nu woon ik bijna twee maanden hier. Het is wel effe wennen. Het is stiller, je bent hier veel meer op jezelf.

Ik woon hier met twee jongens, daar ga ik goed mee om, dat gaat verder prima. Zij zijn veel op hun kamer, dus ik zit vaak alleen, maar het is goed te doen.

Ajax

Twee dagen per week werk ik bij Kwekerij Osdorp. Leuk werk hoor, je bent met een ploegje, je hebt wat aanspraak, ik plant nu vooral stekkies in potjes. Je wordt opgehaald met een busje. Voor de rest ga ik langs bij kennissen, ik wandel veel, ik ga naar de bibliotheek op het Javaplein om de krant te lezen, ik lees De Telegraaf, het AD en tijdschriften over sport. Zo blijf je een beetje op de hoogte. Maar dat Ajax kampioen zou worden, dat wist ik zo ook wel, daar hoef ik de krant niet voor te lezen.
Vroeger heb ik zelf gevoetbald bij TOG, Tot Ons Genoegen, in de Watergraafsmeer.

Aardige mensen

De zelfstandigheid bevalt me goed, maar we worden hier niet aan ons lot overgelaten hoor. Twee keer per dag komen de mensen van de begeleiding langs om te kijken hoe het gaat en te helpen met het eten en zo. Ik ben wel tevreden hier, de mensen van de begeleiding zijn allemaal aardige mensen, ik heb nooit problemen met ze.
Omdat ik hier in feite nog maar net zit, mag ik nu nog mee-eten op de Domselaerstraat. Ik houd van aardappelen, vlees en groente, andijvie bijvoorbeeld, dat is lekker.’

 

 

Reacties ( 0 )

    Geef een reactie

    Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *