Nieuws

Recht voor z’n raap

Na 22 jaar bij HVO-Querido te hebben gewerkt gaat Madeleine de Visser, ondersteunend begeleider bij onze voorziening Robert Koch Wonen in de Amsterdamse Watergraafsmeer, met pensioen. Ze houdt helemaal niet van kapsones en kouwe drukte, maar wil desgevraagd wel heel even terugkijken op haar jaren bij ons. Dinsdag 24 april is haar afscheidsreceptie.

Wie met Madeleine de Visser (1952) in de binnentuin zit van de voorziening aan het Robert Kochplantsoen merkt dat heel veel mensen, zowel collega’s als cliënten, voordurend heel even contact met haar maken. Een groet, een grapje, een kort, vriendelijk woord. Het is vluchtig, het stoort absoluut niet, je merkt aan alles dat Madeleine enorm wordt gerespecteerd en gewaardeerd door medewerkers en vooral door bewoners.

Zelfstandig

Bij Robert Koch Wonen werkt Madeleine niet ver van de plaats waar ze werd geboren en opgroeide. Ze woonde namelijk eerst aan de Bredeweg, later aan de James Wattstraat en ging naar de lagere school in de Willem Beukelsstraat, allemaal in dezelfde Watergraafsmeer.

Madeleine bij het voormalige Straetenburgh in de Vechtstraat

‘Mijn vader was ingenieur bij Publieke Werken van de gemeente,’ vertelt Madeleine. ‘Mijn moeder heb ik nooit echt goed gekend, zij was ernstig ziek, ze had MS en lag altijd ergens in een ziekenhuis. Hoewel mijn vader een prima baan had, was er veel armoede in mijn jonge jaren. Al het geld ging naar de verzorging van mijn moeder, dat was in die tijd nog heel anders geregeld dan nu. Als klein meisje wilde ik verpleegster worden, die zag ik goed werk doen in al die ziekenhuizen waar mijn moeder lag. Zorgen, dat wilde ik ook. Ik heb mijn ouders vroeg verloren, mijn moeder overleed toen ik tien was, toen mijn vader dood ging was ik elf.
Ik sta op eigen benen sinds mijn vijftiende. Daar ben ik behoorlijk zelfstandig en eigenwijs van geworden – daardoor prik ik snel door praatjes van mensen heen – en ook allergisch voor gepiep en gezeur. Ik kan er helemaal niet tegen als mensen om iets kleins klagen en zaniken. In de 22 jaar dat ik hier werk, ben ik nog nooit ziek een dag geweest.

Naar Straetenburgh

Verpleegster werd het niet, daar was geen geld voor, ik ging naar de huishoudschool aan de Polderweg en daarna werken. Ik heb heel veel verschillende banen gehad. In een babywinkel, een schoenenwinkel, bij een financieringsmaatschappij en in de Arena, bij Ajax.

Madeleine in de grote zaal van Straetenburgh

Op 1 december 1996 ben ik begonnen bij HVO-Querido, als gastvrouw voor 32 uur per week bij Straetenburgh [de voorloper van Robert Koch Wonen, red.] aan de Vechtstraat. Dat was in augustus van dat jaar gestart, het was allemaal nog vrij nieuw. Ik had tot op dat moment nog nooit van HVO-Querido gehoord, maar ik las de vacature en het leek me een leuk iets. Mijn sollicitatiegesprek was heel grappig. Dat was met Dennis Heeren, hij was toen de teammanager, echt een toffe peer, en tijdens het gesprek moest hij steeds vaker even weg om een ruzie tussen bewoners te sussen.
Straetenburgh was, zeker in het begin, heel sober. Een soort bed, bad, brood. Kleine kamertjes. Al het eten kwam van de centrale keuken van de Poeldijkstraat. Ik voelde me eigenlijk meteen thuis tussen de bewoners. Ik houd van dit werk, ik houd ervan om mensen te helpen, omdat ik zelf weet wat het is als je iets mist.
Jarenlang heb ik mijn broer verzorgd, hij woonde hier vlakbij, in Betondorp. Twee jaar geleden heb ik hem dood gevonden in zijn huis, dat heeft me veel gedaan.

Beter voor bewoners

Als gastvrouw en later als ondersteunend begeleider doe ik van alles: inkopen, eten maken, activiteiten met bewoners, naar het ziekenhuis met een bewoner, temperaturen, je bent hier echt een Manus van alles. Het grootste verschil tussen vroeger en nu is dat er veel meer regels zijn gekomen en dat er meer volgens het boekje wordt gewerkt.

Bij een proeverij met inkopers van eten van HVO-Querido in 2013

We hebben altijd al een pittige doelgroep gehad, met veel verslaafden, maar vroeger had je ook nog wel eens een paar “echte” daklozen ertussen, zwervende types zonder verslaving, nu haast niet meer. Verslaving is iets dat je leven beheerst, veel bewoners zijn de hele dag bezig met gebruik, dat geeft een bepaalde onrust. In Straetenburgh was er in het begin een gebruikersruimte, nu doen bewoners dat op hun kamer. Omdat de kamertjes aan de Vechtstraat zo piepklein waren, zaten bewoners vaker bij elkaar in de zaal, nu blijven ze meer op hun kamer. Ze hebben het hier wel beter dan in de Rivierenbuurt, meer ruimte, meer privacy.
Qua eten zijn bewoners er ook flink op vooruit gegaan. Vroeger kwamen maaltijden kant en klaar aan en werden geregenereerd, nu kook en bak ik alles vers. Vlees, vis, groente, fruit, toetjes, ik maak het allemaal zelf. Dat is echt veel beter en ook leuker om te doen.

Madeleine in de keuken

Moeder

Ik ben heel sociaal, ik help graag iedereen, ik kan niet tegen oneerlijkheid. Maar ik heb ook een grote mond, dat weet ik van mezelf, ik zeg waar het op staat, ook al ben je mijn baas. Dat is mijn aard, ik ben recht voor z’n raap.
Ik ben sterk, ik houd van doorzetten.
Ze gunnen het me wel, maar veel bewoners vinden het erg dat ik wegga, ze beschouwen me als een soort moeder. Ze kenen me natuurlijk al heel lang en ik benader iedereen persoonlijk.

New York

Madeleine met bewoners van Robert Koch Wonen

Bijzondere herinneringen bewaar ik aan John, een bewoner die inmiddels is overleden. Hij had huidkanker en aids. Wij hadden een klik en konden goed met elkaar overweg. Bij Straetenburgh was regelmatig kakkerlakkenbestrijding met een rood poeder door de GGD. Dan moest iedereen het pand uit. John wilde niet, hij kon heel lastig zijn. De politie was er al aan te pas gekomen, maar John wilde nog steeds niet. Toen mocht ik het proberen. Ik zei dat we allemaal even naar buiten gingen en toen vroeg hij: Madeleine, ga jij ook? Toen ik dat bevestigde zei hij heel rustig: Oké, ik kleed me even aan, dan ga ik met je mee.
Een uur voordat hij doodging zat ik aan zijn bed en draaide een laatste sigaretje voor hem. Ik heb gesproken op zijn begrafenis en een shirt op zijn kist gelegd. Dat had ik speciaal voor hem gekocht in New York, omdat hij er vandaan kwam en zo van die stad hield. Dat soort dingen vergeet je niet.
Ik noem er nu één, maar er zijn een heleboel bijzondere, aardige en lieve bewoners.

Praktijk

Omgaan met onze doelgroep leer je in de praktijk, niet op school. We hadden een keer een stagiair en de bewoners moesten hun kamer schoonmaken. Hij klopte aan bij een bewoner en begon meteen orders uit te delen: jij moet je kamer opruimen! Mijn mond viel open, ik zei: wat ben jij nou aan het doen? Onze bewoners zijn mensen, ze willen graag worden behandeld als mensen. In plaats van ‘je moet’ kun je het beter over de boeg gooien van ‘kom, zullen we samen even,’ dat werkt veel beter. Rustig en met een glimlach. Je hebt er niet veel aan om de confrontatie aan te gaan, je kunt bewoners beter voor je proberen te winnen.
Het heeft ook weinig zin om bij alles eindeloos met bewoners in discussie te gaan. Ik probeer eerlijk, respectvol, kort en duidelijk te zijn. Ik hoef bij niemand in het gevlei te komen. Bewoners vinden het meestal fijn als ze weten wat ze aan je hebben, waar ze aan toe zijn.

Madeleine in de binnentuin van Robert Koch Wonen

Oma

Ik ga het hier wel missen hoor, maar thuis ben ik ook altijd bezig. Als je gaat zitten, dan gaat het verkeerd, je moet wel wat doen.
Ik woon al lang niet meer in de Watergraafsmeer. Mijn man en ik hebben een tijd in de Jordaan gewoond, hij komt daar vandaan, en nu wonen we in Amsterdam Noord, aan het begin van de Noord/Zuidlijn. Mijn man is nu twee jaar met pensioen. We hebben een dochter van 34 met wie ik een hele goede, hechte band heb. In juni word ik voor de eerste keer oma, dat lijkt me heel leuk.’

 

 

Reacties ( 1 )

  • Manfred Buijs says:

    Beste Madeleine, wat een ongelofelijk mooi en warm stukje.
    Hoe je spreekt over de bewoners, dat raakt me diep.
    Woon vlakbij het Robert Koch en ken best wel wat mensen omdat ik lang verslaafd ben geweest en dakloos, mensen zoals jij maken echt een verschil in hoe iemand zich voelt als mens en niet als probleem of erger.
    Manfred buijs

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *