Verhalen

Samen op weg naar de volgende stap

04 juli, 2022

Eduardo heeft het goed gedaan bij onze opvang Velserpoort in Haarlem. We spreken hem, samen met zijn begeleider Justin, op de dag dat hij verhuist naar een zogeheten Frans Hals pand, een volgende halte op weg naar zelfstandigheid.

Justin Griekspoor (1996) werkt nu ruim een jaar als begeleider bij de Velserpoort van HVO-Querido in Haarlem. Hij is een zogeheten zij-instromer. Hiervoor werkte hij als kok en was hij docent op een basisschool.
‘Ik ben zelf dakloos geweest en heb in de jeugdzorg gezeten,’ vertelt Justin openhartig. ‘Sinds die tijd weet ik feitelijk al dat ik iets wil doen voor mensen in de problemen. Maar er zijn altijd omwegen. Mijn ex was docent en daardoor leek het onderwijs mij aanvankelijk ook wel wat. De opleiding is leuk, je kunt snel overal aan de bak, het salaris is best goed. Maar in de praktijk kwam ik er achter dat leerlingen van de basisschool voor mij te jong zijn.

Gewone mensen

Toen zag ik een vacature van HVO-Querido en die sprak mij wel meteen aan. Dat was wederzijds, want na een ziektevervanging kreeg ik een vast contract. Het pedagogische element is een beetje hetzelfde, maar deze doelgroep past veel beter bij mij. Het is echt interessant werk. Wat mij echt aanspreekt is de visie die we hier met z’n allen omarmen. Samen zijn wij voortdurend op weg naar de volgende stap. Een stap vooruit in het leven van onze cliënten. Daar wil ik graag een steentje aan bijdragen. Toegegeven, vroeger was ook mijn beeld van daklozen gekleurd door onwetendheid. Verwilderde zwervers, strak van de drank en meer. Ik kwam er al snel achter dat het anders is. Het zijn heel gewone mensen.

Eduardo en Justin bij de Velserpoort

Eduardo en Justin bij de Velserpoort

Motivatie

Wij helpen en ondersteunen mensen waar we kunnen. Als hulpverlener heb je een bescheiden rol. Hoe graag je ook alles voor je klanten in orde wilt maken, de klant moet het echt zelf doen. Het gaat om de motivatie. Mensen die gemotiveerd zijn, stromen sneller uit dan mensen die de hele dag op bed liggen te blowen. Zo simpel is het ook. Als je kansen krijgt, kun je ze niet meteen allemaal pakken, maar je moet zelf moeite doen om je leven weer op de rit te krijgen.
Naast de praktische dingen is het aansturen van die motivatie een belangrijk deel van mijn werk. Zorgen dat ze klanten eigen kwaliteiten gaan inzien en die stimuleren en verder ontwikkelen. Dat is soms lastig, want de focus ligt vaak op wat niet goed gaat. De meeste mensen zien meer problemen dan mogelijkheden.

Open

In het begin dacht ik nog dat mijn leeftijd mij misschien parten kon spelen. Dat klanten zouden zeggen: wat weet hij er nou van, die snotneus. Maar die angst is helemaal weg. Iedereen weet bepaalde dingen niet en andere dingen wel, dat heeft niks met leeftijd te maken. Ik stel me open op in het contact met klanten, ik ben ook gewoon een mens en zo ga ik met anderen om. Dat waarderen de meesten. Soms vertel ik wel eens dat ik zelf dakloos ben geweest, maar niet altijd. Ik ben meer van het luisteren dan het praten. Maar ik kan de mentale struggle voelen. Ik kan me verplaatsen in mensen die op straat staan. Uit ervaring weet ik hoe het voelt om een nummer te zijn in het systeem.

Van betekenis zijn

Die ervaring is niet alleen maar negatief. Ik ben ook geholpen toen ik in de shit zat. Vroeger was ik nogal rebels. Altijd tegen de regels schoppen. Overal tegenin gaan. Door een mentor van jeugdzorg ben ik anders gaan denken. Soms heb je zo iemand nodig. Iemand die je helpt de klippen te omzeilen. Ik hoop hier die persoon te kunnen zijn voor iemand en misschien wel voor meer mensen.
Als ik me echt betekenisvol voel, dan haal ik voldoening uit mijn werk. Dat heb je bij grote momenten, als een klant uitstroomt bijvoorbeeld. Maar ook bij kleinere dingen. Iemand heeft een baan gevonden of een cliënt heeft een positieve omslag gemaakt. Gisteren kwam een klant mij vertellen dat ie werk heeft gevonden. Dat geeft een goed gevoel. Een gevoel van: zie je wel, het kan wel! Daar doe ik het voor.’

Eduardo en Justin

Twee culturen

Zoals zijn naam al doet vermoeden is Eduardo Dijkstra (1971) een mix van twee culturen. Hij is geboren in Rio de Janeiro. Zijn moeder Braziliaans, zijn vader Nederlands. ‘Mijn vader moest daar zijn voor zijn werk in de scheepvaart en is blijven hangen,’ vertelt Eduardo. ‘In eerste instantie heb ik maar drie jaar in Brazilië gewoond. Van mijn derde tot mijn negentiende woonden we in Zandvoort. Ik heb havo gedaan op het Kennemer Lyceum. Daarna ben ik naar Brazilië gevlucht. Het was namelijk zo dan mijn vader mij en mijn broers mishandelde, emotioneel en fysiek. Ik moest weg voordat ik hem iets ging aandoen, want ik was inmiddels geen kleine jongen meer. Ik had al mijn boosheid opgekropt. Ik was als een colafles die heel lang is geschud. De dop moest even los, de spanning moest eruit.

Toelachen

Toen ben ik bij familie van mijn moeder in Sao Paulo terecht gekomen. Hele arme mensen, maar dat maakte mij niks uit. Er viel een last van me af, ik ervoer een groot gevoel van vrijheid. Ik spreek zes talen vloeiend dus ik vond makkelijk werk. Ik ging aan de slag als verkoper bij een grote juwelier. Ik werkte op provisiebasis en verdiende goed. Ik vond mijn vrouw en we kregen twee kinderen. Op mijn 27e kocht ik mijn eerste appartement. Het leven lachte ons toe. Zo leek het tenminste.

Gebruik

Op mijn zeventiende raakte ik voor het eerst verslaafd. Het was de tijd van de RoXy en de IT, eind haren ’80. Stappen met vrienden. Xtc zorgde dat ik me lekker voelde. Ik kon niet meer zonder. Later werd dat cocaïne. Dat gebruik is in Brazilië doorgegaan. Soms was ik een tijdje clean, maar meestal gebruikte ik. Geld speelde geen rol. ’s Ochtends ging ik strak in het pak naar mijn werk om de duurste juwelen te verkopen, ’s avonds ging ik op mijn slippers de krottenijken in. Ik kwam overal mee weg, ook bij mijn vrouw, althans in het begin.

Uitlezen

Twee jaar geleden is bij mij borderline gediagnosticeerd. Daardoor vallen achteraf heel wat dingen op zijn plaats. Als borderliner heb je ook eigenschappen waar je iets aan hebt. Zo kan ik mensen goed uitlezen. Dat is handig als verkoper. Ik ging meestal net iets verder dan mijn collega’s. Ik durfde bij klanten over de grens te gaan. Daardoor was ik succesvol. Ik stond altijd in het rijtje met topverkopers.
En op een gegeven moment was het op en ging het niet meer. Ik was er te oud voor geworden, ik dronk inmiddels ook. Mijn leven stortte in elkaar, ik kon niet meer werken. Het was bovendien crisis. Wie wil er dan juwelen?

Naar Nederland

We moesten terug naar Nederland. Maar hoe? Eerst ben ik met mijn gezin naar België gegaan. De België-route noemen ze dat, een legale truc om een verblijfsvergunning te krijgen. Negen maanden hebben we in Antwerpen gewoond. Het heeft me zoveel geld gekost. Ik werkte niet, dus er kwam niks binnen. Uiteindelijk zijn we in Nederland bij mijn vader gaan inwonen, want ik kon nergens anders heen. Mijn vader ging door mij te vernederen. Van verkoper naar junkie, loser, dat soort dingen.

Haat-liefde

Op tweede paasdag 2015 werd het mij teveel. Toen ben ik gesnapt en werd het zwart voor mijn ogen. Ik ben naar de keuken gegaan en heb mijn vader zeven keer gestoken met een mes. Godzijdank heeft hij het overleefd. Het heeft in De Telegraaf en zo gestaan. Het was een turning point in mijn leven. Het was alsof ik de navelstreng had doorgesneden. Plotseling was ik een dader, terwijl ik altijd dacht het slachtoffer te zijn.
De meervoudige kamer heeft mij een hele milde straf opgelegd.
Mijn vader is vorig jaar februari overleden. Samen met mijn broers heb ik de kist gedragen. We hadden een haat-liefde verhouding. Zijn dood deed me meer dan ik gedacht had. Ik raakte in een soort van depressie. Het ging best goed. Ik had weer een huis, ik werkte bij de bloemenveiling. Een vriend gaf me een pilletje om me beter te laten voelen. En toen stortte mijn leven opnieuw in elkaar.

Begrepen

Mijn vrouw was er na al die jaren helemaal klaar mee. Ik begreep dat ook. Als er iemand is die een standbeeld verdient, dan is zij het wel. Ze heeft het 23 jaar volgehouden met een verslaafde borderliner.
Maar goed, toen stond ik zonder geld en reserves op straat. Via Raaks en de Wilhelminastraat ben ik bij de Velserpoort gekomen en hier heb ik rust kunnen vinden. Hier voelde ik me veilig. Het personeel geeft je het gevoel dat jij helemaal niet zo slecht bent. Ik voelde me hier echt begrepen. Veel goede gesprekken met Justin, mijn begeleider. Daardoor begin je jezelf weer een gewoon mens te voelen. Hij heeft me er echt doorheen gesleept.

Eduardo en Justin

Mens

Daarom koester ik het personeel hier bij de Velserpoort. Ik vind het fantastisch, het werk dat ze doen. En je hebt hier alles, je natje en je droogje, echt goed geregeld. Ik ben zelfs aangekomen.
Door het trauma in je hoofd probeer je de pijn te verplaatsen. Bijvoorbeeld door in je arm te snijden. Justin heeft mij geleerd dat icepacks ongeveer hetzelfde effect hebben. Zo beschadig je jezelf minder. Dat helpt enorm.
Maar het meest van alles heeft hij me weer gewoon mens laten voelen. Ik voelde me een monster. Door veel te praten en grappen te maken hebben we een band opgebouwd. Ik dacht altijd zwart-wit, hier heb ik ook de grijstinten leren kennen. En dat kritiek niet automatisch betekent dat iemand boos op je is. Je hebt meer te wensen dan te willen.

Leren

Nu ga ik van de Velserpoort naar de Frans Hals panden. Dat is tien minuten van het Centraal Station. Je hebt een zelfstandige studio en je deelt wc en keuken. De begeleiding komt daar van de RIBW. Zeven dagen per week doe ik doe ik dagbesteding, schoonmaken. Dat blijf ik voorlopig doen, ik wil niet in een gat vallen. Sinds mijn zestiende heb ik altijd een vaste relatie gehad. Nu ga ik leren om tevreden te zijn met mezelf. Daarna is er weer plaats voor anderen. Ik ben er echt aan toe.’

‘Je hebt er zelf hard voor gewerkt,’ besluit Justin, ‘je hebt het verdiend. Jij hebt mij laten zien dat er nooit een excuus is om niet door te gaan.’

Deel dit verhaal:

Meer lezen?

Bekijk dan al onze verhalen.