Verhalen

  1. HVO-Querido
  2. >
  3. Verhalen
  4. >
  5. Bewoner Cynthia: ‘Nu ik op...

Bewoner Cynthia: ‘Nu ik op mezelf woon, kan ik voor mezelf kiezen’

15 november, 2016

Cynthia Spelde is een opgewekte en goedlachse jonge vrouw die het leven steevast van de zonnige kant bekijkt. Ze woont zelfstandig in de Amsterdamse Rivierenbuurt en wordt begeleid door een ambulant team van HVO-Querido.

Gebroken gezin

Op de valreep van 1989 wordt Cynthia Spelde geboren in Amsterdam Noord waar ze ook opgroeit. ‘Mijn moeder had geen werk, mijn vader had drie banen tegelijk om ons dingen te kunnen geven,’ vertelt Cynthia. ‘Mijn ouders zijn gescheiden toen ik twee was, ik kom uit een gebroken gezin. Mijn moeder heeft op een gegeven moment al mijn vaders kleren en spullen naar buiten gegooid, maakte stennis en ging vreselijk tekeer. Ik weet nog dat ik toen een glaasje water voor haar moest halen. Dat was een slecht voorteken, want ik heb altijd alles voor haar moeten doen. Alles draaide om haar. Wij zijn echt verwaarloosd. Mijn tweelingzus en ik zijn het enige goede dat uit dat huwelijk is voortgekomen.’

Cynthia Spelde thuis

Cynthia Spelde thuis

Opgegroeid in een gekkenhuis

‘Mijn vader was vroeger agressief, maar hij heeft spijt van zijn gedrag en zijn fouten. Hij doet al heel veel jaar aardig en normaal, dus met hem heb ik supergoed contact,’ vertelt Cynthia. ‘Mijn moeder heeft nergens spijt van. Zij heeft nog nooit van haar leven sorry gezegd. Met haar heb ik dus geen contact meer. Zowel aan mijn vaders als mijn moeders kant zitten er in de familie genetische lijnen van geestesziekten en opnames in klinieken. Eigenlijk ben ik opgegroeid in een gekkenhuis.’

Liever lachen dan huilen

‘Ik lach liever om het verleden dan dat ik ga zitten huilen,’ benoemt Cynthia. ‘Uiteindelijk heb ik er wel wat van geleerd, ook al was het meer vallen dan opstaan. Ik probeer positief te blijven. Vroeger is voorbij, ik wil in het nu leven en vooruit kijken.’

Zorgzaam

‘Vroeger wilde ik patholoog anatoom worden, lekker in lijken snijden,’ vertelt Cynthia. ‘Uiteindelijk heb ik de richting verzorging gekozen, want daar ben ik goed in. Daar is veel misbruik van gemaakt in mijn leven, vooral door mijn moeder. Als die niet stipt om zo laat haar eten kreeg voorgezet, dan ontplofte ze. Ik ben als kind al zo vaak dakloos geweest, want mijn moeder zette me zonder pardon op straat. Dan ging ik naar een vriendin, of naar oma Nel, een vriendin van mijn moeder. Als het te lang duurde, werd ik opgehaald door de politie.’

Cynthia in haar buurtje

Cynthia in haar buurtje

Geen tijd meer verspillen aan bullshit

Cynthia: ‘Als er weer eens iemand van Jeugdzorg langskwam, wond mijn moeder die mensen om haar vinger, want ze was een perfecte actrice. Jeugdzorg heeft nooit iets voor mij gedaan. Ja, zeggen dat ik in therapie moest. Op mijn dertiende!’

‘Het doet pijn als je moeder steeds zegt: je kost me alleen maar geld. Het was ook helemaal niet waar, wij kregen niks. Alles ging in haar eigen zak. Alles wat we hadden, kregen we van onze vader,’ legt Cynthia uit. ‘Ik heb genoeg meegemaakt om tien boeken over te schrijven, maar we hebben het overleefd. Op een bepaalde manier word je er ook hard van. Ik heb nu zoiets van: of je doet normaal of ik ben klaar met je. Ik verspil geen tijd meer aan bullshit.’

Behoorlijk wat meegemaakt

In de tussentijd heeft Cynthia gewerkt bij een stomerij / wasserette: ‘Klantencontact beviel me goed, maar van het kassawerk werd ik nerveus. Ik hou niet van tellen’.

Ook is de getrouwd en gescheiden met haar jeugdliefde. ‘We zijn nog steeds bij elkaar, maar we moesten even pauze, hulp zoeken en wat dingen regelen. Ik zou me geen betere man kunnen wensen. Hij komt uit eenzelfde soort situatie, ook uit een gebroken gezin. Wij begrijpen elkaar.’

‘Kort na de bruiloft werd ik zwanger,’ gaat Cynthia verder. ‘Ons kindje werd doodgeboren toen het vijf maanden was, dat was echt de hel. Dat is nu vijfenhalf jaar geleden, ik heb er nu vrede mee. Nu gaan we het weer proberen.’

Cynthia

23 en dakloos

Cynthia: ‘Zo’n drieënhalf jaar geleden werd ik echt dakloos en stond ik op straat. Via het Passantenverblijf kwam ik in het Instroomhuis tijdens de winteropvang. Dat was heel eng als meisje tussen 19 mannen, dus ging ik naar het Martien Schaaperhuis. In die tijd had ik veel geestelijke problemen, zoals dwangneurosen, en sneed ik mezelf, omdat ik geen hulp kreeg. Je moest er daar echt zelf iets van maken.’

‘Ik heb zeven jaar cocaïne gebruikt. Nu ben ik afgekickt en blow ik alleen nog een beetje om te kunnen slapen, anders heb ik nachtmerries. Daar ga ik ook mee stoppen, dat komt wel,’ zegt Cynthia.

Op jezelf: vrijheid en rust

Inmiddels woont Cynthia al ruim een jaar op zichzelf. ‘Daar ben ik dolblij mee. Het lijkt wel of ik nu pas voor mezelf kan kiezen. Altijd deed ik alles om het anderen naar de zin te maken, iedereen gelukkig, behalve ik. Het grootste verschil met wonen in een tehuis is je vrijheid, heerlijk is dat. Je kunt doen wat je wil en wanneer je dat wil. Dat geeft heel veel rust in je hoofd.’

Cynthia vult aan: ‘Mijn begeleidster Barbara staat altijd voor me klaar. We kunnen het goed vinden met elkaar. Ze probeert altijd eerst of ik het zelf kan oplossen en daar heeft ze gelijk in, bijna altijd blijkt dat ik het best zelf kan. Toch is dat gevoel van steun heel belangrijk. Je weet dat er iemand achter je staat, iemand die kijkt of het goed gaat en een oogje in het zeil houdt.’

‘Wassen is een mooi werk’

Cynthia: ‘Drie dagen per week werk ik bij de wasserij aan het Zeeburgerpad van het Leger des Heils. We doen de was van veel tehuizen. Drie dagen is drie keer acht euro! Het gaat me niet om het geld. Mijn hart ligt bij de was. Ik heb het altijd al mooi werk gevonden.’

Hoe kijkt Cynthia naar de toekomst?

Cynthia vertelt: ‘Mijn man en ik hebben allebei een woning. We zijn goed bezig, dus is het een mooi moment om voor een kindje te proberen. Ik ben dol op kinderen, maar heb geen haast. Ik ben netjes op mezelf en mijn huis en kan prima overweg met de buren. Ik zorg voor mijn kat, ga naar mijn dagbesteding en houd me aan de regels. Dat is wel eens anders geweest. Maar ik heb geen strafblad hoor!’

‘Soms voel ik me erg oud,’ vult Cynthia aan. ‘Dat is omdat ik een geregeld leven leid en omdat ik niet meer in het uitgaansleven kom. Ik ga in ieder geval nooit weg uit Amsterdam.’

‘Er zijn nog genoeg dingen die ik moet leren,’ gaat Cynthia verder. ‘Als iets me niet bevalt, heb ik nogal de neiging om me terug te trekken. En ik moet leren om dingen niet te snel persoonlijk op te vatten. Maar ik heb ook best wat dingen geleerd.’

Advies van Cynthia: ‘Geef de moed niet op’

‘Tegen mensen die in hetzelfde schuitje zitten, zou ik willen zeggen, geef de moed niet op. Het kan altijd erger, dus je moet hoop blijven houden en uitgaan van je persoonlijke kunnen. Je bent altijd sterker dan je denkt. Wees niet bang om hulp te vragen, je hoeft het heus niet allemaal alleen te doen. Ik zag vaak door de bomen het bos niet meer, nu ben ik blij als ik wakker word. Als ik het kan, kan iedereen het. Als je ziet waar ik vandaan ben gekomen en hoe ik nu ben, dat is een wereld van verschil,’ sluit Cynthia af.

Deel dit verhaal:

Meer lezen?

Bekijk dan al onze verhalen.