André Kelders (1962) is geboren en getogen in Amsterdam. Hij groeide op in Osdorp, de Jordaan en in de Stadionpleinbuurt. ‘Daar heb ik alle scholen gehad,’ vertelt André grijnzend. Hij woont al ruim 8 jaar in zijn benedenwoning in Bos en Lommer, met ambulante ondersteuning. Daarmee behoort hij tot de eerste mensen die via het Housing First-principe weer zelfstandig zijn gaan wonen.
Tijdens het gesprek maakt André voortdurend grapjes en probeert hij je steeds op het verkeerde been te zetten.
De baas spelen bij de marine
‘Mijn vader was officier bij de marine,’ vertelt André. ‘Daarna had hij een cafetaria in Gendt, met dt. Dat is een plaatsje tussen Arnhem en Nijmegen. Hij rook vroeger altijd naar patat. Geef mij maar een lekker croissantje met kaas.’
André gaat verder: ‘Vroeger was het vaak mot. Van huis weglopen, vechten. Maar ik ben die ouwe toch achteraan gegaan en kwam ook bij de marine. In vredestijd een prima werkgever. Het is gewoon leuk om mensen in de rondte te koeioneren. Dat doe ik nu in feite ook weer haha. Als verkeersregelaar ben ik wel heel beslist, maar blijf ik natuurlijk altijd vriendelijk en beleefd.’
Buiten slapen naast een grote hond
‘Jarenlang heb ik op straat gewoond,’ legt André uit. ‘Ik had geen dak boven mijn hoofd, maar wel altijd wat te drinken, te roken en te eten. Daar zorgde ik wel voor. Als het buiten koud is, moet je veel peper en knoflook eten om warm te blijven. Ik heb altijd grote honden gehad, dan laten ze je met rust.’
André: ‘Op een gegeven moment ben ik door majoor Bosshardt naar binnen gehaald, toen de Gastenburgh nog wat was. In de Veste heb ik ook gewoond, in het oude gebouw bedoel ik. Daar werkten toen allemaal leuke mensen. Nu zit ik alweer acht jaar hier op mezelf in een mooi optrekje met een flinke tuin. Als mijn glasverzekering het zou dekken, zouden de F-jes zo bij mij in de tuin kunnen komen voetballen.’
Mijn hond is een schat van een beest
‘Grote honden heb ik trouwens nog steeds,’ benoemt André. ‘Mijn vorige hond heette King, een fantastisch exemplaar. Daar zat een behoorlijk slokje wolf in. Perla heet de hond die ik nu heb, een kruising tussen een Duitse herder en een Mastín Español. Ze is nu een jaar oud en weegt 54 kilo. Dat wordt wel een kilootje of tachtig. Een schat van een beest, mijn grote knuffelpuppie. Ze luistert goed.’
Bekend in de buurt
André: ‘Ik sta altijd vroeg op. Dan loop ik een stuk met de hond en haal ik koffie bij een hotel hier in de buurt. Wat dat betreft woon ik hier ideaal. Het Westerpark is aan de overkant van de weg. Ze kennen me in de hele buurt, vanwege Perla en omdat ik vaak pakketjes aanneem.’
Hoe is André aan zijn nieuwe baan gekomen?
Gewoon, door een praatje te maken, legt André uit. ‘Er stonden hier even verderop een paar verkeersregelaars. Ik raakte met ze aan de praat en op een gegeven moment zegt d’r een: waarom kom je niet bij ons werken? Zo gezegd, zo gedaan.’
Maar, dat is natuurlijk niet alles. André vertelt: ‘Ik heb er speciaal een training voor gedaan en een VOG aangevraagd. Ik heb een pak van ze gekregen, een portofoon en een telefoon. Binnenkort ga ik nog twee andere diploma’s halen. Je kunt zelf aangegeven wanneer je beschikbaar bent en hoeveel je wilt werken. Dat gaat via een app, daarmee kun je het hele schema zien.’
Hoe is het voor André om verkeersregelaar te zijn?
‘Je moet als verkeersregelaar gewoon een dictator zijn, nog duidelijker dan duidelijk,’ benoemt André. Dat had hij natuurlijk bij de marine al geoefend. ‘En iedereen is voor mij gelijk, zeker in het verkeer.’
André vertelt ook: ‘Het betaalt goed. Ik ga veel diensten draaien, want ik wil volgend jaar eindelijk weer een keer fatsoenlijk op vakantie. Maar los van het geld ben je ook gewoon lekker bezig. Je spreekt allerlei andere mensen. Je bent buiten.’
Hoe is het om ambulante begeleiding van HVO-Querido te krijgen?
André: ‘Ik ben zeer goed te spreken over mijn begeleider. Als er eens een keer een probleem is, dat lost zij dat op. In een handomdraai. Zolang ik haar heb, gaat het uitstekend, als een soort goeie karma.’
Wat houdt die ondersteuning dan in? ‘We praten samen niet alleen over problemen, maar ook over leuke dingen,’ gaat André verder. ‘We praten eigenlijk over het leven. Ze is ook altijd heel goed met mijn honden en neemt vaak iets lekkers voor ze mee.’
Wel een sociaal leven, geen schulden meer
André: ‘Op straat had ik het sociale leven van een zeekomkommer. Het was net of ik altijd in de tweede versnelling bleef hangen. Dat gaat nu steeds beter. Ik heb nu al ruim drie jaar mijn shit op orde. Geen schulden meer, alles geregeld. Ik ben nu een soort burgerman: iemand met een normaal, regulier leven.’
Meer verhalen over bewoners en hun werk
Onze bewoner Shirkani is bijvoorbeeld vrijwilliger bij het asielzoekerscentrum in Noord. Ton is mantelzorger en Manu werkt 5 dagen per week bij een kwekerij. Ricardo vult zijn werkweek met drie verschillende banen: ‘Twee dagen per week werk ik bij een café, één dag kook ik voor jongerenavonden en één dag ben ik kapper. Ik ga ook nog een dag naar school.’ En oud-bewoner Desiree ziet haar werk als een goede reden om uit bed te komen.



