Nieuws

Samen krijg je meer gedaan

Voor kwetsbare mensen is een eigen woonplek met zorg op maat de basis voor deelname aan de samenleving en herstel. Daarom werken de gemeente Amsterdam, woningcorporaties en zorgaanbieders samen om mensen waar mogelijk zelfstandig te laten wonen in de wijk.

Een van de woningcorporaties waar HVO-Querido goed mee samenwerkt is de Alliantie. Op het Amsterdamse regiokantoor van de Alliantie aan de Helmholtzstraat spreken we over deze samenwerking met twee medewerkers sociaal beheer van de corporatie: Jolanda Beuving en Hanna Segaar. Jolanda Beuving gaat als sociaal beheerder over de Watergraafsmeer, Zuid en het Centrum, terwijl haar collega Hanna Segaar zich ontfermt over De Pijp. Ze hebben een verschillende achtergrond, Jolanda komt van oorsprong uit de hulpverlening, Hanna uit de voorlichting, en waren al op andere terreinen in de volkshuisvesting actief voordat ze bij de afdeling sociaal beheer aan de slag gingen.

Contact met alle spelers in de wijk

‘Onze functie is eigenlijk een voortzetting van het woonmaatschappelijk werk,’ vertelt Jolanda. ‘Daar had je er per rayon één van in Amsterdam. Als sociaal beheerder werk je in principe niet met een caseload. Het werk dat er moet gebeuren in de wijk pak je op, meestal samen met andere partijen zoals de politie, de GGD en de hulpverlening. De hoeveelheid werk verschilt per dag, de ene keer is het wat drukker, de andere keer iets minder druk, maar we vervelen ons nooit. Ons werk bestaat voor het grootste deel uit gesprekken met bewoners, daarnaast voer je veel collegiaal overleg met allerlei spelers in de wijk, gebiedscoördinatoren, wijkbeheerders, opzichters, allerlei netwerken. Wij weten best aardig wat er speelt in de wijk.’

Bemiddeling

‘Wij gaan veel op huisbezoek bij huurders,’ vult Hanna aan. ‘Als er een overlastklacht binnen komt bij onze klantenservice, dan zetten zij deze door naar ons. Voordat wij een zaak in behandeling nemen, stimuleren we eerst dat buren er zelf met elkaar proberen uit te komen. Het gebeurt regelmatig dat mensen de klantenservice bellen, terwijl ze nog nooit met hun buurman of buurvrouw hebben gesproken. Soms weten mensen niet eens dat ze overlast veroorzaken. Bemiddeling in de buurt kan dan vaak heel goed werken. In Amsterdam gaat dat via de stichting Beter Buren.’
‘Voor de omgang met verslaving en psychiatrie is Beter Buren niet bedoeld,’ legt Jolanda uit. ‘De huisvesting van zogeheten kwetsbare groepen is een vak apart en daarbij hebben we onder andere te maken met HVO-Querido, het Leger des Heils en Cordaan. Samenwerking is iets dat je samen moet ontwikkelen.’

Hanna Segaar en Jolanda Beuving

Pittig

‘HVO-Querido was de eerste in de stad met een goed protocol voor overlast, dat is een  goede zet van jullie geweest,’ stelt Hanna, ‘daar kun je best trots op zijn. Jullie meldpunt overlast is ook heel goed, je wordt altijd op tijd teruggebeld.’
‘De wil tot samenwerken is er beslist,’ aldus Jolanda. ‘Naar mijn mening worden bewoners uit de kwetsbare groepen nog altijd wat teveel afgeschermd door de begeleiding. De begeleiders staan echt voor hun cliënten. Dat begrijp ik ook wel, dat is je professionele rol. Hulpverleners luisteren wel, maar de buren voelen zich desondanks vaak niet genoeg gehoord. Die krijgen toch het gevoel dat ze niet moeten zeuren, dat ze nou eenmaal in de grote stad wonen etc. Terwijl de hulpvraag soms best een pittige is, dat past niet altijd in de wijk. Housing First vraagt wel wat van een buurt.’

Netwerk belangrijk

‘Ik kom zelf uit de hulpverlening. Eerst een beetje aan jezelf werken, kan voor sommige mensen helemaal geen kwaad. Ik snap de gedachte achter Housing First wel hoor, ik vraag me alleen wel eens af of het wel voor iedereen het beste is. Ik ben al een paar keer op huisbezoek geweest bij mensen die eenzaam en alleen op een stoel in een kale kamer zaten. Is dat dan het Walhalla van een eigen woning? Het ontbreken van een netwerk, maar ook het hebben van een verkeerd netwerk, kan echt voor problemen zorgen.’

