Harold is in 2001 voor het eerst ingetrokken in het pension Varikstraat van HVO-Querido in Zuidoost. Toen was dat nog een zelfstandige woonlocatie. Inmiddels valt de Varikstraat onder Team Zuidoost. Zij bieden tegenwoordig ambulante begeleiding aan cliënten die zelfstandig wonen. In de tussentijd heeft Harold bij het Judith van Swethuis gewoond en is hij sinds 2015 weer terug in de Varikstraat.
Geboren in Paramaribo kwam Harold in Nederland toen hij 12 jaar oud was. Meneer Bihari: ‘Wij gingen meteen in Amsterdam Zuidoost wonen en ik ben daar nooit meer weggegaan. Ik ben al 42 jaar Amsterdammer, een echt stadsmens. Als kind wilde ik altijd graag in een winkel werken. Dat is deels gelukt, ik heb op markten gestaan met groente en fruit, en bij de Makro.’ Harold is ook automonteur geweest, heeft in een kauwgumfabriek gewerkt, tuinierder geweest op een begraafplaats en werkt nu drie dagen per week als inpakker. ‘Servetten en verjaardagskaarten inpakken is best leuk werk. Je verdient er alleen niet veel geld mee.’
‘Mijn vader was kapper en knipte mijn haar altijd. Allebei mijn ouders zijn inmiddels al een tijdje overleden. Ik heb nog wel vier zusters en twee broers, daar heb ik een heel goed contact mee,’ zegt Harold.
Hoe vindt Harold het om in de Varikstraat te wonen?
‘In het vorige begeleid wonen project waar ik zat, vond ik geen rust. Bij HVO-Querido, in de Varikstraat wel,’ vertelt bewoner Harold. ‘Het is hier schoon en rustig en je hebt een ruime kamer. Dat bevalt me goed, al is het duur om hier te wonen. In 2003 heb ik even op mezelf gewoon, maar dat was al helemaal te duur. Toen kwam ik weer terug bij HVO-Querido.’
‘Ik gebruik al een jaar of zes geen heroïne meer, alleen methadon,’ legt meneer Bihari uit. ‘Sinds ik in de Varikstraat woon, heb ik maar één keer cocaïne gedaan. Hier mag je gebruiken op je kamer en zijn ze niet zo streng. Zelf gebruik ik af en toe, maar niet zoveel hoor.’

Meneer Bihari vindt rust bij de Varikstraat, foto Jildiz Kaptein (2001)
Hoe zelfstandig woont Harold in het pension?
‘Het is fijn om je eigen kamer te hebben,’ benoemt Harold. ‘Je kunt gaan en staan waar je wilt. Zelfs tot een uur in de nacht uitgaan. Je hebt je vrijheid en kan doen wat je wil. Ik ben ook heel tevreden over mijn mentor, dat is mijn begeleider. Hij zorgt dat alles goed gaat met mijn papieren en zo. En als ik problemen heb, dan kan ik bij hem terecht.’
Hij voegt toe: ‘Ook is het fijn dat ik op dinsdag altijd wierook op mijn eigen kamer kan branden. Vanwege mijn geloof.’
‘Met de mensen hier in huis heb ik niet echt heel veel contact, maar ook geen moeilijkheden,’ gaat Harold verder. ‘Ik kan wel opschieten met ze en af een toe en praatje maken, is toch wel prettig. En we koken samen. Schoonmaken, boodschappen doen en koken doen we zelf. Je hebt nu eenmaal je taken te doen, ook als je geen zin hebt. Ik wil niet opscheppen, maar koken lukt me vrij aardig. Als Hindoe eet ik geen rund, dus ik maak graag makreel of stokvis. Of kip met kool. Het liefst eet ik zoetzure Chinese kip met gepelde tomaten. Heel lekker, al zeg ik het zelf.’
Samen koken voor de rest van de bewoners
‘Ik ben een van de zeven bewoners die koken voor de groep van veertien mensen,’ vertelt Harold. ‘De anderen kunnen dat niet, die doen weer andere dingen als corvee. Ik vind koken helemaal niet moeilijk. Je moet in het begin even wennen aan de hoeveelheid. Ik ben best tevreden over het eten hier. De bewoners zijn makkelijke eters. We hebben eigenlijk nooit gezeur over het eten. Ik doe dan ook mijn best om niet te gekruid te koken. Potjes met peper staan op tafel, zodat mensen dat er apart bij kunnen nemen.’
Erop uit met elkaar
‘Binnenkort gaan we met zijn allen bowlen, dat is gezellig. Bij speciale gelegenheden gaan we heel soms uit eten,’ benoemt Harold. ‘Vroeger gingen we elkaar jaar naar de bioscoop, dat zou ik wel vaker willen. Laatst hadden we bingo gespeeld. Dat was heel leuk.’

Meneer Bihari woont al voor de tweede keer bij de Varikstraat (foto uit 2015)
‘Eerst mezelf goed krijgen’
Voordat Harold naar de toekomst kijkt, focust hij eerst op het heden. ‘Ik blijf hier een tijdje wonen. Ik moet eerst mezelf goed krijgen,’ vertelde hij in 2001. ‘Toen ik net in de Varikstraat kwam, woog ik 48 kilo. Nu weeg ik ruim 60. Ik kom helemaal bij.’
En daarna? ‘Binnenkort ga ik kijken op het DAC. Daarna ga ik werken, waarschijnlijk eerst voor halve dagen,’ zegt Harold.
Inmiddels werkt hij dus drie dagen per week als inpakker en maakt hij plannen voor de toekomst. Harold: ‘Wonen in de Varikstraat gaat wel goed hoor, maar ik blijf hier niet. Nog een paar jaar en dan ga ik doorstromen. In ben nu bijna 54, je moet door in het leven. Ik zou het liefst in Amsterdam Oost gaan wonen, dat vind ik een lekkere buurt en daar ken ik ook mensen. De buurt van de Varikstraat is ook wel oké.’
Zoek jij ook een plek om tot rust te komen?
Bekijk dan de pagina’s over onze Amsterdamse respijthuizen, passantenhotels en passantenpensions. Daar vind je meer informatie over wat je kunt doen als je het thuis even niet redt. Of als je een tijdelijke woonplek nodig hebt. We denken graag met je mee over de mogelijkheden als je wel of geen extra ondersteuning nodig hebt.
Weet je nu al dat je wat meer of langere hulp nodig hebt? Bekijk dan jouw mogelijkheden voor bijvoorbeeld beschermd wonen.

