Henk de Jong (Amsterdam, 1941) woont al geruime tijd bij HVO-Querido. Momenteel in Masira, daarvoor in de BW Tourniairestraat, bij Noordzijde en Judith van Swethuis. Hij heeft wat je noemt een bewogen leven gehad. ‘Ik heb mijn familie nooit gekend, omdat ze door de Duitsers zijn vermoord in Auschwitz,’ vertelt Henk.
‘Tijdens de oorlog zat ik zelf ondergedoken, maar de zaak werd verraden,’ gaat Henk verder. ‘Zo kwam ik in 1944 alsnog in het kamp terecht. Ik ben met een groep van vijftig kinderen met de laatste trein uit Westerbork op transport gesteld naar concentratiekamp Bergen-Belsen en vandaar met dezelfde groep naar Theresienstadt. Uiteindelijk zijn wij daar in mei 1945 door de Russen bevrijd. Ik was toen vier jaar oud. Op één kind na heeft die hele groep de oorlog overleefd. De schrijfster Daphne Meijer heeft er een boek over geschreven: Onbekende kinderen (2001). Een vriendin heeft voor mij een boom geplant. Daar ben ik heel blij mee.’
‘Ik ben dus opgegroeid bij pleegouders,’ vertelt Henk. ‘Zoals veel kinderen wilde ik dokter worden, maar ik heb ook altijd willen schilderen en schrijven. Als kind tekende ik vaak zeilschepen. We kamen wel in het museum, maar het was geen artistiek milieu. Nu schilder en schrijf ik graag proza en gedichten. Zonder kunstopleiding, ik heb het zelf gedaan.’
Hoe vult Henk zijn dagen bij Masira?
‘Ik leef naturel, geen drank, geen sigaretten,’ legt Henk uit. ‘Buiten kom ik weinig, al ga ik soms naar muziekactiviteiten kijken. En ik dans met een balletgroep. Vorig jaar hebben we nog op de Dam opgetreden. Ik houd van Duke Ellington en van Bach. Ik heb een vriend, een Hindoestaanse meneer die vaak langskomt en met wie ik over wetenschap praat. Ik ben 70 en hij is 35. Mijn geest is nog jong.’ Daarnaast schildert en schrijft Henk natuurlijk veel.
Waar haalt Henk zijn inspiratie vandaan?
‘Ik houd van eigentijdse kunst, dat vind ik het mooist,’ vertel Henk. ‘Het kan me niet absurd genoeg zijn, omdat de maatschappij ook absurd is. Joan Miro, Theo Wolvecamp. Mijn inspiratie komt uit hedendaagse dingen. Dingen die nu gebeuren in de maatschappij. Ik lees ook veel essays, Spinoza, Kant.’
Henk gaat verder: ‘Ondanks dat ik schilder en schrijf, is er voor mij weinig kruisbestuiving. Het verschilt daarvoor te veel. Bij het schilderen heb ik vooraf al iets in mijn hoofd en terwijl ik werk, komen er dingen voor de dag. Vaak heb ik precies het idee hoe het worden moet, maar het wordt altijd net anders dan ik wil. Ik ben nooit helemaal tevreden.’
De kamer van Henk lijkt het meest op die van een geleerde of een kunstenaar. Overal staan boeken, de meeste gaan over filosofie, met name Spinoza is zeer goed vertegenwoordigd. Daarnaast wat romans, poëzie en boeken over kunst. Er klinkt klassieke muziek en aan de wanden die niet door boeken worden ingenomen prijken foto’s, tekeningen en schilderijen.
Henk maakt tegenwoordig vaak abstracte, luchtige schilderijen
Henk: ‘Mijn schilderijen zijn meestal abstract. Er hangt werk van mij hier in huis en bij De Tour en ik heb ook veel weggegeven aan mensen die me dierbaar waren. Ik maak nu nog wel eens werkstukjes bij het activiteitencentrum De Tour hier beneden. Dat is minder serieus, meer een verzetje.’
Benieuwd wat voor kunstzinnige HVO-Querido cliënten er nog meer zijn?
Lees meer in andere cliëntverhalen. Tussen onze bewoners zitten namelijk veel meer kunstzinnige types. Schilders, dichters, noem het maar op. Kevin heeft een passie voor ICT en is vrijwilliger bij het HVO-Querido Digicafé. Sini’s hobby is koken. Charlotte tekent en schildert. Daniël sport graag, wielrennen bijvoorbeeld, en Ruud schrijft graag: proza, soms poëzie en soms een lied. Bewoner Theo heeft helemaal een bijzondere hobby: klokken verzamelen, wel 200 stuks!



