Marjan de Jong is een vechter en een doorzetter. Ze begint op een LOM-school voor kinderen met gedragsproblemen en haalt haar Hbo-diploma. Ze gaat van talloze opnames in klinieken naar een betaalde baan in een kliniek, waar ze met haar ervaringsdeskundigheid het verschil maakt. Het Herstelbureau van HVO-Querido heeft bij dat laatste een cruciale rol gespeeld.
Marjan de Jong (1986) woont met haar kat Loena, voluit Loenatic, in een leuk appartement in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt. Over vijf jaar wil ze samenwonen met haar vriend, het liefst ergens ‘relaxed’ op het platteland. Ze chillt graag met vriendinnen, ze leest fantasy zoals Jean M. Auel, maar draait haar hand ook niet om voor ‘psychologische probleemboeken.’
Overzicht en rust
Marjan vertelt: ‘Tot groep vijf zat ik op een gewone basisschool. Vanwege mijn gedragsproblemen ging op een gegeven moment nauwelijks meer en thuis ging het ook niet. Ik was acht jaar oud, boos, depressief. Daarna ging ik naar het speciaal onderwijs met kleine klasjes. Daar had ik iets meer rust, waardoor het thuis ook wat beter ging. Ik vond het wel prettig op de LOM-school, ik had er ook meer vriendjes.’
Diagnose, voor als het wat minder gaat
‘Ze dachten in die tijd dat ik PDD-NOS had, maar dat is toen niet vastgesteld,’ gaat Marjan verder. ‘Op dit moment vindt er opnieuw diagnostisch onderzoek plaats. De goede diagnose stellen is lastig, maar wel belangrijk. Niet om het label zelf, maar ik wil graag dat mensen goed op mij reageren. Vooral als het wat minder gaat. Nu heb ik de diagnose borderline, dat vind ik niks, daarbij denken mensen meteen “o nee, daar ga ik niet mee om”.’
‘Iets’ met de natuur of jongeren
Marjan: ‘Toen heb ik een Vmbo-opleiding gedaan om ‘iets’ met de natuur te gaan doen. Boswachter worden bijvoorbeeld. Maar, door een Sociaal Pedagogisch Werk-stage bij een kinderboerderij leek het me leuk om met mensen met een verstandelijke beperking te gaan werken, of misschien ‘iets’ met jongeren.’
Kliniek
‘Ik was inmiddels achttien jaar en kon doen wat ik zelf wilde,’ vertelt Marjan verder. Toen heb ik besloten een eind aan mijn leven te maken en ook een poging gedaan. Dat is nog vrij lastig, kwam ik toen achter, dus besloot ik weg te lopen.’
Marjan: ‘Ik had een aardige maatschappelijk werker en ik heb haar gebeld om gedag te zeggen. Zij schrok en waarschuwde de crisisdienst, waarna ik drie maanden opgenomen ben geweest in een psychiatrisch ziekenhuis. Dat is een bizarre situatie. Het waren verloren maanden, want ik heb er niks aan gehad. Ik wilde wel worden behandeld, maar de manier waarop sloot totaal niet aan. Er waren geen gesprekken met een psychiater of psycholoog, want ze vonden dat ik in systeemtherapie moest. Dat wilde ik absoluut niet, dat was juist precies het tegenovergestelde. Ik wilde niks met wie dan ook te maken hebben, maar zelf beslissen hoe ik mijn leven vorm zou geven.’
18 jaar oud en dakloos
‘Toen ik uit de kliniek kwam had ik niets,’ benoemt Marjan. ‘Ik kon niet terug naar huis, ik kon nergens naartoe, en zo ben ik op mijn achttiende dakloos geworden. Ik ging wel gewoon naar school. Drie maanden heb ik op straat geslapen en bij vrienden. Als SPW-er in opleiding wist ik een beetje hoe de sociale kaart van de Noordoostpolder eruitzag en toen heb ik een kamertje gevonden bij een hulporganisatie die inmiddels niet meer bestaat.’
‘Daar zat ik dan, als achttienjarige verreweg de jongste, tussen de oude mannen die dronken en drugs gebruikten,’ vult Marjan aan. ‘Het was best een moeilijke tijd, want er was veel agressie in huis, veel beschadigde mensen. Maar er was ook medelijden en bescherming. En voor het eerst van mij leven had ik een eigen kamer, een eigen plekje echt van mezelf. Daar heb ik iets meer dan een jaar gewoond.’
Studiefinanciering te weinig om van te wonen
‘Mijn huur kon ik van mijn studiefinanciering niet betalen, dus had ik een krantenwijk en werkte op zaterdag en zondag bij een rozenkwekerij in Luttelgeest,’ vertelt Marjan. ‘Sinds die tijd vind ik dat rozen eigenlijk stinken. Doordeweeks ging ik naar school.’
Marjan: ‘Na een tijdje werd de opvang overgenomen door eer organisatie die kamercontroles instelde. Ik wilde niet dat iemand in mijn kamer kwam, dus ik werd boos, heb ik wat stukgemaakt en stond ik weer op straat. Ik kwam in een piepkleine vrouwenopvang terecht, heel huiselijk, maar het paste niet bij mij. Ik ben samen gaan wonen met een man die ik kende uit de opvang. Het was geen liefde, hij kreeg een flat aangeboden en was zo aardig deze met mij te delen. Ik moest wat en het leek mij de beste keuze. Ik heb er vijf jaar gewoond en het ging heel redelijk.’
