Nieuws

‘Motiveren is onze core business’

Teammanager Jeltje Bunt heeft de afgelopen tien jaar met hart en ziel op diverse plekken en posities binnen onze organisatie gewerkt. Nu gaat zij ons verlaten om een nieuwe uitdaging aan te gaan. Op de valreep vindt zij nog even tijd om kort terug te blikken op haar avonturen bij HVO-Querido.

2008

Op 1 januari 2008 kwam Jeltje Bunt (1970) in dienst bij HVO-Querido na een carrière in de verpleging. Eerst als woonbegeleider 3, de voorloper van de functie zorgcoördinator, bij de Aak. Daarna als trainee teamleider en al snel werd ze teammanager van de Veste. Een tijd lang deed ze toen de naastgelegen afdeling de Rijswijk erbij en inmiddels is zij alweer enkele jaren teammanager van het Anton de Komplein en Fleerde, beide in Amsterdam Zuidoost.
In een vraaggesprek (kijk hier) met Jack Groen uit 2009, een jaar na haar aantreden als leidinggevende bij de Veste, verklaarde Jeltje Bunt dat een goede manager zichzelf misbaar maakt.

Waren dat profetische woorden?

2009

‘Het was destijds de titel van mijn afstudeerproject. Daarin gaat het onder meer over teams die op eigen kracht kunnen functioneren en zelfsturend zijn. In die zin liep ik bij onze organisatie een beetje voor de muziek uit. Je kunt ook zeggen dat HVO-Querido een kleine tien jaar nodig heeft gehad om langszij te komen, haha.’

Waarom ga je weg?

‘Het is een samenloop van omstandigheden. Het begon met een presentatie van bestuurder Clemens Blaas over zelforganisatie. Ik dacht: wat zijn voor mij dan nog de uitdagingen? Waar moet je dan aan bouwen? Het onderwerp interesseert me wel, daarom ben ik ook in de regiegroep zelfsturing gegaan, het heet inmiddels krachtgericht organiseren. Je kunt er maar beter middenin zitten, dan kun je meedenken en invloed uitoefenen.
Verder is het nogal praktisch. Ik heb hier tien jaar gewerkt, ik ben nog onder de vijftig, als ik nog iets anders wil, moet ik het nu doen.’

In 2010 met Eddy en Chris, bewoners van de Rijswijk

Wat ga je nu doen?

‘Op 1 december ga ik aan de slag als manager/accounthouder bij de Forensisch Medische Maatschappij Utrecht. Dat is een landelijke organisatie die eerstelijnszorg regelt voor allerlei organisaties, zoals gevangenissen en tbs-klinieken, maar ook voor Schiphol bijvoorbeeld. Ik word contactpersoon voor de instellingen in een van de vier rayons en moet er onder meer voor zorgen dat er genoeg goede huisartsen zijn. Volgens mij komen alle beroepsvelden waar ik tot nu toe in heb gewerkt samen in deze baan. Ik heb er veel zin in en vind het tegelijk ook spannend en een beetje eng. Je laat toch tien jaar en een vertrouwde omgeving achter je.’

November 2017 voor de locatie Anton de Komplein

Hoe kijk je op HVO-Querido terug?

‘Heel blij en tevreden. Ik heb heel veel kansen gekregen, veel vertrouwen en veel dingen kunnen creëren en ontwikkelen. Ik heb het natuurlijk ook wel heel erg getroffen met mijn teams, dat zijn superzelfstandige mensen, heel taakvolwassen. Ik ga dan ook met een goed gevoel weg.’

Op stap met de Rijswijk in 2011

Hoe zou je HVO-Querido typeren?

‘HVO-Querido is een hippe organisatie die voorop loopt in de stad en waar de meest betrokken mensen werken die ik ooit heb gezien. En daar gaat het om, want als je geen goede medewerkers weet te vinden en te houden, dan heb je geen organisatie. Onze medewerkers kunnen als geen ander cliënten motiveren. Motiveren is onze core business. De meeste cliënten met wie ik heb gewerkt zijn, haast van nature, zorgmijdend. Elke stap die ze zetten vereist overredingskracht van onze professionals. Vaak is daar een lange adem voor nodig, want het kan lang duren voor de cliënt gemotiveerd raakt. Uiteindelijk willen de meeste mensen hetzelfde. Ze willen ertoe doen, ze willen trots kunnen zijn, een woning en hun leven op de rit.’

Outdoor met Fleerde in 2016

Wat maakt iemand tot een goede hulpverlener?

‘Dat is iemand die betrokken is, bereid om te leren en met een gezonde afstand en nabijheid tot de cliënt. Iemand die denkt in mogelijkheden en zich kwetsbaar op durft te stelen. Een stoer mens, geen barbiepopje. En je moet gevoel voor humor hebben en dingen kunnen relativeren.’

Waar ben je het meest trots op?

Op tv als het Anton de Komplein in 2014 is genomineerd voor een architectuurprijs

‘Op het Anton de Komplein. We hebben hier met zijn allen echt iets goeds neergezet. Er was veel werk te doen en zelf was ik inmiddels gegroeid, ik wist hoe processen verlopen, dus ik kon het heel bewust aanpakken. Maar ik ben ook trots op team Fleerde en de verhuizing van de oude naar de nieuwe Poeldijkstraat was ook heel mooi. Net tijdens die overgang van het ene naar het andere pand kwamen we in de winteropvang terecht. Stond ik op het NOS Journaal en Hart van Nederland met matrassen te slepen. Als ik in die tijd op het Centraal Bureau kwam zeiden ze plagerig: goh, je kunt ook echt werken. Maar diverse wildvreemde mensen spraken mij daarna in mijn woonplaats aan om te zeggen dat ik zulk goed werk deed. Dat draagt bij aan de beeldvorming over ons werk en dat is ook belangrijk.
Bij de Poeldijkstraat was de bestrijding van overlast in de buurt een aandachtspunt. Maar toen we burgers op het Delflandplein daarnaar vroegen, bleken ze zich het meest te ergeren aan scholieren op brommertjes. Terwijl het vingertje altijd makkelijk naar onze cliënten gaat. Dat was echt een eyeopener.’

Aan tafel met de cliëntencommissie in 2016

Het je ergens spijt van?

‘Ja, ik ben te lang teammanager geweest van de Veste en de Rijswijk tegelijk, terwijl ik dat niet helemaal aankon. Die teams heb ik toen tekort gedaan omdat ik ze niet de aandacht kon geven die ze nodig hadden. Maar ik heb er van geleerd. Ik laat zaken niet verwaarlozen en vraag sneller om hulp.

Wat zie je als de grootste verandering in die tien jaar?

Bij de familiedag van het Anton de Komplein in 2016

‘Het is zakelijker geworden. We geven cliënten nu meer kansen maar vragen daar ook iets voor terug. Vroeger kon je tot in de eeuwigheid bed, bad en brood krijgen, nu kom je in een traject en werk je ergens naartoe. De grenzen tussen maatschappelijke opvang en beschermd wonen vervagen gelukkig steeds meer.
Ik hoop dat we steeds meer op een lerende manier gaan kijken naar een incident. We kunnen daar beter een beetje ontspannen mee omgaan. Wij moeten zorgen dat mensen niet terugvallen en werken aan stabilisatie en ontwikkeling. Ik hoop ook dat ons werk zich steeds meer richting preventie zal bewegen.’

 

 

Reacties ( 0 )

    Geef een reactie

    Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *