Verhalen

  1. HVO-Querido
  2. >
  3. Verhalen
  4. >
  5. Bewoner Abdullah is na zijn...

Bewoner Abdullah is na zijn vlucht uit Myanmar flink heen en weer geslingerd

20 juni, 2019

Bewoner Abdullah is gevlucht uit Myanmar (voorheen Birma) om in Nederland te komen. Myanmar staat niet voor niets op de trieste vierde plaats van staten waar de meeste vluchtelingen vandaan komen. Hoe is hij bij HVO-Querido geraakt en hoe ziet hij de toekomst?

Abdullah groeit op als enig kind in een arm gezin. Zijn vader was een kleine handelaar in groente. Abdullah behoort tot de etnische groep van de Rohingya en is islamitisch, een onderdrukte minderheid in het grotendeels boeddhistische Myanmar.

Niet eens weten wanneer je jarig bent

‘Bij ons in het dorp was helemaal niks,’ vertelt Abdullah in goed Nederlands. ‘Er was geen gemeentehuis, geen burgerlijke administratie, niemand werd ingeschreven bij geboorte. Daar heb ik nu nog altijd last van. Ik denk dat ik ongeveer in 1981 geboren ben, maar ik weet het niet zeker.’

‘Niemand in ons dorp ging naar school,’ vertelt hij verder. ‘Ik ben als kind nooit op school geweest, ik heb alleen de koran leren lezen. De overheid dat waren de militairen en die waren streng. Zelfs als je van het ene naar het andere dorp wilde gaan, moest je eerst toestemming vragen aan de militairen.’

Geen kans om over de toekomst na te denken

Abdullah: ‘Ik heb nooit iets willen worden als kind. Niet omdat ik dat niet wilde, maar ik dacht er nooit over na. Wij kregen geen kans om over de toekomst na te denken. Ons leven was een beetje moeilijk. Het was altijd onzeker: wanneer komt de volgend aanval van de regering. Wij waren altijd bang.’

‘Ik zag altijd veel verbrande huizen,’ gaat Abdullah verder. ‘Toen vielen militairen ons dorp aan, verbrandden heel veel van onze huizen en zeiden: jullie moeten weg. Mijn vader, die al eerder een keer was opgepakt door de militairen, werd vermoord. Met mijn oom en andere mensen uit ons dorp vluchtte ik naar Bangladesh.’

Abdullah Mansur

Niet welkom en dromen van een beter leven

‘Het was lastig in Bangladesh, want ik sprak geen Engels,’ legt Abdullah uit. ‘Wij waren niet echt welkom. De regering van Bangladesh joeg ons alleen niet weg, omdat de Verenigde Naties zeiden dat ze dat niet moesten doen. Wij hadden geen onderdak, niks. We hebben zelf hutjes gemaakt met bladeren. We kregen een beetje eten van de mensen van Bangladesh, niet van de regering.’

Abdullah: ‘Toen overleed mijn oom en moest ik werk zoeken. Ik ben toen visser geworden, met een bootje op zee. Best zwaar werk, want wij hadden geen bescherming tegen de golven of de zon. Mooi weer, slecht weer, wij moesten het doen. Wij vingen hele kleine garnaaltjes, dat was toen dure vis.’

Visser, touristenhaven en autohandelaar

‘Daarnaast heb ik allerlei ander werk gedaan in Bangladesh, zoals in Cox’s Bazar. Dat is aan het strand, daar komen ook toeristen,’ vertelt Abdullah. ‘Ik heb ook regelmatig op het politiebureau vast gezeten. Met een paar Bengaalse vrienden praatten wij over naar het buitenland gaan, naar Europa of naar het Midden Oosten. Een beter leven, dat was onze droom.’

‘Later had ik in een grotere stad met een vriend samen een handel in onderdelen van vrachtauto’s,’ benoemt Abdullah. ‘Wij importeerden de auto’s uit China, knapten ze op en verkochten ze weer in Bangladesh. Dat hebben we een jaar of vijf gedaan. Hard gewerkt, veel geld verdiend, alleen met het doel om weg te kunnen gaan.’

Alles op alles zetten om weg te gaan

‘Wij wilden per se niet via India en Afghanistan, want wij hadden hele slechte verhalen gehoord over de Turkse politie. Als ze je pakken, ben je er geweest,’ benoemt Abdullah. ‘Wij wilden daarom liever per schip. Mijn vriend heeft via mensensmokkelaars een plek voor ons geregeld op een groot schip. Dat kostte ongeveer 3.000 euro per persoon. Er is veel corruptie in Bangladesh.’

‘Wij waren met zeven mensen in een klein kamertje op dat schip,’ vertelt Abdullah. ‘We vertrokken uit de haven van Chittagong. Naar Europa! Wij wisten niet precies waarheen. Wij zagen niks. Wij wisten niet waar we waren. Er waren altijd heel veel harde geluiden van de motoren. Na anderhalf, twee maanden kwamen we in een grote haven, ik weet niet waar, België of Nederland. De smokkelaars hielpen ons uit de haven. Na een paar uur in de auto kwam ik in Ter Apel. Het was 2004 en echt koud. Ik kon met mijn handen niet eens goed mijn bekertje koffie vasthouden.’

Nederlands als moedertaal

‘Toen heb ik voor het eerst asiel aangevraagd. Dat is nu vijftien jaar geleden,’ legt Abdullah uit. ‘Ik heb veel interviews gedaan. Waar kom jij vandaan? Dat willen ze weten. Ze geloofden mij wel en mijn verhaal klopte, maar ze moeten bewijs hebben. Mijn aanvraag werd afgewezen.’

‘Ik heb toen een tijd gewerkt in een restaurant van een hele aardige Pakistaanse man,’ zegt Abdullah. ‘Hij heeft veel voor mij gedaan. Ik ben toen in Gilze Rijen drie jaar op school geweest bij het MST, het Missionair Servicecentrum Tilburg. Daar heb ik Nederlands geleerd. Ik wilde gewoon met andere mensen kunnen praten zonder tolk. Ik ben nu hier, dan wil ik ook de taal spreken. Voor mij is Nederlands nu mijn moedertaal.’

Walborg, pand

Heen en weer geslingerd

Dordrecht, Portugal, België

‘Bij een controle van de Arbeidsinspectie werd ik opgepakt,’ legt Abdullah uit. ‘Toen heb ik vier maanden in vreemdelingenbewaring gezeten in Dordrecht op een boot. De Pakistaanse restauranteigenaar hielp me daarna met een nep paspoort naar Portugal, waar ik een tijdje appels geplukt heb voor een boer. Ik wilde een verblijfsvergunning aanvragen en werd toen weer opgepakt, waarna ik in België geprobeerd heb asiel aan te vragen. Omdat ik in Nederland ben binnengekomen, heeft België me teruggestuurd naar Nederland. Dat heet de Dublin-claim, dat is de Europese wet. Het eerste land waar je Europa binnenkomt, is verantwoordelijk voor de behandeling van je asielaanvraag.’

Antwerpen, Zaandam

‘Toen heb in drie weken in Antwerpen in vreemdelingenbewaring gezeten voor ik werd overgedragen aan de Nederlandse Vreemdelingenpolitie. Daarna heb ik vier maanden in Zaandam in vreemdelingenbewaring gezeten, ook weer op een boot. Het klinkt misschien aardig, vreemdelingenbewaring, maar het is een soort gevangenis,’ vertelt Abdullah. ‘Gelukkig kon ik toch weer bij de restauranteigenaar terecht. Echt een goed mens.’

Abdullah: ‘Ik heb toen mijn asielprocedure opnieuw opgestart en opnieuw alles geprobeerd. Ik heb de ambassades van Myanmar en Bangladesh geschreven. Ik heb geprobeerd om bewijs te halen, maar een geboorteakte is er niet. Daarom heb ik toen een verblijfsvergunning ‘buiten schuld’ aangevraagd, maar niet gekregen. Myanmar zegt: hij is van Bangladesh en Bangladesh zegt: hij is van Myanmar.’

Polen, Ter Apel

‘En toen ontmoette ik mijn vriendin,’ vertelt Abdullah. ‘Zij kwam uit Polen, dus zijn we na veel discussie naar Polen verhuisd. Daar werkte ik in een kebab house tot ik ook daar geen verblijfsvergunning kon krijgen. Ik heb het uitgemaakt met mijn vriendin en zo kwam ik in 2016 weer in Ter Apel. Daar heb ik voor de vierde keer asiel aangevraagd en werd ik meteen afgewezen.’

Walborg, pand

Den Haag, Antwerpen, Frankrijk, Luxemburg

‘In 2016 ben ik maar naar een vriend van mij in Den Haag gegaan,’ vertelt Abdullah. ‘Hij is ook een Rohingya uit Myanmar, net als ik. We zijn altijd in contact gebleven. Maar hij heeft een gezin, dus daar kon ik niet blijven. Via de restauranteigenaar ben ik toen via een vriend van hem in Antwerpen bij een restaurant terechtgekomen. Hard werken, ’s morgens heel vroeg alle schoonmaken.’

Abdullah: ‘In de tussentijd probeerde ik via Vluchtelingenwerk in Bergen op Zoom mijn procedure weer op te starten. Opnieuw heb ik brieven geschreven naar de ambassades van Myanmar en Bangladesh, maar ik kreeg niet eens antwoord. Ik ben zelfs bij de ambassades geweest, die van Myanmar is in Brussel, die van Bangladesh in Den Haag, maar ook niks. Wat nu? Ik had alles gedaan, alles geprobeerd.’

‘Op aanraden van de restauranteigenaar probeerde ik het in Frankrijk,’ gaat Abdullah verder. ‘De grenscontroles waren makkelijk, maar je krijgt er geen opvang. De communicatie was ook moeilijk, want ze spreken in Frankrijk geen Engels, of willen dat niet. Toen heb ik een maand op straat geslapen in Parijs. Daarna heb ik asiel aangevraagd in Luxemburg, waar ik wel opvang kreeg, maar ik werd toch weer teruggestuurd naar Nederland.’

‘Zo kwam ik in 2018 voor de derde keer in vreemdelingenbewaring, in Rotterdam dit keer en niet op een boot,’ benoemt Abdullah. ‘Dit was een groot centrum, veel beter dan de vorige. Ik was blij dat ik daar was, want ik had geen andere plek om naartoe te gaan. Toen ik vrijkwam, heb ik een woning gehuurd in Den Haag, tot ik van de BBB hoorde in Amsterdam. Daar heb ik me gemeld bij het Vreemdelingenloket.’

Niet over mij, maar mét mij graag

Abdullah: ‘Ik heb altijd meegewerkt aan elk onderzoek van de IND en de Dienst Terugkeer en Vertrek. Ik heb steeds gedaan wat zijn wilden. Ik wil gewoon graag een bewijs van Myanmar of van Bangladesh. Mij antwoorden zij niet maar de IND wel. En de IND zegt ook: wij krijgen antwoord, jij niet. Maar het gaat over mij.’

Hoe kijkt Abdullah naar de toekomst?

‘Ik wist niks van Amsterdam, ik was er wel eens op bezoek geweest, meer niet. Het is behoorlijk druk, heel anders dan Brabant,’ vertelt hij. ‘Maar vanaf april woon ik dus in de Walborg en het is echt supertof. Nu ga ik via het ASKV voor de zesde keer mijn procedure opnieuw proberen te starten. Ik wacht nu op een advocaat die mij wordt toegewezen. Ik doe mijn best. Ik werk netjes mee met alles en iedereen. Het is voor mijn leven, voor mijn toekomst. Nu heb ik weer een klein beetje hoop.’

Deel dit verhaal:

Meer lezen?

Bekijk dan al onze verhalen.