Blijven doorzetten en studeren
‘Intussen had ik mijn studie afgemaakt, maar ik vond dat ik nog niet met mensen kon gaan werken, omdat ik te weinig kennis en ervaring had. Ik wilde er dieper en verder induiken en ben verder gaan studeren. Ik was nog niets tegengekomen waarbij ik voelde “hier wil ik aan de slag”,’ legt Marjan uit.
‘Inmiddels woonde ik zelfstandig op kamers en leidde een “normaal studentenleven”,’ benoemt Marjan. ‘Ik specialiseerde me in jeugd en psychiatrie, dat is een goede keuze geweest. Het is een boeiende en heel gevarieerde opleiding. Ik heb veel geleerd en veel stages gedaan. Elke keer was ik blij als ik met kinderen kon werken, dat sloot goed bij mij aan. Op mijn 25e had ik mijn diploma op zak en kon gaan werken.’
Vanuit eigen ervaring er voor anderen zijn
Marjan: ‘Ik had via het uitzendbureau allemaal hele kleine baantjes, acht uur hier, acht uur daar, in de gehandicaptenzorg, in de psychiatrie. Zo heb ik veel ervaring opgedaan en een breed beeld gekregen van wat er allemaal te koop is. En toen heb ik uiteindelijk voor de volwassenenpsychiatrie gekozen.’
‘Ik denk dat ik het lang voor me uit heb geschoven, dat ik eromheen ben gedraaid, omdat ik bang was dat het te dichtbij zou komen. Maar ik wil mensen helpen omdat ik zelf zo slecht ben behandeld. Dat is de bottom line. Een crisisopname is een dieptepunt, dat weet ik uit ervaring, ik ben inmiddels vijftien keer opgenomen geweest, maar daarna wordt het altijd iets beter, dat weet ik ook uit ervaring. Ik wil er op dat moment zijn voor mensen.’
“Normaal zijn” loslaten
‘Ik ben altijd bang geweest dat mensen zouden denken dat ik gek was,’ benoemt Marjan. ‘Ik heb er altijd voor gestreden om een zo normaal mogelijk leven te hebben, omdat ik net zo gelukkig wilde zijn zoals de mensen om me heen. Pas de laatste drie jaar heb ik de drang om normaal te zijn los kunnen laten. Als ik nu authentiek mezelf kan zijn, vind ik dat al mooi genoeg. Er zijn nu meer momenten dat het goed gaat, omdat ik nu een goede hulpverlener heb en over mijn gevoelens kan praten. Ik begin het leven steeds leuker te vinden.’
Mijn eerste echte werk
Marjan: ‘In mijn werk zat ik intussen nog steeds met al die kleine baantjes en nergens kans op een vaste aanstelling. Toen heb ik bij HVO-Querido gesolliciteerd en kreeg een jaarcontract. Mijn eerste echte werkplek voor 36 uur per week, als persoonlijk begeleider bij BW Zuid. Ik begeleidde acht mensen. Leuk werk, maar na drie jaar kreeg ik helaas geen vast contract.’
‘Daarna ben ik in therapie gegaan, MBT (Mentalization Based Treatment),’ benoemt Marjan. ‘Dat wil zeggen dat je leert nagaan waaruit gedrag ontstaat, zowel van jezelf als van anderen. Je leert als het ware je eigen emoties even uit te stellen, zodat je niet direct opvliegerig reageert.’
Herstelbureau speciaal voor mij gemaakt
‘Na die therapie dacht ik nooit meer ergens aan de slag te kunnen,’ legt Marjan uit. ‘Via via ben ik toen als vrijwilliger bij het Herstelbureau van HVO-Querido terechtgekomen. Hele fijne mensen. Het leek wel alsof dat speciaal voor mij was gemaakt. Ik kon dingen meteen een plek geven. Je eigen herstelverhaal mogen vertellen is heel fijn. Ik ging inzien dat mijn ervaringen waardevol kunnen zijn, ook voor andere mensen. Het Herstelbureau bleek voor mij de opstap naar een nieuwe, betaalde baan.’
Werken als ervaringsdeskundige
Marjan: ‘Nu werk ik drie dagen per week als ervaringsdeskundige en mag ik open zijn over wat ik heb meegemaakt. Dat voelt als een opluchting. Op vrijdag volg ik nu de TOED opleiding (Training Opleiding Ervarings Deskundigheid).’
‘Ik merk dat cliënten het prettig vinden dat er ook een ervaringsdeskundige bij is,’ vult Marjan aan. ‘Mensen vinden het gewoon fijn om hun verhaal te vertellen, om contact te maken en als mens gezien te worden, in plaats van als een optelsom van aandoeningen. Het helpt wel dat ik door mijn opleiding de theorie ook ken. Net als de verpleegkundigen heb ik Hbo gedaan en heb ik net zoveel recht van spreken. Daardoor sta ik wat steviger in mijn schoenen. Samen met mijn eigen ervaringen is dat echt een meerwaarde.’
Werken met je eigen ervaringen
Wil jij ook aan de slag met jouw ervaringen? Bekijk dan de website van Howie The Harp, opleiding in ervaringsdeskundigheid. En lees meer verhalen van onze ervaringsdeskundigen:
- Nicole ‘doet iets met alles wat ze heeft meegemaakt’
- Ook collega Pamela zet haar ervaringsdeskundigheid in
- Coach Josje benoemt dat ‘niemand ongeschonden door het leven rolt’, ook zij zelf niet



