Nieuws

Zo vader, zo zoon

Na een verblijf van precies een jaar en zeven dagen in de maatschappelijke opvang van de Velserpoort in Haarlem, woont Achmed El Hajoui nu al weer ruim vier maanden op zichzelf. Hij is natuurlijk blij met zijn nieuwe woning, maar Achmed kijkt ook met tevredenheid terug op zijn tijd bij de Velserpoort. Hij komt er nog vrijwel dagelijks, want als dagbesteding verzorgt hij er het ontbijt.

Achmed ziet eruit om door een ringetje te halen. Schoon, fris en goed in de kleren. Hij praat vol trots en eerbied over zijn vader, iemand die hij duidelijk hoog heeft zitten. Het zijn juist de eigenschappen die hij in zijn vader zo bewondert, die zijn begeleiders bij de Velserpoort op hun beurt in Achmed zien en waarderen, zoals zijn sociale en behulpzame karakter. Blijkbaar valt de appel niet ver van de boom.

Avontuur

Achmed El Hajoui (1975) wordt geboren in Beni Touzine, een plaats in het noorden van Marokko, in de buurt van Tanger. Volgens Achmed was het toen meer een dorp dan een stad. Zijn vader is goed opgeleid en lijkt daarmee voorbestemd om een baan bij de overheid in zijn land te gaan vervullen, maar het avontuur lokt en samen met een groep vrienden besluit hij op zijn 22ste om zijn geluk in Europa te beproeven. De vrienden wonen en werken achtereenvolgens in Duitsland, België, Noorwegen en ten slotte Nederland, waar Achmeds vader besluit te blijven.

Behulpzaam

‘Mijn vader heeft overal gewerkt,’ vertelt Achmed, ‘in Nederland onder meer bij de Hoogovens, bij de PTT en bij Van der Valk, van de hotels. Hij was altijd druk met van alles, niet alleen met zijn werk, maar ook met dingen daarnaast. Hij trad op als tolk voor mensen, bijvoorbeeld als ze naar de dokter moesten of naar de gemeente. Hij zat in het bestuur van scholen, hij was actief in de moskee, hij was altijd in de weer voor anderen. Hij stond en staat altijd voor iedereen klaar, het is een heel behulpzame man. Mijn vader is nu met pensioen, hij is 77 jaar, maar hij fietst nog elke dag.

Achmed en Cherrelle, zijn voormalige begeleider bij de Velserpoort

Anders

In 1986 zijn twee ooms van mij verongelukt met de auto in Marokko. Mijn vader voelde zich daarna helemaal niet goed en besloot dat wij allemaal naar Nederland zouden gaan. Met mijn moeder, mijn twee broers en mijn zus ben ik op mij twaalfde hier gekomen. Ik weet het nog precies, het was op 10 juli 1987. Alles was helemaal anders, niet alleen de overgang van Marokko naar Nederland, maar ook van een dorpje naar de stad, Haarlem. Voor het eerst van mijn leven kwam ik in de Aldi, ik wist niet wat dat was. Wij gingen altijd overal op de fiets naartoe, zo heb ik zo’n beetje heel Haarlem leren kennen.

Nieuw

Goede en slechte tijden heb ik meegemaakt. Soms voel ik mij verdrietig, soms gaat het beter. Meestal ben ik enthousiast, bijna altijd kan ik lachen. Toen ik na mijn scheiding op straat stond en in de opvang kwam, moest ik heel erg omschakelen. Ik wist helemaal niet wat dat was. BCT? [Brede Centrale Toegang, het loket van de gemeente Haarlem voor dak- en thuislozen, red.]. Ik had er nog nooit van gehoord, het was allemaal nieuw voor mij.

Mezelf zijn

Ik zal eerlijk zijn. Op 13 februari 2019 kwam ik hier binnen. Ik heb een jaar en zeven dagen in de Velserpoort gewoond en ik heb er een goede tijd gehad, goede ervaringen meegemaakt. Een dak boven je hoofd, rust en respect. Ik vond zelfs het eten prima, maar ik ben een makkelijke eter. Ik heb gewoon niks te klagen. Nooit problemen gehad met HVO-Querido, ze hebben mij goed geholpen. Ik heb hier geleerd om mezelf te zijn en gewoon mijn ding te doen. En dat dat oké is.
Ik was dankbaar uit de grond van mijn hart dat ik hier terecht kon en ik was ook blij dat ik weer weg kon. Ik ben hier lachend de deur uit gegaan.
Nu woon ik heel mooi, in de buurt van het Frans Halsplein. Lekker centraal en met hele fijne buren. Zelfstandig en toch met een beetje begeleiding. Maar ik ga binnenkort waarschijnlijk in een heel nieuw huis wonen in Schalkwijk via Philadelphia.

Zelf ook wat doen

Als dagbesteding werk ik nu bij de Velserpoort in het restaurant, bij het ontbijtbuffet. Zij hebben voor mij moeite gedaan, nu doe ik iets terug. Ik weet wat werken is. ’s Ochtends om half zeven begin ik, vanaf half acht is het ontbijt. Ik ben ook buurtouder, een soort toezichthouder op straat. Je moet elkaar helpen.
Als ze in de keuken geen afwasser hebben, dan doe ik dat ook. Ik ga niet lopen zeuren , ik help de mensen. Dat heb ik van mijn vader.
In het restaurant klagen sommige bewoners wel eens over dingen. Mensen zitten hier niet voor niks natuurlijk. Dan zeg ik: jongens, HVO-Querido gaat alleen over de opvang, je moet zelf ook wat doen. Als het beleid je niet bevalt, moet je bij de gemeente wezen. Ik laat me niet gek maken.

Zonen

Verder fiets ik veel, ik ga naar de moskee en ik doe gezellige dingen met mijn zonen. De oudste is vijftien, de jongste zeven. Zij mogen natuurlijk niet de dupe zijn van mijn situatie. Het gaat gelukkig 100% goed met ze. Ze zitten op voetbal bij DSK. Jongens moeten hun energie kwijt. Zelf was ik als jongen ook altijd bezig, geen overlast, gewoon dingen doen.

Geholpen

In het begin was ik heel onzeker. Ik had geen verblijfplaats, geen geld, niks. De toekomst ken ik niet, maar nu ben ik positief. Ik heb weer dingen te doen. Ik wil vooruit. Cherrelle was mijn persoonlijk begeleider bij de Velserpoort, zij heeft mij heel goed geholpen. Zij ging bijvoorbeeld mee om naar woningen te kijken en ze hielp mij met bellen naar instanties. Zij is een hele nette jonge vrouw die heel goed is in haar werk. Ik vertel gewoon de waarheid.’

 

Reacties ( 0 )

    Geef een reactie

    Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *