Hans van der Kolk (1958) kunnen we met recht beschouwen als de nestor van de cliëntenparticipatie bij HVO-Querido. Hij houdt zich namelijk al ruim 35 jaar bezig met het behartigen van de belangen van cliënten. In dit artikel blikt Hans terug op zijn persoonlijke rol in de vermaatschappelijking van de geestelijke gezondheidszorg.
‘Tja, hoe lang doe ik dit al? Ik heb in ieder geval de oprichting van de officiële bewonersraad van de Queridostichting nog meegemaakt,’ vertelt Hans. ‘Dat was in 1990. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat er in de jaren ’70 al eventjes een soort bewonersraden waren geweest. Maar dat was enerzijds een rebellenclub die vooral overal tegen was en anderzijds een vereniging die het sinterklaasfeest voor bewoners organiseerde en meer niet. Beide waren overigens geen lang leven beschoren.
Begin jaren ’90 werd ik voorzitter van de bewonersraad van de Queridostichting.’
Kruisbestuiving
Hans: ‘In die rol werd ik gevraagd om bestuurslid te worden van de LPR, de stichting Landelijke Patiënten- en Bewonersraden in de geestelijke gezondheidszorg. Een koepel van cliëntenraden. De LPR organiseerde interessante themabijeenkomsten en trainingen. Vormingsdagen heetten die. Dan gingen we bijvoorbeeld twee dagen naar kasteel Oud-Poelgeest bij Leiden, heel luxe. Het was altijd een soort kruisbestuiving. Ik kon de LPR voeden vanuit de praktijk en tegelijkertijd landelijke ontwikkelingen meenemen naar de Queridostichting.
Zo heb ik van dichtbij meegemaakt hoe beleid en praktijk elkaar steeds meer begonnen te raken.’
Queridohuis
‘Aanvankelijk woonde ik in het Queridohuis aan het Robert Kochplantsoen,’ vervolgt Hans. ‘Ik zat beneden, op de begane grond. Op een gegeven moment ben ik verhuisd naar de Vrolikstraat in Amsterdam Oost. Jan Jumelet was daar het hoofd. De Vrolikstraat was beschermd wonen, dat was toen iets nieuws. Op zich heel erg leuk. Wij gingen bijvoorbeeld met alle bewoners naar de meubelboulevard in Diemen om spullen te kopen. Ik weet nog dat we daar een hele strakke designtafel hebben uitgezocht, schitterend mooi.’
Ene Hans
‘Er kwam natuurlijk ook een openingsfeest om de boel officieel te installeren. Als bewoners mochten wij daar mensen voor uitnodigen. Echt iedereen was welkom. Dus ik blader door mijn Succesagenda, want die had je toen, en ik nodig Ada Wildekamp uit, dan de wethouder zorg van Amsterdam.
Wat denk je? Onmiddellijk gedoe met de directie! Ene Hans heeft de wethouder uitgenodigd. Wat krijgen we nou! Waarom weten wij daar niks van? Die uitnodiging moest uiteindelijk worden gecanceld.’
Een belangrijke nota
‘Daardoor wist ik in ieder geval hoe ik het niet moest aanpakken. En wat in het vat zit, verzuurt niet. Je had in die tijd de NVBW, de Nederlandse Vereniging voor Beschermd Wonen, en die club had een blad: Buitengewoon. In een van de nummers stond ik zelf en ook Hans Simons, de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Cultuur. Simons kondigde daarin aan dat hij binnenkort met een belangrijke nota zou komen. Ik dacht: hé, dat is interessant.’
‘Het was verkiezingstijd en Simons kwam naar Diemen om politieke zieltjes te winnen. Dus ik daarheen, het stormde geweldig die dag. In de pauze raakte ik met hem aan de praat. Toen heb ik Simons uitgenodigd om zijn nota Onder Anderen te presenteren tussen de mensen om wie het ging, namelijk bij DAC Linnaeushof [de voorloper van het huidige Centrum Robert Koch, red.] van de Queridostichting. Hij zag dat wel zitten. De directie van de Queridostichting was wederom not amused. Had je ons niet van tevoren kunnen inlichten? Nee, natuurlijk niet!’
Onderdeel van de samenleving
‘Onder Anderen stond voor een fundamentele koerswijziging,’ stelt Hans. ‘Geestelijke gezondheidszorg moest niet langer iets zijn dat zich uitsluitend binnen instellingen afspeelde, maar onderdeel worden van de samenleving. Mensen met psychische problemen moesten kunnen leven onder anderen en niet afgezonderd van hen. Dat de presentatie juist in een dagactiviteitencentrum plaatsvond, gaf dat nieuwe denken een tastbare vorm.’
Samen
‘De presentatie vond plaats op 25 maart 1993. De landelijke pers was aanwezig. Onder strikt embargo had ik de nota enkele dagen eerder ontvangen, zodat ik kon helpen om de bijeenkomst goed voor te bereiden. Het was een bijzondere dag. Financieel directeur Wim Meenderink was altijd heel zuinig, maar voor deze gelegenheid had hij gebak van Kwekkeboom laten aanrukken.
Paul Schnabel, destijds een vooraanstaand socioloog en onderzoeker, was er ook bij. Schabel publiceerde regelmatig over de GGZ. Hij stond voor mij symbool voor de verbinding tussen wetenschap, beleid en de leefwereld van cliënten. Het voelde als een keerpunt: beleid dat niet meer over mensen werd gemaakt, maar samen met hen.’
Gelijkwaardig
Hans: ‘De jaren daarna bleven intensief en vormend. Als lid van de cliëntenbeweging maakte ik de totstandkoming van de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen van dichtbij mee. In die periode had ik regelmatig contact met minister Els Borst en met de staatssecretarissen Margo Vliegenthart en Erica Terpstra. Het waren gesprekken waarin we streden voor structurele medezeggenschap van cliënten. Daarin kwam het idee van gelijkwaardigheid steeds centraler te staan.’
Canon
‘Later heb ik meegewerkt aan de Canon Begeleid en Beschermd Wonen, waarin we de geschiedenis van de sector hebben vastgelegd. Dat voelde voor mij als het sluiten van een cirkel: van actief meedoen aan de eerste stappen van de vermaatschappelijking tot het helpen documenteren van wat die beweging heeft betekend voor duizenden mensen in Nederland.’
‘Vroeger en nu, dat is een enorm verschil,’ aldus Hans. ‘In het Queridohuis moest iedereen verplicht in therapie en verplicht naar dagbesteding. De psychiater speelde een hele grote rol, bewoners hadden weinig te vertellen. Nu zijn de mensen vrij en beslissen ze zelf over hun leven. Dat gaat echt de goeie kant op.
In de cliëntenraad is dat ook zo. Nu zitten we aan tafel en zijn we een serieuze gesprekspartner, vroeger mocht je blij zijn als je een stuk kreeg.’
Geslaagd?
‘Of de vermaatschappelijking geslaagd is? Voor een deel wel,’ aldus Hans. ‘Als je nou kijkt naar dit gebouw, het Judith van Swethuis, dan wonen we hier in de wijk en letterlijk onder anderen. Twee etages zijn voor HVO-Querido en in de rest van het pand wonen andere mensen. Maar we mengen weinig onderling. Er zit een scheiding tussen.
Van Santpoort naar Amsterdam is een goede beweging geweest, maar is denk dat er ook een kleine groep mensen is die liever lekker rustig in een bos zou wonen.’
‘Nu ik hier woon, vraag ik me wel eens af of alle mensen die beschermd wonen wel de zorg krijgen die ze nodig hebben. Het zou mij niks verbazen als daar aardig wat mensen tussen zitten die eigenlijk een Wlz-indicatie hebben. Want het is een wereld van verschil hoor. Er zouden meer Judith van Swethuizen moeten zijn.’
Voor anderen
Hoewel Hans inmiddels 67 is, denkt hij er nog niet over om met pensioen te gaan. ‘Welnee, ik ga strijdend ten onder. Ik vind het een voorrecht dat ik een rol heb mogen spelen bij de emancipatie van cliënten. Dat ik nog steeds de stem van bewoners mag laten horen. Iemand moet het doen en ik vind de materie nog altijd geweldig interessant. Vroeger vond ik het leuk om daarbij tussen ministers en staatssecretarissen te opereren, dat heb ik nu minder. Juist mijn rol tussen de bewoners vind ik nu mooi. Signalen oppakken en daar iets mee doen. Er is nog werk genoeg in de cliëntenraad. Je bent er niet voor jezelf, je bent er voor anderen.
De zorg is in de loop der jaren veranderd, maar de kern is hetzelfde. Mensen moeten kunnen leven onder anderen, met waardigheid, nabijheid en zeggenschap.’
Kijk hier voor meer artikelen over de rijke historie van HVO-Querido.





