Vluchtelingen komen uit alle delen van de wereld en ook uit alle leeftijdscategorieën. Dat betekent helaas vaak dat ze in hun land van herkomst geen familie, vrienden of kennissen meer hebben. Een groeiend aantal vluchtelingen in Nederland bestaat dan ook uit alleenstaande minderjarige asielzoekers (AMA’s). Deze jongeren hebben hun eigen specifieke behoeften, wensen en verwachtingen. Speciaal voor hen heeft HVO Jonker een aantal projecten en programma’s ontwikkeld.
Voor elke van die jongeren die in Nederland arriveert, gaat het internationale Rode Kruis na of er in het land van herkomst wellicht nog een beroep kan worden gedaan op adequate opvang. Een enkele keer is dat succesvol en blijkt er toch familie te zijn. Of de ouders worden alsnog opgespoord, waardoor de jongere kan terugkeren naar hun familie.
In de meeste gevallen moeten de ouders of verzorgers helaas als dood of vermist worden beschouwd. Dan kunnen de jongeren om humanitaire redenen in Nederland blijven. Om te zorgen dat deze jongeren ook een goede plek in de samenleving hebben, biedt HVO ze allerlei activiteiten aan.
Vooral een gevoel van veiligheid is belangrijk
‘De meeste jonge vluchtelingen hebben heel wat meegemaakt’, vertelt Mike Heuves, hoofd AMA’s van Jonker. ‘Veel van hen hebben aan de ellende in hun land van herkomst een complex aan psychosociale problemen over gehouden. Moeilijkheden met slaap en concentratie zijn dan helaas “meevallers”. Zo zijn sommige van onze jongeren uit westelijk Afrika voormalige kindsoldaten. Zij zijn al op zeer jonge leeftijd zijn ontvoerd en sindsdien gewend om te leven in een constant regime van oorlog en geweld.’
‘Toch hoor je ze nauwelijks klagen,’ gaat Mike verder. ‘Ja, het geeft soms wat onrust als er slecht nieuws over iemands vaderland in de kranten staat of op tv komt. Dan wordt er vaak veel leed opgerakeld. Begrijpelijk. Verder krijgen we eigenlijk geen klachten. Het is hier in Nederland natuurlijk ook al snel beter en vooral veiliger dan in het land van herkomst.’
Een opleiding is de volgende stap
Wanneer je een veilig onderkomen hebt, is de volgende stap naar school gaan. Daarmee kun je een volwaardige positie in de samenleving innemen. In samenwerking met het Amsterdamse Esprit College worden alle jonge vluchtelingen bij binnenkomst getest op het niveau van hun scholing. Daarna ontvangen zij een half jaar lang intensief onderwijs in de Nederlandse taal. Na deze periode worden ze opnieuw getest. Dan volgt de definitieve plaatsing in een studierichting die past binnen hun wensen en mogelijkheden.
Hoe kijken de jongere vluchtelingen daar zelf tegenaan? Mike vertelt: ‘De jongeren zijn juist gemotiveerd om in Nederland iets van hun leven te maken. Ze hebben in hun thuisland toch niets meer wat hen bindt, dus teruggaan willen ze niet. Vaak spreken ze binnen drie maanden al Nederlands, verbazingwekkend!’
Fadumo woont bijvoorbeeld al zes jaar in Nederland en heeft nog steeds geen status. Ze vertelt: ‘Misschien sta ik morgen wel op straat met mijn kinderen. En wat moet ik dan? Terug naar Somalië? Daar is niks. Geen vrijheid, geen veiligheid, geen school, geen water en geen eten. Mijn kinderen zijn hier geboren. Wat moeten wij nog in mijn vaderland?’
Wel puberen, geen conflicten met de politie
Jonge vluchtelingen hebben dan wel een probleem, maar het juist zijn geen probleemjongeren in de zin dat ze de maatschappij overlast bezorgen. Mike: ‘We hebben dan ook geen conflicten tussen onze jongeren en bijvoorbeeld de politie gehad. En verder is een 16-jarige uit Somalië natuurlijk net zo hard aan het puberen als elke andere willekeurige leeftijdgenoot die toevallig in Amsterdam is geboren. Daar houden we gewoon rekening mee. Ook de opvang en begeleiding van zwangere alleenstaande asielzoekende jongeren (ZWAMA’s) regelen we grotendeels zelf, namelijk in samenwerking met De Roggeveen. Achter ieder individu schuilt namelijk een uniek verhaal dat aandacht verdient.’
Gastgezinnen helpen jongeren integreren
Speciaal voor jongere alleenstaande asielzoekers heeft Jonker een project opgezet met gastgezinnen of -personen. De begeleiding van HVO is er immers op gericht om deze jongeren zo zelfstandig mogelijk te maken. Onbekendheid met de Nederlandse taal en cultuur vormt vaak een belemmerende factor bij dit proces. Jongeren wonen in dit project niet bij de gastgezinnen, maar brengen daar per twee weken een aantal avonden of een weekend door. Hierdoor wordt de integratie in de Nederlandse samenleving bevorderd en bouwen de jongeren sociale contacten op buiten het hulpverleningscircuit. Daarbij is het voor beide partijen vaak ‘gewoon’ gezellig.
Een gastgezin is een belangrijke steun in de rug op weg naar een onafhankelijke plek in de maatschappij. Niet iedereen kan zomaar gastouder worden en je krijgt er niet voor betaald. Het is eigenlijk een roeping. Jonker bepaalt in samenwerking met Stichting De Opbouw, de jongeren zelf en de toekomstige gastouders wie bij elkaar passen. Leuk om te weten: veel voormalige AMA’s die nu volwassen zijn en op zichzelf wonen, houden nog contact met hun gastgezin.
Wat voor voorziening biedt HVO-Querido tegenwoordig voor vluchtelingen?
Lees bijvoorbeeld wat ondersteunend begeleider Cristina doet bij de opvang voor Oekraïners aan de Duivendrechtsekade. Ze vertelt: ‘De meeste bewoners zijn heel aardig en dankbaar. Ze geven ons vaak snoepjes of sinaasappels. Het spreekt mij aan om iets voor mensen te kunnen betekenen hier.’
Programmadirecteur Conrad was een van de eerste HVO-Querido-collega’s die iets voor de vluchtelingen uit Oekraïne wilde betekenen. Lees meer over zijn ervaring met het opzetten van tijdelijk verblijf. ‘Er was zoveel te doen en de ontwikkelingen volgden elkaar snel op. Ik kreeg toen de opdracht om een opvangorganisatie neer te zeten die flexibel kon inspelen op grote vragen uit de samenleving.’
Of bekijk de video waarin vluchtelingen Amsterdam bedanken voor alle inzet. Hier hebben vluchtelingen uit Syrië, Iran, Eritrea en Afghanistan meegewerkt. Iedereen spreekt een kort dankwoord in de eigen taal uit. Een prachtig gebaar.
(HVO-Querido jaarverslag 1997)


