Verhalen

  1. HVO-Querido
  2. >
  3. Volwassenen
  4. >
  5. Bewoner Ernesto: ‘Mijn schilderijen zie...

Bewoner Ernesto: ‘Mijn schilderijen zie ik niet per se als kunst’

Tags: aak | kunst
11 april, 2017

Ernesto Branquinho de Oliveira (1955) woont bijna twee jaar in De Aak. Dat is onze voorziening voor mensen met een medische zorgvraag en meervoudige kwetsbaarheid. Hij ging van de marine naar vissen met zijn vader, werken in de haven en uiteindelijk komt hij op aanbevelen van zijn zus naar Nederland. 

De heer Branquinho de Oliveira wordt geboren en groeit op in het Portugese Barreiro. Zijn vader is zeeman. Zelf gaat Ernesto op zijn twaalfde naar de cadettenschool van de marine, waar hij het vijf jaar weet uit te houden. Eerst op een opleidingsschip, later aan de wal.

De discipline is er zeer strikt. Een nieuwe commandant ontsteekt in woede als de jonge cadet niet onmiddellijk voor hem in de houding springt, ook al is de onbekende officier in burger. Er ontstaat een handgemeen waarbij over en weer klappen vallen en Ernesto moet de marine verlaten.

Schilderij van Ernesto Branquinho de Oliveira

Schilderij van Ernesto Branquinho de Oliveira

Werken als visser

Hij gaat dan met zijn vader als visser werken. Met een klein bootje gaan ze de zee op om, al naar gelang het seizoen, met netten en lijnen, baarzen, haaien en andere vissen te vangen. Bacalhau, de bekende Portugese stokvis, was vroeger een typisch maal voor arme mensen en is nu steeds meer voor de rijken, volgens Ernesto.

‘In mijn leven heb ik het meest geleerd van mijn vader op zee,’ legt Ernesto uit. ‘Mijn vader was visser en ik hielp hem daarbij. Hij leerde mij goed kijken naar de dingen om mij heen. Gewoon goed kijken en doen.’

Later gaat hij in de haven werken als lader en losser. Zwaar werk waar hij behoorlijk sterk en gespierd van wordt. Ernesto vertelt lachend dat hij in die tijd al zijn shirts bij de biceps heeft moeten openknippen, omdat ze niet meer pasten. Het werk in de haven duurt ruim tien jaar.

Dan gaat zijn zus naar Nederland, trouwt en vestigt zich in ons land. Blijkbaar vertelt zij goede verhalen over het leven hier, want langzamerhand verhuist de hele familie Branquinho de Oliveira naar Nederland. Ernesto’s ouders, zijn twee broers en zijn andere zus.

Schilderij van Ernesto Branquinho de Oliveira

Schilderij van Ernesto Branquinho de Oliveira

Improviseren

‘Ik werkte als elektricien in de haven,’ vertelt Ernesto. ‘Nieuwe kabels leggen, contacten maken, dingen repareren. Op zeeschepen gaat altijd een hoop kapot. Materiaal slijt snel op zee, dus er was altijd veel te doen. Het was mooi werk. Ik heb het mezelf geleerd in de praktijk. Praktische dingen leer ik makkelijk en ik kan goed improviseren met het materiaal dat toevallig voorhanden is.’

Ernesto Branquinho de Oliveira

Schulden en ontruimd

Ernesto: ‘Ik ben gescheiden van mijn vrouw. Met mijn dochter heb ik helaas geen contact meer. Zij heeft voor haar moeder gekozen. Toen ze wegging, was ze dertien. Ze is nu negentien jaar.’

‘Ik bleef in het huis wonen,’ gaat Ernesto verder. ‘Ik kreeg een nieuwe vriendin en gaf haar geld voor de huur. Maar zij betaalde helemaal geen huur, zij was verslaafd. Toen begonnen mijn problemen. Schulden, deurwaarders, ik werd ontruimd. Eerst heb ik een tijd bij een vriend gewoond, maar op een gegeven moment werd ik ziek en toen ben ik via de GGD bijna twee jaar geleden hier bij de Aak terecht gekomen. Nu gaat het weer beter met mij.’

Schilderij van Ernesto Branquinho de Oliveira

Eigen techniek

Ondanks zijn bescheiden toon, neemt Ernesto het maken van zijn doeken heel serieus. Hij benadert zijn kunstproductie als een vakman en wil er steeds beter in worden. Hij heeft er in ieder geval het geduld en de handigheid voor. Zo knutselt hij onder meer scheepsmodellen en bijoudoosjes in elkaar van lucifers en maakt hij voor zichzelf klompen en petten.

Ernesto: ‘Als kind vond ik tekenen en verven op school leuk, maar ik ging ik nooit naar een museum of tentoonstelling. Mijn ouders waren analfabeet en niet naar school. Ik denk dat zij nog nooit van hun leven in een museum zijn geweest.’

‘Ik ben begonnen met dingen maken van lucifers, scheepjes, kleine doosjes om ringen in te doen. Mensen zeggen: het is kunst, maar voor mij zijn het gewoon artefacten. Dingen die gemaakt zijn,’ legt Ernesto uit. ‘Zo is het ook met mijn schilderijen.’

‘De eerste paar keer dat ik schilderde kwam er helemaal niet uit wat ik wilde,’ vertelt Ernesto. ‘Ik heb het zelf geleerd, ik heb mijn eigen techniek ontwikkeld. En zoals dat gaat, hoe meer ik maak, hoe beter ik word. Je wordt er steeds handiger. Ik kijk bijvoorbeeld graag naar Bob Ross op tv, dat is echt ongelooflijk, van hem heb ik wel een paar dingen geleerd. Als je gewoon goed observeert, kom je al een heel eind. Ik maak gewoon wat in me opkomt.’

Schilderij van Ernesto Branquinho de Oliveira

Waar haalt Ernesto inspiratie vandaan?

Ernesto: ‘Ik maak wat ik kan, niet wat ik wil. Mensen vonden mijn eerste schilderij meteen mooi, dus heb ik er nog eentje gemaakt en zo gaat het verder. Hé, maak er ook een voor mij, vragen ze. Dat doe ik dan.
Van tevoren heb ik zo’n beetje in mijn hoofd wat ik wil maken, maar niet precies. Het ligt er bijvoorbeeld aan wat ik kan vinden aan plaatjes. Ik maak een soort collages. Ik monteer en combineer verschillende materialen.’

‘Heldere kleuren, daar houd ik van. Mensen reageren daar goed op,’ benoemt Ernesto. ‘Kleur geeft ze een fijn gevoel, kleur is beter dan grijs en zwart.’

‘Inspiratie komt overal vandaan,’ gaat hij verder. ‘Ik kom toevallig een boek of tijdschrift tegen met mooie foto’s. Van Gogh is bijvoorbeeld hartstikke goed. Er is een vent op tv die schilderles geeft, een Engelsman geloof ik, met een baardje (Bob Ross). Van hem heb ik ook veel geleerd. Als ik een boom schilder, wil ik dat het op het origineel lijkt, dus op een echte boom.’

Meer verhalen over kunst lezen

Tussen onze bewoners zitten veel meer kunstzinnige types. Schilders, dichters, noem het maar op. Klaas ziet zijn kunst als business. Charlotte maakt juist kunst uit het hart. Carel gebruikt tekenen en schilderen om zich te concentreren, om zijn geest te scherpen. Kunst maken helpt bewoner Henk met zijn angststoornis. Marlon laat zich voor zijn poëzie inspireren door boeken die je geestelijk welzijn helpen verbeteren. Maaike combineert fotografie en schilderkunst. Talal is met zijn schilderijen de Syrische Bob Ross. Patrick houdt zo van mode ontwerpen, dat hij het in de studio én thuis doet.

Deel dit verhaal:

Meer lezen?

Bekijk dan al onze verhalen.