Nieuws

‘Ik wil mijn eigen ik weer zijn’

Antonio Kraan (1962) woont sinds vijf maanden in de Wuif, een onderdeel van de Rijswijk waar een groter beroep wordt gedaan op de zelfstandigheid van bewoners. Dat wil niet zeggen dat hij een nieuwkomer is aan de Poeldijkstraat, sterker nog, hij woont er al zestien jaar.

De heer Kraan werd geboren in Maartensdijk bij Utrecht, wat aan zijn tongval nog altijd goed is te horen. In zijn prille jeugd was het thuis geen pretje, hij spijbelde meer dan hij op school zat en hij ging al op zeer jonge leeftijd werken. ‘Een kindertijd heb ik niet  gehad, moederliefde heb ik nooit gekend, ik kan me niet herinneren dat ik ooit gewoon heb gespeeld als kind,’ vertelt Antonio Kraan nuchter en zonder een zweem van sentimentaliteit.
‘Ik ging werken, bij een schilder, een bakkerij, een fietsenmaker, winkels, restaurants, bij allerlei bedrijven. Wat ik echt leuk werk vond, was bij de Melkunie, op de Schoolmelk Express. Dat heb ik ruim twaalf jaar gedaan, melk rondbrengen met een klein vrachtwagentje bij scholen in een ruime straal rond Utrecht, van Vianen tot Abcoude. Overal aardige mensen, overal koffie. Door een stomme fout ben ik daar ontslagen. Ik kreeg een flinke douw van iemand zodat ik viel en die persoon heb ik toen knock-out geslagen. Want je laat je eigen niet wegzetten.

Antonio Kraan in zijn woonkamer

Sussen

Toen ben ik door mijn vader het huis uitgezet en ben ik bij de vrouwtjes gaan wonen, in Houten en in Hilversum. Die huizen waren niet van mij, die stonden niet op mijn naam, dus toen dat niet meer ging, ben ik dakloos geraakt en kwam ik in Amsterdam terecht. Niet toevallig eerst in de hoerenbuurt.
Zo was ik halverwege de jaren ‘80 zelf een zwerver geworden. Vroeger was ik daar altijd tegen. Met mijn baan en mijn auto vond ik daklozen maar luie bedelaars. Pas langzaamaan ben ik de mensen gaan begrijpen. Als er ergens problemen zijn, ben ik altijd degene die ertussen springt, mensen beschermen, dat zit in mij. Daardoor heb ik veel moeilijkheden gehad, want altijd als er iets aan de hand was, stond ik ertussen. Mensen geloven niet altijd dat je de boel juist probeert te sussen.

Gratis bier

Toen ik net dakloos was in Amsterdam had ik een makker, Willem van Schoor, die altijd voor me opkwam en mij beschermde. Ik ben Willem compleet uit het oog verloren. Ik zou hem graag nog eens ontmoeten om te laten zien wat ik heb bereikt.
In Amsterdam kwam ik bij Walenburg te wonen, dat was toen ook van HVO. Daar heb ik nog in het orkest gezeten, niet dat ik zo muzikaal ben, gewoon een beetje zingen en gek meedoen. Het ging mij om het bier en overal waar wij speelden was gratis bier.

Van Walenburg kwam ik in een woning van mezelf terecht, een soort begeleid wonen was dat, maar door allerlei toestanden moest ik daar uit en kwam ik bij het Klokhuis aan de Tolstraat. Vandaar ben ik naar de Veste gegaan, dat was nog het oude gebouw hiernaast, en zo woon ik al zestien jaar aan de Poeldijkstraat.

Clean

Ik ben dertig jaar verslaafd geweest aan alcohol. Mijn verdriet dronk ik weg. Bier was mijn drank, vijftien halve liters per dag, plus soms wat port en jenever. Nu niks meer, geen druppel. Sinds een jaar ben ik nu helemaal clean. Ook van de benzo’s, zeg maar de pammetjes, ben ik af. Ik ben er helemaal klaar mee. Ik heb er al veel goeie reacties op gehad, ook uit de buurt.
Ik moet zeggen, er gaat een wereld voor me open.

Tot rust komen

Nu moet ik leren om weer zelfstandig in de maatschappij te staan. Dat is best moeilijk voor mij. Ze helpen je hier echt, maar ze laten je los waar het kan. Alles wat je zelf kan, moet je hier zelf doen. Dat wil ik ook graag, ik wil mijn eigen ik weer zijn.
Hier kom ik tot rust. Deze kamers beschouw ik als mijn heiligdom. Hier kan ik ook mensen ontvangen. Zoals de mensen die me hebben geholpen bij het afkicken. Ik begin nu een beetje tot mezelf te komen. Dit is mijn plek. Ik ken deze buurt goed, dat geeft vertrouwen. Ik ken iedereen en zij weten wie ik ben. Dit is echt mijn straatje geworden. Hier weggaan zie ik voorlopig niet zitten. Dat gaat me te hard. Ik heb nu al veel bereikt.

Eerlijk

Ik ben heel tevreden over Charles, hij is mijn begeleider. Hij is eerlijk. Ik houd van eerlijkheid. Naderhand iets heel anders moeten terughoren dan wat iemand in je gezicht heeft gezegd, is vervelend, daar kan ik slecht tegen. Charles is recht voor zijn raap, daar houd ik van. We hebben afgesproken dat we alles tegen elkaar zeggen, ook als het niet leuk is.
Ik tref het vaak met begeleiders. Met mijn buddy’s heb ik ook altijd geluk gehad, altijd mooie vrouwen met auto’s. Lekker op pad, leuke dingen doen.

Respect

Antonio Kraan (rechts) toen hij nog in de Veste woonde

Je hebt goeie en je hebt slechte mensen. Rotte appels kom je overal tegen. Als je respect geeft, krijg je respect terug. In de zestien jaar dat ik in deze straat woon, heb ik wel honderd keer meegemaakt dat mensen die problemen maakten helemaal niet van HVO-Querido kwamen, maar daar hoor je nooit iemand over. Als er iets gebeurt, wijst het vingertje heel makkelijk hier naartoe, dat gaat bijna vanzelf.

Helder

Bij de Wuif zit ik in de bewonerscommissie, dat gaat hier heel relaxed. In de Veste zat ik ook in de bewonerscommissie, daar ging iedereen veel meer tegen mekaar in. Dat rustige vind ik nu wel fijn hoor. Ik ben geen 18 meer, ik ben nu 54. Soms mis ik het geschreeuw op de gang wel een beetje, als je lang in de opvang woont, hoort dat erbij.
Vroeger was ik een hele andere jongen. Ik was echt een klootzak hoor toen ik dronk. Nu wil ik met een helder hoofd van het leven genieten.
Ik heb veel meegemaakt en niet altijd het leukste. Ik heb gesprekken gevoerd met psychiaters, ik heb pillen gehad, het helpt allemaal niks. Je krijgt het nooit weg, je moet ermee leren leven. Laat mij het nu maar op mijn eigen manier doen.

Zingen

Als dagbesteding werk ik als fietsenmaker bij Basic Wheels, dat zit hier beneden, daar repareer ik de fietsen van mensen uit de buurt. Weet je wat je krijgt voor een hele dag werken? Acht euro! Dat vind ik belachelijk weinig, daar kan de gemeente best wat meer van maken.
Ik ben ook een tijdje mantelzorger geweest bij Cordaan, dan ging ik met oude mensen die een beetje dement waren naar het park. Die begeleiders zeiden: ze weten nergens van, maar ik zong oude liedjes met ze, zoals “In een rijtuigie,” nou, ze zongen allemaal mee hoor. Dat gaf me wel een kick.

Blues

Vroeger had ik allemaal doodskoppen op mijn kamer, nu niet meer. Nu heb ik klokkies, een hele verzameling horloges, allemaal gekregen. Ik kijk naar horrorfilms op Netflix, ook al ben ik zelf geen zombie meer, ik kijk met plezier naar zombiefilms. Ik luister ook graag naar muziek, Ray Charles, B.B.King, vooral blues. Ik heb nog een heleboel grammofoonplaten in de kast staan. Ik zou wel weer een platenspeler willen, maar daar moet je centen voor hebben en die heb ik niet.’

Balkon van de heer Kraan bij de Wuif in de Rijswijk

 

 

 

Reacties ( 0 )

    Geef een reactie

    Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *