Nieuws

Weer aan de slag

André Kelders heeft een baan! Hij is met ingang van november 2019 aan de slag gegaan als verkeersregelaar. André heeft hiervoor zijn werkzaamheden voor de cliëntenraad van Discus moeten beëindigen.
André Kelders (1962) is geboren en getogen in Amsterdam. Hij groeide op in Osdorp, de Jordaan en in de Stadionpleinbuurt. ‘Daar heb ik alle scholen gehad,’ grijnst André in zijn benedenwoning in Bos en Lommer. Hij woont er al ruim acht jaar en behoort tot de eerste lichting mensen die via Housing First weer zelfstandig is gaan wonen.
Tijdens het gesprek maakt André voortdurend grapjes en probeert hij je steeds op het verkeerde been te zetten.

Marine

‘Mijn vader was officier bij de marine,’ vertelt André, ‘en daarna had hij een cafetaria in Gendt, met dt, dat is een plaatsje tussen Arnhem en Nijmegen. Hij rook vroeger altijd naar patat. Zelf eet ik kosher. Geef mij maar een lekker croissantje met kaas.
Vroeger was het vaak mot. Van huis weglopen, vechten. Maar ik ben die ouwe toch achteraan gegaan en kwam ook bij de marine. In vredestijd een prima werkgever.
Het is gewoon leuk om mensen in de rondte te koeioneren. Bossing people around, dat kan ik nog steeds, haha. En dat doe ik nu in feite ook weer. Als verkeersregelaar ben ik wel heel beslist, maar blijf ik natuurlijk altijd vriendelijk en beleefd. Het betaalt goed hoor.

André Kelders

Tuin

Jarenlang heb ik op straat gewoond, maar ik had altijd wat te drinken, te roken en te eten, daar zorgde ik wel voor. Als het buiten koud is, moet je veel peper en knoflook eten, dan blijf je warm. Ik heb altijd grote honden gehad, dan laten ze je met rust. Op een gegeven moment ben ik door majoor Bosshardt naar binnen gehaald, toen de Gastenburgh nog wat was. In de Veste heb ik ook gewoond, in het oude gebouw bedoel ik. Daar werkten toen allemaal leuke vrouwen: Paula, Jeanette, Resi. Nu zit ik alweer acht jaar hier op mezelf in Bos en Lommer, een mooi optrekje met een flinke tuin. Als mijn glasverzekering het zou dekken, zouden de F-jes zo bij mij in de tuin kunnen komen voetballen.

Honden

Grote honden heb ik trouwens nog steeds. Mijn vorige hond heette King, een fantastisch exemplaar, daar zat een behoorlijk slokje wolf in. Perla heet de hond die ik nu heb, een kruising tussen een Duitse herder en een Mastín Español. Ze is nu een jaar oud en weegt 54 kilo, dat wordt wel een kilootje of tachtig. Een schat van een beest, mijn grote knuffelpuppie. Ze luistert goed. Ik schreeuw nooit naar haar. Nog nooit heb ik een hond gestraft, daar houd ik helemaal niet van.
Ik sta altijd vroeg op. Dan loop ik een stuk met de hond en haal ik koffie bij een hotel hier in de buurt. Wat dat betreft woon ik hier ideaal. Het Westerpark is aan de overkant van de weg. Perla rent er als een paard. Ik denk dat ik volgend jaar van HVO-Querido een klein ponyzadeltje krijg.

André en Perla

Duidelijk

Er stonden hier even verderop een paar verkeersregelaars, ik raakte met ze aan de praat en op een gegeven moment zegt d’r een: waarom kom je niet bij ons werken? Zo gezegd, zo gedaan. Ik heb er speciaal een training voor gedaan en een VOG aangevraagd. Ik heb een pak van ze gekregen, een portofoon en een telefoon. Binnenkort ga ik nog twee andere diploma’s halen. Je kunt zelf aangegeven wanneer je beschikbaar bent en hoeveel je wilt werken. Dat gaat via een app, daarmee kun je het hele schema zien.
Je moet als verkeersregelaar gewoon een dictator zijn, nog duidelijker dan duidelijk. Maar zoals ik zei, daarvoor heb ik bij de marine al geoefend. Iedereen is voor mij gelijk, zeker in het verkeer. Je kunt dat leuke moppie wel voor laten gaan, maar wat heeft zij daaraan als het laatste dat ze hoort in haar leven de bel van lijn 17 is?
Ik ga veel diensten draaien. Want volgend jaar gaat deze jongen eindelijk weer een keer fatsoenlijk op vakantie. Maar los van het geld ben je ook gewoon lekker bezig. Je spreekt allerlei andere mensen, je bent buiten.

Begeleiding

Ik ben zeer goed te spreken over Karin, mijn begeleidster. Als er eens een keer een probleem is, dat lost zij dat op. In een handomdraai. Zolang ik Karin heb, gaat het uitstekend. Ik noem Karin mijn karma-vrouw. We praten samen niet alleen over problemen, maar ook over leuke dingen, we praten eigenlijk over het leven. Ze is ook altijd heel goed met mijn honden, ze neemt vaak iets lekkers voor ze mee.

Normaal

Op straat had ik het sociale leven van een zeekomkommer, het was net of ik altijd in de tweede versnelling bleef hangen. Dat gaat nu steeds beter. Ze kennen mij in de hele buurt. Vanwege de hond natuurlijk, maar ook omdat ik bijvoorbeeld vaak pakjes voor mensen aanneem van bezorgers. Ik heb nu al ruim drie jaar mijn shit op orde. Geen schulden meer, alles geregeld. Ik ben nu een soort burgerman, iemand met een normaal, regulier leven.’

 

Reacties ( 0 )

    Geef een reactie

    Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *