Nieuws

‘In mijn hart een HVO-er’

Renato Reali is na ruim dertig jaar in de maatschappelijke opvang, waarvan zeventien jaar bij HVO-Querido, met pensioen gegaan en van zijn welverdiende rust aan het genieten. Op de valreep blikken we even kort terug.

Zoals zijn naam al doet vermoeden, is farmaceutisch verpleegkundige Renato Reali (1953) van Italiaanse komaf. Hoewel hij zelf in het Noord-Hollandse Landsmeer is geboren en getogen, komt zijn familie uit het Noord Italiaanse Lombardije, uit de streek rond Brescia om precies te zijn.
‘Hoewel ik nog niet zo heel lang geleden alsnog tot Nederlander ben genaturaliseerd, ben ik misschien wel nooit echt een Hollander geworden. Maar ik ben ook geen 100% Italiaan meer,’ vertelt Renato. ‘ik ben een Europeaan. Grenzen zijn arbitrair. Mijn opa vertelde altijd lachend dat hij eigenlijk een Oostenrijker was. Wat betreft mijn aandacht voor eten ben ik wel Italiaans. Dat zit echt in ons. Elk kind in Italië van vijf weet bijvoorbeeld wat venkel is. Dat is hier anders.

Jonge vrouwen

Na de LTS wilde ik eigenlijk naar de HBS, maar dat ging niet. Toen zei mijn vader: dan ga je maar werken. Mijn vader werkte, zoals veel Italianen in die tijd, in de scheepsbouw, bij de ADM in Noord. Toen ben ik maar naar de MTS gegaan, dat was nog in de tijd dat je met een technische opleiding overal aan de slag kon. Later werd dat  minder. Ik had vriendinnen die in de verpleging werkten, gezellige meiden met leuke verhalen, en toen dacht ik: blijf ik de rest van mijn leven tussen oude mannen werken, of kies ik voor jonge vrouwen? Daar waren verder geen nobele motieven bij.

Renato Reali

Actievoeren

Toen heb ik verpleegkunde A gedaan in het OLVG. Ik heb ik op de eerste hulp gewerkt in het Lucas en ik heb later ook les gegeven op een verpleegopleiding in Utrecht. In die tijd konden verpleegsters die afstudeerden geen baan vinden, bijna iedereen werd werkeloos. Ik was toen een vrij fanatiek kaderlid van de vakbond en daar hebben we de nodige acties voor gevoerd. We lagen steeds in de clinch met Til Gardeniers, zij was toen de minister van Volksgezondheid. Zelf ben ik toen maatschappelijk werk gaan doen aan de sociale academie:.

Vino Reali

Om dat te betalen runde ik een kleine wijnhandel, Vino Reali, uiteraard met Italiaanse wijn. Die verkocht ik aan Italianen die in de scheepsbouw en bij de Hoogovens werkten. Die dronken graag wijn uit hun vaderland en ik bracht die bij ze thuis. Toentertijd had je nauwelijks keuze bij de supermarkt. Bij Albert Heijn verkochten ze Chianti en dat was het. Dat is nu niet meer voor te stellen. Op een gegeven moment kon ik het niet meer combineren en heb ik de wijnhandel verkocht.

Naar HVO

Dr. Dikkenberg (links) met meneer Huneman, een bewoner van de Veste

Daarna ging ik werken bij de GGD, op de methadonbus. Dat was toen helemaal nieuw, daar was een hoop gedoe over. Het was vooral bedoeld om overlast te bestrijden en diefstal door verslaafden tegen te gaan.
Daarna ben ik naar de Jellinek gegaan en daar werkte dokter Dikkenberg die een dag per week bij de Veste van HVO was gestationeerd. Hij vroeg: is dat niks voor jou? Het leek me wel wat en ik heb gesolliciteerd bij Ton Banning, toen directeur van de Veste. Dat was in 1986, het gebouw was nog maar drie jaar oud. Het pand was onder architectuur gebouw en je mocht er niks aan veranderen, daar waakte de architect streng over. Er kwamen toen nog steeds veel mensen naar kijken.

Medische dienst

De Veste had een hele kleine medische dienst met twee parttime verpleegkundigen en ik werd de coördinator. Het was een andere tijd. Ik had een typemachine en die moest ik delen met Andrea, het hoofd van de linnenkamer. De omgang met medicijnen was ook anders. We hadden losse tabletten in grote potten, die kwamen aanvankelijk van een apotheek uit de buurt van de Weesperzijde omdat het internaat daar vroeger zat. Kort daarna zijn we naar de Schinkel Apotheek overgegaan. Bij de Walenburg zaten de medicijnen in een grote koektrommel.
Er werd niks afgetekend. Slaappillen stonden in een grote pot op het kantoor van de begeleiding, die werden door de nachtdienst met de beste bedoelingen ruimhartig uitgedeeld.
Bewoners die weigerden om hun medicijnen in te nemen kregen dat soms door hun soep. Dat gaf me een toestanden, als ze dat ontdekten.

De Medische dienst in 1999, v.l.n.r. dr. Dikkenberg, John Bombeek (GGD), Renato Reali, Martha Bergsma en Madsy Mossel

Alcohol

Toen ik begon was de samenstelling van de bewoners anders. Je had veel meer alcohol- dan drugsverslaafden. Ik denk dat 80% van de bewoners naast hun psychosociale problemen aan de drank was. Die kregen Antabus en Refusal.
Naast Dikkenberg, hadden we eens in de twee weken een spreekuur van een psychiater, Jan Oud was dat, een kleine, vriendelijke man, maar daar bleek toch weinig behoefte aan te zijn in de Veste, daar zijn we later weer mee gestopt.

Knaak

In de jaren tachtig had je de zogeheten medicijnknaak: per recept moest er een eigen bijdrage van twee gulden vijftig worden betaald. Om dat voor onze niet zo kapitaalkrachtige bewoners te omzeilen, bestelde ik alle medicatie op naam van een of twee bewoners. Dat vond het ziekenfonds niet zo leuk, daar ben ik door het ZAO voor op het matje geroepen.
Omdat ik voor heel HVO de Mantoux zette voor de tbc-controle, kwam ik overal en kreeg ik een aardig beeld van de organisatie.

Renato Reali op de binnenplaats van de Veste in 2000

Samenwerking met Sarphatihuis

Verpleegkundige zorg was er in het begin alleen tijdens kantooruren. Zo langzamerhand kregen we meer bewoners die dat 24 uur per dag nodig hadden. Meneer Zevenhuis, een dronkaard in een rolstoel, was volgens mij de eerste. Die hebben we op een gegeven moment in een taxi naar het Sarphatihuis gezet, maar daar vonden ze hem lastig en onaangepast en hij kwam met een andere taxi meteen weer terug. Volgens mij is ie toen zelfs nog een keer heen en weer gereden. Het was daardoor in iedere geval duidelijk dat er iets moest gebeuren voor dak- en thuislozen met behoefte aan verpleegzorg. Zo is in 1990 als samenwerking van het Sarphatihuis en HVO het zogeheten substitutieproject ontstaan, grotendeels betaald door het ziekenfonds.

Naar de Schinkel apotheek

In de loop der tijd werd de medische dienst steeds groter, het is uitgemond in een hele eigen afdeling, de Aak in Osdorp. Ik wist dat niet goed te leiden volgens de toenmalige leiding van HVO. Ik kon niet goed met weestanden van collega’s omgaan. Achteraf gezien had dat anders kunnen worden aangepakt, maar zo is het nu eenmaal gelopen.
De Schinkel Apotheek zocht iemand voor de medicatiezorg in tehuizen, eerst alleen van HVO-Querido, later ook huizen van het Leger des Heils en de Volksbond. Ik had daar ervaring mee en het was voor mij het juiste moment voor verandering. Omdat ik nog steeds vaak in veel huizen van HVO-Querido over de vloer kwam, hadden veel collega’s eerst niet eens in de gaten dat ik nu ergens anders werkte.

Recept voor goed handelen

Renato neemt afscheid van BW Oost

Tineke Roest van de Schinkel Apotheek vond dat de omgang van instellingen met medicijnen beter moest worden georganiseerd. HVO-Querido en andere instellingen vonden dat ook en toen zijn we om tafel gaan zitten. Het ziekenfonds ZAO sloot zich daarbij aan en zo is gezamenlijk het farmaceutische protocol ‘Recept voor goed handelen’ ontstaan. Daar ben ik best trots op.
Zoiets zou nu weer moeten gebeuren, vroeger was het bij wijze van spreken een open tuin, nu staat die weer vol met schuttingen van afzonderlijke protocollen van alle partijen, protocollen die niet noodzakelijkerwijs op elkaar aansluiten. De klant is daar de dupe van. Ik pleit voor meer onderling contact, zorgen dat je in elkaars tuintje kunt kijken, zodat je weet wat er bij de anderen speelt.

Mijn tijd gehad

Ik ben in mijn hart een HVO-er gebleven, daar schaam ik me niet voor, ik heb er een hele leuke tijd gehad. Bij de apotheek plaagden ze me daar wel eens mee. De cliënt zo goed mogelijk helpen, was voor mij belangrijker dat het volgen van een richtlijn. Ik kende iedereen in ons werkveld in de stad en het gebeurde regelmatig dat een arts op dat moment medicijnen nodig had, maar dat het recept later kwam. Dat kan niet meer, je moet nu ieder pilletje verantwoorden. Iedereen houdt zich nu strikt aan de dienstvoorschriften, zowel bij de apotheek als bij HVO-Querido. In die zin heb ik mijn tijd gehad.

Naar de Canarische Eilanden

Mijn vrouw Marjolein en ik zijn druk Spaans aan het leren. We verhuizen nu naar Tenerife, daar heb je een lekker mild klimaat. Er is altijd een windje uit zee, in de winter blijft het een graad of 20 en ’s zomers wordt het niet te warm. Ik denk dat wij het er wel een poosje uithouden.’

 

 

 

 

Reacties ( 3 )

  • Ton Banning says:

    Renato,
    Wat een mooie beschrijving van HVO ervaringen. Voor mij natuurlijk heel herkenbaar. Ik heb ook nog hele goede herinneringen aan onze samenwerking. Jouw betrokken zorg voor onze bewoners was een voorbeeld voor velen. Ook ik heb me daar aan gespiegeld. Het Sarphatihuis-project was onze trots.
    Renato, het ga je goed op Tenerife. Rust uit en geniet van het heerlijke klimaat. Natuurlijk gezond blijven!
    Hartelijke groet,
    Ton Banning

  • Desiree van sluis says:

    Hoi Renato, ik ken je nog van de Walenburg 1.
    Jij was behalve een geliefd persoon bij iedereen maar ook zeer betrokken.
    Het Recept van Goed Handelen herriner ik mij nog goed.
    En je leuke verhalen over je ezeltjes en weet je, ik rij regelmatig langs je huis als ik naar mijn werk rij.
    Ik wens jou en je vrouw heel veel geluk toe op het mooie eiland, geniet ervan!

  • Martha Bergsma says:

    Lieve Renato,

    Vanaf 1994 heb ik met je gewerkt. Het begon in de Veste.
    Ik heb daar een geweldige tijd gehad!
    Tijdens de Lourdes reizen was je altijd zeer behulpzaam.
    Dank voor je vriendschap.
    Het ga je goed met Marjolein in Tenerife!
    Groetjes, Martha

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *