Dit jaar viert Passantenhotel Boerhaave van HVO-Querido in de Tweede Boerhaavestraat alweer zijn twintigjarige jubileum. Edgar Nijman is er sinds deze zomer van de gasten. Hij vertelt hoe hij in het hotel terecht is gekomen, wat het hem brengt en hoe hij de toekomst ziet.
Lees op de Passantenhotel-pagina om te ontdekken wat dit woonconcept precies inhoudt.
‘Een echte Amsterdammer ben ik, geboren en getogen,’ vertelt Edgar. ‘Zuid is nog steeds mijn favoriete plek in Amsterdam. Mijn beste vriend was daar mijn buurjongen. We zijn nu vijftig jaar vrienden, dat is bijzonder en waardevol. Aan hem heb ik echt veel steun gehad, met geld maar ook met interesse. Mentale steun. Zorg dus dat je een maatje hebt, eentje waar je echt eerlijk tegen kunt zijn.’
Nooit wat te kort gehad
Ondanks dat Edgar een goeie jeugd had, is hij na het overlijden van zijn ouders toch bij HVO-Querido uitgekomen. ‘Mijn vader was boekhouder en andragoog, mijn moeder revalidatiearts. Ik had nooit honger, wel altijd trek, haha. Mijn ouders waren altijd druk aan het werk voor anderen. Uit roeping. Maar ik kwam nooit iets te kort.’
‘Door administratieve fouten raakte ik mijn huis in De Pijp kwijt en ben ik ingetrokken bij mijn vader,’ vertelt Edgar. ‘Toen hij overleed, mocht ik niet in zijn woning blijven en ben ik bij mijn moeder in Rotterdam ingetrokken. De verhuurder met wie ik een akkefietje had in De Pijp, bleek namelijk ook de verhuurder van het huis van mijn vader te zijn. Daar ben ik nog niet klaar mee. Ik houd meer van backgammon, maar in het contact met instanties moet je ook kunnen schaken. Na het overlijden van mijn moeder stond ik op straat, in de twilight zone.‘
‘Mijn spullen zaten in de opslag en ik sliep op straat daar in de buurt,’ gaat Edgar verder. ‘Dat geeft minder stress als je weet dat je spullen veilig zijn en dat je erbij kunt. Op een gegeven moment stond ik ingeschreven met een postadres bij HVO-Querido. Dat is echt je redding als dak- en thuisloze, dat je toch post kan krijgen. Hele aardige mensen daar achter de balie, trouwens.’
Hoe is Edgar bij HVO-Querido gekomen?
‘Vanuit dat postadres is het balletje gaan rollen,’ legt Edgar uit. ‘Ik kreeg een aanbieding om te gaan wonen in het Passantenhotel. Eerst was ik niet helemaal blij, want in het begin moet je een kamer delen. Maar nu heb ik een eigen kamer. Na vijf jaar heb ik eindelijk weer een ruimte voor mezelf, mijn eigen privé. Grof gezegd, ik kan nu weer een scheet laten wanneer ik zelf wil. Nu pas kan ik ook tot rouwverwerking komen.’
‘Het fijne aan het Passantenhotel is dat je bij elkaar zit met lotgenoten,’ benoemt Edgar. ‘Iedereen met zijn eigen verhaal, maar je hebt wel steun aan elkaar. Gedeelde smart is halve smart. Het klinkt een beetje raar, maar we zijn hier een soort familie geworden.’
Edgar: ‘Ik heb drie kinderen en zij zijn nu ook gerust dat ik weer onder dak ben. Zij baalden natuurlijk als een stekker toen ik dakloos werd. We hebben goed contact en kunnen met elkaar lachen. Twee van hen zijn muzikant. Mijn dochter zingt in een salsaband, echt heel goed, en een zoon speelt in een grote drum- en showband. Hij toert door heel Europa.’
Muziek als redding
De muzikale aanleg van Edgars kinderen hebben ze niet van een vreemde gekregen. Edgar vertelt: ‘In 2004 viel ik van twee hoog naar beneden. Wekenlang heb ik in coma gelegen. Mijn lijf rammelde aan alle kanten. Ik stond op het punt om een eigen sportschool te beginnen en plotseling kon ik bijna niks meer. Daarna begon mijn herkansing. Muziek was mijn redding.’
‘Wat ik nog wel kon tijdens de revalidatie, was luisteren naar mijn favoriete muziek. Muziek is passie, muziek heeft mij er doorheen gesleept,’ legt Edgar uit. ‘Earth, Wind & Fire, George Benson, Maze, Al Jarreau. Als ik dan meespeel met mijn percussie en ik doe mijn ogen dicht, dan heb ik het gevoel dat ik live meedoe.’
‘De mensen van het revalidatiecentrum waren trouwens ook fantastisch,’ voegt Edgar toe. ‘Ze zeiden meteen: get a life, de ouwe word je toch nooit meer. Dat vond ik heel verfrissend.’
‘Delen is beter dan hebben’
Edgar: ‘Als liefhebber heb ik een uitgebreide verzameling digitale muziekbestanden. Die liggen nu in de opslag op externe harde schijven. Mijn muziek deel ik ook hoor, via Spotify en zo. Delen is beter dan hebben, dat heb ik van mijn ouders. Delen is ook connectie maken. Zo ben ik over de hele wereld te beluisteren. Het is gewoon leuk om je in muziek en muzikanten te verdiepen. Als je bijvoorbeeld weet dat Luther Vandross eerst de backing deed bij Roberta Flack, dan vallen dingen een beetje meer op hun plaats. Dan kun je er nog meer van genieten.’
‘Zelf heb ik een paar jaar radio gemaakt bij Mart, Multiculturele Amsterdamse Radio en Televisie,’ vertelt Edgar. ‘Dat begon heel gek. Als chauffeur bracht ik een paar jongens, een rapper en een tapdanser, naar de studio en op een gegeven moment vroeg Hans Dulfer, de host, aan mij: Edgar, wat vind jij ervan? Toen moest ik wel iets zeggen natuurlijk en was ik meteen verkocht. Muziek is een uitstekende drager van je boodschap.’
Meer van Edgars interesses
Naast muziek houdt Edgar bijvoorbeeld van dieren. ‘Als kind wilde ik dierenarts worden. Dat kwam ook door tv-series als Daktari en zo. Ik houd van dieren, het meest van honden. Ik heb er verschillende gehad. Mijn favoriet was de Hollandse schapendoes. Op vakantie in Suriname werden ze gek van me, want ik kwam altijd met zwerfhonden aanzetten.’
Verder heeft Edgar veel verschillende dingen gedaan voordat hij bij HVO-Querido kwam. ‘Ik heb mbo sociale dienstverlening en hbo facility management. En veel trainingen en cursussen. Ik heb als kok gewerkt en als administratief medewerker. Chauffeur ben ik geweest en beveiliger bij festivals. Groepsleider bij Huize Middelveld van het Leger des Heils, dat is een tehuis voor jongeren. En bij het SaC, het Sociaal-agogisch Centrum. Bij Huize Paloeloe in de Van Eeghenstraat, dat was speciaal voor Surinaamse en Antilliaanse jongeren. Verhuur- en projectmedewerker bij een woningbouwvereniging. Mijn laatste werk was zakelijk leider bij buurtcentrum Reigersbos.’
Hoe bevalt het Edgar bij Boerhaave?
‘Mijn begeleider is een heel bijzonder mens,’ vertelt Edgar. ‘Zij is heel open en maakt met iedereen een praatje. Ze stelt je op je gemak. Je komt makkelijk met haar in contact. Ik heb hier ook een contactpersoon. Hij helpt me om de dingen weer op orde te krijgen. Ik heb mijn persoonlijke administratie uit de opslag gehaald. Nu breng ik daar chronologie in aan en dan via een stappenplan weer verder. Kort gezegd, deze woonlocatie geeft mij weer moed! Zo is het.’
Edgar: ‘Het eten is hier goed. De mensen ook, ze verdienen echt een pluim Ze houden rekening met iedereen, ze bewaken je privacy en ze gaan respectvol met je om.
Dakloosheid tast je identiteit aan
‘Natuurlijk had ik nooit gedacht ooit dakloos te raken,’ zegt Edgar. ‘Het fijnste vond ik altijd als mijn kinderen op bezoek kwamen. Dat ben je als dakloze kwijt. Het voelt als onrecht, een trap na. Als dakloze voelde ik me behoorlijk in mijn identiteit aangetast. Je ziet mensen kijken en denken: je zult het er zelf wel naar gemaakt hebben. Daardoor kruip je in je schulp. Op straat begon ik me pas te realiseren wat een kostbaar bezit een woning is. Je hebt op straat geen wc, geen kraanwater, geen douche, geen warmte en geen beschutting.’
Hoe kijkt Edgar naar de toekomst?
‘Pluk de dag, zei mijn vader altijd. Als je in de goot zit, is er nog maar één optie en dat is klimmen, anders verdwijn je in het riool. Zolang ik leef zie ik de toekomst positief,’ zegt Edgar. ‘Ook door de muziek. That’s the way of the world, a child is born with a heart of gold, zongen Earth, Wind & Fire al in 1975. En zo is het. Je gaat door, ook daarin ben ik recalcitrant. Een andere vriend van mij zegt altijd: Ed, de aanhouder wint. Opgeven is geen optie. Het liefst zou ik ergens op mezelf wonen in Amsterdam. Verder heb ik alles wat mijn hartje begeert.’







