Nieuws

Nooit een laatste antwoord – Max Huber over zijn promotie

‘Het komt steeds dichterbij, ik begin een beetje zenuwachtig te worden,’ aldus Max Huber, senior onderzoeker bij HVO-Querido over zijn promotie op 10 maart aanstaande aan de Vrije Universiteit. In zijn proefschrift Zeilen op zelfbeheer, het organiseren van empowerment in een institutionele setting, beschrijft hij hoe zelfbeheer, en in het bijzonder ‘onze’ afdeling JES, zich heeft ontwikkeld.

‘Ik ben ook heel blij met het online symposium over zelfbeheer dat we die ochtend ook organiseren,’ vertelt Huber. ‘Het onderwerp is natuurlijk interessant, maar daarnaast vind ik het fijn dat op die manier ook de mensen van JES (Je Eigen Stek) aandacht en credits krijgen. Zij doen het immers, zij brengen zelfbeheer al jaren met verve in de praktijk. De formele verdediging van mijn proefschrift is vooral een academisch feestje.

Verschillende verhalen

Over het waarom van mijn promotie zijn verschillende verhalen te vertellen. Als onderzoeker bij de Hogeschool van Amsterdam begon ik in 2009 onderzoek te doen bij JES. Dat vond ik heel interessant, ik was daar zo door geboeid en tegelijk had ik het idee dat ik alleen nog maar de buitenkant had aangeraakt. Ik moest veel dieper gaan. Sinds die tijd ben ik bij JES betrokken gebleven. Ik zag hierin bovendien veel mogelijkheden voor vervolgonderzoek naar zelfbeheer, zelforganisatie, eigen kracht en empowerment. JES is kortom wetenschappelijk heel interessant.
Een ander verhaal is meer persoonlijk. Ik heb best een lange schoolcarrière achter de rug, ik begon op de mavo en ben wat je noemt een stapelaar. In dat licht wilde ik voor mezelf graag bewijzen dat ik het kan, promoveren. Ik moet hierbij overigens een slag om de arm houden, want in theorie kan mijn proefschrift nog worden afgewezen.
Weer een ander verhaal is de ontwikkeling van mijn vakgebied. Het sociaal werk kent geen grote onderzoekstraditie. Ik hoop dat mijn proefschrift bijdraagt aan de groei van het sociaal werk als academische discipline. Dat er nog niet heel veel wetenschappelijk onderzoek op dit terrein is gedaan komt deels door de opbouw van het sociaal werk, dat uit de aard der zaak een combinatie is van diverse kennisgebieden: sociologie, voor de context, recht en bestuurskunde, voor de voorzieningen, filosofie, voor de grondslagen, en natuurlijk pedagogiek, psychologie en agogische wetenschappen. Wetenschappelijk onderzoek concentreert zich vaak op een van de deelgebieden.
Gelukkig komt er de laatste jaren meer aandacht voor praktijkgericht en toegepast onderzoek. Juist die diverse perspectieven maken het vak zo interessant. In mijn proefschrift kijk ik vanuit vijf verschillende invalshoeken naar JES.

Max Huber tijdens het tienjarige bestaan van JES

Toegankelijk

Op momenten heb ik wel geworsteld om mijn proefschrift te voltooien, maar ik heb er vooral veel lol aan gehad. Het is in mijn geval niet een boek van scratch, maar een bundeling van deels eerder gepubliceerde artikelen. Die zijn dus al beoordeeld, met feedback in tussenstappen. Ik heb zelf de regie gehouden en pas halverwege de rit promotoren benaderd, die met tal van goede suggesties kwamen. Ik reken mezelf echt gezegend met mijn promotoren, want je hoort soms verhalen, daar lusten de honden geen brood van. Mijn promotoren waren zeer betrokken en positief kritisch, waardoor het proefschrift echt beter is geworden.
Het schrijven zelf vind ik heel leuk om te doen. Het is daarbij de uitdaging om het zowel academisch verantwoord als toegankelijk en leesbaar te houden. Ik zie het proefschrift als een basis, een plek waar ik mijn ideeën verzamel. Ik ben van mezelf nogal een beschouwelijk type, ik vind het leuk om over dingen na te denken. Wat zie je als je vanuit verschillende invalshoeken en theorieën naar JES kijkt?

Wat ben ik aan het doen?

Bij mijn overstap van de HvA naar HVO-Querido had ik wat meer scepsis verwacht, maar ik ben aangenaam verrast. Ik heb nog geen enkele collega gehoord die onderzoek eigenlijk maar onzin vindt of theoretisch geneuzel of iets dergelijks. Veel collega’s vinden het juist interessant en leerzaam dat iemand met enige afstand geconcentreerd naar hun werk kijkt. Heel veel mensen vragen zich soms af: wat ben ik nu eigenlijk aan het doen? Maar door de drukte van de dagelijkse praktijk kom je daar vaak niet aan toe.
Als Onderzoeksbureau van HVO-Querido worden we vanuit de organisatie overspoeld met ideeën en onderwerpen om te onderzoeken.

Een onderzoekende mentaliteit

Er is in de hbo-opleiding Sociaal Werk ook het nodige veranderd. Toen ik zelf afstudeerde hoefde je nog geen scriptie te schrijven. Ik moest alleen kunnen laten zien dat ik een goede intake kon doen. Studenten die nu afstuderen krijgen allemaal een basis mee van zelf onderzoek doen, dat hoort er nu gewoon bij. En dat is ook goed, ook al ga je in je werk zelf niet verder met onderzoek aan de slag. Ze kun je bijvoorbeeld makkelijker een beetje sceptisch staan tegenover alle grillen van beleidsmakers.
Een beetje onderzoekend in je werk staan is sowieso goed. Door alle drukte verliezen we ons snel in de waan van de dag. Het komt de kwaliteit van je werk ten goede als je soms even een stapje terug kunt doen. Wat zijn we nu aan het doen? Zodat je goed en gemotiveerd kunt uitleggen waarom je doet wat je doet.
Sommige professionals benadrukken graag hun ervaring en hun intuïtie, het “je hebt het of je hebt het niet.” En dat is ook belangrijk, maar daar overtuig je geen bestuurder mee als je steun zoekt voor jouw aanpak of jouw project. Dan heb je sterke argumenten nodig en daar kan onderzoek heel goed bij helpen.

Max en de cover van zijn proefschrift

Samen

Ik wil graag benadrukken dat ik niet onderzoek naar, maar onderzoek met JES heb gegaan naar zelfbeheer. Dat is een belangrijk verschil. Van de vele bewoners van JES in de loop der jaren wilde een enkeling soms niet meewerken. Prima natuurlijk, dat is ieders goed recht. Veel mensen komen vanuit een grote onrust binnen en hebben, zeker de eerste tijd, wel iets anders aan hun hoofd. Voor veel mensen in een kwetsbare positie is het aanpakken van hun persoonlijke situatie focus nummer één. Dan heb je minder aandacht voor collectieve acties.
Maar de meeste mensen wilden graag samenwerken. Veel bewoners zagen de waarde van het onderzoek in en wilden graag meewerken om de positie van zelfbeheer te ontwikkelen en verbeteren. Door de jaren heen heb ik met meerdere bewoners samen stukken geschreven. JES is een doorstoomhuis, mensen komen en gaan. Als sinds 2009, vlak na de opening, ben ik erbij betrokken, dat is een lange relatie. Ik voel mezelf dan ook behoorlijk vertrouwd en inmiddels een beetje het institutionele geheugen van JES.
Ik ben ook nog niet klaar met JES en met zelfbeheer, daar zit nog zeker tien jaar onderzoek in. Ik ben nog altijd nieuwsgiering en er zijn nog genoeg dingen die ik nader wil onderzoeken. Er is nooit een laatste antwoord op sociale vraagstukken.

Eigen vaardigheden gebruiken

Zelfbeheer is niet makkelijk. JES biedt deelnemers een stabiele basis en de ruimte om op hun eigen manier aan hun problemen te werken. Het is eigen kracht en eigen regie in de praktijk. Je eigen vaardigheden gebruiken en verder ontwikkelen is de constante waarde, dat is de kern van JES. De bereidheid om met elkaar te leren is ook heel belangrijk.
In het begin speelde collectieve belangenbehartiging ook een rol, maar dat is langzaam minder geworden. In die zin is JES meer als een reguliere voorziening geworden. Dat komt ook door de keuze voor inbedding in de keten. Een logische keuze van JES, want buiten de keten krijg je nooit een woning en dan kunnen bewoners niet doorstromen. Dan ga je aan je doel voorbij en het doel van JES is juist onbehuisden aan een huis helpen.’

Woensdag 10 maart symposium en verdediging

 

 

Reacties ( 0 )

    Geef een reactie

    Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *