Henk Bergen (1952) is een geboren en getogen Amsterdammer. Hij is opgegroeid in de Jordaan waar hij ook het grootste deel van zijn leven doorbracht. Inmiddels woont hij in de beschermende woonvorm Tourniairestraat (nu Masira). Henk: ‘Ik heb altijd kunstschilder willen worden, ik weet niet precies waarom.’
‘Ik teken of schilder elke dag. Het is mijn leven en ik zou niet zonder kunnen,’ benoemt Henk. ‘Er gaat ook een therapeutische werking van uit. Het helpt mij om met mijn angststoornis om te gaan. Ik ben gewend om van jongs af aan met angst te leven, maar het schilderen tilt me er boven uit. Ik ga dan dwars door m’n angsten heen. De dokter zegt ook altijd: Henk, ga door met schilderen. Van de lieve mensen van het personeel hier krijg ik ook veel steun. Ik ben niet altijd moedig genoeg om zelf materiaal te halen, dus soms doen ze het voor me.’
Henk heeft altijd een liefde voor handwerken gehad
‘Ik vond het altijd al mooi om te tekenen en mezelf op die manier te uiten,’ vertelt Henk. ‘Op school tekende ik vroeger ook al veel. Maar, mijn vader vond het beter als ik eerst een vak zou leren, dus ging ik naar de ambachtsschool. Daar haalde ik mijn diploma. Ook daar tekende ik veel en we maakten modellen van vogels in hout. Dat vond ik prachtig om te doen. Toch heb ik nooit in de bouw gewerkt, maar ben ik in de wijnhandel terechtgekomen en heb me opgewerkt tot keldermeester. Maar op een gegeven moment overleed de baas en toen werd het allemaal anders en ben ik daar weggegaan. Ik drink nog wel graag een glas wijn, variërend van een eenvoudig landwijntje tot een chique Richebourg.’
Henk kon vroeger leven van zijn kunst
Henk gaat verder: ‘Toevallig zag de bovenbuurman van de wijnhandel (Jan Bentener) mijn tekeningen. Hij was kunstenaar en tekenleraar, en wilde me helpen. Dat ging heel goed. Ik heb veel van hem geleerd en heb later ook geëxposeerd. De eerste keer was in een galerie op de Brouwersgracht. Daar was ik best trots op. Mijn schilderijen werden toen verkocht voor 400 tot 800 gulden. Ik heb er een tijdje aardig van kunnen leven.’
‘De laatste keer dat ik exposeerde, was toen ik hier in de BW Tourniairestraat kwam wonen,’ vertelt Henk. ‘Daarvoor heb ik ook in de Walborg geëxposeerd. Daar is een boekje van gemaakt en ook Boomerang ansichtkaarten. Samen met de dichter Peet Langen heb ik ook een boekje gemaakt, Ont-moeten heet dat. Ik mag trouwens sowieso niet klagen, want er is altijd behoorlijk wat interesse geweest in mijn werk. Schilderen is een mooi vak, maar wel heel hard werken, wil je wat bereiken en je werk regelmatig tentoonstellen.
Leren van de grootmeesters
Waar haalt Henk zijn inspiratie vandaan? ‘Vroeger ging ik vaak met mijn vader naar het museum, meestal naar het Stedelijk. Hij moedigde me altijd aan in het schilderen,’ vertelt Henk. ‘De laatste tijd ga ik niet meer zo vaak naar tentoonstellingen. Mijn favoriete kunstenaars zijn Jan Bentener, mijn leraar, en Matisse. Matisse weet de dingen zo mooi te vereenvoudigen, daar leer ik veel van. Ik houd ook van Salvador Dali. Die heeft een prachtig schilderij gemaakt van Jezus vanuit een driedubbel perspectief (Corpus Hyperkubus). Dat is een van de mooiste schilderijen die er bestaan.’
Kunst maken is zweten en doorgaan
Henk: ‘Ik ben niet gebonden aan een materiaal of techniek. Tekenen, schilderen of linoleumdrukken; acrylverf of olieverf. Het is me allemaal even lief. Ik ben er gewoon gek op. Ik schilder altijd op mijn kamer. Er is net genoeg plek en – wat belangrijker is – er is mooi licht. Ik begin met een idee, een beeld dat in mijn hoofd opkomt. Dat laat ik een beetje sudderen, zodat ik het op de juiste manier op het doek krijg. Meestal maak ik eerst een schets en als die aan mijn eisen voldoet dan gaat het achter elkaar verder. Vaak is het een kwestie van zweten en doorgaan.’
Henk is nooit uitgelezen
Henk: ‘Naast de beeldende kunst zijn muziek, vooral bebop zoals Lester Young, en literatuur mijn hobby. Ik lees graag Louis Couperus, Gerrit Komrij, Jeroen Brouwers of Sartre en allerlei poëzie. Maar ik heb ook alle albums van Kuifje. Dat is zo mooi getekend en ook met veel humor. Je bent nooit uitgelezen, je hebt het nooit helemaal gemaakt, je ontwikkelt jezelf steeds weer verder.’