Geen kwetsbare straten creëren

‘Wat kan een trappenhuis dragen? Dat is een realistische en terechte vraag,’ aldus Hanna. ‘Als corporatie willen we dat alle mensen prettig samenleven in de buurt, zowel de mensen die daarbij wat ondersteuning nodig hebben, als onze reguliere huurders. Daarom moet je niet teveel kwetsbare mensen bij elkaar huisvesten. We willen geen kwetsbare straten creëren. Dat blijft een aandachtspunt.’

Duidelijk maken

‘Als een situatie uit de hand dreigt te lopen, kan het heel goed zijn om met de bewoner in kwestie, de persoonlijk begeleider en iemand van ons, samen te komen om de spelregels en de wederzijdse verwachtingen nog eens goed uit te spreken en ook duidelijk te maken wat er gebeurt als men zich daar niet aan houdt,’ legt Jolanda uit. ‘In dit soort samenstellingen belanden wij als corporatie al snel in de rol van boeman en daar heb ik ook niet zo’n moeite mee, maar in feite gaat het om de begeleider, hij of zij moet het met de bewoner oppakken. Dat besef mag wel wat meer doordringen bij HVO-Querido.’

Verder gaan

‘Wij zijn er om mensen te huisvesten,’ benadrukt Hanna. ‘Het huisvesten van kwetsbare mensen is een blijvende taak die voorlopig alleen maar toeneemt. Het is belangrijk om op de ingeslagen weg verder te gaan en goed te blijven samenwerken. Daarom zijn goede onderlinge verbindingen meer dan ooit noodzakelijk.’


Joris van Ruitenbeek

De ander is een toevoeging

Joris van Ruitenbeek (1966) werkt nu vijf jaar bij de afdeling Discus van HVO-Querido. Daarvoor was hij al actief in de maatschappelijke opvang, onder meer bij re-integratieprojecten voor jongeren en de daklozenopvang in Utrecht. Hij noemt zichzelf het liefst rehabilitatiewerker. Naast zijn reguliere werk als persoonlijk begeleider verzorgt hij trainingen over methodiek en pioniert hij momenteel als kwartiermaker.

‘Wij werken goed samen met Stadgenoot, Rochdale, Eigen Haard, de Alliantie, Ymere, de Key, kortom, met alle grote woningcorporaties in Amsterdam,’ aldus Joris van Ruitenbeek. ‘Voor mij is dat een voorbeeld van hoe je houding door ervaring kan veranderen. Als er vroeger iets aan hand was met een klant, was mijn reactie als persoonlijk begeleider bij wijze van spreken: als de corporatie het maar niet te weten komt. Terwijl we nu samen optrekken. Nu stellen mijn collega’s en ik de corporatie meteen op de hoogte als dat nodig is. Dat is echt veranderd.

De wijk in

Die omslag is de laatste twee jaar van beide kanten ingezet, dat is een goede ontwikkeling. Het komt deels omdat de woningcorporaties meer op straat opereren. Hun medewerkers voor overlast en sociaal beheer zijn meer de wijk ingegaan, ze zitten minder op kantoor en gaan veel vaker op huisbezoek, regelmatig samen met een begeleider van ons. Ieder vervult daarbij natuurlijk zijn eigen rol en functie, maar samen werken we aan het welzijn van de individuele bewoner c.q. huurder en aan de leefbaarheid in de wijk.

Laten weten wat je doet

Wij nemen overlast heel serieus. In plaats van een afwachtende houding nemen wij nu een proactieve positie in. Als wij ook maar het vermoeden hebben dat er mogelijk overlast kan ontstaan, maken we een plan van aanpak. Ondanks ons misschien soms wat vrijbuiterige imago volgen wij altijd nauwgezet ons eigen overlastprotocol. Want alleen als je een gedegen dossier opbouwt heb je, als dat nodig is, een zaak. Daardoor blijven overlastklachten niet langer ergens zweven, wat in het verleden wel gebeurde, maar worden door ons meteen aangepakt. Wij beloven binnen twee werkdagen te reageren op een melding van overlast, in de praktijk is dat vaak sneller. We maken altijd een verslag voor alle betrokkenen waarin staat wat er aan de hand is en welke maatregelen er zijn genomen.

Meer delen

In het kader van de huisvesting van kwetsbare groepen zijn er in Amsterdam tien werkafspraken gemaakt tussen gemeente, woningcorporaties en zorginstellingen om mensen passende woonruimte te bieden met zorg op maat. Dat is heel goed, deze drie-eenheid. Het draagt bij aan het groeiende besef dat we samen aan hetzelfde werken.
Bij Discus zeggen we altijd dat we drie klanten hebben: de klant, de corporatie en de buren. Wij doen er alles aan om met alle drie een goede relatie op te bouwen en te behouden.
Het kan natuurlijk altijd beter. Zo zouden we als zorginstelling misschien nog meer moeten delen. Wat ik wat gechargeerd zei over de aarzeling van begeleiders om de woningbouwvereniging in te lichten, leeft nog altijd een beetje. Terwijl openheid en snel  toenadering zoeken de situatie meestal ten goede komt. Omgekeerd zouden corporaties soms wat eerder aan de bel kunnen trekken. Wij krijgen nog steeds klanten binnen die een forse huurschuld hebben opgebouwd. Als je eerder ingrijpt, loopt dat minder uit de hand, dat is voor iedereen beter.

Toevoeging

Samenwerken vraagt wat van alle partijen. Zo is het ook simpelweg belangrijk dat je elkaar kent. Dat je weet wie waarvoor verantwoordelijk is zodat je niet in een call center terechtkomt, maar direct contact hebt met de juiste persoon. Laten we niet bang zijn voor elkaar, maar ons juist realiseren dat de ander een toevoeging is.’


Stefan Post

Samen optrekken

Een andere corporatie waar HVO-Querido goed mee samenwerkt is Woonstichting Rochdale. Stefan Post is ruim anderhalf jaar sociaal beheerder bij Rochdale. Hij geeft leiding aan een vijftal wijkbeheerders in zijn wijk Slotermeer en leidt diverse projecten om overlast tegen te gaan.

‘Als ik een leefbaarheidsplan maak, kom ik in contact met alle bewoners van de betreffende wijk, ook met mensen die daar via HVO-Querido of het Leger des Heils wonen. In de meeste andere gevallen kom ik vooral in contact met onze huurders als er problemen zijn,’ vertelt Stefan Post, een voormalige politieman. ‘Dan heb ik het niet over een eerste melding, maar over een echte puinhoop. Er is dan altijd meer aan de hand dan te harde muziek of rotzooi in het portiek. Vaak spelen psychische problemen daarbij een rol. Daardoor gaan mensen bijvoorbeeld spullen verzamelen en hun woning daarmee volstouwen waardoor er een onleefbare situatie ontstaat, de zogeheten hoarders. Dat komt best veel voor. Daar kun je lacherig over doen, maar het geeft niet alleen stank en ongedierte, het kan ook echt gevaarlijk zijn. Veel hoarders sparen bijvoorbeeld ook kranten, veel kranten. Bij een lekkage zuigt zo’n enorme stapel papier zich als een spons vol water en wordt zo zwaar dat de boel kan instorten. Daarom moeten we daar alert op zijn.

Spel

Het kan effectief zijn om samen met de begeleider een huurder op te zoeken. Samen met Joris van Ruitenbeek van HVO-Querido doe ik dat wel eens, we spelen dan good cop, bad cop. Ik ben dan bijvoorbeeld de strenge man van de woningbouwvereniging, hij speelt de vriendelijke begeleider. Het is een spel maar mensen hebben dan vaak wel het idee dat er serieus iets aan de hand is, met twee van die kerels over de vloer.
Het is leuk om met persoonlijk begeleider zo’n gezamenlijke aanpak te zien slagen. Als huurders zonder problemen en overlast in een gewone buurt wonen, is dat voor iedereen het beste.

Zone3

Ik kom best wat eenzame mensen tegen, mensen die weinig om handen hebben en graag iets willen doen voor de buurt. Sommigen kunnen aan de slag bij Zone3 dat klussen doet en huismeesters inzet. Zone3 is bekend met de doelgroep, dat geeft vertrouwen. Niet bij de corporatie maar gewoon, bij mensen thuis. Deelnemers leren er veel van, de buurt heeft er wat aan, de overlast neemt af, wat wil je nog meer?

Matching

Bij de matching tussen bewoner en woning is er nog wel wat te winnen. Dat zou wat mij betreft echt een zaak van de zorginstelling moeten zijn, die kent de klanten beter dan wij. Het zou verstandig zijn als wij zeggen: hier is een woning, plaats maar een geschikte kandidaat.

Betrokken

Tegen begeleiders zeg ik altijd: wees niet bang om de woningcorporatie er in een vroeg stadium bij te halen. Zoek contact. Maak ze betrokken. Beter te vroeg dan te laat. En investeer in het persoonlijk contact, niet alleen mailen, maar ook bellen, afspreken.
Wij willen ook niet dat mensen hun huis kwijtraken. Dat is echt een allerlaatste middel. Maar als bij extreme overlast de huurder en de begeleider niks doen, gebeurt dat uiteindelijk toch. Als er dan veel klachten uit de buurt komen, sta je al gelijk met 3-0 achter. Daarom kun je beter samen optrekken. Samen krijg je meer gedaan.’

 

 

Reacties ( 0 )

    Geef een reactie

    Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *