Nieuws

Afrobeat in Amsterdam

Ojeah, muzikant en vrijwilliger bij ons Centrum De Tour, behoort tot de selecte groep Amsterdammers die ooit zowel op straat als in het Amstelhotel heeft geslapen. Inmiddels is zijn leven in rustiger vaarwater beland en kan hij vertellen over wat hem bezighoudt.

Iedereen kent hem als Ojeah, en hij noemt zichzelf ook zo, maar eigenlijk is Ojeah zijn achternaam. Okalue Ojeah wordt in 1953 in Nigeria geboren en komt in 1986 naar Nederland vanwege de liefde. ‘Ik ben toen getrouwd met een Nederlandse vrouw,’ vertelt Ojeah, ‘maar wij zijn niet meer samen, wij zijn gescheiden. Wij hebben samen een zoon, Emeka, hij is nu 28.
Mijn eigen vader was vroeger gemeenteambtenaar, hij is er helaas niet meer, hij is overleden. Na zijn pensioen werd hij boer, hij kwam uit het zuiden van Nigeria, boer zijn is traditie. Wij waren niet arm en ook niet rijk. Mijn vader deed zijn best. Mijn moeder heeft negen kinderen gekregen, allemaal jongens. Wij hadden thuis geen honger, wij gingen allemaal naar school. Soms skype en bel ik met mijn moeder, ik zou haar eigenlijk een bezoek moeten brengen voor het te laat is, want zij is al zo oud.

In de band van Fela

Toen ik op de middelbare school zat had je in Nigeria de burgeroorlog. Die duurde drie jaar, dat was een slechte tijd. Na die oorlog ben ik op pad gegaan om muziek te zoeken. Bij ons thuis maakte niemand zelf muziek, maar wij hadden wel een radio en een grammofoon, daar luisterde ik veel naar. Lokale artiesten, veel feestmuziek, bruiloftsmuziek, muziek om te dansen. Maar ik luisterde ook wel naar de Beatles.

Ik ben toen begonnen met basgitaar, maar toen ik bij Fela kwam [de beroemde Nigeriaanse muzieklegende Fela Anikulapo Kuti (1938-1997), grondlegger van de Afrobeat] ben ik begonnen met gitaar spelen. Fela had een gitarist nodig en vier of zes snaren dat is toch hetzelfde zei hij. Zo kwam ik in zijn band, samen met veel andere mensen, hij had een hele grote band, meer een orkest. We speelden heel veel. Eerst vooral in Lagos, later over de hele wereld. Fela maakte ook veel platen, op een aantal daarvan ben ik ook op te horen. [Ojeah is hier wat bescheiden, een snelle rondgang op internet toont dat hij volgens Discogs op tenminste 37(!) albums van Fela Kuti meespeelt.]

Delen

Fela hield van zijn entourage. Hij had niet alleen een grote band, hij had ook 27 vrouwen. En waar we ook speelden, iedereen ging altijd mee. Het was een enorme organisatie. Fela was rijk, hij verdiende veel maar hij liet veel mensen delen in zijn rijkdom. Hij was, hoe noem je dat, een filantroop. Alles kon, als we in Berlijn speelden logeerde iedereen in het Kempinski hotel en als we in Amsterdam optraden, in Paradiso of in het Amsterdamse Bos, dan sliepen we in het Amstelhotel. Toen wist ik niet dat ik ooit nog eens in Amsterdam zou wonen.

Mick

In Nigeria had Fela veel problemen met de regering en met de politie. Ze hebben zijn huis platgebrand, hij werd vaak aangevallen. Toen hij zich met de politiek begon te bemoeien en president wilde worden werd dat steeds erger. Daar maak je geen vrienden mee, dat brengt alleen maar confrontaties. Als mens kan ik hem verder niet beoordelen, maar hij was een hele goede muzikant, hij speelde alle instrumenten. Hij kon heel streng zijn als bandleider, echt als een military commander. Als bijvoorbeeld een trompettist iets speelde wat hem niet beviel, dan schold Fela hem uit en zei dat ie beter timmerman kon worden. Wij oefenden altijd en altijd terwijl Fela gewoon kon liggen slapen.
Fela was een fenomeen, hij had charisma, mensen deden wat hij ze vroeg. We speelden een keer op een jazzfestival in Frankrijk en Mick Jagger zat in het publiek. Fela vroeg hem op het podium te komen en mee te doen en dat deed hij. Dus met Mick Jagger heb ik ook gespeeld, haha.

Oefenen

Ik ben niet op een muziekschool geweest, ik heb mezelf gitaar leren spelen. En natuurlijk leerde ik ook van alle muzikanten om mij heen. Hé, wat doe jij daar? Hoe doe je dat? Wij pikten van elkaar. Zo gaat dat.
Als het moet, speel ik nog wel eens bas, maar gitaar is mijn favoriet. Ik zing ook en dat gaat makkelijker samen met gitaar spelen dan met bas spelen. Door naar anderen te luisteren, door met andere mensen te spelen en door veel te oefenen leer je elke dag bij, je moet persistent zijn. Ik wil ook blijven leren. It’s not magic, it’s practice. Muziek is niet alleen emotie, maar ook techniek.
Ik luister naar veel verschillende muziek, Jimi Hendrix, George Benson, maar eigenlijk naar alles. Je weet nooit waar je iets kunt vinden wat je kunt gebruiken. Alles wat je doet is al eens gedaan, maar net even iets anders.
Ik moet elke dag spelen, het is wie ik ben. Thuis speel ik zowel akoestisch als elektrisch, dat is heel anders. Je moet je sound blijven oefenen.

Groove

Het mooiste van muziek vind ik misschien wel dat je er mensen blij mee kunt maken, je geeft mensen plezier. Als ik op mijn gitaar een liedje speel en jij vindt het mooi, dan ben ik ook blij. Muziek is een boodschap voor iedereen. Je kunt alle mensen blij maken in the groove, elke muziek heeft zijn eigen groove en dat is wat je zoekt als muzikant. Het is moeilijk te omschrijven, het moet klikken tussen je oren, je hart en je hersenen en dat hoor je meteen. De groove vinden is niet makkelijk, het is afhankelijk van de inspiratie die God geeft. Je kunt je ontwikkelen, je kunt heel veel oefenen, dat helpt allemaal, maar je kunt het niet dwingen. Het komt gewoon. Of niet.
Een liedje begint met een paar frases die meestal zomaar in je hoofd komen. Dan probeer ik het te onthouden en ga snel naar huis om het vast te leggen.

Mystifiers

Nu speel ik met The Mystifiers, dat wordt geleid door Guy Wampa, een Engelsman, echt een goede drummer. Het is niet echt een band, meer een muziekproject. Met een echte band oefen je minstens twee keer per week, dat doen wij niet. Hoe meer je speelt, hoe beter je wordt, zo simpel is het. Ik heb ook in Amsterdam nog wel eens een eigen band gehad, maar het is moeilijk om goede mensen om te heen te verzamelen en te houden en haast onmogelijk om van muziek te leven.

De Tour

Ik woonde ooit in de Bijlmer, maar vanwege substance abuse werd ik ontruimd en stond op straat, a heavy experience. Zo kwam ik met HVO-Querido in aanraking. A hard road to travel. Dat is nu alweer een tijdje geleden, nu is alles rustiger in mijn leven. Via via ben ik als vrijwilliger bij De Tour gekomen, achter de bar en in de keuken. Het is hier gezellig, geen problemen en allemaal lieve, aardige mensen.’

Ojeah wil graag meer doen met muziek en staat open voor serieuze initiatieven en projecten op dat gebied. Interesse? Neem dan contact op met Ojeah via ons Centrum De Tour aan de Delflandlaan 220 in Amsterdam (020) 614 20 19.

 

 

Reacties ( 0 )

    Geef een reactie

    Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *