Familie en vrienden

Zelfstandig wonen, maar niet alleen

De broers Max (26) en Robbie Dubbelman (24) zijn twee van de zestien jongeren met een psychiatrische kwetsbaarheid die sinds afgelopen juni in een nieuw appartementencomplex in Amsterdam Oud-West wonen. Het bijzondere aan dit woonproject is dat de jongeren samen met actief betrokken naasten zoveel mogelijk zelf de woningen beheren en de zorg inrichten. Max en Robbie, hun ouders en een persoonlijk begeleider van HVO-Querido vertellen hoe dit in de praktijk werkt.

Midden in het net opgeleverde nieuwbouwappartement van Max Dubbelman (26) staat een kookblok met gaspitten. ‘Dat moet nog tegen het aanrecht geplaatst worden’, zegt Robbie (24), Max’ broer die twee deuren verderop woont. Tegen een muur leunen manshoge houten planken. ‘Die horen bij een kast die we nog in elkaar moeten zetten.’ Het appartement is kraakwit; het laminaat vers gelegd.

Max en Robbie

Klussen

De broers Max en Robbie verhuisden vorige maand van hun ouderlijk huis naar de bovenste verdieping van een nieuw appartementencomplex in Amsterdam Oud-West. Ze zijn twee van de zestien jongeren met een psychiatrische kwetsbaarheid die in het kader van woonproject Samen Sterk Wonen een eenpersoons appartement huren. Bij dit project van woningcorporatie De Alliantie en HVO-Querido zijn de jongeren samen met actief betrokken naasten grotendeels zelf verantwoordelijk voor het beheer van de woningen en het inrichten van de zorg. Dit gebeurt in overleg met persoonlijk begeleiders van HVO-Querido, die de jongeren ambulant begeleiden. Later dit jaar start in Amsterdam-Oost eenzelfde initiatief voor nog eens achttien mensen.
‘Zelfbeheer betekent ook dat we zelf klussen’, vertelt Robbie, als hij aan een tafel zit waarvandaan hij zojuist een Playstation en een stapel games heeft verwijderd. Ook zijn broer Max, hun ouders en een persoonlijk begeleider van HVO-Querido schuiven aan.

Dienke en Jan Erik

Niet de eerste keer

Het is niet de eerste keer dat Max en Robbie het ouderlijk huis verlaten. ‘De afgelopen vier jaar hebben onze zoons op allerlei adressen zelfstandig en met onze ondersteuning gewoond’, vertelt Jan Erik, de vader van Max en Robbie. ‘Soms woonden ze alleen, soms samen.’ Het zelfstandig wonen werd bemoeilijkt door de psychische problemen waar de broers mee kampen. Na een opname van Robbie in het AMC in 2016 kwamen ze weer thuis wonen. ‘Ook daarna hebben we het weer geprobeerd.’

Angst

Robbie, die geschiedenis studeert en op zijn fiets maaltijden voor Deliveroo bezorgt, kampt met een angststoornis en had depressies en psychoses. ‘Bij mij kan de angst echt toeslaan’, vertelt Robbie. ‘Zoals laatst, toen het laminaat in mijn nieuwe woning door een openstaand raam was natgeregend. Ik dacht: straks moet het helemaal opnieuw gelegd worden. Nu zou ieder ander dit vervelend vinden, maar bij mij komt zo’n klap harder aan.’ Robbie raakte in paniek en zocht middenin de nacht contact met zijn ouders. ‘Gelukkig bleek later dat het laminaat nog in orde was.’
Zijn broer Max, die werkt op de Geitenboerderij in het Amsterdamse Bos, heeft een stoornis in het autistisch spectrum. ‘Dat sociale, dat zit er bij mij niet zo in’, zegt Max. ‘Als ik op een feestje sta, hoor ik er niet bij. Dat klinkt wreed, maar zo ervaar ik dat. Tegelijkertijd vind ik eenzaamheid niet fijn.’ Zijn broer Robbie reageert: ‘Daar kun je hier ook hulp bij krijgen.’

De broers met begeleider Dylan

Uitkomst

Voor de familie Dubbelman is Samen Sterk Wonen een uitkomst. ‘Hier wonen onze kinderen zelfstandig, maar niet alleen’, vertelt Dienke Hondius, de moeder van Max en Robbie. ‘Ze krijgen professionele begeleiding van HVO-Querido en vinden steun bij de andere jongeren die hier met hen wonen.’
Sinds december vorig jaar bekend werd dat Max en Robbie voor Samen Sterk Wonen in aanmerking kwamen, zijn de broers en hun ouders er druk mee in de weer. ‘Ik zit samen met een andere naaste in de werkgroep Financiën, die voorstellen doet voor de besteding van een deel van het zorgbudget’, zegt vader Jan Erik. Moeder Dienke vult aan: ‘Ik ben onder meer betrokken bij de werkgroep Buren. Met deze werkgroep gaan we binnenkort bijeenkomsten organiseren om kennis te maken met de andere huurders in dit woonblok en met belangstellenden in de buurt.’

Afspraken maken

En zo worden er – in overleg met De Alliantie en HVO-Querido – wel meer afspraken over het zelfbeheer en het inrichten van de zorg gemaakt. Dienke: ‘Je doet dit met zestien jongeren en hun naasten, die allemaal hun eigen familiegeschiedenis hebben. Je weet nog niet veel van elkaar, maar wel dat iedereen akelige dingen heeft meegemaakt. Anders zit je hier niet.’

Betrokken

De betrokkenheid en actieve inzet die bij Samen Sterk Wonen van de naasten verwacht wordt, is voor de ouders van Max en Robbie vanzelfsprekend. Dienke: ‘We willen niets liever dan dat het goed met onze zoons gaat. Het verschil is dat we nu steun krijgen bij onze betrokkenheid.’

Rolverdeling

Maar waar stopt precies de verantwoordelijkheid van de naasten en begint de verantwoordelijkheid van de persoonlijk begeleiders van HVO-Querido? ‘Dat is een goede vraag’, zegt persoonlijk begeleider Dylan Henebury lachend. ‘Dat weten we zelf ook nog niet. We zijn pas net begonnen. Het idee is natuurlijk wel dat de zorg die ouders hebben door mijn rol afneemt.’
Dylan is een van de vier begeleiders die door een sollicitatiecommissie van bewoners en naasten, waaronder Robbie, werd aangenomen. ‘Je kunt de rolverdeling tussen naasten en begeleiders niet tot achter de komma afbakenen. Zo werkt het niet. Je staat niet tussen de ouders en hun kinderen in, maar naast elkaar. Je doet het samen en overlegt met elkaar, bijvoorbeeld als we signaleren dat het met een van de jongeren niet goed gaat of als bewoners niet met elkaar door een deur kunnen.’ Dienke vult aan: ‘De start van Samen Sterk Wonen is positief, maar we gaan ook moeilijke dingen meemaken.’

Bereikbaar

Momenteel wordt er druk nagedacht over de manier waarop de persoonlijk begeleiders worden ingezet. Dylan: ‘Ik denk niet dat het realistisch is dat er 24 uur per dag een persoonlijk begeleider aanwezig is, maar we zorgen er wel voor dat er altijd iemand bereikbaar is. Als er bijvoorbeeld jongeren zijn die gewekt willen worden voor hun medicatie, kunnen we dat best een deel van de week doen, maar niet elke dag. Hierover moeten we in samenspraak met de naasten afspraken maken. Zij kunnen dan ook een aantal dagen op zich nemen. Zo nodig blijven we de jongeren en hun naasten eraan herinneren dat dit Samen Sterk Wonen is en niet Samen Begeleid Wonen’.’

Praktische ondersteuning

Robbie vindt het vooral fijn dat hij met een persoonlijk begeleider ‘psychotherapeutische gesprekken’ kan voeren en ondersteund wordt bij praktische zaken, zoals het schoonhouden van zijn woning. ‘Soms is mijn kamer een rotzooi, maar kom ik niet aan opruimen toe, omdat mijn hoofd vol zit met drukke en negatieve gedachten. In plaats van dat ik mijn kamer opruim, probeer ik mijn gedachten te verdrijven door afleiding te zoeken. Ik ga dan bijvoorbeeld gamen of muziek luisteren. Tegelijkertijd blijft het gevoel aan me knagen dat ik in een zwijnenstal woon. Als ik dan niet oppas, beland ik in een neerwaartse spiraal.’ Dienke vult aan: ‘Wat ik graag wil loslaten, is mijn neiging om de kamer van Robbie op te ruimen, als ik zie dat het nodig is.’

Doorbreken

Dat Robbie nu ook een persoonlijk begeleider kan bellen in plaats van zijn ouders, geeft hem een prettig gevoel. ‘Als ik aan mijn ouders vertel dat het niet goed met me gaat, is dat voor hen pijnlijk om te horen. Bovendien denken ze al gauw: oh nee, daar gaan we weer. Vanuit hun emotionele betrokkenheid ondernemen ze soms acties en geven ze goedbedoelde adviezen, die voor ons allemaal niet altijd heilzaam zijn.’ Vader Jan Erik: ‘Die dynamiek in ons gezin willen we graag doorbreken.’ Robbie: ‘In dit fantastische woonproject krijg ik de hulp die bij me past en hoef ik me niet schuldig te voelen dat ik mijn ouders belast.’

Kansen

Wat Robbie ook aanspreekt in Samen Sterk Wonen, is dat niet alleen zijn problemen en zorgvraag centraal staan. ‘Hier krijg ik de kans om te ontdekken wat goed voor me is en waar de kansen voor me liggen. Als iedereen goed met elkaar samenwerkt en de jongeren die hier wonen naar elkaar toe groeien, kan dat onze pijn verzachten.’

Gelukkig

Jan Erik: ‘Ik hoop dat mijn zoons straks simpelweg gelukkig zijn in Oud-West. Dat ze hun eigen leven krijgen. Als ik een keer een week niets hoor, vind ik dat prima.’ Moeder Dienke reageert: ‘Een week geen contact? Nou, niet langer dan een paar dagen, hoor. Ik hoop in ieder geval dat mijn zoons elke nacht in hun eigen appartement slapen en eten, en dat ik dan bij hen langs ga om te eten.’ Jan Erik: ‘Onze zoons hoeven niet altijd meer op ons te leunen. Het zijn grote kerels die iets willen met hun leven. We willen onze kinderen meer loslaten.’

Op eigen benen

Max vult aan: ‘Mijn wens is ook dat mijn ouders me meer loslaten en ik onafhankelijker word. Er is zoveel gebeurd en we hebben zoveel gepraat; het lost niets op.’ Robbie: ‘Dat mijn ouders problemen kunnen oplossen, wil nog niet zeggen dat ik hen moet vragen om dat te doen. Mijn ouders hebben hard genoeg voor ons gewerkt. Het is tijd dat wij meer op eigen benen staan.’

 

Reacties ( 0 )

    Geef een reactie

    Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *