Nico van der Meer (1950) woont nu bijna twee jaar in pensiontehuis De Vaart. Vroeger woonde hij in het Passantenhotel van HVO-Querido, in de Gastenburgh van het Leger des Heils, op straat en daarvoor overal.
Hoewel hij is Delft is geboren, is zijn tongval onvervalst Haags. Nico vertelt: ‘Ik heb altijd zelfstandig gewerkt, in de bouw. Eigen bedrijf, funderingen deden we en verdienden goed. In Amerika en door heel Europa. Ik heb altijd Mercedes gereden. Maar ja, een scheiding en toen kreeg ik ook nog bloedproppen in mijn kop en raakte ik de weg kwijt. Het was zowat afgelopen met me.’
Ik hoef me in De Vaart niet te schamen als ik mijn zoon ontvang
Meneer Van der Meer is goed te spreken over De Vaart. ‘Het is gigantisch hier, echt top. Ik kwam hier met mijn hele hebben en houden in twee plastic zakkies. Nu heb ik een eigen appartement met van alles erop en eraan. Ik heb een zoon van 31, die zit ook in de bouw. Hij verdient goed, maar rijdt geen Mercedes. Hij is zuiniger dan zijn vader. Mijn zoon komt hier gewoon op bezoek. Je hoeft je hier niet te schamen als je iemand ontvangt.’
Met een eigen keuken heb je wat te kiezen
Momenteel is HVO-Querido bezig de veertig wooneenheden van De Vaart te voorzien van nieuwe keukens, zodat bewoners beter in staat zijn zelfstandig in hun maaltijden te voorzien. Meneer Van der Meer juicht dit toe. Zijn woning is al verbouwd.
Nico vertelt: ‘Kijk, het is heel simpel, smaken verschillen. Met een eigen keuken kan je zelf eens wat maken. Ik bak sudderlappen, biefstuk, Hollandse kost. Ik eet ook graag nasi hoor, maar dat haal ik bij de Chinees, die kan dat veel beter klaarmaken. En tussen de middag kun je een eitje bakken of een worstje. Weet je wat heel lekker is uit de magnetron? Bapao, een broodje uit Indonesië. Het personeel eet zelf ook mee, met zijn allen, dat is altijd gezellig.’
De Vaart heeft het goed geregeld voor dakloze mensen
‘Het is in Nederland behoorlijk goed geregeld voor dakloze mensen,’ vertelt Nico. ‘Vooral de laatste jaren is het beter geworden. Vergeleken met vroeger kan ik nu al met heel weinig tevreden zijn. Er komen hier vrienden over de vloer. Een babbeltje, een biertje. Ik draai graag plaatjes. Ik train mijn kop met sudoku. Ik ben gauw tevreden.’
Hoe ziet Nico de toekomst?
Nico vertelt: ‘Ik wil in Amsterdam blijven wonen, meer op mezelf. Overal, behalve in de Bijlmer. Het is moeilijk, maar ik wil mezelf dwingen het te doen.’

