Nieuws

Een altijddurend werk in uitvoering

Het integratie- en reorganisatieproces van HVO-Querido is in volle gang. Jaap Fransman is algemeen directeur geworden, de sectordirecties krijgen vorm. Waar staan we nu? Hoe kijkt Fransman tegen de integratie aan? Wat vindt hij van de organisatie? En hoe legt hij aan mensen uit wat hij doet voor de kost?

‘Ik vertel dat HVO-Querido een club is die wonen, begeleiden, opvang en dagactiviteiten verzorgt voor een grote groep mensen die in een lastige of kwetsbare positie zit. Mensen die dak- of thuisloos zijn of mensen die langdurige psychiatrische aandoeningen hebben. Mooi en nuttig werk.’

Meer ‘kwetsbare mensen’ dan specifieke doelgroepen?

Ja, bewust. Het is een brede range, we moeten af van dat ouderwetse denken. De traditionele dak- en thuislozenzorg is achterhaald. Bij onze cliënten gaat het om mensen die weliswaar dak- of thuisloos kunnen zijn, maar waarmee vaak veel meer aan de hand is: psychische problematiek, verslaving etc. We moeten ook de gemeente duidelijk maken dat de oude indeling niet meer voldoet. De ANWB is geen wielrijdersbond meer en HVO is niet langer alleen hulp voor onbehuisden.

Van GG&GD naar een particuliere organisatie. Een grote overgang?

Ja, tot nu toe is dat een uitermate positieve overgang. Gemeentelijke instellingen zijn glazen huizen. Alles wordt uitvergroot, de slagkracht is minder groot en van elke beslissing worden de politieke consequenties afgewogen. Dat resulteert in stroperigheid. Bij particulier initiatief zoals HVO-Querido heb je met de Raad van Toezicht te maken en die staat per definitie achter de doelstellingen. Dus wat dat betreft voel ik me een stuk vrijer, prettiger en energieker.

Ben je nu sociaal ondernemer?

Ik heb gelukkig veel ruimte om zaken aan te pakken. Bovendien was ik bij de GG&GD niet eindverantwoordelijk en nu wel, dat is een niet onbelangrijk verschil. Maar ik heb een hekel aan al die uit het bedrijfsleven geleende termen, het gaat hier om heel andersoortig werk, om een andere organisatie. Natuurlijk zijn ook wij bezig dingen te ontwikkelen en te reageren op signalen uit de samenleving, maar winst en verlies is niet de kern van ons werk.
We moeten oppassen dat door toedoen van bedrijfskundigen en managers de procedures niet belangrijker worden dan de inhoud van het werk. Dat zie je momenteel veel in de zorgsector. Daar klagen professionals dan ook terecht over. Het is wel van belang om procedures en lijnen uit te zetten, maar tegelijkertijd moet je heel dicht bij de inhoud blijven. Dat stel ik mijzelf tot taak. Want uiteindelijk doe je het allemaal voor die inhoud.

Kun je ook een koekjesfabriek leiden?

Nee, ik moet me druk kunnen maken over het product, over de inhoud en ik denk dat ik me wat minder druk om koekjes zou kunnen maken.

Hoe zie je de indeling in sectoren?

Er is goed over nagedacht. Het is dan ook een zeer werkbaar uitgangspunt. De vorm van de organisatie volgt de inhoud. De komende jaren moeten we over de inhoud van ons werk met elkaar in gesprek gaan. Wie zijn we? Wat willen we zijn? Wat doen we? Wat willen we niet (meer) doen? Dat kan er best toe leiden dat onze inhoud op een andere manier wordt ingevuld, zodat de organisatie een andere vorm vereist. Als vertrekpunt voor de komende jaren is de indeling in drie sectoren – maatschappelijke opvang, begeleid en beschermd wonen en vluchtelingen – prima.

Hoe zie je de verhouding centraal – decentraal?

Bij HVO-Querido is de laatste tijd veel in de top gebeurd. Dat heeft geleid tot veel ‘achterstallig onderhoud’, zoals de voorzitter van de Raad van Toezicht dat noemt. De organisatie is ondertussen wel op allerlei plekken ontzettend goed en hard bezig. Het gaat er om die inspanningen te kanaliseren, decentraal wat kan en centraal wat moet. Het is bovendien niet of/of. Het is niet digitaal, het is analoog. Ik zie het als mijn taak om als centrale figuur daar goede afspraken over te maken, zodat we in harmonie kunnen opereren. Niet in termen van macht of onmacht. Ik ben van huis uit een integrator en ik heb een hekel aan verdeel en heers en dat soort spelletjes. Dat is slecht voor de organisatie. Daarbij ben ik nogal doelgericht. We moeten gezamenlijk aan de doelstellingen te werken. Daarbij kun je best van mening verschillen of eens een robbertje vechten.

Wat is jouw motivatie?

Daar is niet zo eenvoudig antwoord op te geven. In hoeverre kent een mens zijn eigen drijfveren? Ik voel me erg betrokken bij de manier waarop de maatschappij omgaat met afwijkend gedrag, met minderheden, met lastige mensen.

Wat is het voordeel van de integratie?

Een groot deel van de cliëntenpopulatie van HVO en Querido overlapt. Hoe je binnenkomt, via de AWBZ of via de maatschappelijke opvang, bepaalt waar je zit binnen onze organisatie. Het is een goeie ontwikkeling geweest om samen te gaan in het kader van vermaatschappelijking van de zorg en anders omgaan met chroniciteit. We kunnen veel aan elkaar hebben. HVO-Querido bestaat momenteel uit veel verschillende afdelingen en afdelinkjes, met veel vormen van begeleiding voor veel soorten klanten. De komende jaren is het belangrijk om met elkaar te bespreken: wat bieden we aan, voor welke cliënten doen we dat, wat zouden we verder willen aanbieden en hoe moet die mix er uit zien?

Dan moet je kijken hoe dat aansluit bij de organisatie. Het zou wel eens zo kunnen zijn dat je veel meer raakvlakken krijgt. We moeten het kwalificatiesysteem binnen de RIBW over de zwaarte van de zorg die klanten nodig hebben eens toetsen aan cliënten van de maatschappelijke opvang. Dan zou die zwaarte wel eens behoorlijk groot kunnen blijken. Ik ben op één dag in Vrijburg en het Judith van Swethuis geweest. Dan zitten daar twee meneren die alletwee de diagnose schizofrenie hebben. De een in een prachtige kamer, de ander in een heel smerig kamertje. Het gaat erom waar je binnenkomt. En dan ben ik weer terug bij mijn afwijzing van de traditionele dak- en thuislozenzorg. Daar gaat het namelijk niet om. Het gaat om iemand die door omstandigheden in de maatschappelijke opvang is gekomen en die meer zorg nodig heeft dan wij hem nu kunnen bieden. Dat is deels een kwestie van geld en methodiek, maar ook een kwestie van cultuur en attitude. Daar gaat het om de komende jaren. Hoe kijken wij naar klanten? Wie is die klant? Wat kan ie wel en wat kan ie niet? Hoe kunnen we, zonder te betuttelen, zorgen dat die klant op een zo goed mogelijke plek in de maatschappij komt. Bij ons of daarbuiten.

Krijgen we nu rust in de tent?

Ten dele. Een organisatie is een altijddurend werk in uitvoering, het is nooit af. Het is wel van belang om iedereen op de hoogte te houden van wat we aan het doen zijn. Ik schrijf nu een plan van aanpak en zal dat na de zomer communiceren. Het gaat om zaken als visie-ontwikkeling, managementinformatie, cliëntenparticipatie en human resource beleid. De manier waarop een organisatie met z’n medewerkers omgaat, wordt weerspiegeld in de manier waarop medewerkers met cliënten omgaan. Dat valt allemaal onder de noemer kwaliteit. Over een jaar moeten weer bekijken waar we dan staan. Er is veel te doen.

Ben je al ingewerkt?

Nee, maar ik ben wel meteen aan de slag gegaan. Ik luister maar heb goddank overal een mening over. Dat heeft de organisatie ook nodig. De organisatie is geruime tijd behoorlijk met zichzelf bezig geweest in de top en dat komt het werk niet ten goede. Ik merk bij veel medewerkers onzekerheid en onveiligheid. Ik zie het als mijn taak om er zo snel mogelijk voor te zorgen dat er veiligheid binnen de organisatie komt. Rust, duidelijkheid, transparantie. Het mag soms best hard zijn, als het maar wel helder is.

Reacties ( 0 )

    Geef een reactie

    Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *