Bewoner Rob is onvrijwillig dakloos en verblijft in de opvang van HVO-Querido. Daar zit hij niet stil. Rob heeft diverse dagbestedingen en doet vrijwilligerswerk, naast dat hij zelf actief een woning zoekt. Inmiddels is het hem gelukt om zelfstandig binnen een jaar een woning te vinden. Hoe hij dat klaarspeelt, vertelt hij in deze blog.
‘Een normale jeugd, gewoon gemiddeld goed’
Rob Hoogstraten (1953) groeit op in een marinefamilie, zowel zijn vader als een oom zijn marineofficier. ‘Al met al heb ik een redelijk normale jeugd gehad, gewoon gemiddeld goed, zou ik zeggen. Wij kamen niks tekort.’
‘Vroeger wilde ik tuinarchitect of verslaggever worden,’ vertelt Rob. ‘Ik heb bijvoorbeeld met veel plezier gewerkt bij tuincentra en boomkwekerijen en zat overal waar ik gewerkt heb in de redactie van een bedrijfsblad. Op de locatie waar ik nu woon, hebben ze een krantje waarin ik schrijf over hoe het is om dakloos te worden. Zo pak ik het schrijven weer op.’
Later heeft Rob gewerkt om groenvoorzieningen in kaart te brengen. Ook was hij lid van de SP (Socialistische Partij) en vrijwilliger bij het Rode Kruis en een jazzclub. ‘Nog altijd ben ik een bluesfreak,’ benoemt hij. ‘Op een gegeven moment werd mijn moeder ziek en ben ik naar Tilburg verhuisd om voor haar te zorgen. Dat heb ik twaalf jaar gedaan.’
‘Ik ben geen zwerver, ik ben onvrijwillig dakloos’
‘Nadat mijn moeder was overleden, was het nog knap lastig om terug te verhuizen,’ vertelt Rob. ‘Hotelletjes, Stayokay, appartementjes, onderhuur, via via, nooit echt iets van mezelf. Mijn huisbaas heeft me uit mijn vorige woning gezet, omdat hij er zelf weer wilde gaan wonen. Zo ben ik uiteindelijk dakloos geraakt en bij HVO-Querido terechtgekomen.’
Rob benadrukt: ‘Ik ben geen zwerver, ik ben onvrijwillig dakloos. Dat is heel anders. Mensen op straat zijn meestal wel aardig. Toch zijn er behoorlijk wat vooroordelen over ons. Het is niet alsof we er allemaal zelf voor kiezen om dakloos te zijn of dat we allemaal criminelen zijn. Dakloze mensen zijn ook gewoon mensen. Dakloosheid kan iedereen overkomen.’
‘Ik ben niet verslaafd en heb geen psychische problemen of schulden,’ zegt Rob. ‘Ik ben puur alleen dakloos. De rest van mijn zaakjes heb ik redelijk op orde.’
Hoe vult Rob zijn dagen?
‘Ik doe het niet voor het geld’
‘Je kunt niet elke dag flierefluitend door de stad wandelen,’ vertelt Rob. ‘Dat klinkt leuk, maar is veel duurder dan je denkt. Ik kom graag in de bibliotheek, ik lees en schrijf, ik ga naar partijvergaderingen en ik werk elke dag in de schoonmaakploeg van de opvanglocatie. Dat doe ik niet voor het geld, hoewel het natuurlijk fijn is om aan het eind van de week een paar sigaren te kunnen kopen.’
‘Zodra ik een huis heb, wil ik mijn vrijwilligerswerk weer oppakken en mij EHBO verlengen. Cursussen volgen en iets betekenen voor anderen,’ zegt Rob, die inmiddels 64 jaar oud is. ‘Misschien kan ik met ouderen op stap gaan. Ik word ouder, mijn ogen worden slechter. Dat baart me zorgen, maar ik ga niet bij de pakken neerzitten.’
Tuinieren en op woonadvertenties reageren
In de tussentijd gaat Rob met wethouders in gesprek, bezoekt hij workshops, flyert hij voor de SP, schaakt hij met andere bewoners, fietst hij veel en speurt hij kringlopen af voor leuke spullen. Als dagbesteding gaat hij aan de slag in een spoelkeuken, doet hij tuinonderhoud van de opvanglocatie en werkt hij in een biologische tuin. Wanneer de NS een leuke kortingsactie heeft, wil Rob nog wel eens een dagje met de trein gaan voor het vakantiegevoel.
Verder reageert Rob op digitale magazines van woonservices en gaat hij op bezichtigingen. ‘Ik zoek ook naar advertenties in diverse kranten, maar het meeste is tegenwoordig online,’ zegt hij. ‘En ik heb een extra investering gedaan door mijn digitale zoektocht uit te breiden naar nabijgelegen regio’s. Een extra abonnement, maar hopelijk levert het wat op.’

Oud-bewoner Rob buiten
Hoe is het voor Rob om dakloos te zijn?
Rob: ‘De eerste paar weken waren een hel. Je komt op een reservelijst te staan. Dat betekent dat je je om 22:00 uur moet melden bij HVO-Querido om te zien of er een bed vrij is. Zo niet, dan kun je buiten slapen: in het park, in een portiek of in een parkeergarage. Ik had toen gelukkig nog een beetje geld om af en toe in Stayokay te verblijven, maar heb ook buiten geslapen. In de zomer is dat best te doen, maar zodra het kouder wordt niet.’
Gegijzeld door regeltjes
‘Ieder keer dat ik de nachtopvang binnenkom, bekruipt mij een gevoel van onvrijheid,’ benoemt Rob. ‘Ik word gegijzeld door voorschriften en regeltjes. Daarnaast draagt de aanwezigheid van beveiligers, die je fouilleren bij binnenkomst, bij aan dat gevoel. Iedereen wordt dag en nacht overal geobserveerd.’
‘Het is even overleven’
‘Het gebeurt mij weleens aan het eind van de maand, dat ik platzak ben en het is nog weekend ook. Wat doe je dat?’ Rob legt uit: ‘Je kan naar de dagopvang gaan voor koffie, maar ik ga liever langs het ziekenhuis of de supermarkt. Met een beetje mazzel kun je hier en daar een blokje kaas of worst pakken in de Albert Heijn. Ook op de markt struin ik diverse kraampjes af om wat te proeven. Het is even overleven, maar het is zo weer maandag.’
Niemand vertrouwen en een olifantshuid hebben
‘Als ik terugkijk op dit jaar, denk ik dat ik er goed doorheen gekomen ben, al was dat niet altijd even makkelijk,’ vertelt Rob. ‘Je moet een olifantshuid hebben om scheldpartijen en belediging te weerstaan. Er zijn namelijk altijd figuren die je uit verveling uit je tent proberen te lokken.’
‘En je moet stevig in je schoenen staan om je niet door verslaafden te laten verleiden. Vertrouw niemand op hun blauwe ogen en durf nee te zeggen,’ benadrukt Rob. ‘Vooral verslaafden hebben in de opvang ook grijpgrage handjes, dus moet je alert zijn op diefstal. En er zijn altijd figuren die geld van je willen lenen. Nooit aan beginnen.’
Gelukkig ziet Rob in de opvang ook veel mensen die zich bekommeren om anderen. ‘Van het weinige dat ze bezitten, gunnen ze ook een ander wat. Mensen hadden bijvoorbeeld spontaan een verjaardagsfeestje voor me georganiseerd. Het was heel gezellig.’
Ziek worden in de opvang
‘Het beste is de opvangperiode doorkomen zonder ziek te worden. Helaas is dat niet makkelijk, want je leeft met een hoop mensen bij elkaar. Je kan dus zomaar iets oplopen,’ legt Rob uit. ‘En lang niet iedereen is hygiënisch op hun lichaam in de opvang.’
‘Toen ik een week buikgriep had, ben ik in de buurt van een ziekenhuis gebleven om een wc nabij te hebben,’ vertelt Rob. ‘Nu loop ik al een paar weken met een beeninfectie. Ik kon gelukkig een doktersverklaring overleggen, maar dan nog moet je sommige begeleiders en beveiligers tig keer uitleggen dat je ziek bent. En bij mij was het nog zichtbaar ook! Uiteindelijk heeft mijn maatschappelijk werker een plek in de ziekenboeg voor mij geregeld.’

Rob Hoogstraten denkt aan de mondverzorging
Hoe vond Rob zelf een woning?
Omdat Rob zich online had ingeschreven voor verschillende woningsites, ging hij wel eens bezichtigen. ‘Ik werd uiteindelijk in augustus uitgenodigd voor een appartement in een seniorencomplex. Er is een aantal mensen komen kijken en ik bleek opeens nummer drie op de lijst te zijn. Nummer twee kwam niet opdagen en kandidaat één had wat veel pretenties en twijfels.’
‘De keuken is sterk verouderd, dus een nieuwe keuken is wel wenselijk,’ vertelt Rob. ‘Uiteindelijk kwam mijn maatschappelijk werker met de mededeling dat ik kandidaat ben voor de woning. Inmiddels heb ik het nodige papierwerk afgerond en is het wachten op het definitieve huurcontract.’

Rob Hoogstraten in de bouwmarkt
Hoe is het voor Rob om een eigen woning te hebben?
Rob: ‘Het heeft even geduurd, maar nu heb ik dan toch mijn eigen stek. Ik moest even wennen aan een nieuw leven, maar ik besef steeds meer dat ik mijn vrijheid en mijn eigen bestaan weer terug heb.’
‘Alleen, met het verkrijgen van een woning ben je er nog niet, vooral niet als je moet verhuizen naar een andere gemeente,’ legt Rob uit. ‘Ik moest me opnieuw inschrijven en uitkering aanvragen. Dat betekent een hoop papierwerk en afwachten of de desbetreffende gemeente alles op tijd afhandelt. Het aanvragen van extra bijstand en huurtoeslag kun je pas doen na ondertekening van het huurcontract.’
‘Na zes tot acht weken mag je blij zijn het geld te ontvangen. Terwijl er toch op tijd huur moet worden betaald. Gelukkig kon ik mijn financiële verplichtingen nakomen. Weer een zorg minder,’ vertelt Rob.
Het blijft financieel passen en meten
In december merkt Rob dat er allerlei rekeningen op de deurmat vallen. ‘Daar had ik in de daklozenopvang weinig last van. Maar nu komen er jaarafrekeningen van energie, gemeentelijke belastingen, abonnementen en dergelijke. Ook wat extraatjes met de feestdagen. Het is financieel passen en meten om de maand goed door te komen.’

Rob Hoogstraten bekijkt gordijnen voor zijn woning
Hoe ziet Rob de toekomst?
‘2019 wordt het jaar van klussen, schilderen en inrichten. Ik heb een verlanglijstje waar ik af en toe iets vanaf kan strepen als ik geld overheb. Ik heb geen haast en maak me niet druk. Vroeger had ik dat wel, want toen had ik zoiets van: ik kan wel eens bezoek krijgen. Maar daar heb ik nu maling aan,’ sluit Rob af.
Rob wil graag Teammanager Joris en Communicatiemedewerker Peter bedanken voor hun hulp bij het schrijven van zijn verhaal.




