Onlangs bezocht een aantal collega’s van het Centrum Tegen Mensenhandel een werkbezoek aan hun Belgische equivalent PAG-ASA, gevestigd in Brussel. Een leerzaam bezoek!
Niet alleen onze collega’s, maar ook ambtenaren van het ministerie van VWS en dat van Justitie en afgevaardigden van de VNG zijn afgereisd naar Brussel. Het doel van het werkbezoek is kennis op te doen over het juridische proces en de zorg voor slachtoffers van mensenhandel in het gecentraliseerde systeem van België.
Waardevolle uitwisseling
PAG-ASA is de host van het werkbezoek. Deze organisatie PAG-ASA verzorgt in Brussel de opvang en begeleiding van slachtoffers van mensenhandel en werkt daarbij samen met Payoke (Antwerpen) en Sürya (Luik). Samen vormen zij het landelijke netwerk. De uitvoering is landelijk georganiseerd, terwijl de financiering regionaal plaatsvindt. De juridische hulpverlening wordt bekostigd door de federale overheid.
Het worden twee intensieve, maar zeer waardevolle en leerzame dagen. De eerste dag staat in het teken van kennismaking en inhoudelijke uitwisseling, met bijdragen van PAG-ASA, Payoke, de Brusselse politie (team mensenhandel), het Belgische ministerie van Justitie en de organisatie Espace-P, die werkt met sekswerkers op straat.
Verschillende werkwijzen
Een belangrijk verschil tussen België en Nederland zit in de rol van zorgmedewerkers. In België stellen zorgprofessionals zelf, in teamverband, het vermoedelijke slachtofferschap van mensenhandel vast. In Nederland ligt die verantwoordelijkheid uitsluitend bij de politie, de Nederlandse Arbeidsinspectie en de Koninklijke Marechaussee.
Ook de bedenktijd verschilt. In België geldt een periode van 45 dagen waarin slachtoffers kunnen beslissen over vervolgstappen; in deze fase is de politie vaak nog niet betrokken. In Nederland is de bedenktijd doorgaans drie maanden, en wordt de politie vanaf het begin betrokken, onder meer om risico’s in te schatten en bewijsmateriaal veilig te stellen.
Voor- en nadelen
Deze verschillende benaderingen hebben voor- en nadelen. De Belgische werkwijze is laagdrempeliger, omdat slachtoffers eerst contact hebben met hulpverlening in plaats van met opsporingsinstanties. Tegelijkertijd kan dit nadelig zijn voor opsporing, doordat bewijsmateriaal verloren kan gaan. In Nederland is de focus bij de start juist sterk gericht op veiligheid en gezondheid, en geldt bovendien een meldplicht bij signalen van gevaar of criminaliteit. In België bestaat deze meldplicht niet.
Een ander verschil betreft opvangcapaciteit. België beschikt over slechts ongeveer 60 opvangplekken, waardoor bij twijfel niet altijd opvang wordt geboden. In Nederland zijn landelijk meer plekken en wordt opvang sneller ingezet, ook bij minimale signalen.
Dilemma’s en kwetsbare groepen
Een belangrijk knelpunt in België is dat ongedocumenteerd verblijf strafbaar is. Dit zorgt voor een dilemma: iemand kan tegelijk als mogelijke dader (illegaal verblijf) en als slachtoffer (van uitbuiting) worden gezien. Hierdoor is de drempel voor slachtoffers om zich te melden bij de politie hoger, wat signalering bemoeilijkt. Dit speelt vooral bij sekswerkers in kwetsbare posities, zoals ook werd benadrukt door Espace-P.
Daarnaast staat de aanpak van criminele uitbuiting in België nog in de kinderschoenen. Vooral jongeren zijn slachtoffer, maar worden vaak als dader gezien. Er is weinig passende opvang en de prioriteit van politie en gemeenten ligt momenteel voornamelijk bij drugsbestrijding, niet bij mensenhandel.
Zorg na seksueel geweld
De zorg voor slachtoffers van seksueel geweld is vergelijkbaar met Nederland, met het Zorgcentrum na Seksueel Geweld (ZSG) voor de eerste zeven dagen na een incident. Om ook daarna ondersteuning te bieden, is EVA (Emergency Victim Assistance) opgezet. Dit project van de Brusselse politie richt zich op nazorg en op het trauma-sensitiever maken van aangifteprocessen.
Opvang en samenwerking
De tweede dag bestaat uit een rondleiding door de opvang van PAG-ASA. De opvang is verdeeld over drie locaties, afhankelijk van de mate van zelfstandigheid van cliënten, vergelijkbaar met de Nederlandse praktijk. Opvallend is de sterke focus op zelfstandigheid: cliënten worden actief gestimuleerd om onderwijs of dagbesteding te volgen.Een bijzonder initiatief is een woonproject waarbij drie jonge slachtoffers samenwonen met Belgische studenten. Dit bevordert integratie en doorstroom naar zelfstandig wonen.
De drie centrale opvangplekken in België hebben dezelfde visie op mensenhandel en sekswerk en werken goed samen. Elk jaar komen ze meerdere keren bij elkaar voor vergaderingen, casuïstiek en expertise-uitwisseling. Voor HVO-Querido zou dat een mooie manier om de samenwerking met andere partners in Nederland ook te versterken.
Het was fijn om onze Belgische collega’s te kunnen ontmoeten en het bezoek was zeer waardevol. Het gaf ons veel inzicht in de Belgische aanpak van mensenhandel, en andersom. Zowel in Nederland als België blijkt het systeem complex en versnipperd, meer dan vooraf verwacht. Het bezoek biedt mooie aanknopingspunten voor verdere reflectie en ontwikkeling!



