Nieuws

Goeie aandacht

Stanley Simon woont in Amsterdam Zuidoost en wordt begeleid door de afdeling begeleid zelfstandig wonen Fleerde van HVO-Querido.

Stanley Simon (1962) wordt geboren in het Zuid-Limburgse Heerlen. Zijn ouders komen van oorsprong uit Indonesië, zijn vader van Java, zijn moeder van de Molukken. De negen kinderen uit het gezin Simon zijn evenredig verdeeld over hun oude en hun nieuwe vaderland. Vier worden er in Indonesië geboren, eentje onderweg op de boot en vier in Nederland. Stanley is de jongste.

Zwart

‘Mijn familie had een huis, een garage en een winkel in Indonesië. Ze hebben alles achtergelaten in de hoop op een beter en veilig bestaan. Ze hebben even getwijfeld over Australië, maar het werd toch Nederland. Dat was een bewuste keuze van mijn ouders,’ vertelt Stanley Simon. ‘Mijn vader begon in Nederland als mijnwerker. Zwaar werk, ongezond ook. Ze zaten meer dan zevenhonderd meter diep. Als kind ging ik hem met mijn moeder wel eens ophalen van zijn werk. Mijn vader was echt helemaal zwart van de steenkool als hij naar boven kwam, ik herkende hem gewoon niet.
Het was Limburg hè, dus ik ben netjes gedoopt, heb eerste communie gedaan en alles wat daar bij hoort.
Mijn beide ouders moesten werken, dus ik was veel bij oma. Dat was niks geen familie, zij was een vriendin van mijn moeder, maar ze werd oma genoemd.

Stanley Simon

Koffer

Toen de Emmamijn werd gesloten, verhuisden we naar Delfzijl, omdat mijn vader daar werk vond, hij heeft altijd in de zware industrie gewerkt. Mijn broers hebben het voorbeeld van mijn vader gevolgd: fabrieken en ploegendiensten, je moet wat als je niet zoveel papieren hebt.
Later gingen we naar het midden van het land, naar Vaassen, bij Apeldoorn. Daar was een kamp voor Molukkers, dat is later nog ontruimd door de marechaussee. Veel mensen, waaronder mijn ouders, hadden altijd een koffer klaar staan om terug te gaan, ze konden op elk moment vertrekken naar de vrije Molukken.

Goed geschoold

Ik ben heel goed opgeleid, haha, ik heb de LTS gedaan. Dat is vier jaar en ik heb elke klas op een andere school gevolgd, dus vier verschillende scholen. Dat was wegens omstandigheden. Ik was een beetje baldadig in die tijd, ik haalde wel eens kattenkwaad uit. Ik heb onder andere in Harreveld gezeten, een katholiek internaat in de Achterhoek. Maar ik haalde wel aardige cijfers, ik ging steeds over.

Kind en kleinkinderen

Ik ben nooit getrouwd geweest, maar heb wel een hele lange relatie gehad. Zij is helaas overleden in 2007. Vroeger moest je nog afkicken als je vast kwam te zitten en op mijn eerste verlof was het meteen raak, mijn vriendin raakte in verwachting. Mijn zoon is nu 32, hij is van 1984. Hij woont in het oosten van het land, tegen de Duitse grens aan, want daar kun je nog huizen krijgen. Hij is gelukkig niet verslaafd, waar ik last van heb. Als gebruiker ben je daar toch bang voor. “Als hij maar niet die kant opgaat,” hoop je dan. En dat is godzijdank niet het geval. Drie kleinkinderen heb ik, dat is heel leuk, een jongen en twee meisjes. We hebben regelmatig telefonisch contact, we zien elkaar op verjaardagen en zo. Het kost 35 euro met het openbaar vervoer. Ik ben tuk op aanbiedingen.
Mijn zus koopt wel eens treinkaartjes voor me, met haar heb ik goed contact. Zij geeft mij vaak goed advies. Mijn zus werkt als opzichter in de bouw. Als ik haar zie lopen op een bouwplaats, met zo’n stoere helm op, ze is nog kleiner dan ik, dan ben ik heel erg trots op haar, dat ze dat heeft bereikt. Ze woont in Arnhem, ik ga wel eens een weekendje naar haar toe. Dan gaan we vaak een stukje rijden, ze heeft een mooie BMW.

Mantelzorger

Een paar jaar geleden is mijn moeder overleden, dat is heel snel gegaan. Ik help nu mijn vader, die het een en ander mankeert. Ik ben mantelzorger, zoals dat heet. Dat doe ik elke dag, dat is best een opgave. Ik kan niet wegblijven, hij rekent op mij. Hij staat nu op nummer één, voor hem schuif ik alles opzij. Laatst heb ik daar een brief over gekregen met complimenten van de gemeente. Ik ga nu ook naar een cursus voor mantelzorgers van Markant, daar leggen ze praktische dingen uit, hoe te handelen. Je krijgt tips en ze leren je allerlei handigheidjes.

Maatje

Een paar maanden geleden heb ik mijn hond moeten laten inslapen. Vijftien jaar heb ik die hond gehad. Hij had steeds meer cystes, dus het was wel een goede keuze, dat hoort ook bij het houden van dieren, maar leuk is het niet. Misschien had ik het achteraf eerder moeten doen, het werd steeds minder, maar hij huppelde nog zo vrolijk rond. Ik heb hem bij mij thuis laten inslapen, dat leek me voor het beestje het prettigst. Dat kostte 216 euro, dan is de bodem van je portemonnee gauw in zicht. Je probeert het zo fatsoenlijk mogelijk te doen, het was toch m’n maatje.

Werk

Bij de ING in de Bijlmer, dat gebouw met al die scheve muren, daar werkte ik in de horeca, later ook bij die schoen in Zuid. In de bedrijfskantine, maar vooral ook in de bediening bij recepties en borrels. Die waren er zat, crisis of niet. Dat heb ik vijf, zes jaar gedaan. Strikje voor en gaan. Je moest er altijd netjes bijlopen. Bij het Marriott heb ik ook gewerkt. Ik heb wel een opleiding voor het cafébedrijf, maar ik ben er vooral ingerold.

Onderdrukken

Ik zit in het heroïneprogramma van de GGD aan de Flierbosdreef. Ik overleef al 36 jaar hepatitis, daar heb ik nu voor het eerst iets aan laten doen. Wekenlang heel veel pillen geslikt, shit, dat had ik veel eerder moeten doen.
In 1978 kwam ik voor het eerst met drugs in aanraking, ik was zestien. Ik dacht: verslaafd, dat overkomt mij niet. Ik was jong, een beetje wild. Dat ik verslaafd was, moest ik van de politie horen. Op mijn zeventiende werd ik voor het eerst opgepakt. Het was heel mooi en warm weer, maar ik stond te rillen van de kou. “U bent verslaafd,” zeiden ze, ik wist niet wat ik hoorde, ik geloofde er niks van.
Het begon met heroïne, dat kostte toen zo’n 150 gulden per gram. Coke was veel te duur, dat was een soort luxe. Cocaïne is meer een upper, je hebt niet zo dat ziektegevoel als je het niet hebt, zoals bij heroïne. De heroïne heb ik nu min of meer onder controle. Drank ook. De laatste tien jaar ben ik bij tijd en wijle aan de drank geweest, dat is nog veel vreselijker, echt heftig, dan ben je echt de weg kwijt. Van de softdrugs van tegenwoordig sta ik gewoon te trippen en te spacen, dat zijn geen smoesjes, dat is zulk sterk spul geworden. Heroïne, daar slik ik nu medicatie voor, coke gebruik ik alleen heel, heel af en toe.
Ik gebruik om mijn verdriet en mijn onvermogen te onderdrukken.

Zelfstandig

Dat ik bij Fleerde zit, heb ik te danken aan mijn moeder. Vlak voor ze dood ging zei ze: “meld je nou aan,” zodat ik niet op straat zou komen te staan. Blijkbaar voelde zij dat aan. Echt op straat heb ik nooit geleefd, ik kon altijd wel even bij een broer, zus of iemand anders terecht.
Eerst kwam ik bij het Instroomhuis terecht aan de Zeeburgerdijk. Daar sliep ik alleen, want ik at natuurlijk op mijn werk. Ik was daar de enige met nette kleren.
Van daaruit ben ik naar Fleerde gegaan. In het begin had ik er best wel moeite mee, het was een hele stap. Ik had nog nooit van mijn leven zelfstandig gewoond.
Je hebt een gewone flat, alleen verdeeld in drie eenheden. Keuken, douche en wc delen we. Je moet het dus wel een beetje met je huisgenoten kunnen vinden. Niemand is perfect, als je maar van goede wil bent.

Begeleiding

De begeleiding helpt mij om doelen te stellen. Wat ik van plan ben en hoe ik dat ga doen. Dat helpt mij om niet in één toestand te blijven hangen. Van tijd tot tijd voeren we gesprekken en dan gaat het bijvoorbeeld over wat ik zal veranderen in mijn leven de komende maanden. Dat is positief en hoopvol. Wij zijn een soort musketiers, wij spreken elkaar aan op gedrag, we luisteren naar elkaar.

Toekomst

Als ik aan de toekomst denk, hoop ik dat mijn vader nog heel lang leeft. Maar als het eenmaal zijn tijd is dan gaat hij. Ik hoop weer werk te vinden en iets nuttigs om handen te hebben. Als ik iets tegenkom, ga ik er niet voor opzij. Maar ik ben ook realistisch, zelf word ik ook ouder, ik ben nu 54 en ik heb het lot uit de loterij nog niet gewonnen.
Als mijn vader er niet meer is, hoef ik ook niet langer in Amsterdam te blijven. Eigenlijk ben ik een losse fladderaar, ik ben hier heen gewaaid, ik hoor hier niet echt, ik heb overal gewoond. Ik wil ook wel een keer naar Indonesië, er zit nog veel familie van mij daar, vooral op Java, maar ook op Borneo. De reis kost een paar centen, maar het verblijf weer niet. Ik houd erg van Indisch eten.

Door de bank genomen is het allemaal vrij soepeltjes geregeld bij Fleerde. Ze organiseren veel leuke dingen voor bewoners. Als ik het hier voor het zeggen had, dan zou ik misschien iets meer tijd steken in de relatie met de familie, dat is belangrijk. Ik heb eigenlijk niks te klagen, je kunt altijd bij de begeleiding aankloppen, je krijgt hier echt goeie aandacht.’

 

 

Reacties ( 0 )

    Geef een reactie

    Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *