Marieke Hartendorf is al bijna tien jaar een trouwe bezoeker van het Centrum Robert Koch van HVO-Querido, voorheen DAC Linnaeushof. Naast zingen in het koor van het centrum, is tekenen haar favoriete bezigheid. Hieronder vertelt zij waarom.
Marieke Hartendorf is in 1947 geboren in Nijmegen. ‘Ik kom uit een warm nest, maar we waren beslist niet rijk. Mijn ouders waren keihard werkende mensen. Mijn vader was loodgieter, mijn moeder moest er ook bij werken. Wij waren met vier meisjes thuis en mijn ouders wilden dat wij het beter kregen dan zij. Mijn zusjes gingen naar de mulo en ik naar de mms, de middelbare meisjesschool. Daar was mijn vader heel trots op.’
Een echt beroep
‘Als kind was ik altijd bezig met tekenen en verhaaltjes schrijven, maar ik kom niet bepaald uit een artistiek milieu,’ legt Marieke uit. ‘Er was bij ons thuis geen sprake van kunst of museumbezoek. We hadden wel een paar prentenboeken met mooie glimmende plaatjes. De krant die wij thuis hadden, De Gelderlander, heeft ook een keer een tekening van mij geplaatst. Iedereen was daar supertrots op.’
Marieke gaat verder: ‘Mijn vader dacht helaas dat je als kunstenaar geen droog brood verdiende, niet geheel onterecht waarschijnlijk, en alsnog wil ik graag illustrator worden. Toen zijn we er op uit gekomen dat ik tekenjuffrouw zou worden, want dat was tenminste een echt beroep. Daarvoor heb ik een jaar de Katholieke Leergangen in Tilburg gevolgd, maar dat is helemaal misgegaan. Dat was heel veel technisch tekenen en daar wist ik niks van af. Uiteindelijk haalde ik alleen voor vrij tekenen wat punten en zou ik blijven zitten, maar er was geen geld om het over te doen.’
Veel verschillende banen en manie
Marieke vertelt: ‘Toen heb ik in een heleboel verschillende baantjes gehad in Nijmegen en begonnen de toestanden, zoals ik het nu maar noem. Ik ben namelijk manisch depressief, maar dat wist ik toen niet. Ik was het natuurlijk al wel, het is namelijk aangeboren. Bij mij is de diagnose uiteindelijk pas in 1991 gesteld. Ik ben altijd vooral manisch geweest en heb maar één keer in mijn leven een echte depressie gehad. Het einde daarvan was heel gek, van de ene op de andere dag werd ik van heel depressief heel vrolijk.’
Alles doen wat God verboden heeft en braaf naar de psychiater
‘Inmiddels was het de tijd van flower power en hippies,’ vertelt Marieke. ‘Ook ik deed alles wat God verboden had en ben ik een paar keer kort opgenomen geweest. Toen dachten ze dat het wel van de drugs zou komen. Ze gaven alles de schuld, maar niemand heeft toen goed naar mij gekeken. Achteraf denk ik dat ik al die drugs juist nam omdat ik manisch was en niet andersom.’
‘Nu gebeurt er niet meer zoveel met mij op dat vlak,’ benoemt Marieke. ‘Ik slik braaf mijn pillen en ga even braaf op gesprek met psychiater nummero zoveel. Je wordt er hoogstens een beetje laconiek van na een tijdje. Ik heb al zoveel hulpverleners gehad. Zo moet je op gesprek bij de Riagg en dan heet zo’n instelling ineens weer heel anders.’
De kliniek in en het huis uit
Marieke: ‘Openomen worden aan het eind van de jaren zestig was geen lolletje. Dat waren echt klinieken op zijn ergst, vastbinden, platspuiten, dat kun je je nu haast niet meer voorstellen. Coudewater bijvoorbeeld, bij Rosmalen, vond ik afschuwelijk. Ik beleefde het als een straf en liep telkens weg om vervolgens nog erger in de problemen te komen. Ik stond dan op de telex dus ik werd toch altijd weer opgepakt.’
‘Op mijn achttiende ben ik het huis uitgegaan,’ vervolgt Marieke. ‘Dat was een vreselijke teleurstelling voor mijn vader. Ik was tenslotte de dochter die kon leren en die een goede baan zou krijgen. Daar heb ik me nog een hele tijd schuldig om gevoeld.’

Challenged by Neptune, krijt
Studeren en naar Marrakech
‘Toen er weer een klein beetje rust in mijn leven leek te zijn, heb ik mijn diploma Kinderbescherming B gehaald,’ benoemt Marieke. ‘Ik heb een tijd als groepsleidster gewerkt in een kindertehuis. Daarnaast volgde ik aanvullende opleidingen, zoals speltherapie en pedagogiek. Toen zat het me van de ene op de andere dag plotseling allemaal te hoog en wilde ik weg en iets heel anders. Ik ging veel uit, dansen, blowen, trippen en drinken. Ik had het idee dat ik naar Marrakech moest gaan. Dat was een bijna magische bestemming in die tijd.’
‘Marokko heb ik nooit gehaald,’ zegt Marieke. ‘Ik kwam in Düsseldorf terecht, in een commune. Ik was toen heel erg in de war, ik wist soms niet eens meer hoe ik heette. Toen ben ik via een inrichting in Venray in Amsterdam terechtgekomen. Aan de Lauriergracht was een alternatief opvangcentrum. Daar zaten verslaafden, psychiatrische patiënten en zelfs gedeserteerde Vietnamveteranen door elkaar.
Ondanks alles weer aan het werk
Marieke: ‘Daarna kreeg ik een piepklein woninkje in de Jordaan, vlakbij café De Prins. Dat was zo klein dat de huur minder dan vijftig gulden was. Later woonde ik daar vlakbij op een woonboot, heel primitief. Ik heb toen werk gevonden in een jongerencentrum in Huizen, Noord Holland, opnieuw als groepsleidster. Dat was soms behoorlijk heftig. Die jongeren waren meestal heel aardig, zeker als individu, maar soms konden ze ineens als groep enorm dwarsliggen. Dan verbouwden ze letterlijk de tent. Op een gegeven moment kon ik er niet meer tegen en kwam ik in de ziektewet terecht. Privé was er ook van alles mis met mij, met de liefde en zo. Ik heb toen ontslag genomen. Dat was achteraf heel stom, want zo had ik geen centen meer.’
Naar Nieuw Zeeland
‘Ik besloot toen om naar Nieuw Zeeland te gaan, zo ver mogelijk weg, om nooit meer terug te komen,’ vertelt Marieke. ‘Een broer van mijn vader zat daar en zo begon ik in Invercargill en van daaruit heb ik rondgetrokken. In die periode was ik volgens mij echt knettergek, maar dat valt daar niet op want je hebt daar weinig mensen en in verhouding heel veel aparte, onaangepaste figuren. Je mag daar zijn wie je bent. Je kunt er net zo vrij zijn als in je verbeelding voor een leeg vel papier. Het zijn over het algemeen echt aardige mensen in Nieuw Zeeland. Op een gegeven moment kwam ik in Okarito, dat is een baai aan de westkust van het zuideiland. Prachtige natuur, ik woonde er in een voormalig huisje van goudzoekers, bijna voor niks.’
Geïnspireerd door Keri Hulme
‘De schrijfster Keri Hulme woonde ook in Okarito. Toen ik haar voor het eerst zag, stond ze met grote laarzen in de zee en was behoorlijk stoer. Ze dronk als een kerel en rookte een pijp. Zij heeft me geleerd hoe ik mosselen kon vangen,’ vertelt Marieke.
‘Ik heb twee tekeningen gemaakt op basis van Keri’s poëzie,’ benoemt Marieke. ‘Vrij letterlijke weergaven van fragmenten uit die gedichten. Je weet nooit of je zo de betekenis benadert. Tijdens mijn verblijf in Nieuw Zeeland heb ik een schetsboek bijgehouden met tekeningen van mensen die ik ontmoette, van situaties en indrukken. Een aantal van die tekeningen ben ik nu, ruim dertig jaar later, opnieuw aan het uitwerken in vetkrijt. Niet in precies dezelfde vorm natuurlijk, dat zou geen uitdaging zijn, maar je kunt het oorspronkelijke beeld er wel heel goed in herkennen.’
Terug naar Nederland
Marieke: ‘In Nieuw Zeeland heb ik een man leren kennen, Allister, een visser. Hij wilde met mij trouwen, maar is helaas verdronken. Hij is van de loopplank gevallen. Iedereen zei dat ik er absoluut niks aan kon doen, maar ik voelde me toch op de een of andere manier schuldig en kon er in ieder geval niet meer blijven.’
Rietveld-studie afronden
‘Terug in Nederland heb ik in de avonduren de Rietveld gedaan en ook afgemaakt,’ vertelt Marieke. ‘Daar heb ik nog les gehad van Peter van Straaten, een van de weinige docenten die tekenen serieus nam. Voor de anderen stond schilderen in veel hoger aanzien. En ik ben nu eenmaal een tekenaar. Ik heb nog een mooie pen van Peter van Straaten gekregen bij mijn afstuderen.’
‘Daarna zat ik opeens thuis en hoefde ik niks meer,’ gaat Marieke verder. ‘Mijn moeder ging dood, mijn zusje is in die tijd veel te vroeg overleden en ik zat thuis niks te doen. Toen werd ik ook ziek, kanker. Twee keer. Daar ben ik gelukkig van genezen, maar ik heb nu wel een hoop andere fysieke toestanden. Hartklachten, reuma, ik loop zowat de deur plat bij het AMC.’
Bij Centrum Robert Koch kun je zijn wie je bent
Marieke: ‘Die ziekte en de onzekerheid, ga ik nu dood of niet, moest ik op de een of andere manier verwerken door iets om handen te hebben. Toen ben ik in 2005 gaan zingen en tekenen bij Centrum Robert Koch. Langzamerhand kwam ik steeds vaker, leerde ik meer mensen kennen en ging ik hier ook andere dingen doen. Ik voel me hier op mijn gemak. Je kunt hier ook zijn wie je bent.’
Meer kunstzinnige verhalen lezen
Lees verder in onze andere cliëntverhalen. Tussen onze bewoners zitten namelijk veel meer kunstzinnige types. Schilders, dichters, noem het maar op. Klaas ziet zijn kunst als business. Charlotte maakt juist kunst uit het hart. Ton maakt kunst die leven uitstraalt. Carel gebruikt tekenen en schilderen om zich te concentreren, om zijn geest te scherpen. Kunst maken helpt bewoner Henk met zijn angststoornis. Marlon laat zich voor zijn poëzie inspireren door boeken die je geestelijk welzijn helpen verbeteren. Maaike combineert fotografie en schilderkunst. Mevrouw Voogd was van kinds af aan al bezig met kleur en vorm. Ook bij Sonja zat het kunstzinnige er al vroeg in.









