Verhalen

  1. HVO-Querido
  2. >
  3. Verhalen
  4. >
  5. Manu was dakloos als 12-jarige...

Manu was dakloos als 12-jarige en heeft zijn leven nu helemaal omgegooid

29 april, 2019

Manu woont nu ruim een jaar met begeleiding van HVO-Querido in de Amsterdamse Diamantbuurt. De sfeer is warm en huiselijk, met heel veel groene planten, kleurige vlaggen, gedempt licht, alles netjes in de verf en smaakvolle meubels. Hij heeft duidelijk zijn stempel op de woning gezet. Zijn huis is echt een thuis.

Manu groeide op in Amsterdam Zuid en Diemen en heeft geen enkele opleiding afgemaakt. ‘Destijds werd je behoorlijk gepest als je, zoals ik, twee moeders had. Daarnaast waren we ook nog arm. Alle kinderen hadden mooie kleren van dure merken en ik had een broek met scheuren. Dat vond iedereen gek. Ik werd overal weggestuurd en daar werd ik dan weer gewelddadig van.’

‘Alles wat ik weet, heb ik mezelf aangeleerd. Op straat. Ik ben een gewone jongen, maar ik kan lezen en schrijven in vier talen,’ vertelt Manu.

Werken als je iets wil hebben

‘Vroeger, als kind op straat, wilde ik crimineel worden,’ zegt Manu. ‘Waarom zou je voor een belabberd salaris gaan werken, als het ook makkelijker kan? Nu denk ik daar anders over. Eerst werken als je iets wilt hebben, dat vind ik een goede mentaliteit.’

‘Zelf werk ik nu inmiddels vijf dagen per week bij Kwekerij Osdorp,’ legt Manu uit. ‘Dat is eerlijk werk. Ook ben ik gestopt met gebruiken, want ik had er geen zin meer in.’

Hoe vult Manu zijn dagen verder?

‘Ik heb best een breed netwerk. Dat heb ik zelf opgebouwd. Veel van mijn vrienden zijn muzikanten. Zelf maak ik geen muziek, maar ik heb er wel gevoel voor,’ benoemt Manu. ‘Ik heb een creatieve instelling. Ik houd van verschillende muziek: jazz, rock, samba, rap, dancehall, noem maar op. Met mijn vrienden luister ik naar muziek, praten we over filosofische dingen en hebben we gewoon lol.’

Daarnaast zorg Manu natuurlijk voor zijn inboedel: ‘Veel van de spullen die je in mijn huis ziet, komen gewoon van de straat. Mensen gooien de gekste dingen weg. Maar niet alles is oud. Ik heb bijvoorbeeld wel een goede, nieuwe koelkast gekocht. Ik wil geen hoge energierekening.’

Manu met zijn begeleidster Natalia

Manu met zijn begeleidster Natalia

12 jaar oud en dakloos

‘Ik leefde vanaf mijn twaalfde op straat en had niets te verliezen. Lekker kind zijn was er niet bij,’ zegt Manu. ‘Geld maken om te overleven en naar de bibliotheek om mezelf dingen te leren. Van drugs verkopen aan toeristen leer je ook Engels. Ik ben er niet trots op, maar ik ben zo geworden, want ik kreeg niet de juiste kansen. We leven in een maatschappij waar het recht van de sterkste geldt. Ik ben verwaarloosd door het systeem.’

‘Dacht je dat ik de enige was die als kind op straat leefde?’ gaat Manu verder. ‘Destijds waren er al zo’n drieduizend jongeren op straat en nu nog steeds. Kinderen met helemaal niks, geen school, geen moer. Het is een schande. Nederland moet zich schamen. Met bloed, zweet en tranen ben ik er gekomen.’

Geen goeie start én achterstand

Manu: ‘Als je in de bajes zit, loop je een sociale achterstand op en je bouwt geen arbeidservaring op. Je wordt er niks wijzer van. De tijd dat je vastzit gaat verloren en de wereld gaat gewoon door. En als je maar genoeg maatschappelijke problemen opstapelt, krijg je vanzelf ook psychische problemen. Ik moet zoveel schade inhalen, 8 jaar ongeveer… Je hebt dan moeite je aan te passen en mee te doen. Maar dat moet wel, je kunt geen tegen-raddraaier zijn.’

‘Dan kom je net uit de bajes. Dakloos. Je slaapt noodgedwongen op een bankje,’ gaat Manu verder. ‘En ja hoor, handhaving, controle en hup, een boete. Dat werkt dus niet.’

Manu met begeleidster Natalia

Het roer omgooien

‘Vroeger was ik een bendeleider, pure terreur. Manipuleren kon ik als de beste. We deden wat we wilden, we pakten wat we wilden. Het was gewoon haat tegen de maatschappij, besef ik nu. Feitelijk was ik aan het radicaliseren. Maar ik ben nu helemaal klaar met criminaliteit,’ benoemt Manu. ‘Als ik geld nodig heb, dan ga ik werken.’

‘Het kapitalisme viert hoogtij en maakt iedereen corrupt. Ik heb soms het idee in een soort niemandsland te leven,’ vertelt Manu. ‘Zelfs mijn wijk is geen echte volksbuurt meer en heeft steeds meer yuppen. Als er een café wordt geopend, is het een zaak waar ze vijf euro voor een biertje vragen. Veel mensen zitten vast in de molen van de armoede. Je moet als stad geen rijke en arme buurten maken, je moet juist alles mengen. Daar worden alle partijen beter van.’

‘Zonder begeleiding had ik het niet geweten’

‘De begeleiding helpt mij met bureaucratische zaken, met financiën en schulden en zo,’ legt Manu uit. ‘De boel in kaart brengen, aanvragen doen. Als zij er niet waren geweest, had ik dit hier nooit voor elkaar kunnen krijgen. Dan had ik niet geweten hoe dat moet.’

‘Manu doet het echt goed,’ vertelt zijn persoonlijk begeleider Natalia. ‘Hij maakt op tijd de goede keuzes en hij gaat er echt voor 100% voor.’

Hoe kijkt Manu naar de toekomst?

‘Ik had veel eerder een huis moeten hebben,’ besluit Manu. ‘Dan had ik de maatschappij veel ellende bespaard. Een eigen plek hebben, ’s ochtends de deur uitgaan naar je werk. Dat is een andere manier om het leven te benaderen. Ik zou voor werk in de toekomst iets met mijn handen willen doen en met talen. Met een baan heb je een stramien, iets om aan vast te houden.’

Deel dit verhaal:

Meer lezen?

Bekijk dan al onze verhalen.