Met ingang van 1 december jl. heeft René zijn woning op zijn eigen naam staan en is hij klaar met HVO-Querido. Nou ja, niet helemaal. Hij sport bijvoorbeeld nog regelmatig via Centrum Robert Koch en hij gaat ook nog wel eens mee met een uitstapje. Maar zijn begeleidingstraject bij Team Oost is afgerond. Sterker nog, René geldt als een van de succesverhalen van zijn team.
René (1965) groeit op in Wervershoof, een dorp bij Medemblik, waar zijn vader pluimveehouder is. Als kind weet René precies want hij later wil worden: professor doctor ingenieur. Hij weet alleen nog niet waarin.
‘Ik was in die tijd behoorlijk allround,’ vertelt René. ‘Ook op school. Ik was overal een beetje goed in en nergens echt slecht in. Zo ben ik uiteindelijk bedrijfseconomie gaan studeren aan de VU. Dat is lekker breed, je kunt er veel kanten mee op. En mijn vrienden gingen dat ook doen, dat scheelt.’
Doctorandus en vrijwilliger
René: ‘In het tweede jaar van mijn studie ben ik uitgevallen. Manisch-depressief was de diagnose, dat noemen ze nu bipolair. Toen lag ik er ruim een half jaar uit. Daarna heb ik de opleiding weer opgepakt en ben ik alsnog afgestudeerd, ik ben doctorandus.
Maar ik was bang dat het terug zou komen en ook voor de stress van het werk. Dat is lastig solliciteren. Daarom ben ik vrijwilligerswerk gaan doen als secretaris van een patiëntenvereniging, de NSMD, de Nederlandse Stichting voor Manisch-Depressieven. Dat werd later de VMDB, de Vereniging voor Manisch-Depressieven en Betrokkenen. Nu heet het Plusminus. Dat vrijwilligerswerk ging heel goed, daar kon ik mij ei wel in kwijt.’
Sport
Daarnaast heeft René altijd veel gesport. Zwemmen, hardlopen, padel en fitness. ‘Sporten doe ik nog steeds graag,’ aldus René. ‘Dat doe ik onder meer bij Centrum Robert Koch, waar ik in de loopgroep zit, maar ook zelfstandig. Ik heb een abonnement bij Sportcity aan het Linnaeushof, daar kan ik naartoe wanneer ik wil.
Qua type ben ik meer een duurloper dan een sprinter. Maar ik ben inmiddels zestig jaar oud, het gaat allemaal net wat minder. Af en toe heb ik een blessure aan mijn rug en zo.’
Werk
‘Momenteel werk ik twee dagen in de week bij de Hogeschool van Amsterdam aan de Wibautstraat,’ vertelt René. ‘Gebouwenbeheer, ik ben daar een soort conciërge. Dat is niet als vrijwilliger, dat is een betaalde baan. Daar ben ik via De Waterheuvel terecht gekomen. Ik sta nu open voor ander werk, ik weet nog niet precies wat, ik ben zoekende. Ach ja, zo blijf je bezig.’
Bescheiden
‘Nou René, ik vind dat jij jezelf echt tekort doet hoor,’ aldus zijn begeleider Laurie van Tongerloo. ‘Jij bagatelliseert wat je allemaal doet en hebt bereikt. Je hebt geschilderd, je hebt een fotocursus gedaan. Met ongeveer alle activiteiten die hier worden georganiseerd doe jij enthousiast mee. Je hebt soms moeite met sociale contacten, maar je eet wel mooi twee keer in de week bij een buurtcentrum en je bezoekt een andere buurtkamer.
Als ik opmerk dat het hier zo opgeruimd en netjes is, zeg jij: ja, logisch, ik heb weinig spullen. Je bent gewoon veel te bescheiden. Je hebt alles zelf bereikt. Jij bent hét succesverhaal van De Eenhoorn.’
Op elkaar letten
‘Vroeger woonde ik in Amsterdam West, in de Staatsliedenbuurt,’ vertelt René. ‘Daar ben ik ontruimd, dat is jammer, want dat was een aardige woning in een leuk buurtje. In de tijd dat ik dakloos was, rond 2018, ben ik bij HVO-Querido terecht gekomen. Voordat ik hier kwam, zat in bij De Vaart. De Eenhoorn is een soort community, mensen letten hier een beetje op elkaar. Dat is fijn.
Dat de woning nu op mijn naam staat is natuurlijk mooi, maar emotioneel doet het me niet zoveel. Dat geluksgevoel heb ik al gehad toen ik in 2021 de sleutel kreeg van deze woning. Blijkbaar heb ik de proefperiode goed doorlopen.’
Steun
René: ‘Wat ik van Laurie heb geleerd? Nou, praktische dingen rond het wonen. Wat je met formulieren moet, contact onderhouden met instellingen. Hoe je dingen aanpakt. Het is meer een algemeen gevoel. Ik heb gewoon heel veel steun van Laurie ervaren. Ook bij kleine dingen. Laatst hebben we bijvoorbeeld samen een bril voor mij uitgezocht. Zoiets gaat gewoon beter met zijn tweeën. Ik mag haar nog drie maanden bellen. Dat is nazorg. Daarna kan ik terecht bij het Buurtteam. Als dat nodig is.
Het is een beetje spannend, straks zonder Laurie. Maar ik heb er ook alle vertrouwen in.’
Trots
‘Ik heb van René geleerd hoe waardevol geduld en rust zijn,’ aldus Laurie. ‘Hoe belangrijk zelfvertrouwen is. En verder hoe een goed interieur eruitziet en hoe koffie hoort te smaken. Jij staat open voor heel veel dingen, daar heb ik bewondering voor.
Samen met je zus heb je toch maar mooi voor je vader gezorgd totdat hij naar een verzorgingstehuis ging. Je bent helemaal zelf gestopt met roken en drinken. Je financiën zijn op orde, daar ben jij heel sterk in Jij mag gewoon ontzettend trots zijn op jezelf.’
René: ‘Nou, dat weet ik niet hoor. Weet je wat een succes was? Tijdens de bewonersvakantie naar Texel heb ik met de karaoke Tom Jones gezongen. Green, Green Grass of Home. Dat was een succes.’
Ontspannen
Van de begeleiding heeft René een tijdje een VR-bril te leen gehad om te ontspannen. ‘Dat werkt wel,’ aldus René. ‘Kortstondig dan. Er zit bijvoorbeeld een filmpje in van een wit winters landschap waar twee mensen doorheen schaatsen. Daar wordt je wel rustig van. Je bent effe helemaal weg.
Ik houd trouwens wel van schaatsen. Vroeger veel gedaan. Gistermiddag kon je schaatsen met Centrum Robert Koch op de Jaap Edenbaan. Ik zit in het app-groepje van de sport, heel handig.’
Formule 1
Boven de eettafel in Renés woning hangt een fraaie reproductie van een kleurrijk schilderij van Alfredo de la Maria. Het is een momentopname uit de Grand Prix van Monaco in 1950. We zien de coureur Juan Manuel Fangio in zijn Alfa Romeo over het zonnige stratencircuit langs hotel Mirabeau racen, op weg naar zijn overwinning. Er hangt veel publiek uit de ramen, de hoge snelheid is voelbaar. Het schilderij is een blikvanger in huis en hangt er natuurlijk niet voor niks. René is namelijk dol op autoracen.
Geen spijt
‘De Formule 1 volg ik al jaren met veel belangstelling,’ aldus René. ‘Sinds mijn jeugd eigenlijk al. En sinds Max Verstappen zo goed bezig is nog meer. Dit jaar is hij bijna weer wereldkampioen geworden, echt heel knap.
Jaren geleden, diep in een slechte periode, dacht ik erover om zelfmoord te plegen. Wat hield me tegen? Wat zou ik nou nog echt willen in mijn leven? Nou, ik wilde Verstappen nog graag kampioen zien worden. Dat heeft me uiteindelijk weerhouden en daar heb ik geen spijt van.’


