Verhalen

33 jaar en 3 maanden

02 februari, 2021

Mentor, woonbegeleider, intaker, coördinator, activiteitenbegeleider, jongerenwerker, coach, dirigent en meer. Lucas van Dongen is het in zijn loopbaan bij HVO-Querido allemaal geweest. Dat is veel, maar Lucas heeft dan ook meer dan 33 jaar bij ons gewerkt. Nu gaat hij van zijn welverdiende pensioen genieten.

‘Ik ben geboren op Aruba,’ vertelt Lucas van Dongen (1955), ‘en daar, bij Baby Beach, heb ik de eerste acht jaar van mijn leven gewoond. Dat was een en al vrolijkheid, muziek en zon, dat heeft me gevormd. Ik was al multicultureel toen dat woord nog niet bestond.
Mijn vader was Indisch en mijn moeder Brabants. Mijn vader was arts, deed zijn opleiding bij het Canisius in Nijmegen en mijn moeder vond hem een smakelijk exotisch hapje. Toen mijn pa een vacature zag, is hij huisarts op Aruba geworden. De Brabantse familie van mijn moeder vertelde haar dat daar kannibalen op palen woonden, maar zij vond het alleen maar spannend en avontuurlijk.
Eenmaal terug in Nederland woonden wij in Amstelveen, daarna Oosterhout. Heel raar vond ik Holland eerst. Al die tuttige mensen achter hun dichte gordijnen. Er was niks feestelijks aan. Wij waren anders, veel losser.

Lucas van Dongen met een collega van Jonker

Lach

Lucas met collega’s van Jonker

Mijn vader was heel katholiek en heeft negen kinderen gemaakt. Hij heeft altijd priester willen worden, maar werd arts en later psychiater. Ik denk dat ik daarom naar het seminarie in Vught werd gestuurd. Ik had lang haar, was hip, hyper en links, dus dat heeft maar twee jaar geduurd. Toen kwam ik op het Stedelijk Gymnasium in Den Bosch. Ik wilde vooral de wijde wereld in, reizen. In 1979, ik was 23, heb ik een paar maanden low budget door Zuid-Amerika gereisd. Dan kom je jezelf tegen. Het was spannend, er was veel armoede, er waren veel zwerfkinderen. Die kinderen hadden helemaal niks, maar ze konden nog altijd lachen. Die gezichten, daar zat een echte lach op. Dat heeft veel invloed op mij gehad. Mijn moeder was journaliste en lerares op scholen voor moeilijk opvoedbare kinderen, term van die tijd. Ze zong, danste en lachte erop los. In veel opzichten waren we elkaars spiegelbeeld. Grappig dat je daar pas veel later achter komt.

Lucas met collega’s van Jonker

Humor

Lucas met AMA’s bij Jonker

Toen kwam ik in Amsterdam. Kraakpanden, woonboten bij Artis, ik ging bij de giraffen hout halen voor mijn kachel, en bij het CS, een geweldige zorgeloze tijd.
Ik had al eens vakantiewerk gedaan bij Huize Assisië in Udenhout, waar mijn vader geneesheer-directeur was. De bewoners werden toen nog zwakzinnigen genoemd. Mensen daar zeiden: Hé Lucas, jij hebt het in je vingers, jij hebt geen schroom, jij maakt makkelijk contact met patiënten. Dat was het begin van mijn werk in de zorg.
In Amsterdam werd ik gezinshulp bij Humanitas in de Watergraafsmeer. Dat is een grappig toeval, want met DAC Linnaeushof en Centrum Robert Koch kwam ik veel later weer terug in die wijk.
Daarna kwam ik bij de GSD, de sociale dienst, aan het Delflandplein. Daar heb ik discipline geleerd. Je begon om acht uur en als je drie keer te laat kwam vloog je eruit. Aan de balie kwam je veel agressie tegen, ik loste dat met humor op. Via de Bijlmerbajes en het Arbeidsbureau kwam ik uiteindelijk bij HVO terecht. Tijdelijk. Nooit gedacht dat ik 33 jaar en 3 maanden zou blijven.’

Lucas met een AMA bij Jonker

Jonkerhuis

Lucas van Dongen weet het nog als de dag van gisteren. Op 27 november 1987 stapt hij naar binnen bij een voormalig klooster aan de Amsterdamse Vechtstraat waar het dan kersverse Jonkerhuis van HVO is gevestigd, een afdeling genoemd naar de oprichter en in het leven geroepen voor de opvang en huisvesting van vluchtelingen en asielzoekers. Op 1 november dat jaar is de landelijke Regeling Opvang Asielzoekers (ROA) ingegaan. Dit betekent dat alle Nederlandse gemeenten per duizend inwoners twee asielzoekers zullen opvangen. Amsterdam wendt zich tot de woningcorporaties, maar deze zijn niet bereid de huisvesting te verzorgen zonder dat de bewoners worden begeleid en verwijzen de gemeente naar HVO. Het Jonkerhuis doet met tachtig kamers dienst als centrale opvang en kantoor, daarnaast beheert de afdeling honderden woningen in de stad waar asielzoekers worden gehuisvest en begeleid. Na een maand zijn er al meer dan 1200 klanten bij het Jonkerhuis ingeschreven. Soms staan in de Vechtstraat er meer dan 100 mensen tegelijk voor de deur.

Lucas met Kemi, twee voormalige AMA-mentoren

Tijdelijk

‘Het Jonkerhuis, later heette het gewoon Jonker, was nieuw en het was meteen de grootste afdeling van HVO,’ vervolgt Lucas. ‘In naam was Frouco Kramer de eerste directeur, maar de echte bazen waren Jan Schmidt en Fred Blom, die ik “de mannetjes van De Veste” noemde, beiden type joviale Amsterdammer. Het eerste dat ze mij uitlegden was hoe ik iemand er, bepaald niet zachtzinnig, uit moest gooien. Zelf pakte ik het liever pedagogisch aan. Toch klikte het meteen goed. Al na één dag zeiden Jan en Fred: jij bent top, je hebt het in je, we hopen dat je lang blijft.
Ik was daar namelijk tijdelijk, via het uitzendbureau. Ik werkte bij het arbeidsbureau in Amsterdam Noord en dat werd gereorganiseerd, dat moest een zogeheten Job center worden naar Engels model, daarna zou ik daar weer terugkomen. Ik had dus even geen baan toen het uitzendbureau belde: HVO, ken je dat? HVO zocht iemand voor de intake. Iemand met ervaring met lastige klanten die ook wat talen sprak. Het eerste had ik uit mijn tijd bij de Sociale Dienst, het tweede van mijn reizen. En ik ben gebleven. Na mijn functie als intaker werd ik groepsleider en later coördinator. Coördinator vond ik eigenlijk niks, ik werd doodziek van al dat overleg.

Lucas met de Damsko Boys: Patrick, Papieto, Vernon, Joris, Leo, Daphne, Mourad, Casab, Mohamed, Donovan, Bilal en Danny

Ruig volk

Het was een andere tijd. Eind jaren tachtig had je in Amsterdam nog rotte en brandgevaarlijke pensions waar vreemdelingen tegen woekerprijzen konden verblijven.
In 1988 werd Tineke van den Klinkenberg directeur van het Jonkerhuis. Kettingrookster, voormalig wethouder van Amsterdam namens de CPN, het hart op de juiste plaats. Zij stuurt twee jaar later een brief aan Maarten van Traa, Tweede Kamerlid, waarin ze stelt dat een aantal asielzoekers crimineel gedrag vertoont. Dat lekt uit, expres denk ik, en wordt enorm opgeblazen. Dat mocht toen niet worden gezegd en zij moest het veld ruimen, terwijl ze feitelijk gelijk had. Wij hadden niet alleen slachtoffers van oorlogen in huis, maar ook oorlogsmisdadigers en criminelen. Veel ruig volk. Ongeveer iedereen die toen asiel aanvroeg, kreeg een tijdelijke verblijfsvergunning.
Hierna werd Aart Spek directeur van Jonker. Een heel ander type, meer discipline.
De sfeer was in die begintijd een beetje Feyenoord, ondanks het feit dat ik een ras-Ajacied ben. Geen woorden, maar daden. Dat paste mij wel. Het was keihard werken en ook heel gezellig. Ik kwam er toen achter dat ze bij HVO wel van een borrel houden. Op vrijdag gingen we altijd met veel collega’s naar de kroeg.

Lucas met gewonnen ticket

AMA’s

Een paar keer heb ik een stap terug gedaan in mijn loopbaan. Bijvoorbeeld van een hbo- naar een mbo-functie, dat begreep niemand. Als sociaal woonbegeleider beheerde ik ongeveer honderd woningen in Amsterdam West. Was er rotzooi, dan knapte ik dat op. Er zaten vaak verschillende nationaliteiten op een woning, dat gaf wel eens problemen. Later hebben we Mike Heuves aangenomen. Ik zat in de sollicitatiecommissie. Aart wilde hem niet, omdat ie een oorbelletje had. Het bleek een schot in de roos. Mike sprak de taal van de straat en heeft bij Jonker het succesvolle AMA-project opgezet voor alleenstaande minderjarige asielzoekers. Dat is in de loop der jaren enorm gegroeid. Dat sprak mij aan, jongeren begeleiden zat al in mijn kop sinds Zuid-Amerika, en ik maakte met veel plezier de switch naar AMA-mentor. Dat was een hoop shit hoor, wat die kinderen allemaal hadden meegemaakt. Maar er werd ook veel gelachen.
Veel Pietjes Bel. Er was bijvoorbeeld een jongen, een Koerd, die was gek van voetbal en daar ook behoorlijk goed in. Hij begreep niet waarom ze hem op straat een beetje scheef aankeken. Hij liep namelijk altijd in een voetbalshirt van Jürgen Klinsmann. Hij zag het probleem niet, in Irak keek iedereen naar Duits voetbal!

Lucas bij de Streetcup op de Dam in 2009 en 2011

Muziek

Ik heb lang bij Jonker gewerkt, maar in 2005 was het klaar, dat was een politieke beslissing. Minderjarige asielzoekers bleven “gewoon” in het AZC. De afdeling werd afgebouwd en opgeheven. Jonker kapte ermee. Daar heb ik ook aan meegewerkt, samen met collega Siet Werneke, een krankzinnige tijd. En toen werd ik boventallig verklaard. Wat nu? Ik had geen zin in daklozen en toen ben ik naar de voormalige Queridokant gegaan, er was een plaatsje vrij bij DAC Linnaeushof. Een mooie setting, groot gebouw, ruim, licht en met een tuin.
Ik moest wennen aan de groep, maar de collega’s zoals Henk, Sophia, Steffie, Daphne, en later Jake en Johan, dat zijn fijne mensen. Ik kreeg salaris dus ik wilde daar ook iets voor doen. Ik vroeg aan bezoekers wat ze zelf leuk zouden vinden en zo hebben we een zanggroep opgericht, Gruppo Dacco. Dat liep meteen als een trein. We zingen liedjes van de Beatles, de Stones, Simon en Garfunkel en zo. Ons eerste nummer was “Happy Together” van de Turtles. Mensen vinden het leuk om samen te zingen. Ze leren meteen wat Engels. Mensen vinden het fijn om dingen te leren. Ik heb ook rekenles gegeven. Getallen in praktische dingen: geld, maten, gewichten.
Gruppo Dacco is nog altijd springlevend. Door corona zingen we de laatste tijd niet, maar luisteren we samen naar muziek, dat is ook leuk.

Lucas als dirigent

Zonder schroom

Toen werd er gezegd: Lucas, er komen hier geen jongeren. Kun jij daar niet wat aan doen? En dat hebben we gedaan. We zijn langs buurthuizen gegaan en we hebben activiteiten voor jongen opgezet, zowel bij het DAC als in het buurthuis van Dynamo. Dat was een groot succes. Meer dan vier jaar lang kwamen er elke week veertig mensen. Een woeste en hectische tijd, maar hartstikke leuk.
Jongeren hebben net als iedereen behoefte aan een eigen plek, een plek waar je zonder schroom helemaal jezelf kunt zijn. Dan krijg je ook andere activiteiten: koken, kickboksen, we haalden de zanger Gio binnen. En we hebben ook een voetbalclub opgericht, de Damsko Boys. We hebben nog tegen Ajax gevoetbald. Altijd lastig hoor, Ajax uit. We wonnen drie keer de Kwartiermakerscup, zo kwamen we in de skybox bij AZ. Ik houd van voetbal. Zelf heb ik vroeger bij FC Twente gespeeld, het shirt heb ik nog. Ik ben een echte Ajacied, maar ik kijk altijd nog even wat Twente heeft gedaan.

Met collega’s van DAC Linnaeushof en Centrum Robert Koch

Sprookje

Het is niet een en al rozengeur en maneschijn geweest. Het werk bij HVO-Querido is eigenlijk als een sprookje. Heksen en draken horen daarbij. En het loopt altijd goed af. Voor mij was het weer top toen Yvonne Blekemolen teammanager van het DAC werd. Zij kan echt naar mensen luisteren. Ik kan dat weten, ik heb namelijk grote oren, en hoewel ik vaak door iedereen heen lul, kan ik ook luisteren. Mensen serieus nemen en een veilig gevoel geven, dan ben je al een heel eind.

Lucas bij het Centrum Robert Koch

Sensationeel

Vanwege mijn leeftijd en omdat ik een medisch dossier heb waar je u tegen zegt, ga ik vervroegd met pensioen. Af en toe zal ik hier bij Centrum Robert Koch mijn kop nog even laten zien. Ik ga nu een beetje lezen, veel zwemmen en voor de rest zie ik het wel.
Ruim 33 jaar heb ik een sensationeel gevoel gehad bij HVO-Querido. Het is een goeie club. Ik ben dankbaar voor mijn tijd hier. Met zijn allen ergens naartoe werken. Het gevoel van: wij zijn een team. Dat ga ik zeker missen. Ik zou zeggen: leef met vlag en wimpel, maar houd het simpel. Tot slot, een beetje bescheidenheid kan ook geen kwaad. Hoe meer je leert, hoe meer je erachter komt dat je niets weet, ha ha.’

 

Deel dit verhaal:

HBO Querido afbeelding man

Meer lezen?

Bekijk dan al onze verhalen.