Peter Lokkerbol (Amsterdam, 1953) is al meer dan 35 jaar in dienst en is inmiddels teammanager van het Judith van Swethuis. ‘Dat ik de zorg in zou gaan, zat al vrij vroeg in het bloed,’ vertelt hij. Hoe kijkt hij terug op de afgelopen decennia? Wat maakt dit werk na 35 jaar nog steeds de moeite waard?
‘Ik ben opgegroeid in de Watergraafsmeer, de mooiste wijk van Amsterdam,’ vertelt Peter. ‘Van de rooms-katholieke basisschool ging ik via LEAO, MAVO, MBO en HBO, een studie rechten doen. Ik ben meer een dieseltje en kwam wat later op gang. Vroeger hielp ik bij de kerk met het verzorgen van ouderen en zieken, maar ging uiteindelijk bij een handelskantoor werken. Dat werd al snel saai, dus heb ik toen een opleiding voor sociale dienstverlening gevolgd. De moeder van mijn toenmalige verkering heeft bij Querido een goed woordje gedaan, omdat ze daar zelf al werkte. Zo kwam ik op sollicitatiegesprek bij Judith van Swet.’
Peter vertelt verder: ‘De zaak was binnen een kwartiertje beklonken. Dr. van Swet vroeg vooral wat mijn vader deed voor de kost. het was meer een soort milieupeiling. Blijkbaar was het antwoord veilig, want ik ging aan de slag als sociotherapeut. In mijn 35 jaar heb ik veel functienamen gehad, maar het gaat gewoon om de passie. De drive om iets voor onze bijzondere doelgroep te kunnen betekenen. Als mensen aan mij vragen wat voor werk ik doe zeg ik: ik ben manager van een hotel met bijzondere gasten.’
Bijzonder om met Judith van Swet te werken
‘Judith van Swet was een heel bijzonder mens,’ benoemt Peter. ‘Als zij ergens binnenkwam, werd het stil en had ze bijna ieders aandacht. Tijdens een kennismaking met een nieuwe bewoner vroeg ze steevast: wat komt u hier doen? De klant mompelde dan iets van een dak boven hun hoofd en dan zei dr. van Swet dat we geen woningbouwvereniging waren, dus dat ze wel konden gaan. Daardoor was het meteen duidelijk dat er iets van de bewoners wordt verwacht. Dat ze moesten werken aan hun eigen herstel. Gelukkig maakte dr. van Swet het snel weer goed dat ze zei dat iemand weer kon gaan.’
‘Ik had een bijzondere band met haar. Het is een volkomen terecht eerbetoon dat de woonlocatie de naam van dr. van Swet heeft gekregen,’ zegt Peter.
Informele sfeer tussen collega’s
‘In 1976 stapte ik dus in de voor mij totaal vreemde wereld van het Queridohuis aan het Robert Kochplantsoen,’ zegt Peter. ‘Dat was er toen net zeven jaar. Ik was onder de indruk van de vrije omgang tussen de personeelsleden. De directeur was een echte Bourgondiër, lekker eten en koken. Hij breide voor elk personeelslid dat een kind kreeg piepkleine sokjes achter zijn bureau.’
‘Ik werkte op de opnameafdeling op de eerste etage,’ gaat Peter verder. ‘Op de tweede etage woonden cliënten die een toenemende mate van zelfstandigheid aankonden. Op de begane grond mochten mensen langer blijven wonen, dat waren mensen met chronische psychiatrische problematiek. De meeste bewoners kwamen uit Santpoort. Cliënten sliepen met z’n drietjes op een opnamekamer en er waren veel groepsgesprekken. Je had toen verplichte deelname aan arbeidstherapie. Daarnaast zat de directie, administratie, P&O en het secretariaat hier voorheen. De halve Queridostichting was er te vinden.’
‘Vroeger hadden we nog wel eens verhitte discussies of we Korsakow-patiënten zouden opnemen. Of we daar dan wel voldoende voor waren ingericht. In het begin hadden we een ziekenboeg en zelfs een separeer,’ herinnert Peter zich.
Veel ruimte voor eigen ideeën
Peter: ‘Ik zat vol ideeën. Zo was ik bijvoorbeeld de eerste die bewonersvakanties organiseerde. Dat is vreemd, dacht ik, we gaan allemaal met vakantie, waarom bewoners dan niet? De eerste vakantie met bewoners in Valkenburg zal ik nooit vergeten.’
‘Ik heb ook introductieboekjes gemaakt voor bewoners,’ legt Peter uit. ‘Daarin werden ze verwelkomd, werden dingen uitgelegd en iets over de huisregels gezegd. Dat soort dingen waren er niet in die tijd.’
Van ziekenhuismodel naar de tegenwoordige tijd
‘Vroeger werkten we veel meer volgens het ziekenhuismodel,’ legt Peter uit. ‘Met een multidisciplinair team was er overleg over de bewoners en niet met bewoners. Ik vind dat er in vergelijking met die tijd behoorlijk wat is verbeterd. Er zijn echt professionele slagen gemaakt. Wij werken nu met 35 personeelsleden voor 65 kwetsbare mensen die onze zorg echt nodig hebben, 55 in huis en 10 in satellietwoningen in de buurt. Mensen die vaak al meerdere malen hun hoofd hebben gestoten en hier een veilige plek vinden waar ze zichzelf kunnen zijn.’
In het heden meer ambulante zorg
Peter: ‘Of de cliëntenpopulatie echt is veranderd weet ik niet. Ik denk dat we vroeger mensen hebben opgenomen die we nu eerder ambulant zouden begeleiden. Aan de andere kant, een psychose is een psychose. Daar is niks aan veranderd. De belangrijkste verandering is hoe wij cliënten benaderen: als een burger met dito rechten en plichten. Dat moet je voortdurend in de gaten houden. Hoe makkelijk zeg je als professional niet iets als “we gaan douchen?”’
Een woonplek maken om aan te raden
‘Vorig jaar hebben we met het hele team van het Judith van Swethuis de visie van HVO-Querido vertaald naar onze dagelijkse praktijk,’ legt Peter uit. ‘Iedere collega zou het Judith van Swethuis namelijk volmondig moeten kunnen aanraden als woonplek. Ook aan je eigen vrienden of familieleden, als die dat nodig hebben. Een goed huis met goede zorg willen bieden is voor mij nog steeds de belangrijkste motivatie. Dat is waarom ik het met gemak 35 jaar volhoud.’
Peter vertelt verder: ‘Ik vind het nog steeds het mooiste werk dat je kunt doen. Er is ook nog veel te doen, want het is nooit klaar. Omdat mensen hier lang wonen, voelt het echt als hun thuis. Daarom willen we een sfeer creëren die huiselijk is en niet als in een instelling aanvoelt. Een bewoner, die al 35 jaar bij ons woont, woont hier nog steeds naar tevredenheid. Daar doe je het toch voor.’
‘Het Judith van Swethuis is echt een gouden ei voor voor mensen die niet zelfstandig kunnen wonen en langdurige zorg nodig hebben,’ gaat Peter verder in 2018. ‘Mensen wonen hier vaak voor langere tijd, dus het is een bijzonder huis en echt hun thuis. Van bezoekers, familieleden en naasten van bewoners hoor ik vaak dat het hier zo’n fijne, warme en huiselijke plek is, mede dankzij de true-doors voordeuren. Daar ben ik natuurlijk trots op. Ze noemen mij hier de pater familias, dat is natuurlijk raar om over jezelf te zeggen.’

Peter en collega Lies tijdens KWIK
In 2018 gaat Peter na 42 jaar met pensioen
‘Mijn afscheid staat in het teken van de verbinding,’ vertelde Peter destijds. ‘Je doet het toch met elkaar. Ik heb altijd zo toegankelijk mogelijk willen zijn, mijn deur staat altijd open, voor medewerkers en voor bewoners. En ik geloof sterk in het behandelen van bewoners als gewone mensen.’
Peter vult aan: ‘De psychiatrie is nog een jonge wetenschap en we zijn er de afgelopen veertig jaar echt op vooruitgegaan. Niet alleen is de medicatie veel beter geworden, maar vooral onze benadering van bewoners is verbeterd. Je bent een soort gids geworden en dat is een positieve ontwikkeling. De bewoner is leidend. Ook ben ik trots op de grotere betrokkenheid van familieleden en onze vergrootte aandacht voor duurzaamheid.’
Naast de huiselijke sfeer, focus op duurzaamheid en grotere betrokkenheid van het netwerk van bewoners, is Peter op veel meer dingen trots. ‘Zorgcoördinatoren heb je nu in de hele organisatie, maar dat begon als een experiment in het Van Swethuis. En dan natuurlijk ons muziekproject KWIK, dat vind ik echt fantastisch.’
Wil jij ook helpen een huiselijke sfeer te maken in een woonopvanglocatie?
Neem dan een kijkje tussen de vacatures en kom eens langs op koffiedate. Zo maak je laagdrempelig kennis met de organisatie en je mogelijk toekomstige collega’s. Heb je een afgeronde, niet agogische, MBO-3 opleiding? Dan kom je als zij-instromer in aanmerking voor de functie ondersteunend begeleider. Heb je een afgeronde, niet agogische, MBO-4 opleiding? Dan kom je als zij-instromer in aanmerking voor de functie persoonlijk begeleider. Bekijk ook de rest van onze vacatures.



