Nieuws

Dag vol Housing First

HVO-Querido organiseerde op 1 november een Housing Fist-dag in de voormalige Bijlmerbajes, een bijeenkomst waarop kennis en ervaring werden uitgewisseld en successen werden gevierd. De aanleiding was het feit dat omstreeks 1 november van dit jaar de duizendste cliënt van HVO-Querido een woning via Housing First heeft gekregen.

Heel in het kort is Housing First een manier om dakloosheid te bestrijden die schittert in al zijn eenvoud. Geef mensen die dakloos zijn een woning en vraag hen zich te houden aan drie afspraken: veroorzaak geen overlast, betaal je huur en onderhoud contact. Mensen hebben de grootste kans op herstel vanuit de stabiliteit van een woning.
‘Toen HVO-Querido deze manier van werken twaalf jaar geleden voor het eerst in de praktijk bracht, werd het gezien als een marginaal experiment,’ zo vertelde bestuurder Clemens Blaas in zijn inleiding. ‘Bovendien kun je veel maatschappelijke kosten uitsparen als je erin slaagt mensen snel onder te brengen en goed te begeleiden. Ik hoef bij niemand in herinnering te roepen hoe de situatie in Amsterdam in de jaren tachtig en negentig was. Drugs, armoede, criminaliteit. Die is nu drastisch afgenomen.’ Inmiddels is het de standaardbenadering van dakloosheid geworden in Amsterdam en krijgt Housing First op meerdere plaatsen in de wereld navolging.

Invalshoeken

Op de Housing First-dag waren er inleidingen en workshops vanuit verschillende invalshoeken door diverse direct betrokkenen uit de praktijk. Hulpverleners en klanten vertelden tijdens de bijeenkomst over hun ervaringen met deze aanpak, waarbij ook dilemma’s niet werden geschuwd. Daarbij ging het onder meer over het bewaken van grenzen als je maar drie regels hanteert, over het aangaan van relaties met de buurt en over het boeien en binden van de juiste medewerkers.

Founding father

De onbetwiste hoofdgast tijdens deze dag was dr. Sam Tsemberis, de founding father van het Housing First model. De psycholoog Tsemberis, oprichter en directeur van het Amerikaanse Pathways to Housing, had niet alleen een ceremoniële rol, hij gaf drie workshops en vertelde tijdens de plenaire opening onder meer over het ontstaan van Housing First in New York, maar gaf ook voorbeelden van best practices van Housing First projecten uit de hele wereld. ‘Sam’ speelde handig in op de setting van de bijeenkomst. Begeleiders moeten zorgen dat ze niet opgesloten raken achter de labels die aan zorg verbonden zijn. Dat je van ‘psychiatrie’ bent. Of ‘maatschappelijk werk’. Laat je niet beperken en kijk naar je cliënt als persoon met al zijn of haar eigen kanten.

Problems in the neighbourhood

In zijn workshops behandelde Tsemberis onderwerpen als harm reduction, stigma en overlast in de buurt. Tijdens deze laatste sessie werd er een casus voorgelegd van een verslaafde cliënt die herhaaldelijk zijn eigen glazen ingooit, zowel letterlijk als figuurlijk. Hierdoor ontstaan er niet alleen problemen met de buren, de cliënt raakt tot twee keer toe zijn woning kwijt. Wat te doen?
Het publiek, voor 98% hulpverleners, en Tsemberis stellen aanvullende vragen om een helder beeld van de situatie te krijgen. Wat ontbreekt er voor deze klant? Wat kan er nog meer worden gedaan? In hoeverre spelen vooroordelen van de omwonenden hierbij een rol?

Wat beklijft?

Alle hulpverlening lijkt van deze klant af te glijden. Maar ‘what sticks to him,’ vraagt Tsemberis. En hoe denkt de klant dat het komt dat hij zijn woningen kwijt raakt? ‘He can’t control his own front door.’ Volgens Tsemberis kunnen bij de eerste, tweede of zelfs derde woning niet dezelfde condities gelden. ‘It is not “anything goes,” there are expectations.’ Soms doen mensen het juist veel beter in hun tweede woning omdat ze door het verlies van hun eerste huis een ‘terrible and painful lesson’ hebben geleerd, maar dat lijkt in deze casus niet het geval te zijn.

Kruipen

Als een klant er weinig aan doet, is er tijdelijk meer inspanning nodig van de hulpverlener, door Tsemberis steevast casemanager genoemd. Een ideaalbeeld in de hulpverlening is weliswaar de professional die voortdurend gelijkwaardig naast de klant staat, maar dat gaat volgens Tsemberis alleen op als de klant naar het doel loopt. Er zijn echter ook klanten die wel naar hun doel wijzen, maar bij wijze van spreken nog niet eens kunnen kruipen. In dergelijke gevallen moet je als hulpverlener tijdelijk meer doen. ‘When they are not moving, we have to take a much stronger role.’

Niet onwillig

Omdat deze grote aandacht soms een grote inspanning vergt, pleit Tsemberis voor een teambenadering, die zorgt voor ‘a shared burden,’ want je kunt het niet alleen. Je moet aandacht blijven houden voor de klant, ‘you cannot be reluctant.’ Je moet vragen blijven stellen. ‘Why is he hurting? Why is he using?’ Zoekt de klant zorg of misschien eerder vrienden, mensen om mee te praten, manieren om de eenzaamheid te bestrijden. ‘Ending homelessness is not ending a lifestyle,’ waarschuwt Tsemberis.

Vrije keuze

Tsemberis schroomt niet om zo nodig ook zijn eigen stokpaardjes van de nodige kanttekening te voorzien, zoals dat van de vrij keuze. De vrije keuze is weliswaar een mooi en groot goed, maar ‘giving people free choice who cannot execute any choice is false,’ dat is niet meer dan een schijnkeuze. Soms hebben mensen daar ondersteuning bij nodig. Zoals misschien wel in deze casus. ‘He needs the security of someone else making decisions,’ besluit Tsemberis, omdat hij momenteel zelf geen goede keuzes kan maken.
Dat is dus geen klinkklare oplossing van deze casus, maar dat was ook niet de intentie. De zorgvuldig formulerende Tsemberis schetst samen met zijn publiek niet meer dan een waaier van mogelijkheden, een aantal potentiële richtingen waarin verder kan worden gedacht om tot een oplossing te komen. Het is niet zozeer een antwoord, maar eerder een betere omschrijving van de vraag, een afbakening van de kwestie. En dat is verhelderend.

Foto’s: Bas van Rossum

 

 

Reacties ( 0 )

    Geef een reactie

    Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *